.

Dit boek is als paperback verkrijgbaar bij bol.com.
120 pagina's, € 18,37.
ISBN 9402100490
Click hier om het boek te bestellen.
.


Jaap van der Wijk

Woordenboek 
juridische terminologie 
en
politiejargon

Email: jackvanderwyk@yahoo.co.uk

 .


Voor de niet-deskundige zijn het recht en de procesregels vaak onbegrijpelijke zaken. Het Woordenboek juridische terminologie en politiejargon biedt een verhelderende blik op de dagelijkse praktijk van de advocaat, de officier van justitie, de rechter en de deurwaarder, zodanig dat de volslagen leek er ook zijn voordeel mee kan doen. Dat hoeft niet per se te zijn in de hoedanigheid van gedaagde of verdachte, want ook bij het lezen van de krant of zelfs een politieroman kan dit woordenboek een nieuwe wereld openen. 
Voor mensen die beroepshalve regelmatig met het recht en de procesregels te maken hebben (bijvoorbeeld journalisten, hulpverleners en politiebeambten) is het Woordenboek juridische terminologie en politiejargon een geschikt naslagwerk, want dit compacte en handzame boekje overlapt meerdere vakgebieden (strafrecht, verbintenissenrecht, erfrecht, criminologie, criminalistiek enz.). 

Jaap van der Wijk (1951) studeerde rechten en sociologie en was twaalf jaar werkzaam in de justitiële hulpverlening. 

Ondanks alle aan de samenstelling van dit woordenboek bestede zorg kan noch de auteur noch de uitgever aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige fout die in dit boek zou kunnen voorkomen. 
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur (Jaap van der Wijk). 
 

Indeling

Woord vooraf 
Woordenlijst 
Codes politiediensten 
Adressen 
Belangrijkste bronnen 
 
 

Woord vooraf

De juridische terminologie is zo veelomvattend dat er een zeer omvangrijk lexicon voor nodig zou zijn om volledigheid enigszins te kunnen benaderen. Dit woordenboek heeft niet de pretentie volledig te zijn. Ik heb getracht de meest voorkomende begrippen uit de dagelijkse praktijk van de advocaat, de officier van justitie, de rechter en de deurwaarder te verzamelen en door middel van verwijzingen heb ik geprobeerd de samenhang tussen die begrippen duidelijk te maken. 
De lezer zal al snel merken dat er relatief veel aandacht aan het strafprocesrecht is besteed. Dat is niet toevallig, want de naslagwerken die ik in de boekhandel en de bibliotheek heb gevonden, besteden doorgaans niet of nauwelijks aandacht aan het strafprocesrecht. In die zin vult dit woordenboek een leemte. 
De tekst van de wet is vaak omslachtig en oubollig. Ik heb hier en daar, waar dat mogelijk was, geprobeerd de wettekst te moderniseren, zonder hem geweld aan te doen, maar soms lukte dat van geen kanten. Hoe graag ik dat ook zou willen, het is niet aan mij om de tekst van de wet te veranderen. 
Insiders in de behandelde materie worden verzocht te reageren wanneer zij van mening zijn dat bepaalde begrippen niet of onvoldoende aan bod komen, zodat deze in een volgende druk van dit boek kunnen worden vermeld. 
 

Jaap van der Wijk 
Amsterdam, 2003 

Verklaring der tekens

(a) = Arbeidsrecht 
(c) = Civielrecht 
(f) = Frans 
(l) = Latijn 
(s) = Strafrecht 
(v) = Verzekeringen 
 
 

Woordenlijst

 

A

Aanbod van gerede betaling (c). Geschiedt door een notaris of deurwaarder met twee getuigen, waarvan akte wordt opgemaakt. Dit wordt gevolgd door bewaargeving of consignatie. Het staat gelijk met betaling

Aangifte. 1. Persoonlijke melding op het politiebureau van een gepleegd strafbaar feit. Ieder die kennis draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte te doen. Openbare colleges of ambtenaren die in de uitoefening van hun functie kennis bekomen van een strafbaar feit met welks opsporing zij niet zijn belast, zijn verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen. Zie ook Valse aangifte. 2. Aanmelding van de geboorte van een kind, een huwelijk of overlijden bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Zie Geboorteakte
.
Aanhangig maken. Een procedure aanspannen bij de rechter. In het strafrecht begint een zaak met een dagvaarding of een oproep van de officier van justitie. Een civiele procedure begint met een dagvaarding van de eiser aan de andere partij, of met een verzoekschrift aan de rechter.
.
Aanhouding (s). 1. De feitelijke vasthouding van een verdachte nadat deze op heterdaad is betrapt. Leidt tot voorleiding en mogelijk tot inverzekeringstelling. Na te zijn aangehouden kan de verdachte zes uur op het politiebureau worden vastgehouden, niet meegerekend de tijd tussen 12 uur 's nachts en 9 uur 's morgens. Deze tijd voor het verhoor kan eenmaal met zes uur worden verlengd. Zie ook Arrestatie en Staande houden. 2. Het uitstellen van de uitspraak in een strafrechtelijke procedure. 

Aanklager. Ook: openbare aanklager. Vertegenwoordiger van het openbaar ministerie ter terechtzitting, doorgaans de officier van justitie. 

Aanleunen. Achtergrond verzorgen

Aanranding. 1. Het met geweld of bedreiging met geweld dwingen tot het plegen of ondergaan van ontuchtige handelingen. 2. Het met misdadige bedoelingen te lijf gaan, aantasten. 

Aanrijding met. Aanrijding met gewonden. 

Aanrijding zonder. Aanrijding zonder gewonden (doorgaans met blikschade). 

Aanslag. Handeling die erop is gericht anderen van het leven of de vrijheid te beroven. 
.
Aanslagclausule. Attentaatsclausule
.
Aansprakelijk (c). Deze term wordt gebruikt wanneer er geen sprake is van de verplichting uit overeenkomst. Het duidt erop dat men verbonden, verantwoordelijk en/of in rechte gehouden wordt voor de gevolgen van enig feit of enige handeling (of zelf een natuurlijke- of rechtspersoon daartoe verbonden, verantwoordelijk en/of in rechte gehouden acht). 

Aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving.Beneficiaire aanvaarding.

Aanvaarding van een nalatenschap (c). Het zich als rechthebbende gedragen op een opengevallen nalatenschap met de daaruit voortvloeiende verplichtingen. De aanvaarding kan uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden. In het laatste geval wordt dit uit de omstandigheden afgeleid. 

Aanvullende eed. Suppletoire eed. 

Aanvullend recht (c). Regelend recht; rechtsregels waarvan door bijzondere overeenkomsten afgeweken mag worden. Aanvullend recht geldt alleen voorzover door partijen niet iets anders werd bedongen. Zie ook Dwingend recht.

AAW. Algemene Arbeidsongeschiktheidswet. De AAW verzekert inkomensverlies als gevolg van langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze wet is vooral van belang voor zelfstandigen en vroeggehandicapten. Voor werknemers is hetzelfde risico namelijk al verzekerd via de WAO

Ab intestato (l). Zonder testament. 

Abolitionisme. Stroming in de criminologie die het strafrechtsysteem wil afschaffen. 

Abortus provocatus. Kunstmatig veroorzaakte miskraam; zwangerschapsonderbreking. Is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. 

Absolute bevoegdheid. De bevoegdheid van de rechterlijke macht om over een bepaalde zaak te oordelen. Zie ook Relatieve bevoegdheid

Absolvere ab instantia (l). Vrijspreken bij gebrek aan bewijs. 

Abus de droit (f). Misbruik van recht. Onrechtmatige daad, waarbij de gerechtigde zijn bevoegdheden misbruikt om anderen te hinderen. 

ABW. Algemene Bijstandswet. Deze wet geeft aan iedereen in Nederland die onvoldoende middelen heeft om in bestaanskosten te voorzien een minimuminkomen. Men moet wel al het mogelijke doen om zelf weer in het eigen levensonderhoud te voorzien. Ook de partner van de werkloze moet, als dat mogelijk is, naar werk uitzien. Hierbij wordt rekening gehouden met medische en sociale omstandigheden. 

Accusatoir proces. Hierbij is de verdachte procespartij, gelijkwaardig aan de aanklager (openbaar ministerie). De rechter is onpartijdige derde en heeft een lijdelijke rol. Het Nederlandse strafproces is gematigd accusatoir, omdat het beginfase van het proces een tamelijk inquisitoir karakter heeft. Zie ook Inquisitoir proces en Vordering en verzoek

Achtergrond verzorgen. Het zich ophouden in de nabijheid van collega's die mogelijk hulp nodig hebben. `5.01, wilt u naar de Javastraat gaan? 5.03, verzorgt u de achtergrond?' 

ACP. Algemene Christelijke Politiebond. 

Actienota. Eerste nota in een juridisch debat. De schrijver draagt in beginsel de bewijslast voor hetgeen hij stelt. De schrijver van de reactienota hoeft niet alle punten van de actienota te weerleggen; hij draagt immers niet de bewijstlast. 

Actie ondernemen. Ook: ageren. Een rechtelijke procedure beginnen. 
.
Actio popularis (l). Volksvordering. Het betekent het recht van iedereen om bezwaar te maken tegen overheidsbeslissingen, zelfs wanneer men bij de zaak geen persoonlijk belang heeft. In Nederland is actio popularis afgeschaft in 2005. 
.
Actor rei forum sequitur (l). De eiser moet de gedaagde in diens woonplaats (arrondissement) dagvaarden 

Actore non probante reus est absolvendus (l). Als de aanklager geen bewijs levert, moet men de aangeklaagde vrijspreken. 

Actori incumbit probatio (l). De bewijslast berust bij de aanklager. 
.
Ad informandum (l). Ook: voeging ad informandum. De Officier van Justitie kan bepaalde stukken met belastend materiaal over de verdachte `ad informandum` bij de stukken voegen. De rechter mag dan bij de bepaling van straf of maatregel dit materiaal laten meewegen, mits de verdachte ten overstaan van de rechter de juistheid van dit materiaal erkent. De ad informandum zaken worden de verdachte dus niet officieel ten laste gelegd. 
.
Administratief beroep. De vraag om voorziening tegen een beschikking bij een hoger bestuursorgaan. 

Administratief recht. Bestuursrecht. Regels betreffende de verschillende taken van het bestuur en de uitoefening daarvan. 

Administratieve rechtspraak in belastingzaken. Nadat de belastingplichtige die niet akkoord gaat met de aanslag van de inspecteur der belastingen, tegen de aanslag een bezwaarschrift heeft ingediend, en hij het met de afhandeling van het bezwaarschrift niet eens is, kan hij eventueel een voorziening vragen bij de belastingkamer van het gerechtshof. Tegen de uitspraak van het Hof is beroep in cassatie bij de Hoge Raad mogelijk. 

Adoptie. Aanneming als wettig kind. Wordt door de rechtbank uitgesproken op verzoek van een echtpaar dat een bepaald kind wil adopteren. Het kind kan zolang het 23 jaar is de rechter verzoeken de adoptie ongedaan te maken. 

Advocaat. Raadsman in juridische aangelegenheden. Mag in heel Nederland pleiten en is vaak tevens procureur. Het woord advocaat is afgeleid van het Latijnse "advocare" dat betekent "als raadgever tot zich roepen". 

Advocaat-generaal. Vertegenwoordiger van het openbaar ministerie bij de gerechtshoven. Hij is ondergeschikt aan de procureur-generaal. Bij de Hoge Raad is de AG adviseur en werkt hij niet voor het OM.

Advocateneed. De advocaat wordt bij de rechtbank beëdigd met de volgende eed of belofte: `Ik zweer (beloof) getrouwheid aan de koning, gehoorzaamheid aan de grondwet, eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.' 
.
Advocatenwet. Wet die betrekking heeft op het handelen van advocaten en de wijze waarop men zich kan beklagen. Artikel 46 van de Advocatenwet luidt: "De advocaten zijn aan tuchtrechtspraak onderworpen ter zake van enig handelen of nalaten in strijd met de zorg die zij als advocaat behoren te betrachten ten opzichte van degenen wier belangen zij als zodanig behartigen of behoren te behartigen, ter zake van inbreuken op de verordeningen van de Nederlandse orde en ter zake van enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Deze tuchtrechtspraak wordt uitgeoefend in eerste aanleg door raden van discipline en in hoger beroep, tevens in hoogste ressort, door het hof van discipline." 
Op grond van artikel 60ab van de advocatenwet kan de deken van advocaten de raad van discipline voor die gevallen waarin een ernstig vermoeden is gerezen van een handelen of nalaten waardoor een in artikel 46 beschermd belang zeer ernstig is of dreigt te worden geschaad, een advocaat met onmiddellijke ingang schorsen of een andere voorziening treffen. Dit zijn zaken waarin het maatschappelijk belang vergt dat afwikkeling van de tuchtprocedure niet wordt afgewacht, alvorens de tuchtrechtelijke maatregel te laten ingaan.
Zie ook: Kernwaarden van de advocatuur, Tuchtrecht en Gedragsregels voor advocaten

Afdoening buiten proces. Schikking.

Afdoen in raadkamer. Hiervan is sprake bij een verzoek van het openbaar ministerie aan de rechter, bijvoorbeeld om verlenging van de voorlopige hechtenis. Het OM, de verdachte en de raadsman van de verdachte mogen daarbij aanwezig zijn. 

Afdreiging. Ook: chantage. Klachtdelict. Het door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim iemand dwingen tot afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of een derde toebehoort, of tot het aangaan van een schuld of tenietdoen van een schuld, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. Zie ook Afpersing

Affirmanti incumbit probatio (l). De bewijslast berust bij hem die iets beweert. 

Afluisteren en opnemen van gesprekken. 1. Het opzettelijk en met een technisch hulpmiddel afluisteren van een gesprek dat in een woning, besloten lokaal of erf wordt gevoerd, anders dan in opdracht van een deelnemer aan dat gesprek. 2. Het opzettelijk en met een technisch hulpmiddel opnemen van een gesprek dat in een woning, besloten lokaal of erf wordt gevoerd, zonder deelnemer aan dat gesprek te zijn en anders dan in opdracht van een deelnemer aan het gesprek. 

Afluisteren en opnemen van telefoongesprekken. De rechter-commissaris is bevoegd te bepalen dat telefoongesprekken ten aanzien waarvan het vermoeden bestaat dat de verdachte er aan zal deelnemen, door een opsporingsambtenaar worden afgeluisterd of opgenomen, indien het onderzoek dit dringend vordert en het een misdrijf betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De rechter-commissaris verstrekt daartoe een machtiging aan de opsporingsbeambten. Die machtiging tot afluisteren kan betrekking hebben op meerdere telefoonnummers tegelijk. 

Afpersing. Het dwingen van iemand door geweld of bedreiging met geweld tot afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, of tot het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een schuld, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. Zie ook Afdreiging

Afschrift van een vonnis. Niet-officiële kopie van een rechterlijke uitspraak, die in tegenstelling tot de grosse geen executoriale kracht heeft. 

Aftastend verhoor. Verhoortechniek die wordt gebruikt wanneer het feit is gepleegd, maar tegen de verdachte geen enkel bewijs bestaat. Hij wordt nu omzichtig over de zaak afgetast. 
.
Afvoerpijp-arrest. In het zgn. afvoerpijp-arrest hadden de opsporingsambtenaren alleen een machtiging tot binnentreden. Door het weghalen van een afvoerpijp werden drugs gevonden. Dat valt onder doorzoeking en die bevoegdheid had de opsporingsambtenaar niet gekregen. Er was dus sprake van een vormfout.
.
A.G. Advocaat-generaal. 
.
Agent. Iemand die voor en namens een ander optreedt. 

Agent-provocateur. Lokbeambte. Ambtenaar die een strafbaar feit uitlokt om de dader te kunnen arresteren. Zie ook Tallon-arrest

Ageren. Actie ondernemen
.
AIVD. Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst. Nederlandse geheime dienst die zowel verantwoordelijk is voor de binnenlandse veiligheid, als voor het vergaren van inlichtingen uit het buitenland. De AIVD werd in 2002 opgericht als de opvolger van de Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD) en is sinds 2007 gevestigd in Zoetermeer.
.
Akkoord (c). In een faillissement door de gefailleerde aan zijn gezamenlijke schuldeisers aangeboden regeling. Na aanvaarding en homologatie komt door deze regeling een eind aan het faillissement. Dit is ook mogelijk door een surséance van betaling

Akte. Ondertekend geschrift dat is opgemaakt om tot bewijs te dienen. 

Akte van betekening. Akte van uitreiking.

Akte van cessie. Zie Cessie

Akte van compromis (c). Schriftelijk stuk waarbij partijen overeenkomen een geschil ter beslechting aan een arbiter op te dragen. 

Akte van uitreiking. Bewijsstuk dat een dagvaarding is uitgereikt aan de verdachte of zijn wettige echtgenote. Zie ook Betekenen

AKW. Algemene Kinderbijslagwet. Deze wet heeft als doel een financiële tegemoetkoming te bieden in de kosten van kinderen van hen die een kind verzorgen of onderhouden. 
.
Alcoholslotprogramma (ASP). Bestuursrechtelijke maatregel die los staat van de strafzaak. Deze maatregel is per 1 december jl. 2011 in de wet opgenomen. Bestuurders die voor de eerste keer worden geverbaliseerd op verdenking van het rijden onder invloed en daarbij meer dan 570 mg/l hebben geblazen komen in aanmerking voor het ASP. Op grond van de oriëntatiepunten van de rechters wordt bij een dergelijke gemeten hoeveelheid alcohol in de strafzaak nog geen onvoorwaardelijke rijontzegging opgelegd. Overigens wordt aan de bestuurder een maatregel opgelegd, zonder dat de rechter een uitspraak over schuld of onschuld heeft gedaan. De bestuurder is nog maar verdachte in de strafzaak. Het ASP heeft verstrekkende gevolgen. In de eerste plaats wordt door het CBR direct het rijbewijs ongeldig verklaard. De bestuurder kan een nieuw alcoholrijbewijs aanvragen. Dat werkt stigmatiserend omdat het rijbewijs een code vermeld die duidt op een opgelegd ASP. De kosten zijn voor rekening van de bestuurder. Daarnaast brengt het CBR de kosten (€ 300)  in rekening voor het opleggen van het ASP. Deze kosten worden gefactureerd, ongeacht de medewerking van de bestuurder aan het ASP. Voorts komen de kosten van de tenuitvoerlegging van het ASP (€ 700) voor rekening van de bestuurder.De bestuurder moet verder de huur van het alcoholslot, de in- en uitbouw van het alcoholslot en het periodiek uitlezen van het slot bij het uitleesstation betalen. Alles bij elkaar bedragen de kosten grofweg zo’n € 3.500. Het ASP kent niet – zoals in het strafrecht – een draagkrachtbeginsel.
.
Algemeen documentatieregister. Belangrijke informatiebron, met name voor het openbaar ministerie en de rechterlijke macht. Het register is veel vollediger dan het strafregister. In het algemeen documentatieregister worden bij de officier van justitie binnengekomen processen-verbaal en de afloop daarvan aangetekend. Men vindt in het register niet alleen veroordelingen, maar ook alle andere wijzen van afdoening, zoals sepot, transactie, vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging enz. Dit informatiesysteem is bestemd voor beperkt gebruik door de justitiële autoriteiten en wordt niet gezuiverd. De gegevens in het algemeen documentatieregister worden verwijderd na 20 jaar, maar deze termijn kan verlengd worden. In elk geval worden de gegevens verwijderd als betrokkene overlijdt of de leeftijd van 80 jaar heeft bereikt.
.
Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze wet is per 1 januari 1994 in werking getreden, waarmee de wet AROB is vervallen. 

Algemene wet gelijke behandeling. Wet die het recht vastlegt om gelijk te worden behandeld, ongeacht godsdienst, levensovertuiging, politieke voorkeur, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. De wet schrijft gelijke behandeling voor als het bijvoorbeeld gaat om werk, huisvesting, goederen en diensten, en maakt verschil tussen `direct onderscheid' (verboden, tenzij wettelijk bepaald) en `indirect onderscheid' (verboden, tenzij objectief gerechtvaardigd). 

Alibi. De bewering ten tijde van het misdrijf op een andere plaats te zijn geweest. Het is aan de politie om het alibi te controleren. 

Alieni iuris (l). Onder een anders macht vallend. 

Alimentatie. Bijdrage in de kosten van het levensonderhoud. Alimentatieplichtig zijn A: ouders (kinderalimentatie), en B: echtgenoten en gewezen echtgenoten (partneralimentatie). Kinderalimentatie loopt in principe altijd door totdat het kind 21 jaar is. Alimentatiebedragen stijgen jaarlijks op grond van artikel 402-a Boek I BW. Het indexeringspercentage voor 2012 bedraagt 1,3%. Zie ook Wet limitering alimentatie en Tremanormen

Alleenrechtspraak. Ook: unus iudex. Komt in Nederland in het burgerlijk proces voor in de zogenaamde enkelvoudige kamers en alleen in eerste aanleg (kantonrechter, rolrechter, de president van de rechtbank in een kort geding). In het strafproces worden de meeste zaken in eerste instantie afgedaan door alleensprekende rechters (kantonrechter, kinderrechter, politierechter, economische politierechter). Zie ook Collegiale rechtspraak

All Risk (e). Verzekering die alle risico's op een bepaald gebied dekt, dus ook wanneer de schade door eigen schuld van de verzekerde is ontstaan. 

Altera pars (l). De tegenpartij. 

Alternatieve sanctie. Taakstraf

Ambtelijk bevel. Aanwijzing gegeven door een openbaar gezagsdrager. Een ambtelijk bevel is een strafuitsluitingsgrond

Ambtenaar. Persoon aangesteld door en in dienst van de overheid. 

Ambtenarengerecht. Administratief rechterlijk college dat in eerste aanleg besliste over klachten van ambtenaren over besluiten, weigeringen en handelingen van overheidsorganen. Er was hoger beroep mogelijk bij de Centrale Raad van Beroep. Sinds 1992 zijn de raden van beroep en de ambtenarengerechten geïntegreerd in de rechtbanken. 

A mensa et toro (l). Van tafel en bed (scheiding). 
.
Amicus curiae (l). "Vriend van de rechtbank". Met deze term worden instanties of personen aangeduid, die geen partij zijn in een zaak, maar - gevraagd of ongevraagd - hun mening of advies aan een rechtbank (of ander rechtscollege) uitbrengen over een (deel van een) zaak.
.
AMvB. Algemene Maatregel van Bestuur. 

Anale visitatie. Anaal onderzoek, bijvoorbeeld op het bezit van drugs. Zie ook Bodypacker

Analogische interpretatie. Schepping van een rechtsregel door de rechter naar het voorbeeld van een bestaande rechtsregel. Zie ook Interpretatie

Androcur 50. Geneesmiddel. Bij de behandeling van hyperseksualiteit en seksuele aberraties bij mannen kan dit middel de intensiteit van de geslachtsdrift dempen, terwijl de richting hiervan gewoonlijk niet wordt beïnvloed. De man kan nog steeds een erectie krijgen; het geslachtsleven wordt niet op nul gezet. Door toepassing worden psychotherapie en andere maatregelen niet overbodig. Zie ook Chemische castratie

Animo deliberato (l). Met voorbedachte rade. 
.
Annotator. Iemand die een rechtsgeleerd commentaar verzorgt op een vonnis, arrest of uitspraak van een rechter of rechterlijk college. Het is doorgaans een onafhankelijke specialist, een hoogleraar die haar of zijn sporen in de rechtswetenschap heeft verdiend.
.
Anonieme getuige. Getuige in een strafproces wiens identiteit niet wordt onthuld, omdat hij daadwerkelijk gevaar loopt door te getuigen. De anonieme getuige wordt verhoord door de rechter-commissaris. 

Antecedenten. Gegevens naar aanleiding van een onderzoek naar iemands (privé)leven en strafrechtelijk verleden, bijvoorbeeld in het kader van een sollicitatieprocedure. Zie ook Verklaring omtrent het gedrag

Antwoord. Het verweer tegen de eis. In het civielrecht de conclusie van antwoord van de gedaagde op de conclusie van eis van de eiser

ANW. Algemene Nabestaandenwet. Nieuwe wet, ter vervanging van de AWW

AOW. Algemene Ouderdomswet. Deze wet geeft recht op ouderdomspensioen bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. 

Appèl. Beroep.
.
Appelant. Eiser in appèl
.
Appèlmemorie. Beroepsschrift voor het Hof van Discipline
.
Appèlrechter. Rechter bij wie men in beroep kan gaan tegen de uitspraak van een lagere rechter. 

APV. Algemene Plaatselijke Verordening. Op gemeentelijk niveau vastgesteld algemeen verbindend voorschrift. Voor de sancties geldt een maximum van hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. De strafbare feiten zijn overtredingen. Deze straffen kunnen worden opgelegd door een rechter, op basis van vervolging door het Openbaar Ministerie.
.
Arbeidsgeschil. Rechtsgeschil omtrent een arbeidsovereenkomst. Het proces wordt per rekest aanhangig gemaakt bij de kantonrechter

Arbeidsovereenkomst. Overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt om in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon arbeid te verrichten. De werknemer verplicht zich dus om arbeid te verrichten, terwijl de werkgever zich verplicht daarvoor loon te betalen. Men onderscheidt arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd

Arbeidsrecht. Door de overheid getroffen arbeidsbeschermende maatregelen die in talloze wetten zijn vastgelegd. 

Arbeidsverhoudingen. 1. De onderlinge relaties in het arbeidsbestel tussen de organisaties van werkgevers, organisaties van werknemers en de overheid. Zij bepalen hoofdzakelijk de arbeidsvoorwaarden. 2. De onderlinge relatie tussen werkgever en werknemer. Zie ook Verstoorde arbeidsverhouding.

Arbeidsvoorwaarden. De rechtsregels, afspraken en het beloningsbeleid die gelden in de arbeidsrelatie tussen een werknemer en een werkgever. Zij komen individueel of collectief tot stand, maar mogen in principe niet in negatieve zin afwijken van hetgeen door de wetgever in het arbeidsrecht is bepaald. Zie ook Primaire arbeidsvoorwaarden en Secundaire arbeidsvoorwaarden.

Arbiter. Scheidsman door partijen bij akte van compromis aangewezen tot het doen van uitspraak over geschillen. 

Argumentum a contrario (l). Gevolgtrekking bij wijze van tegenstelling. 

Argumentum ad hominem (l). Niet ter zake dienende, persoonlijk gerichte redenering. 

AROB. Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen. Deze wet is vervallen met de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 

Arrest. 1. Elk der uitspraken van de gerechtshoven en de Hoge Raad. 2. Het gearresteerd zijn. Zie Arrestatie. `Hij zit in arrest.' 

Arrestatie (s). Inhechtenisneming. Dit kan in de volgende situaties plaatsvinden: 
1. Door een opsporingsambtenaar ten aanzien van iemand die ervan wordt verdacht een strafbaar feit te hebben gepleegd voor welke voorlopige hechtenis is toegelaten. De verdachte moet zo snel mogelijk worden voorgeleid voor een (hulp)officier van justitie. 
2. Door iedereen die iemand die op heterdaad betrapt bij het plegen van een strafbaar feit. De verdachte moet onmiddellijk worden overgedragen aan een opsporingsambtenaar. 
3. Door een deurwaarder of een dienaar van de openbare macht ter uitvoering van een veroordelend vonnis of een rechterlijk bevel tot vrijheidsbeneming. 

Arrondissement. Het ressort van de arrondissementsrechtbank, samengesteld uit meerdere kantons. In Nederland zijn negentien arrondissementen. Drie of vier arrondissementen vormen het ressort van een gerechtshof

Arrondissementsofficier van justitie. Arrondissementsofficier is net als hoofdofficier een rang, geen functie. Op de zitting zijn zij allen officier van justitie. 

Arrondissementsparket. Parket

Arrondissementsrechtbank. Ook: rechtbank. Het gerecht binnen een arrondissement. Een arrondissementsrechtbank is een rechtscollege dat in eerste aanleg de burgerlijke en bestuursrechtelijke rechtspraak uitoefent voorzover deze niet aan een ander rechtscollege is opgedragen. In strafzaken zijn de deze rechtbanken in eerste aanleg bevoegd ten aanzien van bepaalde ernstige misdrijven, die niet in eerste aanleg door de kantonrechter worden behandeld. Verder zijn de rechtbanken de appèlrechters van de kantonrechter. De arrondissementsrechtbank is samengesteld uit een president, vice-president(en) en rechters. De rechtbank vonnist meestal in kamers van drie leden. Voor eenvoudige zaken zijn er politierechters en enkelvoudige kamers van burgerlijke zaken, en voor kinderzaken zijn er kinderrechters. Elke arrondissementsrechtbank heeft een griffier en meestal ook substituut-griffiers. Tegen een uitspraak van de arrondissementsrechtbank is hoger beroep mogelijk bij het Gerechtshof
.
ASP. Alcohol Slot Programma
.
AT. Arrestatieteam. 
.
Attentaatsclausule. Ook: aanslagclausule of Belgische clausule. Bepaling in uitleveringsverdragen die inhoudt dat wel wordt uitgeleverd in geval van een aanslag of moord op een staatshoofd of een van zijn gezinsleden. Uitzondering op het beginsel dat niet wordt uitgeleverd wanneer er sprake is van politieke delicten.
.
ATW. Arbeidstijdenwet. Wet die op 1 januari 1996 gefaseerd in werking is getreden. In de wet zijn onder meer het verbod van kinderarbeid en de uitzonderingen daarop geregeld. Wanneer de wet en de nadere regels niet worden nageleefd is er sprake van een economisch delict, waarvoor zowel de werkgever als de ouders/verzorgers van het kind strafrechtelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld. 

Audiatur et altera pars (l). Men moet ook de tegenpartij horen. 

Audi et alteram partem (l). Hoor ook de tegenpartij. 

Auditu (testimonium de -) (l). Getuigenis van horen zeggen. 

Auteursrecht. Het aan de maker (auteur) van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst (of aan diens rechtverkrijgenden) toekomende uitsluitende recht dit werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Het auteursrecht wordt beschouwd als een absoluut recht en als een roerende zaak; het is vatbaar voor overdracht (bij akte) en gaat over bij erfopvolging. Het auteursrecht vervalt na verloop van vijftig jaar. Zie ook Plagiaat en Wet op de Naburige Rechten

Authentiek afschrift. Kan door een notaris worden afgegeven van alle geschriften die hem worden voorgelegd. Ook griffiers en sommige andere ambtenaren kunnen binnen hun bevoegdheid authentieke afschriften verstrekken. 
.
Authentieke akte. Document dat door een openbaar ambtenaar, als regel een notaris, is opgesteld en gewaarmerkt. Zie ook Onderhandse akte
.
AVAS. Afwezigheid van alle schuld. Algemene schulduitsluitingsgrond. 

AWBZ. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De AWBZ verzekert geneeskundige risico's die niet via ziekenfonds of ziektekostenverzekering gedekt zijn. Het gaat met name om verpleging in ziekenhuizen en revalidatie-instellingen vanaf de 366e dag en andere voorzieningen op het gebied van de gezondheidszorg. 

AWW. Algemene Weduwen- en Wezenwet. Deze wet geeft recht op pensioen aan weduwen en weduwnaars van wie de echtgenoot op de dag van overlijden verzekerd was. Ook kent de wet een wezenpensioen voor het kind van wie beide ouders zijn overleden. Zie ook ANW
 
 

B

Balie. De gezamenlijke advocaten (en hun orde) van een arrondissement. 

Ballistiek. De wetenschap en technologie die zich bezighoudt met de beweging, het gedrag en de effecten van projectielen, in het bijzonder kogels. Vuurwapen-ballistische informatie wordt toegepast in forensisch onderzoek.
.
Ballotage. Methode bij het toelaten van nieuwe leden tot een vereniging. Pas nadat de leden van de ballotagecommissie verklaard hebben geen bezwaar te hebben, kan men lid worden.

Bankbeslag. Alleen het saldo op het moment van beslaglegging valt onder beslag, niet eventuele latere stortingen. Als de deurwaarder beslag legt op een en/of-rekening ten laste van één van de rekeninghouders valt toch het gehele saldo onder het beslag. Als de deurwaarder beslag op een bankrekening legt terwijl hij weet dat deze bedoeld is voor een uitkering, kan dit onder omstandigheden tuchtrechtelijk laakbaar zijn. Zie ook Overheidsvordering
.
Bankbreuk. Hiervan is sprake wanneer de gefailleerde buitensporige uitgaven of bezwarende geldopnemingen heeft gedaan, of zijn boeken en bescheiden niet in ongeschonden staat te voorschijn brengt. Strafbaar feit. Zie ook Bedrieglijke bankbreuk

BARD. Bureau auto- en rijwieldiefstal. 

BAS. Bekeuringenafhandelingssysteem. 
.
Basispunten. Binnen de richtlijnen van het Openbaar Ministerie wordt gewerkt met een puntensysteem. Er wordt gewerkt met 'strafpunten' en 'sanctiepunten'. De 'strafpunten' zijn een maat voor de ernst van het feit of het complex van feiten. De 'sanctiepunten' zijn bepalend voor de strafmaat die de richtlijn indiceert. 
Het beoordelingsproces start met de bepaling van de basisdelicten. Dat zijn de delicten in hun meest eenvoudige verschijningsvorm, zonder bijkomende strafverzwarende of -verminderende omstandigheden. Aan de hand van het basisdelict wordt het aantal 'basispunten' toegekend; het aantal strafpunten dat bij dat basisdelict behoort.Van het te beoordelen feit wordt bepaald welk basisdelict het betreft. Aan elk basisdelict is een aantal basispunten toegekend; de strafpunten die zijn toegekend aan dat basisdelict. Dit aantal strafpunten vormt het uitgangspunt van de beoordeling. De beoordelingsfactoren zijn ingedeeld in 'basisfactoren', 'delictspecifieke factoren', 'wettelijke factoren', 'recidiveregeling', 'draagkracht' en 'maatwerk'. Zie ook Sanctiepunt
.
BBE. Bijzondere Bijstandseenheid. Verleent bijzondere bijstand aan de reguliere politie bij de bestrijding van terroristische acties. 

BBS. Besluit Buitengewoon Strafrecht. 

BC. Beroepscommissie van de CRvA

Bedelarij. Het in het openbaar vragen om geld of goederen ten behoeve van zichzelf, dan wel ten behoeve van kind of hond. 

Bedrog. 1. (c) Een door de wederpartij opgewekte dwaling, waarbij sprake is van opzet. Dit bedrog geeft de bedrogene gedurende vijf jaar recht de overeenkomst te vernietigen. 2. (s) Het op arglistige wijze opwekken van onjuiste voorstellingen bij een ander, zoals bij oplichting, verduistering of valsheid in geschrifte. 

Bedrieglijke bankbreuk. Hiervan is sprake wanneer de gefailleerde zijn lasten verdicht, zijn baten niet verantwoordt, goederen aan de boedel onttrokken heeft, goederen om niet of beneden de waarde vervreemdt, een schuldeiser bevoordeelt, geen boek heeft gehouden of geen boeken te voorschijn brengt. Strafbaar feit. Zie ook Bankbreuk

Begiftigde (c). Ook: donataris. Wederpartij van een schenker in de overeenkomst van schenking. De begiftigde is degene die de schenking aanneemt. 

Begunstigde (c). Elk van degenen die in een (levens)verzekeringspolis zijn genoemd als gerechtigden tot het in ontvangst nemen van de uitkering. 

Bekentenis. Erkenning dat men een laakbare of strafbare handeling heeft verricht. 1. (c) Wordt in civielrechtelijke zaken als volledig bewijs beschouwd. 2. (s) In strafzaken geen zelfstandig bewijsmiddel, maar onderdeel van de verklaringen van de verdachte

Bekeuring. Proces-verbaal (1). 

Beklaagde. Ouderwetse benaming voor verdachte

Beklaagdenbank. Bank in de rechtszaal waar de verdachte dient plaats te nemen. 

Belang (v). Vermogensbestanddeel, economisch goed waarbij iemand belang heeft, dat op geld waardeert, aan gevaar onderhevig en bij de wet niet uitgezonderd is. Doorgaans wanneer er voordeel mee gemoeid is. 

Belanghebbende (o). Degene die door een overheidsbeschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen en als zodanig het recht heeft daartegen een voorziening te vragen door instelling van administratief beroep of het doen van beroep op een onafhankelijke rechter. 

Belasting. Heffing door de overheid van de onderdanen gevorderd ter voorziening in de kosten van het bestuur. 

Belastingdeurwaarder. Ambtenaar belast met werkzaamheden op fiscaal gebied, zoals beslaglegging op goederen. Zie ook Deurwaarder

Belastingkamer. Onderdeel van het Gerechtshof dat is belast met de behandeling van geschillen over belastingzaken. De zittingen van de belastingrechter zijn niet openbaar. Zie ook Administratieve rechtspraak in belastingzaken

Beledigde partij (s). De partij die rechtstreeks schade heeft ondervonden door een gepleegd strafbaar feit en zich in de betreffende strafzaak in het geding voegt met een vordering tot schadevergoeding. De grens tot welke men zo'n vordering kan indienen is beperkt en men verliest daarmee de aanspraak op eventuele hogere schadevergoeding. Heeft men dus meer te vorderen dan het maximale bedrag, dan is het vaak verstandig de vordering op de normale wijze bij de burgerrechter in te dienen in een civielrechtelijke procedure. 

Belediging 1. (s) Strafbaar feit. Opzettelijke aanranding van eer of goede naam op beledigende wijze, onafhankelijk van de juistheid der betichting. Zie ook Eenvoudige belediging, Laster, Lasterlijke aanklacht, Smaad en Smaadschrift. 2. (c) Onrechtmatige daad, waarbij de beledigde niet alleen schadevergoeding en betering kan vragen, maar ook openbaar eerherstel en openbaarmaking van het vonnis. 

Beleidssepot. Hiervan is sprake wanneer de officier van justitie op grond van beleid, krachtens het opportuniteitsbeginsel, seponeert. Zie ook Technisch sepot
.
Belgische clausule. Attentaatsclausule
.
Belofte. Vorm van eed. Plechtige verklaring om kracht bij te zetten bij 1. een belofte voor de toekomst of 2. een verklaring over feiten. De beëdigde spreekt de woorden uit: `Dat beloof ik.' Zie ook Beslissende eed en Suppletoire eed
.
Bemiddelingsopdracht. Afspraken tussen opdrachtgever en makelaar ten aanzien van aan- of verkoop van onroerend goed. Deze overeenkomst bevat niet alleen de omschrijving van de opdracht, maar ook de condities en voorwaarden waaronder de opdracht wordt uitgevoerd, de diensten die worden verricht en de kosten die hiermee gepaard gaan. 
.
Beneficiaire aanvaarding (c). Ook: aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. Het slechts willen aanvaarden van een nalatenschap wanneer het saldo batig is. De erfgenaam die slechts beneficiair wil aanvaarden dient daartoe een verklaring af te leggen ter griffie van de rechtbank in wiens gebied de erfenis is opengevallen. 

Berisping. Terechtwijzing. De lichtste hoofdstraf in het strafrecht voor minderjarigen en het tuchtrecht

Beroep. Ook: `hoger beroep' of `appèl'. Voorziening door de in het ongelijk gestelde partij tegen een uitspraak van een lagere instantie bij een eerstvolgende hogere instantie. Men kan slechts éénmaal in hoger beroep gaan. Zie ook Cassatie

Beroepsinformant. Deze informant is vaak zelf crimineel, in elk geval in die kringen vertoevend, waar hij min of meer beroepsmatig informatie doorspeelt aan de politie. Zijn motief is doorgaans puur winstbejag, veelal nog gevoed door haat, nijd, eigenbelang enz. Deze groep informanten krijgt de meeste aandacht van de politie. 

Beschadigde borg (c). De borg die de schuldige aan de eiser heeft voldaan. Hij kan het door hem betaalde op de hoofdschuldenaar verhalen. Bovendien is de schuldenaar verplicht hem alle kosten en schaden te vergoeden. 

Beschikking. 1. Eenzijdige wilsuiting van een overheidsorgaan in een concreet geval, niet zijnde een algemene regeling. 2. Schriftelijk besluit van een administratief orgaan, gericht op enig rechtsgevolg. Een besluit van algemene strekking en een rechtshandeling naar burgerlijk recht zijn geen beschikkingen in de zin van de wet. 3. Beslissing in het strafproces die niet op de rechtszitting is gegeven, maar bijvoorbeeld in de raadkamer. 

Beschikkingsbevoegdheid (c). Het recht om over een goed te beschikken. In het algemeen kan men de rechten op een goed slechts aan een ander overdragen wanneer men beschikkingsbevoegdheid heeft. 

Beslag. Voorlopige maatregel waarbij de overheid, al dan niet op vordering van een belanghebbende, bepaalde zaken aan de vrije beschikking van de eigenaar of anderen onttrekt, of wel deze onder zich neemt. Zie ook Conservatoir beslag, Executoriaal beslag, Faillissement, Inbeslagname en Revindicatoir beslag

Beslag op het gehele vermogen. Faillissement.
.
Beslagvrije voet. Op een deel van het inkomen mag de deurwaarder geen beslag leggen. Dit is de zogenaamde 'beslagvrije voet'. Afhankelijk van de huishoudsituatie en leeftijd gelden verschillende basisbedragen, in beginsel 90% van de toepasselijke bijstandsnorm. De beslagvrije voet wordt verhoogd met de woonkosten, na aftrek van de normhuur en de ontvangen huurtoeslag of woonkostentoeslag.
Wanneer betrokkene niet in Nederland woont of vast verblijft geldt er geen beslagvrije voet. Dus wanneer men bijvoorbeeld in Spanje woont en vanuit Nederland een AOW-uitkering ontvangt, dan zal wanneer er beslag op deze uitkering wordt gelegd, de gehele uitkering naar de beslaglegger gaan. Slechts indien de debiteur aantoont over onvoldoende middelen van bestaan te beschikken zal de kantonrechter op verzoek alsnog een beslagvrije voet vaststellen. De bewijslast van de inkomenspositie ligt dan bij betrokkene.
De hoogte van de beslagvrije voet in deze situatie hoeft niet gelijk te zijn aan de beslagvrije voet zoals deze normaal berekend wordt. Er kan rekening gehouden worden met het prijspeil en levensstandaard in het betreffende land.
Het komt wel eens voor dat bij een dak- of thuisloze in Nederland de beslagvrije voet op nihil wordt gesteld. Dit is echter niet juist. Iemand zonder vaste verblijfplaats in Nederland, heeft nog wel een vast verblijf in Nederland. 
.
Beslissend bewijs. Alle volledige bewijs waartegen geen tegenbewijs is toegelaten. 

Beslissende eed (c). De eed door één der partijen in het civielrechtelijk proces opgedragen aan de tegenpartij om daarvan de uitslag van het geding te laten afhangen. A draagt B de eed op; als B accepteert wint B; als B de eed terugwijst en A accepteert dan wint A; als A weigert dan wint B; als B weigert dan wint A. 

Besloten testament (c). Geheim testament. Alleen geldig wanneer het door de erflater is ondertekend en aan de notaris wordt aangeboden in tegenwoordigheid van vier getuigen. De notaris weet dus dat er een testament is, maar kent de inhoud daarvan niet. 
.
Bestuursrecht. Administratief recht.
.
Betaling (c). Nakoming van een verbintenis, niet slechts de voldoening van een geldschuld. 

Betekenen. Uitreiken van een afschrift door deurwaarder, postbode of overheidsdienaar bijvoorbeeld van een dagvaarding of een vonnis. 

Beursfraude. Het met misbruik van voorwetenschap handelen in effecten. 

Beveiliging. Een van de doelstellingen van het strafrecht. In tegenstelling tot de speciale preventie gaat het bij beveiliging niet om het effect na de tenuitvoerlegging van de straf, maar om het effect tijdens de tenuitvoerlegging. (Zolang de dader vastzit kan er niets gebeuren; zolang iemand zijn rijbewijs is afgenomen, kan hij niet dronken achter het stuur zitten.) 

Beveiligingsbeambte. Persoon in dienst van een particuliere bewakings- en beveiligingsdienst. Hij heeft in principe niet meer rechten dan elke andere burger. Zie ook Arrestatie (2). 

Bevel. Exploot van een deurwaarder waarin de aanzegging om aan het vonnis of de akte te voldoen. Zie ook Rechterlijk bevel tot betaling.

Bevoegdheid. Ook: competentie. Zie Absolute bevoegdheid en Relatieve bevoegdheid

Bewaring. Vorm van voorlopige hechtenis. Tijdens de inverzekeringstelling moet de officier van justitie bepalen of hij wenst dat de verdachte na zijn inverzekeringstelling nog langer vast moet blijven zitten. Op vordering van de officier van justitie kan de rechter-commissaris een bevel tot bewaring van de verdachte geven voor maximaal veertien dagen. Deze termijn kan niet worden verlengd. Zie ook Gevangenhouding en  Inbewaringstelling.

Bewijs. 1. (c) In het civielrechtelijk proces de aangetoonde juistheid of onjuistheid van bepaalde feiten. De bewijslast ligt hier voornamelijk bij de eiser: wie eist, bewijst. De rechter mag geen rekening houden met feiten die niet door partijen zijn gesteld en niet door hen zijn bewezen. 2. (s) In het strafrecht ligt de bewijslast bij het openbaar ministerie. De rechter eist wettig en overtuigend bewijs en aansprakelijkheid van de verdachte voor het ten laste gelegde delict. Het bewijs moet bovendien rechtmatig verkregen zijn. Sommige juristen zijn van mening dat bewijs nooit meer is dan een ernstige verdenking. (Ieder bewijs staat bloot aan het gevaar achteraf te worden ontmaskerd als bedrieglijk.) 
.
Bewijs van goed gedrag. Zo wordt in de volksmond vaak een Verklaring omtrent het gedrag genoemd. 
.
Bewijsgrond. De gevolgtrekking van de rechter uit de hem ter beschikking staande bewijsmiddelen. Op basis hiervan vormt hij zijn oordeel en vonnis. Zie ook Verplicht bewijs (c) en Volledig bewijs (c). 

Bewijsincident (c). Onderbreking van de behandeling van de hoofdzaak van het geschil om partijen de gelegenheid te geven het gestelde te bewijzen, bijvoorbeeld door het oproepen van getuigen. 

Bewijskracht. 1. De bewijzende kracht van een bewijsmiddel. 2. Het vermogen om iets te bewijzen. 

Bewijslast. De verplichting om in een proces het bewijs te leveren. Zie ook Omkering van de bewijslast.

Bewijsmiddel. Elk gegeven dat vereist is voor de oordeelsvorming van de rechter. 1. (c) Schriftelijke bewijsstukken (waaronder foto's, films, tekeningen, etc.), bekentenis, gerechtelijke eed, bewijs door vermoedens. 2. (s) Eigen waarneming van de rechter, verklaringen van de verdachte, getuigenverklaringen, verklaringen van deskundigen, schriftelijke bewijsstukken. 

Bewijs van goed gedrag. Verklaring omtrent het gedrag

Bewind. Het beheer van het goed van een ander, ten behoeve van die ander, doorgaans krachtens een rechterlijke beslissing. De wet geeft een aantal grenzen en richtlijnen. Bewind vindt onder meer plaats in geval van faillissement, wilsonbekwaamheid, curatele en surséance van betaling. Zie ook Mentor

Bewindvoerder. Hij die krachtens een rechterlijke beslissing (bijvoorbeeld in het geval van schuldhulpverlening) of volgens de wil van een schenker of erflater tot het bewind van de goederen van een ander wordt benoemd. 

Bezwaarschrift. Algemeen: geschrift waarbij men tegen een beschikking van het openbaar gezag opkomt. Strafprocesrecht: schriftelijk bezwaar van de verdachte tegen de beslissing van het openbaar ministerie om hem te vervolgen. Dit bezwaarschrift wordt voordat de zaak voorkomt aan de rechter voorgelegd. De raadkamer beslist op het bezwaarschrift. Wordt de vervolging afgekeurd, dan stelt zij de verdachte buiten vervolging. Wordt de vervolging niet afgekeurd, dan verwijst zij de verdachte naar de terechtzitting en gaat de zaak op een later tijdstip verder. 

BFO. Ook: kaalplukteam. Bureau Financiële Ondersteuning. Recherche- eenheid die zich toelegt op het opsporen en in beslag nemen van geld of goederen die door criminele activiteiten zijn verkregen. Zie ook BOOM, CABB en Ontnemingsvordering

Bigamie. Het opzettelijk aangaan van een dubbel huwelijk. Strafbaar voor de reeds gehuwde partij en ook voor de partij die met de reeds gehuwde partij in het huwelijk treedt, wanneer kan worden aangetoond dat deze wist dat het eerder gesloten huwelijk niet ontbonden was. 

Bijkomende straffen (s). Elk der straffen die aan de hoofdstraffen kunnen worden toegevoegd, te weten ontzetting van bepaalde rechten (bijvoorbeeld ontzegging van de rijbevoegdheid), plaatsing in een rijkswerkinrichting, verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen en vorderingen, en openbaarmaking van de gerechtelijke uitspraak. 

Bijzondere schriftelijke last tot binnentreden. Schriftelijke toestemming van de (hulp)officier van justitie om een bepaalde woning binnen te gaan. Zie Binnentreden
.
BIK. Zie Staffel Buitengerechtelijke Incasssokosten
.
Bindend aanbod (c). Aanbod waaraan men gebonden wordt geacht zodra men het accepteert. Wil men dit voorkomen, dan dient duidelijk te worden gemaakt dat het om een vrijblijvend aanbod gaat. 

Bindend advies (c). Advies van arbiter, waaraan beide partijen zich dienen te houden. Zie ook Akte van compromis. Mocht één der partijen zich niet gedragen overeenkomstig het advies, dan kan de wederpartij alsnog de rechter om nakoming verzoeken. 
.
Bindingstheorie (s). Theorie waarin men ervan uitgaat dat elk mens geneigd is om `slecht` te zijn, maar daarin wordt geremd door maatschappelijke factoren als gezin, familie, buurt, etc. Met andere woorden: sociale controle als middel tegen criminaliteit. Reden waarom een jongere uit een "goed milieu" minder snel in de gevangenis terecht komt dan een jongere uit een milieu waarin deze remmende maatschappelijke factoren in mindere mate aanwezig zijn. Er zijn mensen die dit - om begrijpelijke redenen - een vorm van klassejustitie noemen. 
.
Binnentreden. Dit mag het bevoegd gezag (bijvoorbeeld de politie) niet zomaar doen zonder toestemming van de bewoner. Wil het bevoegd gezag zonder die toestemming de woning betreden, dan heeft het een bijzondere schriftelijke last tot binnentreden nodig, tenzij er sprake is van overmacht, noodweer enz. Zie ook Doorzoeking, Afvoerpijp-arrest en Vormfout.

Biologische sporen. Hieronder vallen onder meer bloed, sperma, speeksel, urine, faeces, haren en vezels. 

Bis de eadem re ne sit actio (l). Over dezelfde zaak mag niet voor de tweede maal geprocedeerd worden. 

BIZ. Bureau Interne Zaken. 

Bloedproef (s). Kan afgenomen worden van iemand die verdacht wordt van het rijden onder invloed van alcohol. Geschiedt door een arts, die zoveel bloed afneemt als voor het onderzoek noodzakelijk is (er moet voldoende bloed worden afgenomen voor een eventuele contra-expertise). 
.
Bloot eigendom. Eigendom van (doorgaans onroerend) goed waar een ander een beperkt zakelijk recht op heeft. Door het recht van die ander heeft de bloot eigenaar over het algemeen niet de directe beschikking over zijn goed. Zie ook Vruchtgebruik. 
.
BO. Bijzondere opdracht. 

BOA. Bijzondere Opsporings- en Aanhoudingseenheid. 
.
Bodemprocedure. De procedure waarin een geschil definitief beslecht wordt. Dit in tegenstelling tot een voorlopige voorziening. Zie ook Kort geding
.
Bodypacker (e). Ook: slikker. Iemand die drugs smokkelt door ze in te slikken. Zie ook Anale visitatie en Vaginale visitatie

Boedel. Het gehele vermogen. Niet te verwarren met inboedel

Boedelbeschrijving. Staat of opstelling van de boedel bij notariële akte. Is vereist wanneer één of meer van de betrokkenen onder curatele, voogdij of bewind staan en/of wanneer meerdere partijen tot de boedel gerechtigd zijn. 

Boedelscheiding. Verdeling van een nalatenschap tussen de daartoe gerechtigde erfgenamen. Niet te verwarren met boedelverdeling.

Boedelschuld. 1. De kosten van een faillissement, bijvoorbeeld salaris curator, proceskosten, arbeidslonen. 2. De schuld ten laste van een nalatenschap, voortkomend uit de onkosten van de afwikkeling. 

Boedelverdeling. De verdeling van de erflater ten aanzien van de boedel die hij aan zijn erfgenamen in neergaande lijn en aan zijn overlevende echtgenote zal nalaten. Niet te verwarren met boedelscheiding

Boekhouding. Het houden van aantekeningen van de vermogenstoestand van het bedrijf, zodanig dat daaruit te allen tijde kan worden opgemaakt wat de financiële rechten en verplichtingen van het bedrijf zijn. Is verplicht voor iedereen die een bedrijf uitoefent. 

Boete. 1. (s) Hoofdstraf, bestaande in de verplichting tot betaling van een geldsom. 2. (c) Geldstraf die wordt opgelegd, bijvoorbeeld wegens het te laat opleveren van een bepaald werk. Zie ook Boetebeding

Boetebeding (c). Beding waarbij iemand tot betaling van een boete (2) wordt verplicht indien hij de verbintenis niet, niet behoorlijk of niet tijdig nakomt. Zie ook Wanprestatie

BOOM. Bureau Ondersteuning openbaar ministerie. Bureau dat de ontnemingsvorderingen coördineert. Zie ook BFO en CABB

BOPZ. Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen. 

Borg. Degene die zich in een overeenkomst van borgtocht tot zekerheid verbindt voor de schuld van een ander tegenover diens schuldeiser. Wanneer de schuldenaar in gebreke blijft, kan de borg financieel worden aangesproken door de schuldeiser. Zodra de borg betaalt, treedt hij in de rechten van de schuldeiser. 

Borgstelling. Borgtocht

Borgtocht. Overeenkomst waarbij een borg zich voor een schuldeiser verbindt voor de nakoming van een verbintenis indien de schuldenaar in gebreke blijft. Zodra de schuldenaar de verbintenis nakomt, is de overeenkomst van borgtocht teniet. 
.
BPS. Bedrijfsprocessensysteem van de politie. Systeem waarin b.v. alle aangiften in worden opgenomen, maar ook waarschuwingen en maatregelen m.b.t. personen, zoals gebiedsontzeggingen. 
.
Braak. Inbraak

Braaksporen. Sporen van inbraak. 

Brandstichting. Het opzettelijk stichten van brand wordt gestraft wanneer daardoor algemeen gevaar voor goederen of levensgevaar voor een ander is te duchten. Ook is het strafbaar wanneer levensgevaar voor een ander is te duchten en het feit iemands dood tot gevolg heeft. 

Bruikleen. Overeenkomst waarbij de ene partij zich aan de andere een zaak om niet ten gebruike geeft, onder voorwaarde van teruggave van dezelfde zaak. 

Bug (e). Afluisterapparaatje. 

Buitensporige verteringen. Zie Bankbreuk.

Buiten vervolging-stelling. Zie Bezwaarschrift

Buitgerichte opsporing. Zie BFO en BOOM

Bureau voor Rechtshulp. Instelling waar men terecht kan voor allerlei juridische vragen en problemen. 

Burengerucht. Rumoer waardoor de nachtrust kan worden verstoord. 

Burenrecht. Het geheel van regels en verplichtingen betreffende de rechten en verplichtingen tussen eigenaren van naburige erven, voortvloeiend uit de wet. 

Burgerinfiltrant. Doorgaans afkomstig uit het criminele milieu. Zie ook Politie-infiltrant

Burgerlijke rechter. Rechter die rechtspreekt in burgerlijke zaken. 

Burgerlijke staat. 1. De algemene rechtstoestand van een persoon, met betrekking tot zaken als huwelijk, geslacht, leeftijd, afstamming en nationaliteit. 2. In engere zin (op formulieren) heeft het begrip betrekking op de vraag of men ongehuwd, gehuwd of gescheiden is, of een partnerschaprelatie heeft. 

Burgerlijk recht. Ook: privaatrecht. Het geheel van voorschriften betreffende de rechtsverhouding tussen bijzondere natuurlijke- en rechtspersonen. Nota bene: ook de overheid is een rechtspersoon, en wanneer de overheid niet als overheid optreedt, maar als civielrechtelijk rechtspersoon, bijvoorbeeld bij de verkoop van een huis aan een burger, is het burgerlijk recht daarop van toepassing. Treedt de overheid wel als overheid op, dan is het publiekrecht van toepassing. Zie ook Strafrecht.

Burgerlijk wetboek (BW). Wetboek dat het burgerlijk recht bevat. Bestaat uit vijf boeken: I personen- en familierecht, II rechtspersonen, III van zaken, IV van verbintenissen, V van bewijs en verjaring. 
.
Burgerpot. Deel van de uniformdienst van de politie dat in voorkomende gevallen in burgerkleding opereert. Niet te verwarren met rechercheurs. 
.
Buro Slachtofferhulp. Instelling waarbij slachtoffers van een strafbaar feit terecht kunnen voor opvang, hulp, informatie en advies. 

BVD. Binnenlandse Veiligheidsdienst. Thans AIVD.
.
BVI. Bureau Veiligheid en Integriteit van het KLPD. Het bureau dat zich o.a. bezighoudt met het screenen van sollicitanten bij de politie. 
.
BW. Burgerlijk Wetboek
 
 
 

C

CABB. Centraal Advies- en Beheersbureau Beslag. Zie ook BFO, BOOM en Ontnemingsvordering

Caduciteit. Nietigheid, krachteloosheid. 

Canon. Jaarlijkse pacht, verschuldigd wegens erfpacht

CAO. Collectieve Arbeidsovereenkomst. Contract tussen een werkgever of werkgeversverbond en één of meer werknemersverenigingen, waarin is bepaald welke arbeidsvoorwaarden voor leden van deze vereniging bij individuele arbeidsovereenkomsten van toepassing zijn. Een CAO is dus niet hetzelfde als een arbeidsovereenkomst.

Caoutchoucartikel. Kapstokartikel

Cassatie. Vernietiging van uitspraken van lagere rechters door de Hoge Raad, wegens overschrijding van de rechtsmacht, schending van het recht of verzuim van vormen voorgeschreven op straffe van nietigheid. 

Casus a nullo (nemine) praestatur (l).  Voor toeval is niemand aansprakelijk. 

Cataloguswet. Wet waarin allerlei andere wetten zijn ondergebracht. Zie ook WED

Causaliteit. Het verband tussen oorzaak en gevolg. 1. (s) In het strafrecht is er sprake van causaliteit wanneer de verdachte een bepaald feit heeft veroorzaakt en daarvoor verantwoordelijk is. 2. (c) In het civielrecht is er sprake van causaliteit wanneer iemand een bepaalde schade heeft veroorzaakt. Hij wordt dan aansprakelijk gesteld. 

Cautie. Waarschuwing. Zie Waarschuwingsplicht en Zwijgrecht
.
CBP. College Bescherming Persoonsgegevens.
.
CBS. Centraal Bureau voor de Statistiek. 

CBW. Chef Bijzondere Wetten. 

Cedent. Hij die cessie verricht; iets overdraagt. Zie ook Cessionaris

Cederen. Het doen van cessie

Centrale Raad. CRvA

Centrale Raad van Beroep (CRvB). Vroegere beroepsinstantie voor de Raden van Beroep en de Ambtenarengerechten. Sinds 1992 zijn de raden van beroep en ambtenarengerechten geïntegreerd in de rechtbanken. 

Cessie. Overdracht van een vordering op naam; vervanging van de schuldeiser. Dit geschiedt door een akte van cessie. In Nederland kan het overdragen van een vordering op naam op twee manieren, die zijn vastgelegd in art. 3:94 van het Burgerlijk Wetboek. Deze manieren zijn:

  • De 'klassieke' manier, waarbij de levering slechts effect heeft als aan de cessus mededeling is gedaan van de levering. Tot die tijd heeft de cessie ook tussen de cedent en de cessionaris nog geen werking. 
  • De nieuwe manier, geïntroduceerd op 1 oktober 2004, waarbij de cessie kan plaatsvinden zonder mededeling aan de debiteur (debitor cessus). Deze wijze van cessie wordt ook wel aangeduid als stille cessie. 
In beide gevallen moet een akte worden opgemaakt door de cedent en de cessionaris. De debitor cessus (debiteur) mag hierdoor niet in een slechtere rechtspositie belanden, en behoudt in een eventueel conflict met de cedent alle rechten. Hij mag zich bijvoorbeeld op verrekening beroepen of zijn betaling opschorten wegens wanprestatie van de cedent. De cessionaris heeft dit te respecteren. Hierdoor willen veel incassobureau's liever geen vorderingen overnemen door cessie: ze lopen het risico in inhoudelijke discussies over zaken tussen de debiteur en de cedent verzeild te raken.
.
Cessionaris. Degene aan wie cessie wordt gedaan. Zie ook Cedent

Chantage. Afdreiging

Chemische castratie. Groot woord voor medicamenteuze behandeling om de seksuele driften te onderdrukken. Wordt op basis van vrijwilligheid al jaren gebruikt bij de behandeling van daders van zedenmisdrijven, onder meer in TBS-klinieken. Zie ook Androcur 50

CID. Criminele Inlichtingendienst. Politie-organisatie die onder meer als taken heeft de actieve inwinning van inlichtingen omtrent opererende criminelen, verkenning in de criminele milieus, observatie van bepaalde criminelen en analyseren van bepaalde gegevens. Zie ook NCID en RCID
.
Cirkelredenering. Ook: petitio principii. Drogreden waarbij al als juist wordt aangenomen wat nog bewezen moet worden, of waarbij feiten gebruikt of aangehaald worden waarvan men ten onrechte veronderstelt dat ze al bestaan of verwezenlijkt zijn.
.
Civiel. Burgerlijk. 

Civiele actie. Rechtsvordering waardoor een civielrechtelijk proces wordt begonnen. 

Civiele partij (s). Beledigde partij.

Civiele verbintenis. Verbintenis met rechtsvordering, vatbaar voor schuldvergelijking en schuldvernieuwing. 
.
Civiel recht. Burgerlijk recht
.
Civielrechtelijk. Burgerrechtelijk; privaatrechtelijk. 

CJIB. Centraal Justitieel Incassobureau. 
.
Class-action (e). Representatieve actie. Vorm van een rechtszaak waar een grote groep mensen collectief een vordering bij de rechter brengen of waar een klasse van verdachten vervolgd wordt. De rechter bepaalt of de hoofdeiser representatief is voor de gehele groep, en kiest de advocaat die de groep het best lijkt te kunnen representeren. Het toezicht van de rechter strekt zich ook uit tot een eventuele schikking: hij beoordeelt of de schikking het belang van alle gedupeerden in de groep dient. Zelfs de hoogte van de beloning van de advocaat, betaald uit de schadevergoeding, wordt door de rechter vastgesteld. 
.
CMK. Centrale meldkamer. 

Code civil (f). Het Franse burgerlijk wetboek. 

Code penal (f). Het Franse wetboek van strafrecht. 

Codicil. Uiterste wil zonder erfstelling. Het codicil moet door de erflater geheel met de hand zijn geschreven, gedagtekend en ondertekend. Een codicil beperkt zich tot de aanstelling van executeurs, de regeling van begrafenis of crematie, en de making van legaten van kleding, lijfstoebehoren, bepaalde lijfssieraden en meubelstukken. 

Cogitationis poenam nemo patitur (l). Niemand wordt gestraft voor wat hij denkt. 

Collectieve Arbeidsovereenkomst.CAO

Collegiale rechtspraak. Rechtspraak door een college van rechters, in meervoudige kamers. Zie ook Alleenrechtspraak

Columbo-techniek. Verhoortechniek waarbij de verhorende politiefunctionaris steeds maar blijft doorvragen en zich van de domme houdt. Genoemd naar inspecteur Columbo, uit de gelijknamige Amerikaanse tv-serie. Zie ook Zaanse verhoormethode

Commissiedelict. Delict waarbij een bepaalde handeling wordt verricht of een bepaald gevolg teweeg wordt gebracht (er wordt iets gedaan). Zie ook Ommissiedelict

Commune strafrecht. Het gewone strafrecht, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het militaire strafrecht. 

Comparant. 1. De partij die persoonlijk voor de rechter verschijnt bij een comparitie. 2. Elk der partijen bij een notari‰le akte. 

Compareren. Verschijnen bij een rechtshandeling of comparitie

Comparitie. Verschijning van partijen in persoon voor de rechter in raadkamer, bij de wet of door de rechter gelast, bijvoorbeeld bij echtscheidingscomparitie. 

Compensatie. Schuldvereffening, schuldvergelijking, verrekening. 

Competentie. Bevoegdheid

Compositiefoto. Montagefoto van de verdachte, samengesteld op basis van omschrijvingen van slachtoffers, getuigen, informanten enz. 

Compromis. Zie Akte van compromis

Concluderen. 1. (c) Het nemen van een conclusie in rechte door (de vertegenwoordigers van) de partijen in een burgerlijk proces. 2. (s) Het formuleren van de eis door het openbaar ministerie. 

Conclusie. 1. (c) Elk der beweringen en vertogen van de (vertegenwoordigers van de) partijen in een burgerlijk proces. Zie Conclusie van eis, Conclusie van antwoord, Conclusie van Repliek en Conclusie van dupliek. 2. (s) De door het openbaar ministerie geformuleerde eis. 3. Civiele conclusie van het openbaar ministerie omtrent de beslissing bij de cassatie-procedure. Zie ook Deductieve logica

Conclusie van antwoord (c). Het verweer tegen de Conclusie van eis

Conclusie van dupliek (c). Het antwoord van een gedaagde op de Conclusie van repliek

Conclusie van eis (c). De eis van de partij die een civielrechtelijke procedure aanspant, hetzij in eerste aanleg, hetzij in appèl. Het is grotendeels gelijk aan de dagvaarding (1). Zie ook Petitum. De volgorde is aldus: conclusie van eis (dagvaarding), conclusie van antwoord (eventueel vergezeld van eis in reconventie), conclusie van repliek, conclusie van dupliek

Conclusie van repliek (c). Het antwoord van de eiser op de Conclusie van antwoord van gedaagde. 
.
Concurrentiebeding. Ook non-concurrentiebeding. Bepaling in een overeenkomst waarbij een partij zich verplicht de andere partij geen concurrentie aan te doen, noch in loondienst noch als zelfstandige. Zo'n beding komt vaak voor bij de verkoop van een onderneming, en in de arbeidscontracten van werknemers. De gedachte achter het beding is dat het niet fair tegenover de werkgever zou zijn wanneer een werknemer bepaalde via het bedrijf verkregen kennis gebruikt om tegen datzelfde bedrijf te concurreren. Hetzelfde idee geldt bij overnames: het zou oneerlijk zijn wanneer het overnemende bedrijf veel geld betaalt voor een onderneming waarna de verkoper een nieuwe concurrerende onderneming start. Elke overeenkomst is in principe eindig. Wordt er in het concurrentiebeding geen tijdsduur bepaald, dan kan de overeenkoms na verloop van tijd met succes worden aangevochten.
.
Concursus idealis (l). Eendaadse samenloop

Concursus realis (l). Meerdaadse samenloop
.
Conformiteit. "De verkoper is verplicht een product te leveren dat met het consumentenrecht in overeenstemming is." Zie ook Consumentenkoop, Non-conformiteit en Wanprestatie
.
Confrontatieopstelling. Keuzeconfrontatie

Confrontatiespiegel. Spiegel op het politiebureau, die wordt gebruikt om getuigen te confronteren met verdachten, zonder dat zij zelf worden gezien of gehoord. De spiegel is doorzichtig aan de kant van de getuige en spiegelend aan de kant van de verdachten, en bevindt zich in een wand tussen twee ruimten. 

Conservatoir beslag (c). Het in bewaring nemen van roerende goederen van een schuldenaar wanneer er gegronde vrees bestaat voor verdonkeremaning of wegmaking van die goederen. 

Considerans (l). Inleidende paragraaf van een wet (besluit, vonnis), waarin de overwegingen waarop zij berusten worden vermeld. 

Constitutief vonnis. Vonnis dat een bepaalde rechtstoestand in het leven roept, wijzigt of teniet doet, bijvoorbeeld vonnis van echtscheiding of faillissement. 

Constitutum possessorium (l). Overgang van bezit in houderschap. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer je je huis verkoopt, maar erin blijft wonen als huurder. 
.
Consumentenkoop. Koopovereenkomst tussen een beroepsmatige  verkoper (bedrijf) en een particuliere koper van roerende goederen voor particulier gebruik. 
.
Contactambtenaar. Runner

Contentieuze rechtspraak. Rechtspraak in een twistgeding, in tegenstelling tot voluntaire jurisdictie, waarbij de rechter geen vonnis wijst maar een beschikking geeft. 

Contractuele aansprakelijkheid. Aansprakelijkheid die voortvloeit uit een overeenkomst. 

Contra-expertise. De verdachte is bevoegd zijnerzijds een deskundige aan te wijzen. 

Conventie. Eis. Zie Eis in Reconventie
.
Cookiewet. Controversieel artikel in de Telecommunicatiewet (Tw). Artikel  11.7a Tw schrijft voor dat bij het lezen of plaatsen van alle soorten gegevens, waaronder alle soorten cookies op de randapparatuur van een gebruiker, voorafgaande toestemming van de gebruiker vereist is, en dat voorafgaand aan die toestemming duidelijke en volledige informatie moet worden verstrekt. De belangrijkste kritiek op de cookiewet is dat de wet onuitvoerbaar is en dat de wettekst ten gevolge van de technische ontwikkelingen snel achterhaald zal zijn. 
.
Corpus delicti (l). Het voorwerp waarmee een delict is begaan. 

Corruptie. Het als ambtenaar misbruik maken van bevoegdheden, teneinde persoonlijk voordeel (winstbejag) te behalen. Het begrip `voordeel' moet hierbij zeer ruim worden geïnterpreteerd, dus niet alleen op geld worden betrokken. Zie ook Graseter en Vleeseter

Courtage. Makelaarsprovisie. 

CRI. Centrale Recherche Informatiedienst. 

Criminalistiek. Ook: opsporingsleer. Feitelijke strafrechtswetenschap die zich bezighoudt met de techniek van het opsporingsonderzoek en daartoe gebruik maakt van gegevens ontleend uit de scheikunde, dactyloscopie, ballistiek enz. 
.
Criminele organisatie. Organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Van een organisatie in de zin van Sr 140 lid 1 kan pas sprake zijn indien de deelnemers niet ieder voor zich maar in een zekere duurzame onderlinge samenwerking participeren. Het is bepalend of er sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen. Het is moeilijk hard te maken dat iemand strafbaar is als deelnemer aan een criminele organisatie. Doorgaans kunnen leden van een al dan niet criminele organisatie wel individueel worden vervolgd als medepleger van een concreet feit. Zelfs een organisatie die voor 100% uit criminelen bestaat, is niet per definitie een criminele organisatie. 
.
Criminologie. Feitelijke strafrechtswetenschap die de individuele en maatschappelijke voorwaarden voor strafbaar gedrag en het effect van de strafrechtspleging onderzoekt. 

CRvA. Ook: Centrale Raad. Centrale Raad van Advies voor het Gevangeniswezen, de Psychopatenzorg en de Reclassering. 

CRvB. Centrale Raad van Beroep

CTSV. College Toezicht Sociale Verzekeringen. Opvolger van de Sociale Verzekeringsraad. 

Culpa (l). Schuld in de zin van onachtzaamheid. Zie ook Dolus

Culpa lata (l). Grove of aanmerkelijke schuld; vereist voor strafbaarheid. 

Culpa levis (l). Lichte schuld; leidt niet tot strafbaarheid. 

Cumulatieve tenlastelegging. Tenlastelegging met een opgave van meerdere delicten in de dagvaarding, die genummerd zijn en tijdens één onderzoek ter terechtzitting worden behandeld. 

Curandus. Iemand die onder curatele is gesteld, dus door de rechtbank niet in staat wordt geacht zijn eigen of de door hem toevertrouwde belangen behoorlijk waar te nemen. Zie ook Curator

Curatele. Het bewind van de curator over de goederen van de curandus. Een meerderjarige kan onder bepaalde voorwaarden door de rechtbank onder curatele worden gesteld wegens geestelijke stoornis, verkwisting en/of drankmisbruik. Zie ook Mentor

Curator. 1. Iemand die door de rechtbank is belast met een curatele. 2. Beheerder van een onbeheerde nalatenschap, aangesteld door de rechtbank. 3. Iemand die door de rechtbank is aangewezen om in een faillissement het beheer te voeren en onder leiding en toezicht van de rechter- commissaris zorg te dragen voor de vereffening. 4. Iemand die ten behoeve van de belangen van een ongeboren kind is aangesteld, wanneer men verwacht dat de vader van het kind zal zijn overleden alvorens het kind wordt geboren. 

CVOM. Centrale Verwerking Openbaar Ministerie. De CVOM maakt onderdeel uit van het Openbaar Ministerie en is gevestigd in Utrecht. De CVOM zorgt voor de landelijke verwerking van drie zaakstromen: Mulderberoepen (verkeersgedragingen); 30 WAM (motorrijtuig zonder vereiste verzekering); 8 WVW 1994 (rijden onder invloed). 

CvT. Commissie van Toezicht. 
 

D

Da mihi facta, do tibi jus (l). Geef mij de feiten, dan geef ik u het recht. 

Dactyloscopie. Opsporings- en identificatiemiddel aan de hand van vingerafdrukken. Zie ook Genetische vingerafdruk

Dader (s). Pleger van een strafbaar feit. 

Dading (c). Civielrechtelijke schikking, waarbij de partijen een geding voorkomen of beëindigen door elkaar tegemoet te komen. De dading moet schriftelijk worden aangegaan en heeft tussen de partijen de rechtskracht van een vonnis. 

Dagvaarden. Het oproepen van een gedaagde (c), verdachte (s), getuige of deskundige om voor de rechter te verschijnen. In civielrechtelijke zaken wordt de dagvaarding door de deurwaarder uitgebracht, in strafzaken dagvaardt de officier van justitie. 

Dagvaarding. Mededeling aan een gedaagde (c) of verdachte (s), getuige of deskundige dat hij op een bepaald tijdstip voor de rechter moet verschijnen. De uitreiking van de dagvaarding is het begin van het proces. 1. (c) In burgerlijke zaken geschiedt de dagvaarding in opdracht van de eiser, bij deurwaardersexploot of bij rekest. 2. (s) In strafzaken wordt de dagvaarding (van verdachte) of oproeping (van getuige of deskundige) namens de ambtenaar van het openbaar ministerie aan de verdachte uitgereikt door de PTT of een justitiële ambtenaar. De dagvaarding behelst een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, alles op straffe van nietigheid. Zie ook Akte van betekening en Tenlastelegging

Dakken. Het nemen van vingerafdrukken. Zie Dactyloscopie

Deal (e). Akkoordje tussen politie/justitie enerzijds en verdachte of getuige anderzijds. 
.
Debitor cessus. Zie Cessie
.
Decisoir. Beslissend. Zie ook Eed

Deductieve logica. Methode waarmee juristen de waarheid afleiden van het algemene tot het bijzondere. In de deductieve logica worden argumenten "premissen" genoemd en het verdedigde standpunt heet "conclusie". Premissen en conclusies kunnen deductief geldig of ongeldig zijn. Bijvoorbeeld: "Alle juristen zijn academici (premisse), Piet is academicus (premisse), dus Piet is jurist (conclusie)" is deductief ongeldig. "Alle juristen zijn academici (premisse), Piet is jurist (premisse), dus Piet is academicus (conclusie)" is deductief geldig. Een voorbeeld van niet-deductieve argumentatie is generalisatie. Zie ook Inductieve redenering

Deelbaarheid. Een verbintenis is deelbaar wanneer elk der schuldenaren tot een deel van de prestaties is verplicht en/of elk der schuldeisers zijn eigen deel kan vorderen. 

Deelneming. Hiervan is sprake wanneer men meedoet me de dader van een strafbaar feit. 

De facto (l). Feitelijk. 

Defensief verhoor. Verhoortechniek die wordt toegepast wanneer het bewijsmateriaal tegen de verdachte niet helemaal waterdicht is. Aan de hand van een tevoren opgesteld vragenschema wordt de verdachte zonder `tegengas' gehoord. Zijn antwoorden worden direct op papier gezet. 

De internis non iudicat praetor (l). De rechter oordeelt niet over wat iemand denkt. 

De jure (l). Volgens (dwingend) recht. 

Deken van de Orde van Advocaten. Voorzitter van de Raad van Discipline

Dekmantelfirma. Door de politie opgezet bedrijf, dat bijvoorbeeld bancaire diensten aanbiedt aan criminelen die worden verdacht van het witwassen van uit misdadige activiteiten verkregen geld. De bedoeling is het onderzoek naar misdaadorganisaties en het oprollen ervan. 

Delict. Strafbaar feit. 

Delinquent. Iemand die schuldig is bevonden aan het plegen van een strafbaar feit (misdrijf). 

Depenalisering. Het vervangen van strafmaatregelen door bijvoorbeeld verplichting tot betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer. 

Derde. Buitenstaander bij een rechtsverhouding tussen twee (of meer) partijen. 

Derdenbeslag. Beslag dat bij een derde wordt gelegd, bijvoorbeeld loonbeslag, dat bij de werkgever wordt gelegd, of beslag op de uitkering, dat bij de uitkeringsinstantie wordt gelegd. Zie ook Beslagvrije voet

Derden-verzet. Verzet van een derde tegen een vonnis tussen andere partijen, omdat hij van mening is dat zijn rechten zijn aangetast. 

Dereguleren. Het verminderen en beperken van wettelijke regelingen. 

Detentie. Hoofdstraf die overeenkomt met hechtenis

Détournement de pouvoir (f). Misbruik van de bevoegdheid door een overheidsorgaan. Hiervan is onder meer sprake wanneer de overheid haar bevoegdheid aanwendt voor een ander doel dan waarvoor zij gegeven is. 

Deurwaarder. Gerechtsambtenaar belast met het uitbrengen van dagvaardingen en andere exploten, het verrichten van executie van civiele vonnissen en het verrichten van diensten bij terechtzittingen. 
Steeds meer deurwaarders gaan zich naast hun officiële taken bezighouden met het lucratieve bedrijf van incassobureau. De burger wordt daardoor in verwarring gebracht. Een deurwaarder heeft immers meer gewicht en aanzien dan een ordinaire incasseerder, terwijl de deurwaarder zonder gerechtelijk bevel niets meer dan dat is. Op 10 september 2013 verscheen er een artikel in de NRC waarin de deurwaarders zich erover beklagen dat zij vaak bedreigd worden en zich niet langer veilig voelen. In mijn optiek hebben zij dit deels aan henzelf te wijten, gezien de dubbele pet die zij hebben opgezet om hun bedrijfsmatige incasso-activiteiten (onterecht) een officiëel tintje te geven. Zie ook Belastingdeurwaarder

Deurwaardersexploot. Mededeling van een deurwaarder, ambtshalve of in bijzondere opdracht, gedaan in persoon of aan zijn domicilie. Zie ook Dagvaarding

DIC. Douane Informatie Centrum. 

Dictum (l). 1. Zie Uitspraak. 2. Kern van de rechterlijke uitspraak. 

Diefstal. Het wegnemen van enig goed, dat geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. De straf wordt verzwaard wanneer het delict plaatsvindt gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt. 

Diefstal in vereniging. Diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen. 

Diefstal met braak. Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak of inklimming, van valse sleutels, van een valse order of een vals kostuum. 

Diefstal met geweld. Diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. Dit delict wordt zwaarder bestraft wanneer het gebeurt in de nachtelijke uren in een woning, op de openbare weg, door twee of meer personen of na inbraak vooraf. 

Diender. Politie-agent. Een `stille diender' is een agent in burger. 

Dienende dag. De dag die voor de behandeling van een zaak op de terechtzitting is vastgesteld. 
.
Dienst Wegverkeer. Zie Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW)
.
Dienstbetrekking. Gezagsverhouding die ontstaat uit een arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer. 

Diepte-infiltratie. Infiltratie waarbij politie-infiltranten voor onbepaalde tijd onderduiken in het criminele milieu. 

Disciplinaire straf (o). Een ambtenaar kan disciplinair worden gestraft wanneer hij de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt. 

Discriminatie. Elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein, of op andere terreinen van het openbare leven, wordt tenietgedaan of aangetast. 

Doelstellingen van het strafrecht. Men onderscheidt onder meer de instrumentele, intrinsieke en organisationele doelstellingen van het strafrecht. Ik beperk mij in dit woordenboek tot de instrumentele doelstellingen van het strafrecht. Deze zijn: vergelding, speciale preventie, generale preventie, redressie, beveiliging en waarheidsvinding

Doen plegen. Vorm van daderschap door het inschakelen van niet-strafbare feitelijke daders, bijvoorbeeld iemand die wilsonbekwaam is of een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar. 

Dolo malo (l). Met kwaadwillig oogmerk. 

Dolus (l). Schuld in de zin van opzet. Zie ook Culpa

Domicilie. Adres en woonplaats, werkelijk of gekozen. Minderjarigen en curandi hebben officieel geen zelfstandig maar een afgeleid domicilie ten huize van de ouders, respectievelijk voogden of curators. Domicilie van rechtspersonen is de plaats van vestiging. Zie ook Gekozen woonplaats

Donatie. Schenking

Dood door schuld (s). Het niet-opzettelijk veroorzaken van iemands dood. 

Doodslag. Het opzettelijk - echter zonder voorbedachte rade - iemand van het leven beroven. Zie ook Gekwalificeerde doodslag en Moord

Doodstraf. Werd in ons land bij de wet van 17 september 1870 voor het gewone strafrecht afgeschaft. 

Doorrijden na een ongeval. Het zonder kenbaar maken van de identiteit wegrijden van de plaats van een ongeval. Wanneer de bestuurder binnen 24 uur na het ongeval - en voordat de politie hem heeft opgespoord en hij als verdachte is aangehouden of verhoord - zich vrijwillig meldt bij een politie-ambtenaar en daarbij de nodige inlichtingen geeft, kan hij niet op grond van dit strafbaar feit worden vervolgd. Dat geldt echter niet wanneer hij zijn slachtoffer opzettelijk in hulpeloze toestand heeft achtergelaten. 
.
Doorzoeking. In geval van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit of in geval van verdenking van een misdrijf als omschreven in artikel 67 Sv, eerste lid, kan de officier van justitie, bij dringende noodzakelijkheid en indien het optreden van de rechter-commissaris niet kan worden afgewacht, ter inbeslagneming de volgende plaatsen doorzoeken: a: een woning zonder toestemming van de bewoner, en b: een kantoor van een persoon met bevoegdheid tot verschoning als bedoeld in artikel 218. Voor een doorzoeking als bedoeld in het eerste lid behoeft de officier van justitie de machtiging van de rechter-commissaris. Deze machtiging is met redenen omkleed. Kan ook het optreden van de officier van justitie niet worden afgewacht, dan komt de bevoegdheid tot doorzoeking toe aan de hulpofficier. Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing. De machtiging van de rechter-commissaris wordt zo mogelijk door tussenkomst van de officier van justitie gevraagd. Indien de rechter-commissaris aan een hulpofficier van justitie machtiging heeft verleend ter inbeslagneming een woning zonder toestemming van de bewoner te doorzoeken, is voor het binnentreden in die woning door de betrokken hulpofficier van justitie geen machtiging als bedoeld in artikel 2 van de Algemene wet op het binnentreden vereist.Zie ook Afvoerpijp-arrest en Vormfout
.
Draaideurcrimineel. Veelpleger
.
Dramatis personae (l). Betrokkenen. 

Drankmisbruik. Grond om onder curatele te worden gesteld. Hij die wegens verkwisting of drankmisbruik onder curatele staat mag geen huwelijk aangaan zonder de toestemming van zijn curator en zijn toeziende curator. Mocht deze toestemming niet worden verkregen, kan zij op verzoek van de onder curatele gestelde worden vervangen door toestemming van de kantonrechter

Driehoeksoverleg. Ook: tripartite overleg. Regelmatig overleg tussen de burgemeester, de officier van justitie (beiden uit hoofde van hun wettelijk toebedeelde verantwoordelijkheden) en de politiechef. 

Dringende reden (a). Een reden die aanleiding kan geven tot het geven of nemen van ontslag op staande voet. 
.
Drogreden. Redenering die niet klopt, maar wel aannemelijk lijkt. Een drogreden bestaat uit één of meer premissen (stellingen) of axioma's (niet bewezen aannames) waaruit na het stellen van causaal verband een conclusie wordt getrokken of een aantal argumenten waarmee een mening wordt onderbouwd. De conclusie van een drogreden kan zowel juist als onjuist zijn, maar een drogreden voldoet niet aan de voorwaarden geldigheid en gezondheid. Dat wil zeggen dat de redenering niet geldig is (dan klopt de vorm van de redenering niet) en/of niet gezond is (dan zijn de stellingen niet geldig).
.
Drugwipe (e). Drugsdraadje waarmee de aanwezigheid van drugs in kleding, bagage enz. kan worden aangetoond. 

Dubbelagent. Informant, doorgaans een crimineel, die het spel naar twee kanten speelt, onder het motto: `Twee honden vechten om een been, een derde loopt ermee heen.' Zodra blijkt dat een informant dubbelagent is, wordt het contact met de politie direct verbroken. 

Dubbel huwelijk. Bigamie
.
Dubbele aanleg. Het principe van de dubbele aanleg houdt in dat er een zaak in eerste aanleg en in tweede aanleg is. Tweede aanleg wordt doorgaans beroep of hoger beroep genoemd. Wie een geding voor een rechtbank verliest of meent onvoldoende zijn gelijk gehaald te hebben, moet als het ware een tweede kans krijgen voor een hogere rechtbank. M.b.t. sancties (bekeuringen) van het OM bestaat dit fundamentele recht in Nederland niet voor on- of minvermogenden. Zie ook Klassejustitie en Zekerheidsstelling
.
Dupliek. Conclusie van dupliek. Zie ook Pleidooi

Dura lex, sed lex (l). Een harde wet, maar het is de wet. 

Duurzame ontwrichting. Grond voor echtscheiding. Wanneer de door de eiser van de echtscheidingsprocedure gestelde duurzame ontwrichting door de andere echtgenoot wordt ontkend, dan moet de eiser de ontwrichting bewijzen. Dat geldt ook wanneer de andere echtgenoot wegens geestesstoornis in een inrichting verblijft. 

DVA. Drugsvrije Afdeling binnen de strafinrichting, waar gedetineerden van hun verslaving proberen af te komen. 

Dwaling. Wilsgebrek ten gevolge van een valse voorstelling omtrent het goed waarover of de persoon met wie men handelt. Onder bepaalde voorwaarden kan een overeenkomst worden vernietigd wegens dwaling. Zie ook Oneigenlijke dwaling

Dwang. Geweld. Met gebruik van geweld iemand dwingen iets te doen, iets niet te doen of iets te dulden. In het civielrecht geldt dat overeenkomsten en andere rechtshandelingen die onder invloed van dwang tot stand zijn gekomen vernietigbaar zijn. Dwang hoeft niet door de tegenpartij zelf uitgeoefend te worden, maar kan ook door een derde geschieden. 

Dwangbevel. Bevel na aanmaning tot voldoening van belastingen en andere heffingen van de overheid. Bij niet opvolging volgt parate executie. Zie ook Verzet

Dwangsom. Bepaalde som geld die iemand verschuldigd is zo vaak of zo lang hij niet voldoet aan de hoofdverplichting die hem per vonnis is opgelegd. 

Dwingend recht. Rechtsregels (met name in het arbeidsrecht en het huurrecht) waarvan op straffe van nietigheid van een overeenkomst niet mag worden afgeweken. Zie ook Aanvullend recht
 
 

E

EBI. Extra Beveiligde Inrichting. Gevangenis binnen een gevangenis, voor zeer vluchtgevaarlijke gedetineerden. 

Ecce signum (l). Ziehier het bewijs. 

ECD. Economische Controledienst. 

Echtgenoten. De twee partners in een huwelijk. Zij zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. Echtgenoten zijn onbekwaam om in elkanders civiele processen als getuigen op te treden. Verjaring loopt niet tussen echtgenoten. Proceskosten worden tussen echtgenoten gecompenseerd. Een arbeidsovereenkomst tussen echtgenoten is niet geldig. Schenkingen tussen echtgenoten, met uitzondering van weinig waardevolle handgiften, zijn eveneens nietig. Koop en ruil tussen echtgenoten zijn, met uitzondering van enkele gevallen, verboden. 

Echtscheiding. Algehele ontbinding van een huwelijk gedurende het leven van de echtgenoten, door rechterlijk vonnis en inschrijving daarvan in de registers van de burgerlijke stand. De echtscheiding is dus pas een feit door de inschrijving van het rechterlijk vonnis in de registers van de burgerlijke stand. Dit moet gebeuren binnen een half jaar nadat het vonnis definitief geworden is. Gebeurt dit niet, dan blijft het huwelijk bestaan. Echtscheiding kan op grond van duurzame ontwrichting worden uitgesproken op vordering van één der echtgenoten, of op gemeenschappelijk verzoek als het huwelijk minstens een jaar bestaan heeft. Zie ook Grote leugen, de - , Nevenvoorziening, Ontbinding van het huwelijk, Voorlopige voorziening en Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

Echtscheidingsconvenant. Overeenkomst tussen man en vrouw die wensen te scheiden, waarbij financi‰le regelingen worden getroffen en waarbij wordt afgesproken bij wie de kinderen zullen blijven, hoe het bezoek van en aan de kinderen wordt geregeld enz. De rechter eist een echtscheidingsconvenant wanneer man en vrouw op gemeenschappelijk verzoek willen scheiden. 
Economische politierechter. Politierechter belast met de berechting van economische delicten. 
.
ECRIS. Europees Strafregister Informatiesysteem. ECRIS heeft tot doel het (geautomatiseerd) informeren van de centrale autoriteit van andere lidstaten over een veroordeling van een EU-onderdaan in Nederland en omgekeerd het informeren van de centrale autoriteit in Nederland, wanneer een Nederlander in een andere EU-lidstaat is veroordeeld. Op verzoek van de centrale autoriteit van één van de EU-lidstaten kan door de justitiële informatiedienst (JustID) een uittreksel van het strafregister van een persoon met de Nederlandse nationaliteit aan deze autoriteit worden verstrekt. Omgekeerd kan op verzoek van de Nederlandse autoriteiten een andere EU-lidstaat worden verzocht om een uittreksel van het strafregister van een persoon met een nationaliteit van één van de EU-lidstaten te verstrekken. 
.
ED. Ernstige Delicten. Afdeling van de politie. 

EDISON. Elektronisch Documentatie- en Informatiesysteem voor Opsporingsnetwerken. Geautomatiseerd systeem waarmee opsporingsbeambten onder meer uiterst gedetailleerde beelden van meer dan drieduizend soorten reisdocumenten uit nagenoeg alle landen ter wereld kunnen vergelijken met de papieren van vreemdelingen. 

Eed. Plechtige verklaring om kracht bij te zetten bij 1. een belofte voor de toekomst of 2. een verklaring over feiten. De beëdigde spreekt de woorden uit: `Zo waarlijk helpe mij God almachtig.' De eed staat gelijk aan de belofte. Zie ook Beslissende eed en Suppletoire eed
.
Eenmalige informant. Informant die op de een of andere manier achter een voor de politie interessant gegeven is gekomen en dit om de meest uiteenlopende redenen doorgeeft. Vaak gaat het om mensen die in de regel fel gekant zijn tegen tipgevers. Pogingen om hen tot informant te ontwikkelen hebben weinig zin. 

Eenzijdige overeenkomst. Overeenkomst waarbij slechts één van de partijen iets moet presteren. Zie ook Borg.

Eenzijdige rechtshandeling. Rechtshandeling waarbij een enkel persoon het gewenste gevolg teweeg kan brengen. Voorbeelden: het verwerpen van een nalatenschap, het maken van een testament, het erkennen van een kind. Zie ook Meerzijdige rechtshandeling

Eerste levensbehoeften. Alles wat aan voeding, kleding, huisvesting, verwarming, huishoudelijke artikelen enz. onontbeerlijk is om te kunnen leven. Relatief begrip. Doorgaans kan geen beslag worden gelegd op bedden, beddegoed, kleding en de voorraden eten en drinken voor één maand. 

Eetpiraat. Iemand die herhaaldelijk in een restaurant eet zonder daarvoor te betalen. Zie ook Flessentrekkerij

Eeuwigdurend. Voor onbeperkte tijd. Zie Erfpacht

EHRM. Europese Hof voor de Rechten van de Mens. 

Eigenaar. Hij die een voorwerp of zaak in wettig eigendom heeft. 

Eigen bederf. Eigen gebrek

Eigendom. Het recht om van een zaak het vrije genot te hebben en daarover op volstrekte wijze te beschikken. Dit recht kan worden beperkt door de wet, zakelijke rechten van een ander, bruikleen en verhuur. Zie ook Revindicatie

Eigen gebrek (v). Schade die niet is ontstaan door een `van buiten komend onheil'. Vaak hoeft dergelijke schade niet door de verzekeraar te worden vergoed. 

Eigenlijke bewijskracht. Ook: materiële bewijskracht. De bewijskracht van de inhoud van een akte. 

Eigenrichting. Het zich verschaffen van recht zonder rechtsgang, zonder voorkennis van de overheid en zonder gebruik van haar machtsmiddelen. Eigenrichting gaat vrijwel altijd gepaard gaat met eigenmachtige inbreuk op de rechten van een ander en wordt in principe bestraft. Zie ook Noodweer

Eigen risico (v). Vast bedrag of percentage dat door een verzekerde zelf moet worden gedragen. 

Einduitspraak (s). Rechterlijke uitspraak waarmee de procedure wordt beëindigd. 

Eis. 1. (s) De uitspraak die het openbaar ministerie van de rechter verlangt. 2. (c) Conclusie van eis. Zie ook Petitum

Eiser (c). Degene die een civielrechtelijk proces aanvangt. Zie ook Appelant, Requestrant en Requirant

Eis in reconventie. Tegeneis. De eis die gedaagde in conventie op zijn beurt richt tegen de eiser in conventie. De gedaagde in conventie is dus de eiser in reconventie, terwijl de eiser in conventie de gedaagde in reconventie is. Tussen beide zaken hoeft geen verband te bestaan. 

EK. Enkelvoudige kamer. 
.
Elektronisch huisarrest. Huisarrest van een veroordeelde (of een verdachte ter vermijding van voorarrest) in zijn eigen huis, gecontroleerd met elektronische middelen. Iemand die door een vonnis van een rechtbank elektronisch huisarrest opgelegd heeft gekregen draagt aan zijn lichaam, gewoonlijk met een band om zijn enkel, een zendertje. Dit kan niet worden verwijderd zonder de bewakende instantie te alarmeren. De zender staat met een meldkamer in verbinding. Wanneer de veroordeelde tegen de afspraken in zijn woning heeft verlaten wordt dit op de meldkamer opgemerkt en stelt men direct de regionale politie op de hoogte.
.
E-mail. Correspondentie per e-mail kan in beginsel worden aangemerkt als "schriftelijk". Dit geldt tevens voor bepaalde overeenkomsten. De mailtjes moeten dan wel aan een aantal voorwaarden voldoen: de authenticiteit moet zijn gewaarborgd, er moet zekerheid bestaan over de afzender, en er moet niet achteraf aan kunnen worden geknoeid. 
.
EMM. Expertisecentrum Mensenhandel en Mensensmokkel. Samenwerkingsverband van de dienst Nationale recherche, de dienst Nationale Recherche Informatie, de Koninklijke Marechaussee, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, dat functioneert als kennis- en informatiecentrum op het gebied van mensenhandel en mensensmokkel. 

.
Enkelvoudige kamer. Uit één rechter bestaande kamer van een arrondissementsrechtbank, zoals de kinderrechter of de politierechter. Zie ook Meervoudige kamer
.
Erfdienstbaarheid. Zie Servituut
.
Erfenis. De nagelaten boedel, bij versterf of door uiterste wil

Erfgenaam. Degene die een erfenis geheel of gedeeltelijk verkrijgt. In het laatste geval krijgt hij een percentage van de nalatenschap. Zie ook Legataris. De erfgenaam kan de nalatenschap zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen. 

Erflater. Degene die overleden is en een erfenis nalaat. 

Erfpacht. Zakelijk recht om gedurende beperkte of onbeperkte tijd het volle genot te hebben van een aan een ander toebehorend onroerend goed, tegen voldoening van een jaarlijkse pacht of canon, te voldoen in geld of in vruchten. Kan worden verkregen door overeenkomst, testament of verjaring, maar moet worden ingeschreven in openbare registers op het kadaster. De erfpachter is bevoegd om te bouwen op het gepachte. 

Erfrecht. Het geheel van rechtsregels betreffende de overgang van een nalatenschap van een overledenen op één of meer andere natuurlijke- of rechtspersonen. 

Erfstelling. Aanwijzing bij uiterste wil van een erfgenaam voor het geheel of een percentage van de nalatenschap. Zie ook Legaat en Making

Erkenning van een natuurlijk kind. Rechtshandeling waardoor burgerrechtelijke rechtsbetrekkingen ontstaan tussen een natuurlijk kind en een man, die daardoor de juridische vader van het kind wordt. 

Errare humanum est, turpe in errore persevare (l). Zich vergissen is menselijk, maar het is schandelijk te volharden in de dwaling. 

Etiam tacere est respondere (l). Ook zwijgen kan antwoorden betekenen. 

Euthanasie. Het van het leven beroven van een ander, op uitdrukkelijk en ernstig verlangen van die ander. Bij actieve euthanasie is er doorgaans sprake van het toedienen van levensbeëindigende middelen. Bij passieve euthanasie blijven de levensverlengende activiteiten achterwege, of worden zij gestaakt. 
.
EVA. Executie Vonnisen Afgestraften. Politieteam dat mensen opspoort die een straf hebben gekregen, maar die straf nog niet hebben ondergaan, door niet te betalen of zich op andere wijze aan tenuitvoerlegging van de straf onttrekken. 
.
EVC. Bureau Erkenning Verworven Competenties van de Politie-academie.
.
EVRM. Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden. 
.
Ex consequentia-redenering. Inductieve redenering
.
Ex injuria non oritur jus (l). Uit onrecht ontstaat geen recht. 
.
Ex nunc (l). "Vanuit het heden" (zoals de situatie nu is). Als de rechter de actuele situatie beziet tijdens de toetsing van een bezwaarschrift betreft het een heroverweging ex nunc, de rechter kijkt dan naar de huidige omstandigheden. De wetgever bepaalt wanneer de rechter ex nunc moet toetsen. In het vreemdelingenrecht heroverweegt de rechter bijvoorbeeld ex nunc.
.
Executeur. Uitvoerder van een vonnis of uiterste wil

Executeur-testamentair. Uitvoerder van een uiterste wil, aangewezen door de erflater. De aanwijzing kan geschieden bij testament, codicil of bijzondere notariële akte. 

Executie. 1. Terechtstelling, tenuitvoerlegging van een doodvonnis. 2. Tenuitvoerlegging van vonnissen en akten in burgerlijke zaken. 3. Tenuitvoerlegging van strafvonnissen op last van het openbaar ministerie. 

Executoriaal beslag. Beslag ter uitvoering van een vonnis van de burgerlijke rechter. 

Executoriale titel. Geschrift waarmee zonder verdere tussenkomst van de rechter een gerechtelijke tenuitvoerlegging plaats kan vinden. Aan het hoofd van het geschrift dient de formule `In naam der Koningin' te staan. 

Exhibitionisme. Het tonen van de geslachtsdelen aan toeschouwers die daar niet om hebben gevraagd. Zedendelict dat bijna uitsluitend door mannen wordt gepleegd. 
.
Exoneratie. Term uit het verbintenissenrecht. Bevrijding van een wettelijke verplichting tot schadevergoeding. Exoneratieclausules zijn doorgaans opgenomen in de algemene voorwaarden.
.
Expertise. 1. Gerechtelijk onderzoek door deskundigen in een civielrechtelijk geding. 2. Het verslag van 1. 

Exploot. Deurwaardersexploot
.
Extensief noodweerexces. Zie Noodweerexces
.
Extensieve interpretatie. Uitbreidende uitleg en hantering van een rechtsregel. Zie ook Interpretatie

Extinctief. Vernietigend, opheffend, bevrijdend. `Extinctieve verjaring.' 
 
 

F

Fabrieksgeheim. Geheim betreffende de produktiewijze in een fabriek. De werknemer is verplicht dit geheim te bewaren. Schending van het fabrieksgeheim is strafbaar en kan bovendien leiden tot ontslag op staande voet. 

Failliet. Ook: gefailleerde. Natuurlijke- of rechtspersoon die in staat van faillissement is verklaard. 

Faillissement. De gerechtelijke vaststelling dat een schuldenaar heeft opgehouden te betalen, met als gevolg een conservatoir beslag op het vermogen en de inkomsten ten behoeve van alle schuldeisers en een gerechtelijk beheer en vereffening van zijn vermogen. Uit deze omschrijving blijkt dat zelfs een miljonair failliet kan worden verklaard, want het gaat niet om de vraag of hij k n betalen, maar om de vaststelling dat hij heeft opgehouden te betalen. Het faillissement kan worden uitgesproken op verzoek van de schuldenaar zelf, op vordering van het openbaar ministerie (om redenen van algemeen belang), en op verzoek van één of meer schuldeisers (er moeten dan ten minste twee schuldenaars en twee onbetaalde schulden zijn). Zie ook Bankbreuk, Curator en Insolventie

Falsaris. Iemand die zich schuldig maakt aan het vervalsen van documenten. 

Familierecht. Hierin worden de rechtsbetrekkingen voortvloeiend uit het familieverband geregeld, bijvoorbeeld huwelijk, ouderlijk gezag en voogdij. 

FIOD. Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst. 

First offender (e). Iemand met een blanco strafblad, die nog niet eerder met de politie in aanraking is geweest. 

Fiscaal. De belasting betreffende. 

Flessentrekkerij. Misdrijf van hem die er een beroep of gewoonte van maakt goederen te kopen zonder (volledige) betaling om zichzelf of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren. Let wel: hij (of zij) moet er opzettelijk een `beroep of gewoonte' van maken, anders kan hij niet worden aangehouden op basis van dit misdrijf. Vorm van bedrog. Zie ook Eetpiraat
.
ForCA. Forensisch Consortium Adolescenten. Het is een  samenwerkingsverband tussen justitiële jeugdinrichtingen, centra voor kinder- en jeugdpsychiatrie en instellingen voor wetenschappelijk onderzoek. De doelstelling van ForCA is om beter zicht te krijgen op jongeren die in een justitiële jeugdinrichting (JJI) geplaatst zijn omdat ze een ernstig delict gepleegd hebben. Deze jongeren krijgen te maken met uiteenlopende personen, deskundigen en instellingen die allen vanuit het eigen perspectief zo goed mogelijk bijdragen aan de beeldvorming van hen.
.
Forensisch. Gerechtelijk. 
.
Formeel strafrecht. Strafprocesrecht dat de gang van zaken regelt van opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten. Zie ook Materieel strafrecht
.
Fouillering. Onderzoek aan lichaam en kleding
.
FPA. Forensisch Psychiatrische Afdeling. Afdeling van een psychiatrisch ziekenhuis voor behandeling van patiënten die in het kader van hun psychiatrische stoornis in de maatschappij of in de reguliere GGz voor ontwrichtende situaties kunnen zorgen, voor zichzelf en/of voor de omgeving, en om die reden zijn aangewezen op een meer gespecialiseerde en klinische behandelafdeling.
.
Fraude. Vorm van bedrog; de zaken worden anders voorgesteld dan ze zijn, door op papier of digitaal een onjuiste weergave te geven van de werkelijkheid.
Er bestaat geen duidelijke definitie van fraude. Het begrip als zodanig komt niet voor in het Nederlandse Wetboek van Strafrecht. Kenmerkende elementen die aanwezig moeten zijn om van fraude te spreken zijn:

  • het gaat om opzettelijk handelen
  • er wordt een misleidende voorstelling van zaken gegeven
  • er is het oogmerk economisch voordeel te behalen
  • er is een benadeelde
  • er is sprake van onrechtmatig of onwettig handelen 
FROS. Fotoregistratie onopvallende surveillance. 

Fundamentum petendi (l). Grondslag van de eis. 
.
 

G

GAK. Gemeenschappelijk Administratiekantoor. Zie GAK/GMD

GAK/GMD. Organisatie ontstaan door een fusie van het GAK en de GMD

Geappelleerde. Gedaagde in hoger beroep. 
.
Gebiedsverbod. Ook straatverbod of wijkverbod. Door de rechter opgelegde maatregel die dient om te voorkomen dat een dader in een bepaalde buurt terugkeert, bijvoorbeeld om een slachtoffer tegen een confrontatie in bescherming te nemen. Dat een gebiedsverbod zich niet hoeft te beperken tot een straat of een wijk, blijkt uit het feit dat het OM in december 2011 een provincieverbod eiste als voorwaarde voor een voorwaardelijke invrijheidstelling. 
.
Geboorteakte. Verklaring van de aangifte van een geboorte, opgemaakt door de ambtenaar van de Burgerlijke Stand met vermelding van plaats, dag en zo mogelijk het uur van de geboorte, geslacht van het kind, geslachtsnaam en voornamen, en de namen, woonplaats en zo mogelijk het beroep van de ouders en/of de aangevers. 

Gebrek. Zie Verborgen gebrek

Gebreke. Zie Ingebrekestelling en Wanprestatie

Gedaagde (c). Degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht; de tegenpartij van de eiser. Zie ook Geappeleerde, Geïntimideerde, Gerekestreerde en Gerequireerde

Gedetineerde. Iemand die is ingesloten, bijvoorbeeld in een huis van bewaring, gevangenis of rijkswerkinrichting. 

Geding (c). 1. Proces in civielrechtelijke zaken. 2. Zaak behandeld door arbiter
.
Gedoogbeleid (drugs). Beleid waarin het gebruik van softdrugs niet verboden is, maar onder gecontroleerde omstandigheden wordt toegestaan.
.
Gedoogzone. Beperkt gebied waar het plegen van bepaalde strafbare handelingen voorwaardelijk wordt toegestaan. Doel: beheersbaarheid van de problematiek. 
.
Gedragsregels voor advocaten. Regel 1 van de gedragdsregels voor advocaten luidt: "De advocaat dient zich zodanig te gedragen dat het vertrouwen in de advocatuur of in zijn beroepsuitoefening niet wordt geschaad." Click hier om de Gedragsregels voor advocaten in te zien. 

Geestelijke stoornis. Reden om onder curatele te worden gesteld. Hij die wegens geestelijke stoornis onder curatele staat mag geen huwelijk aangaan zonder toestemming van de kantonrechter

Gefailleerde. Ook: failliet. Natuurlijke- of rechtspersoon die in staat van faillissement verkeert. 

Geheim testament. Besloten testament.

Geïntimideerde. Gedaagde in hoger beroep. 

Gekozen woonplaats. Woonplaats die men in plaats van zijn werkelijke woonplaats heeft gekozen. Dit is mogelijk wanneer de wet hiertoe verplicht en wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Zo is het mogelijk dat iemand het adres en de woonplaats van haar advocaat tot woonplaats kiest. In de stukken leest men dan bijvoorbeeld: `Mevrouw Hendrika Jansen, domicilie kiezende te Groningen, ten kantore van Mr. W. de Haan.' Zie ook Domicilie

Gekwalificeerde doodslag. Ook: roofmoord. Doodslag gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, wordt extra zwaar bestraft. Zie ook Dood door schuld en Moord.

Gelegenheidsinformant. Soort informant die veel wordt aangetroffen in de periferie van criminele groeperingen. Het zijn doorgaans mensen die graag een graantje meepikken, door de informatie die zij meestal terloops opdoen naar de politie door te spelen. In dit verband moet vooral gedacht worden aan portiers van nachtclubs en gokpanden, barkeepers, prostituées en taxichauffeurs. 

Geldboete. Boete

Gelegenheid. Iemand die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft tot het plegen van een misdrijf, wordt beschouwd als medeplichtige

Gelijke behandeling. Zie Algemene wet gelijke behandeling

Gemachtigde (c). Vertegenwoordiger in een kantongerechtprocedure. 

Gemeenschap van goederen. Huwelijksgemeenschap
.
Generaal pardon. "Kwijtschelding voor iedereen". Een pardon is een kwijtschelding van de wettelijke gevolgen van een misdrijf, maar de term 'generaal pardon' wordt ook in bredere zin gebruikt voor het niet toepassen van de wetgeving.
.
Generale preventie. Het voorkomen van het plegen van misdaden bij potentiële delinquenten. Een van de doelstellingen van het strafrecht. Zie ook Speciale preventie

Genetische vingerafdruk. DNA-materiaal (huidschilfer, zaadcel, bloed enz.) aan de hand waarvan mensen kunnen worden geïdentificeerd. 

Gerechtelijke plaatsopneming. Het ter plaatse in ogenschouw nemen van de situatie door één of meer leden van een rechtscollege, vergezeld van de griffier. Hierover wordt een akte van bevindingen uitgebracht. In strafzaken wordt de gerechtelijke plaatsopneming `schouw' genoemd, die plaatsvindt door een officier van justitie of rechter- commissaris. 

Gerechtelijk vooronderzoek (s). Ook: instructie. Onderzoek van een strafbaar feit onder leiding van een lid van de rechtbank (rechter-commissaris). Wordt gevorderd door de officier van justitie. 

Gerechtelijk Laboratorium. Zelfstandige `buitendienst' van het Ministerie van Justitie, gevestigd te Rijswijk. Verzamelnaam voor onder meer het Gerechtelijk Natuurwetenschappelijk Laboratorium (GNL) en Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie (LGP). 

Gerechtelijk Natuurwetenschappelijk Laboratorium. Onderdeel van het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk. Laboratorium met verschillende afdelingen, onder andere voor het onderzoek op de aanwezigheid in bloed- en urinemonsters van alcohol en geneesmiddelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, grafologie, toxicologie, ballistiek en dactyloscopie (`dacty'). 

Gerechtsdeurwaarder. Deurwaarder

Gerechtshof. Ook: het Hof. College waar het hoger beroep tegen vonnissen in door de arrondissementsrechtbank in eerste aanleg berechte zaken worden behandeld. Nederland heeft vijf gerechtshoven: Leeuwarden, Arnhem, 's Hertogenbosch, Amsterdam en 's Gravenhage. Elke civiele- of strafkamer bij het Hof bestaat uit drie leden: de president of vice-president en twee raadsheren. Het openbaar ministerie wordt waargenomen door de procureur-generaal, bijgestaan door advocaten-generaal. Elk gerechtshof heeft een belastingkamer.

Gerechtskosten. De kosten van een procedure, waaronder de griffierechten, kosten van het betekenen van de dagvaarding, kosten van oproeping van getuigen, executiekosten en het honorarium van de advocaat. In Nederland wordt iemand die in een civielrechtelijk proces bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld doorgaans veroordeeld in het betalen van de gerechtskosten van de tegenpartij. Compensatie van kosten is mogelijk, terwijl de winnende partij nodeloos gemaakte kosten zelf moet betalen. 

Gerekestreerde. Gedaagde in verzoekschriftprocedure

Gerequireerde. Gedaagde in cassatie

Gesignaleerden. Onder deze categorie vallen alle in het opsporingsregister voorkomende personen. De signaleringen kunnen betrekking hebben op voortvluchtige daders, veroordeelden, ontsnapte gevangenen, ongewenste vreemdelingen, internationale misdadigers, vermisten en personen waarvan om andere redenen de verblijfplaats moet worden opgespoord. 

Getuige. 1. (s) Persoon, gedagvaard door het openbaar ministerie, de rechter of de verdachte, om een verklaring onder ede af te leggen. 2. (c) Persoon die wordt gehoord door de rechter, ambtshalve of op verzoek van een der partijen. 3. Persoon die als getuige optreedt bij bepaalde rechtshandelingen, zoals het opmaken van een testament. Zie ook Inverzekeringstelling van getuigen en Weigeren van getuigenis

Getuige à charge. Belastende getuige. 

Getuige à décharge. Getuige ter ontlasting van de verdachte/gedaagde. 
.
Getuigenbescherming. In 1994 trad de Wet Getuigenbescherming in werking, die getuigen de mogelijkheid biedt om in beperkte of volledige anonimiteit belastende verklaringen af te leggen. De kroongetuige lijkt sindsdien geleidelijk in Nederland te worden geaccepteerd. Met de richtlijn "Afspraken met criminelen" uit maart 1997 en het daarop volgende wetsvoorstel uit 1998 over de toezeggingen aan getuigen in strafzaken werd geprobeerd de kroongetuige een plaats te geven in het Nederlandse strafproces.
.
Gevangenhouding. Onderdeel van de voorlopige hechtenis. Bij een aantal strafbare feiten kan door de rechtbank op vordering van het openbaar ministerie worden bevolen een verdachte gevangen te houden, maar alleen wanneer de verdachte zich reeds in bewaring bevindt, nadat hij is verhoord. De gevangenhouding duurt maximaal dertig dagen, maar kan twee maal met maximaal dertig dagen worden verlengd. Deze beslissing wordt genomen door de raadkamer van de rechtbank. De raadkamer bestaat in het algemeen uit drie rechters. De raadkamer heeft de mogelijkheid de gevangenhouding te verlengen met 30, 60 of 90 dagen gevangenhouding.

Gevangenis. Gebouw dat speciaal is ingericht om mensen in verzekerde bewaring te houden. Zie ook Huis van Bewaring
.
Gevangenisregime. De strengheid van de behandeling in de  gevangenis. Er zijn verschillende gradaties, afhankelijk van de vluchtgevaarlijkheid van de verdachte, het gepleegde delict, de resterende strafduur, etc. Elke gevangenis, van open inrichting tot EBI, heeft zijn eigen regime en eigen huisregels. 
.
Gevangenisstraf. Hoofdstraf in strafzaken, doorgaans ondergaan in een gevangenis. Vormt te zamen met hechtenis de vrijheidsstraffen. 

Gevoegde. 1. (c) Het zich aansluiten bij een partij in de door haar gestelde beweringen, waardoor de gevoegde partij ook partij wordt, zonder de oorspronkelijke partij buiten geding te stellen. 2. (s) De beledigde partij in het strafproces, die zich in het proces voegt om schadevergoeding te krijgen. 

Gevonden voorwerpen. Gevonden zaken

Gevonden zaken. Deze kunnen door hun eigenaar tot dertig jaar na het verlies worden opgevorderd, tenzij de vinder het gevondene heeft overgedragen aan iemand die te goeder trouw is. De bezitter te goeder trouw wordt na drie jaar eigenaar van het gevondene. 

Geweld. 1. (c) Dwang. 2. (s) Het misdrijf van openlijke geweldpleging. 3. (s) Het opzettelijk uitlokken van een strafbaar feit door geweld. 3. (s) Het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht. 

Geweldsdelicten. Overvallen, afpersing enz. 

Gewichtige redenen (a). Niet te verwarren met dringende redenen. Redenen voor ontbinding van de arbeidsverhouding, hetgeen kan worden bewerkstelligd door een verzoek daartoe aan de kantonrechter. 

Gewoontemisdadiger. Iemand van wie kan worden gezegd dat hij van het plegen van strafbare feiten een gewoonte maakt. 
.
Gezag van gewijsde. De bindende kracht van een vonnis of arrest. De beslissing voor partijen is bindend en met name in latere processen ligt tussen dezelfde partijen onbetwistbaar vast wat de rechter omtrent de rechtsbetrekking tussen deze partijen in de uitspraak heeft beslist. Zie ook Kracht van gewijsde
.
Gezinsvoogd. Persoon in dienst van een instelling voor gezinsvoogdij, die door de kinderrechter wordt benoemd om onder leiding van de kinderrechter toezicht op het kind te houden. 

Gezinsvoogdij. Het uitoefenen van ondertoezichtstelling door een gezinsvoogd

GGL. Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium. Oude benaming voor het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie (LGP). Zie Gerechtelijk Laboratorium

Gijzeling. 1. Misdrijf van opzettelijke vrijheidsberoving. Zie Ontvoering en gijzeling. 2. (c) Inbewaringstelling van een persoon in een huis van bewaring. Onder meer toegestaan bij alimentatieschuld. De eiser moet de kosten van het verblijf van de gegijzelde in het huis van bewaring voorschieten. 3. (s) Tijdelijke vastzetting van getuigen die zonder wettige redenen weigeren om te antwoorden. 

GMD. Gemeenschappelijke Medische Dienst. Zie GAK/GMD

GNL. Gerechtelijk Natuurwetenschappelijk Laboratorium. Zie Gerechtelijk Laboratorium

Goed. Alles wat economische waarde heeft. Ook elektriciteit, gas of water is dus `enig goed'. 

Goede zeden. De in de huidige samenleving gangbare zeden. Rechtshandelingen in strijd met de openbare orde of goede zeden zijn nietig. 

Grammaticale interpretatie. Uitleg of hantering van de wet naar de letter. Zie ook Interpretatie

Graseter. Corrupte ambtenaar die datgene meepikt wat min of meer toevallig binnen de uitoefening van zijn functie op hem afkomt. Hier is sprake van `hap-snap'- corruptie. Zie ook Vleeseter

Gratie. De bij Koninklijk Besluit verminderde, veranderde of kwijtgescholden straf. Gratie kan worden beschouwd als een verlengstuk van de (straf)rechtspleging, omdat in voorkomende gevallen zo ongewenste, niet voorziene gevolgen van een door de rechter opgelegde straf kunnen worden verminderd of weggenomen. 

Grief. Bezwaar dat appellant in hoger beroep inbrengt tegen de uitspraak in eerste aanleg. 

Griffie. Secretariaat van rechterlijke, wetgevende en andere staatscolleges. Aan het hoofd van een griffie staat een griffier

Griffier. Secretaris en leidend administratief ambtenaar, onder meer van de rechtsprekende organen. (Bij het gerecht is griffier behalve een functie ook een rang.) De griffier noteert het belangrijkste wat er tijdens de rechtszitting wordt gezegd en gedaan. De rechter neemt een beslissing op basis van de stukken en wat er tijdens de zitting is gezegd. De griffier maakt meestal het concept van de uitspraak. 
.
Griffierechten. Leges ten behoefte van de staat, geheven voor werkzaamheden van de griffie van een rechterlijke instelling ten behoeve van partijen in civielrechtelijke zaken. In het strafrecht bestaan geen griffierechten. 
.
Grooming (e). Het benaderen van en contact leggen met kinderen door een pedofiel met als uiteindelijke doel het mogelijk maken van seksueel contact door de seksuele drempels en remmingen van het kind te verlagen. Ook bij seksueel misbruik binnen een gezin kan sprake zijn van een groomingproces, waarbij de dader de normale familierelatie stap voor stap 'ombuigt' tot een seksuele relatie.
.
Grondwet. Verzameling van klassieke en sociale grondrechten. 

Grosse. Het voor belanghebbenden bestemde eerste uitgegeven afschrift van een authentiek geschrift of vonnis. Zie ook Minuut

Grote leugen, de - . Tot 1 oktober 1971 was echtscheiding bij onderlinge toestemming verboden. Daarop werd het volgende gevonden: één van de partijen beweerde overspel te hebben gepleegd, hetgeen in die tijd een echtscheidingsgrond was. Daarop dagvaardde de andere partij tot echtscheiding, waarbij de gedaagde verstek liet gaan. De echtscheiding werd dan toegewezen. 

GVO. Gerechtelijk vooronderzoek. 
 
 

H

Haags verdrag. Het Haags Huwelijksvermogenverdrag behandelt het huwelijksvermogensrecht tussen echtgenoten en de gevolgen daarvan voor anderen. 

Habemus confitentem reum (l). We hebben een aangeklaagde die schuld bekent. 

Handelingsbekwaamheid. Algemene bevoegdheid tot het zelfstandig verrichten van rechtshandelingen. 

Handelingsbevoegdheid. Bevoegdheid tot het zelfstandig verrichten van rechtshandelingen. 

Handelingsonbekwaamheid. Hierbij mist men de algemene bevoegdheid tot het zelfstandig verrichten van rechtshandelingen. Handelingsonbekwaam zijn minderjarigen, onder curatele gestelden en wilsonbekwamen in een gesloten inrichtingen. 

Handschoen. Zie Huwelijk met de handschoen
.
HARC-team. Het Hit and Run Cargo team, een samenwerkingsverband van de Zeehavenpolitie, de Douane, de FIOD en het Openbaar Ministerie, dat optreedt tegen drugssmokkel in de Rotterdamse haven.

HAVANK. Het Automatisch VingerAfdrukkensysteem Nederlandse Kollektie. Wordt beheerd door de CRI
.
HDR. Herkenningsdienstregister van de politie. Kennisneming van registraties in het HKD door politiefunctionarissen
is slechts mogelijk indien die kennisneming noodzakelijk is voor hun taakuitvoering.
.
Hechtenis. Vrijheidsstraf. Lichter dan gevangenisstraf en in de regel ondergaan in het Huis van Bewaring. Ook mogelijk als vervangende hechtenis wegens het niet of niet volledig betalen van een geldboete. Zie ook Voorlopige hechtenis

Heling (s). Misdrijf van hem die opzettelijk enig door misdrijf verkregen voorwerp koopt, huurt, inruilt, in pand neemt, als geschenk aanneemt, of uit winstbejag verkoopt, verhuurt, verruilt, in pand geeft, vervoert, bewaart of verbergt. 

Herhaling. Recidive
.
Heroverweging ex nunc. Zie Ex nunc.
.
Hertrouwen. Het aangaan van een tweede huwelijk nadat men is gescheiden. Is met dezelfde persoon pas mogelijk nadat een jaar is verstreken sedert de ontbinding van het eerste huwelijk. Een derde huwelijk tussen dezelfde personen is verboden. Hertrouwen met een ander is direct na de ontbinding van het huwelijk mogelijk, voor de man altijd, voor de vrouw onder bepaalde voorwaarden. 

Heterdaad. Ontdekking op heterdaad heeft plaats wanneer het strafbare feit ontdekt wordt, terwijl het begaan wordt of terstond nadat het begaan is. 

Heterdaadje. Hiervan is sprake wanneer iemand op heterdaad wordt betrapt bij het plegen van een strafbaar feit. 

HIP. Hoofdinspecteur van het piket. 

HKS. Herkenningsdienstsysteem; registratiesysteem voor criminelen en onopgeloste zaken. 

HMG. Hoog Militair Gerechtshof

Hof. Gerechtshof

Hofressort. Ressort van het Gerechtshof. 

Hof van Discipline. College gevestigd te Prinsenbeek, dat zich bezighoudt met de tuchtrechtspraak van de advocatuur, met name als beroepsorgaan van de Raden van Discipline. Het beroepsschrift noemt men Appèlmemorie, de reactie daarop noemt men Memorie van antwoord. Zie ook Raad van Discipline

Hoge Raad. Hoge Raad der Nederlanden

Hoge Raad der Nederlanden (HR). Ook: Hoge Raad. Het hoogste rechtscollege van de gewone rechterlijke organisatie, gevestigd te Den Haag. De Hoge Raad bestaat uit een president, vice-presidenten en raadsheren, die in kamers van vijf rechtspreken. Het openbaar ministerie wordt waargenomen door een procureur- generaal en enkele advocaten-generaal. De Hoge Raad neemt in cassatie beslissingen in civielrechtelijke, strafrechtelijke en fiscale zaken waartegen geen beroep (meer) openstaat. De Hoge Raad heeft een algemeen toezicht op de rechtspleging en adviseert de regering daarover. 

Hoger beroep. Beroep

Homologeren. Het bekrachtigen van een akkoord door de rechtbank. Zie Faillissement

Honorarium. Geldelijke vergoeding voor geestesarbeid, met name aan advocaten, architecten, artsen, auteurs en ingenieurs. 

Hoofdelijkheid. Ook: hoofdelijke aansprakelijkheid. Situatie waarbij twee of meer schuldenaren elk voor zich tot een bepaalde prestatie verplicht zijn. 

Hoofdofficier van justitie. Het hoofd van het parket. `Hoofdofficier' en `arrondissementsofficier' zijn rangen. Op de zitting zijn zij allen officier van justitie. 

Hoofdstraffen. Elk der straffen die uitsluitend of in de eerste plaats zijn opgelegd. Hoofdstraffen zijn gevangenisstraf, hechtenis en geldboete. Voor minderjarigen: tuchtschool, arrest, geldboete, berisping. Zie ook Bijkomende straffen

Hoog Militair Gerechtshof. Militaire rechtbank die boven de krijgsraad staat. Behoort niet tot de gewone rechterlijke macht, maar sinds 1979 is beroep mogelijk bij de Hoge Raad. 
.
Hoor en wederhoor. Basisprincipe uit de rechtspraak en de journalistiek dat inhoudt dat, als iemand beschuldigd wordt, er geluisterd moet worden naar wat de beschuldigde er op heeft te zeggen, voor er over hem geoordeeld wordt. Het is een van de algemene beginselen van behoorlijk proces.

Hoorzitting. Mondelinge zitting over een gerechtelijk geschil. Bedoeld om de behandelend rechter nadere informatie te verschaffen.Vaak openbaar.
.
HOvJ. Hulpofficier van justitie

Huishoudgeld. De kostwinner is verplicht om haar huwelijkspartner huishoudgeld te verschaffen. Weigert zij dit, dan kan het slachtoffer in rechte nakoming vorderen. 

HR. Hoge Raad der Nederlanden.

HRD. Hoofd recherchedienst. 

Huis van Bewaring (HvB). Gesticht bestemd voor opneming van hen die (voorlopige) hechtenis moeten ondergaan en opneming van alle anderen die krachtens een rechterlijke uitspraak of beschikking van hun vrijheid zijn beroofd, wanneer geen andere plaats voor hen is bestemd. Ook is het HvB bestemd voor degenen die tot een gevangenisstraf van niet langer dan drie maanden zijn veroordeeld. 
.
Huisarrest. Strafmaatregel die aan een persoon kan worden opgelegd, waarbij hij zijn eigen huis niet mag verlaten. Zie ook Elektronisch huisarrest
.
Huisverbod. De Wet Tijdelijk Huisverbod maakt het mogelijk om direct in te grijpen in een noodsituatie van huiselijk geweld. Sinds 1 januari 2009 is de wet van kracht. Het huisverbod houdt in dat een pleger van huiselijk geweld in beginsel tien dagen zijn of haar woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner of de kinderen. Het huisverbod wordt is een beschikking van de burgemeester. In de praktijk is de politie gemandateerd om de beschikking uit te reiken. De burgemeester kan afhankelijk van de situatie het huisverbod verlengen tot maximaal vier weken. Een uithuisgeplaatste die zich niet aan het huisverbod houdt, kan maximaal twee jaar gevangenisstraf krijgen of een taakstraf. De uithuisgeplaatste heeft de mogelijkheid om tegen het huisverbod in beroep te gaan. Sinds 2009 legden burgemeesters 7700 huisverboden op zonder tussenkomst van de rechter. Uit een evaluatieonderzoek bleek dat maar in 2 procent van de openbare gevallen bezwaar werd ingediend. Daarvan werd 36 procent gegrond verklaard.Juristen vinden het maar niks dat de burgemeester huisverboden kan opleggen. Zij vinden dat de onafhankelijke rechter-commissaris de juiste functionaris is om dit te doen.
.
Huisvredebreuk. 1. Het wederrechtelijk binnendringen in de woning of het besloten lokaal of erf bij een ander in gebruik. 2. Het wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen. Er is sprake van binnendringen als het betreden geschiedt tegen de wil van de rechthebbende en deze wil voor de binnentredende persoon onmiskenbaar, d.w.z. volkomen duidelijk, niet te loochenen is. De schuldige aan huisvredebreuk kan zwaarder worden gestraft als hij bedreigingen uit of zich bedient van middelen om vrees aan te jagen. Bovendien is het een strafverzwarende omstandigheid wanneer het misdrijf wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen. 

Huiszoeking. De juiste term is Doorzoeking (zie daar). Onderzoek in een woning, doorgaans van een verdachte, ten behoeve van het verzamelen van bewijsmiddelen. Zie ook Binnentreden, Afvoerpijp-arrest en Vormfout.

Hulpofficier (van justitie). Dit is doorgaans een hoge politiefunctionaris (inspecteur of hoger). Hij is geen lid van het openbaar ministerie. Opsporingsambtenaar met enkele bijzondere strafrechtelijke bevoegdheden. De hulpofficier van justitie wordt door de minister van justitie aangewezen. De hOvJ moet in het bezit zijn van het Certificaat voor hOvJ en moet, als hij deze functie wil blijven uitoefenen, elke drie jaar opnieuw examen doen. De hulpofficier van justitie heeft meer bevoegdheden dan een gewoon opsporingsambtenaar, maar minder dan een officier van justitie. Zo kan een hulpofficier van justitie wel bevelen tot inverzekeringstelling van een verdachte, maar niet tot verlenging van de inverzekeringstelling.
.
Huur. Overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt om de ander het genot van een (roerende of onroerende) zaak te doen hebben, gedurende een bepaalde tijd tegen een bepaalde prijs. 

Huurkoop. Koop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen dat de verkochte zaak niet door enkele overdracht in eigendom aan de koper overgaat. Huurkoop moet bij akte worden aangegaan. In de akte moeten de koopprijs, het afbetalingsplan en bepalingen betreffende de eigendomsovergang staan vermeld. 

Huwelijk. De wettelijk geregelde, formeel bekrachtigde levensgemeenschap tussen een man en een vrouw. 

Huwelijk met de handschoen. Huwelijk bij gemachtigde. Wanneer een der beide partijen om gewichtige redenen niet in staat is persoonlijk aanwezig te zijn bij de voltrekking van het huwelijk, bijvoorbeeld omdat hij op zee vaart en/of in een ander werelddeel verblijft, kan men toestemming krijgen het huwelijk door een bijzondere, bij authentieke gevolmachtigde te voltrekken. 

Huwelijkse voorwaarden. Regeling van de vermogensrechtelijke toestand der echtgenoten in verband met het huwelijk, voor of tijdens het huwelijk vastgesteld. Zie ook Huwelijksgoederenrecht

Huwelijksgemeenschap. Gemeenschap van goederen tussen de echtgenoten, hetzij de algehele wettelijke gemeenschap, hetzij bij huwelijkse voorwaarden in enig opzicht beperkt of uitgesloten. 

Huwelijksgoederenrecht. Regels betreffende de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk. 

Huwelijksgoederenregister. Register waarin de griffie van de rechtbank onder meer de huwelijkse voorwaarden en rechterlijke uitspraken met betrekking tot de huwelijksgemeenschap opneemt. 

HvB. Huis van Bewaring
 
 

I

Ianuis clausis (l). Met gesloten deuren. 

IBS. Inbewaringstelling

Ieder wordt geacht de wet te kennen. Regel die in het Nederlands recht niet geldt. Het recht verwacht dat de burger zich op de hoogte stelt van het recht waarmee hij te maken heeft. Kent hij het recht niet, dan gaat de rechter na of de burger dit kan worden verweten. 

Identificatieplicht. Wettelijke plicht om in een aantal gevallen te bewijzen dat de gegevens die men over zichzelf opgeeft kloppen. Dit moet door middel van een geldig identificatiebewijs. De identificatieplicht geldt voor iedereen in Nederland vanaf 12 jaar. 

Ignorantia legis excusat neminem (l). Onbekendheid met de wet is voor niemand een excuus. Zie ook Ieder wordt geacht de wet te kennen
.
Imagoschade. Reputatieschade. Personen en bedrijven doen vaak veel moeite om een optimale waardering van hun doelgroep te verkrijgen. Er kunnen zich omstandigheden voordoen waardoor de reputatie wordt beschadigd. Soms is reputatieschade verwijtbaar, bijvoorbeeld wanneer de persoon of het bedrijf in negatief opzicht handelen in afwijking van de verwachtingen die de doelgroep van hen heeft. In andere gevallen wordt er met kwaadaardige bedoelingen getracht het imago van een persoon of bedrijf te beschadigen. Wanneer bijvoorbeeld een gerenommeerd advocatenkantoor, waarvan men de verwachting heeft dat het zich niet schuldig maakt een strafbare feiten, zoals het jatten van dit woordenboek en het op de eigen website plaatsen, dan heeft het advocatenkantoor de imagoschade die hieruit voortvloeit volledig aan zichzelf te wijten. Immers, het advocatenkantoor beroept zich op een betrouwbaarheidsimago, een rechtvaardigheidsimago. 
.
Immateriële schade. Pijn, angst, gederfde levensvreugde. De eventuele vergoeding voor immateriële schade wordt smartegeld genoemd. 
.
Imperatief recht. Dwingend recht
.
In dubio pro reo (l) (in twijfel vóór beklaagde). Algemeen rechtsbeginsel waardoor twijfel de beklaagde ten goede komt. Zie ook Onschuldpresumptie
.
Inbeslagname (s). Het onder zich nemen of gaan houden van enig voorwerp ten behoeve van de strafvordering. Zie ook Onttrekking aan het verkeer en Verbeurdverklaring

Inbewaringstelling (IBS). Probeer deze term in het strafrecht te vermijden. Bewaring is doorgaans genoeg. 

Inboedel. De roerende goederen die behoren tot iemands huishouding en huisraad, met uitzondering van verzamelingen. Niet te verwarren met boedel

Inbraak. Het zich met geweld toegang verschaffen tot een woning of besloten lokaal. Zie Diefstal met braak en Insluiping

Incasso. Buitengerechtelijke inning van een geldvordering. Voordat wordt overgegaan tot vervolging in rechte, zal de schuldeiser trachten zijn vordering in der minne te krijgen. De kosten van de buitengerechtelijke inning (doorgaans tien procent van de geïnde som) zijn in beginsel voor degene die opdracht tot incasso gegeven heeft, hoewel het mogelijk is dat bij het sluiten van de overeenkomst is bepaald dat alle kosten voortvloeiende uit niet tijdige betaling voor kosten van de wanbetaler zullen zijn. 

Incassobureau. Bedrijf dat zich bezighoudt met de buitengerechtelijke inning van geldvorderingen. Iedereen kan een incassobureau beginnen; men hoeft er geen diploma's voor te hebben. Je mag zelfs een strafblad hebben. Simpel gesteld is het enige wat een incassobureau doet, u steeds dringendere brieven toesturen in de hoop dat u gaat betalen. Een incassobureau heeft geen enkel machtsmiddel om iemand met schuld te laten te betalen. Zij kunnen dus geen beslag leggen op lonen, spullen, huis of uitkeringen. Een gerechtsdeurwaarder kan dit wel. Als een schuld ondanks aanmaningen en dreigementen niet betaald wordt, moet het incassobureau een gerechtsdeurwaarder inschakelen om te kunnen invorderen. Daarvoor heeft de gerechtsdeurwaarder doorgaans een uitspraak van de rechter nodig. Voor de belastingdienst en andere overheidsinstellingen, zoals het CJIB geldt dit niet. 
Er zijn meer dan 800 incassobureaus werkzaam in Nederland. Het overgrote deel daarvan wenst zich niet te conformeren aan de normen van de brancheverenging. Zie ook Deurwaarder
.
Incest. 1. Zedendelict. Seksueel misbruik van kinderen jonger dan zestien jaar door verwanten. Valt onder `het plegen van ontucht met minderjarigen door degenen aan wier zorg deze minderjarigen zijn toevertrouwd'. 2. De geslachtsgemeenschap tussen volwassen bloedverwanten (niet strafbaar). 

Incidenteel beroep. Tegenvordering door geïntimideerde.

Incidentele vordering. Zie Incidenteel beroep.

Incompetentie. Onbevoegdheid. Zie ook Bevoegdheid

IND. Immigratie- en Naturalisatiedienst. 

In dubiis pro reo (l). Ook: in dubio pro reo. In twijfelgevallen beslisse men ten gunste van de aangeklaagde. Belangrijke rechtsregel. 
.
Inductieve redenering. Ook: ex consequentia-redenering. Bij deze methode van redeneren komt men tot een algemene regel, generalisatie geheten, op grond van een aantal specifieke waarnemingen. Hierbij probeert men tot een zo algemeen mogelijke regel te komen.Een voorbeeld van inductie is de beroemde hypothese ‘alle zwanen zijn wit’. Deze conclusie komt voort uit een groot aantal waarnemingen van witte zwanen, zonder daarbij één enkele zwarte zwaan te observeren. De conclusies die volgen uit een inductieve redenering waarbij de vertrekpunten (premissen) waar zijn, kunnen waar maar ook onwaar zijn. We hoeven immers maar één zwarte zwaan te zien om aan te tonen dat de premisse onjuist is. Zie ook Deductieve logica.
.
Infiltrant. Iemand die zich bezighoudt met infiltratie. Men onderscheidt de informant-infiltrant en de politie-infiltrant (undercover- agent). 

Infiltratie. 1. Het heimelijk verkennen van en betrokken raken bij criminele milieus zonder daarbij een speciale groep of speciale personen op het oog te hebben. 2. Het heimelijk verkennen van en betrokken raken bij een bepaalde groep of bepaalde personen (dealers, drugsmokkelaars enz.). Het doel van infiltratie is altijd het verkrijgen van betere opsporingsresultaten, met voortdurende inachtname van het Tallon-arrest. Zie ook Diepte-infiltratie

Informant. Ook: tipgever. Waarschijnlijk de beste bron waarover de recherche kan beschikken. De informant is onmisbaar bij het rechercheren. Hij heeft doorgaans kennis van gepleegde of nog te plegen misdrijven, omdat hij op een of andere manier tegen criminele groeperingen aanleunt. Men onderscheidt de beroepsinformant, dubbelagent, eenmalige informant, gelegenheidsinformant en de provocateur. Zie ook Runner en Zwarte lijst

Informant-infiltrant. Infiltrant die geen politiebeambte is. 
.
Informatieplicht (c). Ook: mededelingsplicht. De verkoper is in bepaalde gevallen (zoals bij onroerend goed) verplicht de kandidaat-koper te informeren over de staat van het goed. Wanneer hem zichtbare of verborgen gebreken bekend zijn, is hij verplicht deze informatie - en andere van belang zijnde informatie - aan de kandidaat-koper te melden. 
.
Ingebrekestelling. Het rechtens vaststellen dat een schuldenaar wanprestatie pleegt. Tevens een aanmaning om alsnog binnen een bepaalde termijn te presteren. Dit vaststellen geschiedt per brief, door sommatie of door enkel verloop van de termijn. Ingebrekestelling is niet nodig wanneer de schuldenaar in het geheel niet presteert of als er sprake is van een fatale termijn. 

Inkijkoperatie. Opsporingsmethode waarbij de politie inbraak pleegt of zich zonder medeweten van rechthebbende toegang tot een woning of besloten lokaal of erf verschaft, bijvoorbeeld om te controleren of daar drugs zijn opgeslagen. 

In naam der Koningin. Zie Executoriale titel
.
Innocence Netwerk. Internationaal netwerk dat zich inzet voor mensen die ten onrechte zijn veroordeeld voor een misdrijf. Doel van het project is het terugdraaien van de veroordeling, aan de hand van forensisch onderzoek. Veroordeelden die hun zaak willen laten herzien, krijgen kosteloze bijstand. In 2010 zijn de straffen van 29 mensen door het Innocence Network, teniet gedaan. Het Amsterdamse advocatenkantoor van Geert-Jan Knoops was de eerste Nederlandse deelnemer aan het netwerk. 
.
Inquisitoir proces. Hierbij is de verdachte voorwerp van onderzoek en geen volwaardige procespartij. De rechter is actief op zoek naar de waarheid. Zie ook Accusatoir proces

Insluiping. Het zich toegang verschaffen tot een woning of een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, doorgaans met de bedoeling van het plegen van diefstal. `De verzekering keert bij diefstal alleen uit als er daadwerkelijk is ingebroken, niet bij insluiping.' 

Insluiten. Opsluiten. `De verdachte is na aanhouding direct ingesloten.' 

Insolvabel. Niet bij machte om te betalen. 

Insolventie. Staat van faillissement. De staat waarin de failliete boedel zich bevindt na de verificatievergadering, zonder dat een akkoord is bekrachtigd door de rechtbank en waarin de curator de vereffening van de failliete boedel ter hand neemt. 

Instructie. Gerechtelijk vooronderzoek

Intellectueel eigendom. Uitsluitend recht van de mens op de produkten van zijn denkarbeid en artisticiteit, bijvoorbeeld het auteursrecht. Zie ook Wet op de Naburige Rechten
.
Intensief noodweerexces. Zie Noodweerexces
.
Interlocutoir. Tussenuitspraak, waarbij de rechter enig bewijs, een vooronderzoek of een getuigenverhoor beveelt, waarvan de beslissing in hoge mate afhankelijk kan zijn. 

Internationaal privaatrecht. Bestaat hoofdzakelijk uit regels die aanwijzingen geven welk nationaal recht de Nederlandse rechter moet toepassen op een privaatrechtelijke rechtsbetrekking met internationale elementen. 

Interpretatie. Uitleg van rechtsregels. Zie Analogische interpretatie, Extensieve interpretatie, Grammaticale interpretatie, Restrictieve interpretatie, Systematische interpretatie en Teleologische interpretatie

Inverzekeringstelling. Wanneer de tijd welke een verdachte voor het verhoor mag worden opgehouden (zes uur) niet voldoende is, kan de officier van justitie of de hulpofficier in de gevallen waarin voorlopige hechtenis is toegelaten, bevelen dat de verdachte in verzekering wordt gesteld. Dit bevel is 3 x 24 uur van kracht en kan in dringende gevallen eenmalig met 3 x 24 uur worden verlengd, op verzoek van de officier van justitie. De rechtmatigheid van de inverzekeringstelling wordt dan door een onafhankelijke rechter, de zogenaamde rechter-commissaris in strafzaken, getoetst. Inverzekeringstelling is ook mogelijk bij rechterlijke bevelen tot handhaving van de openbare orde en uitlevering. Zie ook Voorarrest

Inverzekeringstelling van getuigen. Indien dit in het belang van het vooronderzoek noodzakelijk is, kan de rechter-commissaris tijdens het gerechtelijk vooronderzoek een getuige 24 uur vasthouden. 

IOAW. Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers. Deze wet geeft een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. De uitkering wordt verstrekt in aansluiting op de maximale uitkeringsduur van de WW

IOAZ. Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen. Deze wet geeft een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan oudere en arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. 

IRT. Interregionaal Recherche Team. 

Ita lex scripta est (l). Zo staat het in de wet geschreven. 
.
Iter (l). Erfdienstbaarheid van overpad. 
.
Iudis res pro veritate accipur (l). Een gewezen vonnis wordt als waarheid aanvaard. 

Iuris peritus (l). Rechtsgeleerde. 

IVBPR. Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten Ook: Verdrag van New York. Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. 

IVS. Zie Inverzekeringstelling
 

J

JDS. Justitieel Documentatie Systeem.
.
Jeugdstraffen. Aan minderjarigen van 12 tot 18 jaar kunnen de volgende straffen worden opgelegd: plaatsing in tuchtschool, arrest, geldboete en berisping. Voor 16- tot 18-jarigen is ook gevangenisstraf mogelijk op grond van de ernst van het gepleegde delict en de persoonlijkheid van de dader. 
.
JJI. Justitiële Jeugdinrichting. 
.
Joy-riding (e). Het opzettelijk wederrechtelijk gebruik van een aan een ander toebehorend motorrijtuig zonder de bedoeling zich het motorrijtuig toe te eigenen. Toen het delict nog niet als zodanig in de wet was vastgesteld, legde de officier van justitie doorgaans diefstal van benzine ten laste. 
.
JPP. Jeugd Preventie Programma. Samenwerkingsverband tussen de politie en de jeugdhulpverlening, gericht op het voorkomen van (toename van) probleem- en delictgedrag bij jeugdigen. 

Juncto (j°). In verband met. 
.
Juridisch loket. De Stichting Het Juridisch Loket kan op grond van de Wet op de rechtsbijstand subsidie aanvragen voor de uitvoering van zijn wettelijke taken. Het Juridisch Loket is een onafhankelijke organisatie die burgers gratis juridische informatie en advies geeft. Het gaat hierbij om juridische vragen die betrekking hebben op bijna alle rechtsgebieden. De meeste vragen gaan over personen- en familierecht, verbintenissenrecht, sociaal zekerheidsrecht, arbeidsrecht en huurrecht.
.
Jurisdictie. 1. Rechterlijke bevoegdheid. 2. Het gebied waarover de rechtsmacht van een persoon of lichaam zich uitstrekt. `Dat is niet mijn jurisdictie.' 

Jurisprudentie. De rechtsleer die door de rechtspraak is gevormd en gehandhaafd en de systematische verzameling van arresten en vonnissen en bewerkingen daarvan. De belangrijkste rechterlijke uitspraken (de uitleg die de verzamelde hogere rechters aan de wet geven) worden wekelijks gepubliceerd in de Nederlandse Jurisprudentie (NJ)

Jurist. Rechtsgeleerde, rechtskundige. Elke advocaat is jurist, maar niet elke jurist is advocaat. 
.
Jus de non evocando (l). "Het recht om niet gedagvaard te worden". Algemeen rechtsbeginsel dat iemand niet mag worden afgehouden van de rechter die normaal gesproken de jurisdictie heeft.
.
JustID. Justitiële Informatiedienst. Zie ECRIS.
.
Justitiabele. De aan de rechtspraak onderworpene. 

Justitie. Overheidsfunctie belast met de handhaving van het recht, met name het strafrecht. 

Justitiële documentatiedienst. Bij deze dienst worden het strafregister en het algemeen documentatieregister beheerd. 

Justitiële dwaling. Rechterlijke dwaling of een eenzijdige dwaling van een openbaar aanklager, waarbij iemand op wie geen schuld rust langdurig wordt vervolgd. Dwalingen kunnen bij alle misdrijven optreden. Dankzij nieuwe forensische technieken, met name op het gebied van het DNA-onderzoek, kan voorheen onbruikbaar bewijsmateriaal worden gebruikt om rechterlijke dwalingen in eerder gevoerde rechtszaken aan het licht te brengen.
 
 

K

Kaalplukteam. BFO

Kadaster. Openbaar register van alle onroerende goederen. Ook kunnen er schepen worden geregistreerd. 

Kaderwet. Raamwet

Kamer. 1. Onderdeel van een rechterlijk college (Hoge Raad, Gerechtshof, Rechtbank). Zie ook Enkelvoudige kamer  en Meervoudige kamer 2. Onderdeel van een wetgevende vergadering (Eerste en Tweede Kamer der Staten- Generaal). 
.
Kannibalisme. In Nederland op zich geen strafbaar feit. Wanneer de geheel of gedeeltelijk geconsumeerde persoon nog in leven is, is er sprake van gewone mishandeling of zware mishandeling, afhankelijk van de vraag of de wonden blijvend ontsierend zijn. Wanneer de geheel of gedeeltelijk geconsumeerde persoon eerst om het leven is gebracht, zelfs om humane redenen, is er sprake van moord. Wanneer de geheel of gedeeltelijk geconsumeerde persoon niet door de consument om het leven is gebracht, is er sprake van lijkschennis. 
Wanneer iemand met toestemming van de ander een klein stukje vlees uit diens lichaam verwijdert en consumeert, zal de rechtbank deze "mishandeling" mogelijk gelijkschakelen met seksueel sadisme, of het laten aanbrengen van een tatouage of piercing, waarbij in feite sprake is van een vorm van mishandeling zonder dat er een slachtoffer is. M.a.w.: zonder aangifte van het slachtoffer zal er geen vervolging plaatsvinden.
.
Kanton. Kleinste eenheid van de rechterlijke organisatie, het ressort van het kantongerecht. Meerdere kantons vormen samen een arrondissement

Kantongerecht. Verouderde benaming van Sector Kanton. De laagste instantie van de gewone rechterlijke organisatie. De bevoegdheid van de kantonrechter is beperkt. Veel zaken komen dan ook in eerste aanleg niet bij hem terecht, maar bij de arrondissementsrechtbank

Kapitale delicten. Moord en doodslag. 

Kapstokartikel. Ook: caoutchoucartikel. Wetsartikel met een zo ruime of vage omschrijving, dat men er alle kanten mee op kan. 

Katvanger. Iemand die in opdracht van een (onbekende) derde strafbare feiten pleegt, waardoor deze derde buiten schot hoopt te blijven. 

KB. Koninklijk Besluit. 

KBB. Korpsbeheerdersberaad. 

Kenmerken van de ingetreden dood. Zie Lichaamstemperatuur, Lijkstijfheid en Lijkvlekken
.
Kernwaarden van de advocatuur. De zes kernwaarden van de advocatuur zijn onafhankelijkheid, partijdigheid, integriteit, vertrouwelijkheid, deskundigheid en publieke verantwoordelijkheid voor de goede rechtsbedeling. Deze kernwaarden zijn vastgelegd in de wet. Zie ook Advocatenwet.
.
Kettingbeding. Bepaling in een koopovereenkomst of hypotheekakte, doorgaans gekoppeld aan een boeteclausule, waardoor de nieuwe eigenaar verplicht wordt dezelfde bepaling op te nemen in een volgend koopcontract, mocht hij het gekochte weer willen verkopen. 
.
Keuzeconfrontatie. Het confronteren van een getuige met een groep personen, waarvan één een verdachte is. 

Kiloman. Groothandelaar in drugs. 

Kinderarbeid. Zie ATW

Kinderbescherming. In Nederland georganiseerd in de Raad voor de Kinderbescherming en de particuliere instellingen voor gezinsvoogdij, die zich de behartiging van de belangen van onverzorgde, verwaarloosde, onaangepaste of misdadige jeugd ten doel hebben gesteld. 

Kindermishandeling. Het toebrengen van lijfelijk of psychisch leed aan kinderen door hen die met de zorg voor deze kinderen zijn toevertrouwd. 

Kinderpolitie. Tak van de politie die tegenwoordig vaak Afdeling Jeugdzaken wordt genoemd, of is ondergebracht bij andere afdelingen, bijvoorbeeld Z&J (Zeden en Jeugd). 

Kinderrechter. Enkelvoudige kamer van de arrondissementsrechtbank, aangewezen voor de behandeling van burgerlijke kinderzaken en kinderstrafzaken. De kinderrechter baseert zijn oordeel doorgaans op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Zie ook Ondertoezichtstelling, Ontheffing van het ouderlijk gezag,Ontzetting uit het ouderlijk gezag en Vicieuze cirkel van het kinderrecht

Kindsdeel. Het deel dat bij boedelscheiding aan elk van de kinderen wordt toegekend. Is er geen testament opgemaakt en leeft de echtgenoot nog, dan is het kindsdeel een breuk, namelijk 1 / (aantal kinderen + echtgenoot). Binnen het Nederlandse erfrecht is dit kindsdeel niet direct opeisbaar zolang de partner van de overledene nog in leven is, omdat deze partner het vruchtgebruik van de nalatenschap heeft. Voor kinderen die een kindsdeel ontvangen, en die onder algehele gemeenschap van goederen zijn getrouwd, valt het kindsdeel onder deze gemeenschap van goederen.Zie ook Legitieme portie

Klachtdelict. Delict waarbij de officier van justitie slechts kan vervolgen nadat de benadeelde een klacht heeft ingediend met het verzoek om tot vervolging over te gaan. 
.
Klassejustitie. Hiervan is sprake wanneer meer vermogenden of beter opgeleiden door wetgeving, behandeling of rechterlijke uitspraken bevoorrecht worden ten opzichte van anderen. Wanneer leden van deze groep juist strenger beoordeeld worden spreekt men van omgekeerde klassejustitie. Zo kende ik een rechter van Surinaamse afkomst die verdachten van Surinaamse afkomst structureel tot zwaardere straffen veroordeelde dan blanke verdachten, om elke schijn van positieve discriminatie te voorkomen. Zie ook Welgestelde delinquent met zeilverlof. 
.
KLPD. Korps Landelijke Politiediensten. 
.
Kluisverklaring. Verklaring van een (kroon)getuige, afgelegd onder voorwaarde dat de verklaring - na te zijn geverifiëerd - slechts zal worden gebruikt wanneer het O.M. en de getuige tot overeenstemming zijn gekomen over de verdere afwikkeling. 
.
KNVV. Kennisgeving van niet verdere vervolging. Schriftelijke mededeling van de officier van justitie aan de verdachte. Dit gebeurt wanneer de officier van justitie na een gerechtelijk vooronderzoek of na voorlopige hechtenis seponeert. Zie ook KVV

Kokerjuffer-effect. Commotie van het publiek en de politiek ten gevolge van de plotselinge onthulling van een bepaalde situatie, die door het beleid van het openbaar ministerie al jarenlang bestaat. Het OM kan het Kokerjuffer-effect voorkomen door het publiek en de politiek uitvoerig te informeren. 

Koppelarij. Zedendelict. Het gelegenheid geven tot prostitutie door een souteneur of bordeelhouder. 

Kort geding. Behandeling voor de voorzieningenrechter van zaken waarin om redenen van onverwijlde spoed een onmiddellijke en voorlopige voorziening wordt geëist. Tegen de uitspraak in kort geding staat beroep en verzet open. Beide partijen moeten griffierecht betalen. De gedaagde mag zichzelf verdedigen, hij of zij behoeft zich niet door een procureur te laten vertegenwoordigen. De behandeling bestaat als regel uit het voorlezen van een pleitnota, waarvan een kopie aan de rechter en aan de eiser moet worden gegeven. Als een van de partijen het niet eens is met de uitspraak van de kortgedingrechter, kan hij binnen vier weken na de uitspraak een kort geding in hoger beroep beginnen, en daarna in kort geding naar de Hoge Raad gaan. Daarna kan een partij ook nog een gewone procedure (een zogenoemde bodemprocedure) starten. Dit kan dus betekenen dat de partijen, voordat er een definitieve einduitspraak ligt, zes instanties doorlopen hebben. Het oordeel van de kortgedingrechter is een voorlopig oordeel blijft gelden, totdat de rechter een uitspraak doet in een bodemprocedure. Als geen bodemprocedure wordt gevoerd is de uitspraak in kort geding tevens het definitieve oordeel.
..
KP. Kinderporno. Zie NTD. Het OM en de advocatuur maken onderscheid tussen "onmiskenbare KP" en twijfelgevallen. 
.
Kracht van gewijsde. Iedere rechterlijke beslissing krijgt kracht van gewijsde wanneer deze niet meer in verzet of hoger beroep kan worden bestreden. Een zaak die in kracht van gewijsde is gegaan, kan ingevolge het Ne bis in idem-beginsel niet opnieuw aan dezelfde of aan een andere rechter ter beoordeling worden voorgelegd.Zie ook Gezag van gewijsde.
.
Kraken. Het wederrechtelijk in gebruik nemen van een onbewoonde woning of besloten lokaal. 

Krankzinnigenwet. Wet die het staatstoezicht op wilsonbekwamen en psychiatrische ziekenhuizen regelt en waarin onder meer staat welke procedures gevolgd moeten worden om iemand in zo'n inrichting te plaatsen. 

Krankzinnigheid. Wilsonbekwaamheid. Reden om iemand onder curatele te stellen. In de wet komen de woorden `krankzinnig' en `krankzinnigengesticht' veelvuldig voor. In dit woordenboek heb ik gekozen voor de begrippen `wilsonbekwaam' en `psychiatrisch ziekenhuis'. 

Krijgsraad. Militaire rechtbank voor strafzaken gepleegd door militairen. Behoort niet tot de gewone rechterlijke macht. De militair kan in beroep bij het Hoog Militair Gerechtshof
.
Kroongetuige. 1. De voornaamste getuige in een zaak. 2. Een getuige die zelf een verdachte is, maar die bereid is om in ruil voor een beloning, bijvoorbeeld strafvermindering en een nieuwe identiteit, een verklaring tegen één of meer andere verdachten af te leggen. Op 1 april 2006 trad de wet Toezeggingen aan Getuigen in Strafzaken in werking, waardoor de kroongetuige volledig is opgenomen in het Nederlandse strafrecht.

Zie ook Getuigenbescherming
.
Kunstgrepen. Zie Listige kunstgrepen

KvK. Kamer van Koophandel en Fabrieken. 

KVV. Kennisgeving van verdere vervolging. Schriftelijke mededeling van de officier van justitie aan de verdachte. Zie ook KNVV

Kwade trouw. Deze term, waarmee opzettelijkheid wordt gesuggereerd, wordt doorgaans gebezigd bij niet nakoming van overeenkomsten. 

Kwakzalverij. Het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst. 

Kwalificatievraag. In de juridische argumentatie de vraag welk "etiket" het juiste is. Bijvoorbeeld: zijn Palestijnse guerilla's vrijheidsstrijders of terroristen? 

Kwijting. Betaling, voldoening van een verbintenis. `Tegen finale kwijting' betekent dat de schuldeiser na betaling niets meer van de schuldenaar te vorderen heeft. 

Kwijtschelding. Rechtshandeling waarbij een schuldeiser zijn schuldenaar van diens verplichtingen ontslaat en waardoor de schuld teniet gaat zonder dat er wordt betaald. Is gelijkgesteld met schenking

Kwitantie. Akte van kwijting
 
 

L

Laatste woord. In het procesrecht is het laatste woord aan de gedaagde/verdachte. In het strafproces heeft de verdachte het laatste woord, dus niet zijn raadsman. 

Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie (LGP). Onderdeel van het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk. In het LGP worden door pathologen- anatomen honderden secties per jaar verricht. 

Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. Ontstaan uit een samenwerkingsverband van het ministerie van justitie en het ministerie van VWS. Het LBIO is een dependance van de Raad voor de Kinderbescherming Den Haag en houdt zich onder meer bezig met de inning van kinderalimentatie. Het bureau is in de plaats gekomen van de financiële afdelingen van de negentien Raden voor de Kinderbescherming. 

Landloperij. Het zonder middelen van bestaan rondzwerven. Degene die hieraan schuldig wordt bevonden kan door de rechtbank worden veroordeeld tot plaatsing in een rijkswerkinrichting. Zie ook Landlopersknaak

Landlopersknaak. Rijksdaalder die veel zwervers of daklozen vroeger op zak hadden, speciaal om niet te kunnen worden veroordeeld wegens landloperij. Er was dan immers geen sprake van `zonder middelen van bestaan'. 

Laster. Strafbaar feit, begaan door hem die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, als de aantijging tegen beter weten is geschied en de dader, ingeval het bewijs van de waarheid is toegelaten, niet slaagt in dat bewijs. In het civielrecht is laster een onrechtmatige daad

Lasterlijke aanklacht. Misdrijf waarbij men bij de overheid schriftelijk tegen iemand een valse aanklacht indient of op schrift laat stellen, waardoor de eer of de goede naam van die persoon wordt aangetast. 

Last tot medebrenging. Zie Medebrenging

LBB. Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening. 
.
LCS. Landelijke Commissie Strafvordering. 
.
LEBZ. Landelijke Expertisegroep Bijzondere Zedenzaken. Expertisegroep op het gebied van seksueel misbruik, bestaande uit deskundigen met een wetenschappelijke achtergrond en zedenrechercheurs. Sommige categorieën zedenzaken moeten verplicht worden voorgelegd aan de LEBZ, andere mogen worden voorgelegd. De aanvrager is altijd de officier van justitie die aan de hand van de rapportage beslist over vervolging of geen vervolging. Het voornaamste doel is om onjuiste beschuldigingen te herkennen en daarmee onterecht beschuldigden te beschermen tegen vervolging. 
.
Leerstraf. Zie Taakstraf.

Legaat. Bijzondere beschikking in uiterste wil, waarbij een erflater bepaalde goederen of een bepaalde geldsom vermaakt. Zie ook Erfstelling, Legataris en Making

Legaliteitsbeginsel. 1. (s) Het beginsel volgens welke het openbaar ministerie van een land tot het instellen van een strafvervolging verplicht is zodra enig strafbaar feit hiertoe aanleiding geeft, zonder overweging van de wenselijkheid der vervolging. In Nederland is sprake van het opportuniteitsbeginsel. 2. (s) Het beginsel dat geen feit strafbaar is dan krachtens voorafgaande wettelijke strafbepaling. Niemand kan dus worden veroordeeld voor een feit dat niet in de wet staat omschreven. 

Legataris. Rechtsverkrijger onder bijzondere titel van een legaat. Hij is niet aansprakelijk voor de schulden van de erflater

Legateren. Iets bij legaat vermaken. 

Legator. Degene die iets bij legaat vermaakt. 

Leges. Rechten, geheven voor verrichtingen van gemeenten en provincies wegens het verlenen van diensten, zoals het verstrekken van akten of afschriften daarvan. 

Legitieme portie. Wettelijk erfdeel. Het gedeelte van een nalatenschap dat in elk geval aan de wettelijke erfgenamen in de rechte lijn moet worden nagelaten en waarover de erflater dus niet bij testament kan beschikken. Het erfrecht kent vanaf 1 januari 2003 de mogelijkheid om een erfgenaam enkel een geldbedrag toe te kennen. Een testateur kan zodoende bepaalde erfgenamen buiten de verdeling van de goederen houden. Bij de herziening van het erfrecht is het breukdeel voor de legitieme portie tevens verkleind. Deze omvat nu in alle gevallen de helft van het erfdeel dat de erfgenaam zou ontvangen als er geen testament zou zijn.Wanneer de erflater in een testament heeft bepaald dat een kind niet erft, dan is het aan dat kind om ten tijde van de verdeling van de erfenis al of niet de legitieme portie op te eisen. Bovendien is aan het recht om de legitieme portie op te eisen een termijn verbonden: eist het betreffende kind 5 jaar (of later) na het overlijden de legitieme portie op, dan is het kind te laat (ook al wist het kind niet van het overlijden af).Anders is het bij pleegkinderen en stiefkinderen. Ook al is een pleegkind of stiefkind al jaren lid van de familie, voor de wet is hij of zij geen erfgenaam. Pleegouders en stiefouders kunnen hun pleegkind of stiefkind wel tot erfgenaam benoemen; dat kan alleen maar in een testament, anders is het voor de wet niet geldig.
.
Legitimaris. Erfgenaam in de rechte lijn aan wie de wet een legitieme portie verzekert, zodat hij niet door de erflater bij testament geheel kan worden onterfd. 

Levensonderhoud. Alimentatie

Lex imperfecta (l). Onvolkomen wet, bijvoorbeeld wet waarbij geen sanctie is vermeld. 

LGP. Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie. Zie Gerechtelijk Laboratorium

Lichaamstemperatuur (van overledenen). Na het intreden van de dood blijft de lichaamstemperatuur nog één tot anderhalf uur normaal, d.w.z. ± 37,5° C. Daarna daalt zij, onder normale omstandigheden, met ongeveer 1° C per uur. De temperatuurdaling vindt doorgaans in de eerste negen uur na het intreden van de dood plaats en is sterk afhankelijk van factoren als de omgevingstemperatuur en de aard van de kleding. Bij dikke mensen daalt de temperatuur minder snel dan bij magere personen. Zie ook Lijkstijfheid en Lijkvlekken

Lijkstijfheid. Ook: rigor mortis. Begint ongeveer 3 à 4 uur na het intreden van de dood en is onder normale omstandigheden doorgaans na 7 à 8 uur voltooid. De verstijving begint bij de kaak en zich voort naar de voeten. Na ongeveer 48 uur verslapt het lichaam in omgekeerde volgorde. In het algemeen is de lijkstijfheid na 3 à 4 dagen geheel verdwenen. Zie ook Lichaamstemperatuur en Lijkvlekken

Lijkvlekken. Ook: livores. Ongeveer tweeënhalf uur na het tot stilstand komen van de bloedcirculatie ontstaan op de laagst gelegen plaatsen in het lichaam lijkvlekken, maar niet op de zogenaamde drukplekken, d.w.z. de plaatsen waarop het lichaam rust of waar zich knellende kleding bevindt. Afhankelijk van de nog in het lichaam aanwezige bloed en de stollingsgraad daarvan zijn de lijkvlekken 4 uur na het intreden van de dood duidelijk waarneembaar. Lijkvlekken verdwijnen niet meer. Zij hebben een paarse tot violette kleur. Zie ook Lichaamstemperatuur en Lijkstijfheid

Lik-op-stuk-benadering. Het onmiddellijk afhandelen van een strafbaar feit. Vorm van snelrecht, voornamelijk toegepast bij minderjarigen, voetbalvandalen en bolletjesslikkers. Steeds vaker wordt snelrecht ook toegepast op veroorzakers van ongeregeldheden tijdens de jaarswisseling en andere bijzondere evenementen. 

Liquidatie. Vereffening. De afwikkeling en beëindiging van zaken van rechtspersonen of andere organisaties na het besluit tot opheffing of ontbinding. 

Listige kunstgrepen. Een van de middelen waarmee men oplichting (bedrog) kan plegen. Er moet duidelijk sprake zijn van een truc, een listige handeling. Een enkele leugen is onvoldoende aanleiding om de term `listige kunstgrepen' te bezigen. 

Lite pendente (l). Hangende het geschil. 

Litigieus. In het geding zijnde. 

Livores. Lijkvlekken

Locus delicti (l). PD

Lokaalvredebreuk. 1. Het wederrechtelijk binnendringen van een (besloten) lokaal. 2. Het wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen. Er is sprake van binnendringen als het betreden geschiedt tegen de wil van de rechthebbende en deze wil voor de binnentredende persoon onmiskenbaar, d.w.z. volkomen duidelijk, niet te loochenen is. Voor de zekerheid kan men drie maal achter elkaar zeggen: "Ik wil dat u de zaak nu verlaat."

Loon. De contraprestatie voor arbeid. 

Loonbeslag. Vorm van derdenbeslag. Beslag onder de werkgever op het loon dat deze aan een werknemer verschuldigd is. Vindt onder meer plaats door de belastingdienst en het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (bij kinderalimentatiekwesties en uithuisplaatsing). Zie ook Beslagvrije voet.

Loon in natura. Elk loon dat op andere wijze dan in geld wordt uitgekeerd. 

LPD. Leider Plaats Delict. Zie PD

LPEC. Landelijke Politie Emancipatie Commissie. 

LSOP. Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut voor de Politie. 
.
LTFO. Landelijk Team Forensische Opsporing. Team van de Nederlandse politie en partners, opgericht voor het werken op een calamiteiten-pd. Het LTFO bundelt de Nederlandse expertise op het gebied van forensische opsporing en identificatie van slachtoffers. 
 
 

M

Maatregel. Strafrechtelijke sanctie, ter bescherming van de dader en de samenleving tegen recidive. Een maatregel kan naast een hoofdstraf worden opgelegd, maar ook afzonderlijk. Zie ook TBS

Machtiging tot voorlopig verblijf.MVV

Magistratuur. De leden van de rechterlijke macht. Zie Schrijvende magistratuur, Staande magistratuur en Zittende magistratuur

Making. De samenvattende benaming voor erfstelling en legaat
.
Marginale toetsing. Hierbij gaat een rechter na of de overheid een besluit in een gegeven geval in redelijkheid - gelet op de daarbij betrokken belangen - had mogen nemen. Hij beoordeelt dan niet de inhoud van het besluit zelf, maar kijkt alleen of het op de juiste manier tot stand is gekomen. Daarmee treedt hij niet in de bevoegdheid van degene die het besluit nam, die blijft zelf voor de inhoud van het besluit verantwoordelijk en behoudt daarmee zijn beleidsvrijheid. Een rechter kan bij marginale toetsing niet zelf een ander besluit nemen. Hij kan het hoogstens vernietigen.
.
Materieel strafrecht. Dit recht, omschreven in het Wetboek van Strafrecht, wijst aan welke feiten strafbaar zijn en welke sancties de rechter naar aanleiding daarvan mag toepassen. Zie ook Formeel strafrecht.
.
ME. Mobiele Eenheid. 

Mededader. Medepleger. Hij die helpt bij het plegen van een strafbaar feit, daadwerkelijk een onderdeel van de uitvoeringshandeling verricht. Hij wordt als dader bestraft. Niet te verwarren met medeplichtige

Medeplegen. Actief samenwerken met de feitelijke dader van een strafbaar feit, bij de uitvoering van dat strafbaar feit. 

Medeplichtige. Hij die opzettelijk bij het plegen van een misdrijf behulpzaam is of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen daartoe verschaft. Niet te verwarren met mededader. De medeplichtige is afzonderlijk strafbaar met een lichtere straf. Iemand die medeplichtig is aan een overtreding is niet strafbaar. 

Medebrenging. Een onderzoekende rechter die een verdachte wil verhoren, kan een last tot medebrenging geven als de verdachte niet verschijnt. 
.
Mededelingsplicht. Informatieplicht.
.
Mediation (e). Bemiddeling. Een mediator (onafhankelijke conflictbemiddelaar) staat tussen de partijen en probeert de partijen bij elkaar te brengen om zelf tot een gezamenlijke oplossing van het geschil te komen. De mediator doet geen bindende uitspraak, maar laat de partijen zelf bepalen hoe de oplossing eruit gaat zien.
.
Medisch Tuchtcollege. Dit college, behorend tot het constitutioneel of wettig tuchtrecht, behandelt klachten over de manier waarop artsen, tandartsen, verloskundigen en apothekers hun beroep uitoefenen. 

Meerderjarigheid. Hiervan is in Nederland sprake wanneer iemand de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. 
.
Meervoudige kamer. Bestaat uit drie rechters. Zie ook  Enkelvoudige kamer
.
Meerzijdige rechtshandeling. Een rechtshandeling die de wilsverklaringen van minstens twee personen vereist, zoals het aangaan van een huwelijk. Zie ook Eenzijdige rechtshandeling

Meineed. Het opzettelijk afleggen van een valse verklaring onder ede, doch dit is alleen strafbaar wanneer een wettelijk voorschrift de verklaring onder ede vordert of wanneer een wettelijk voorschrift aan de verklaring onder ede rechtsgevolgen verbindt. 

Memorie van antwoord. 1. Conclusie van antwoord van geïntimideerde.  2. Reactie op de Appèlmemorie in een zaak voor het Hof van Discipline

Memorie van grieven. Conclusie van eis van appellant

Mentor. Ook: provisionele bewindvoerder. 1. Hij die door de rechter wordt benoemd om te zorgen voor persoon en goederen van iemand van wie de onder curatele-stelling is verzocht. 2. Vertegenwoordiger die benoemd wordt ter behartiging van de belangen van iemand die in een psychiatrisch ziekenhuis is geplaatst. 

Minderjarigheid. Hiervan is in Nederland sprake wanneer iemand de leeftijd van achttien jaar nog niet is bereikt en niet gehuwd of gehuwd geweest is. 

Minimumloon. Zie Wettelijk minimumloon

Minuut. Exemplaar van de akte dat verblijft onder de ambtenaar die het heeft opgesteld. Zie ook Grosse

Misbruik van bevoegdheid.Détournement de pouvoir

Misbruik van omstandigheden. Het misbruiken van andermans noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, om hem te bewegen tot het aangaan van een voor hem nadelige rechtshandeling. 

Misbruik van recht. Abus de droit
.
Misdaadreporter. Verslaggever die rapporteert over hetgeen zich in de misdaad afspeelt. Daarvoor is een goed contact met de politie noodzakelijk. Het gevaar is dat de misdaadverslaggever zich gaat identificeren met de politie, hetgeen blijkt uit het bezigen van typisch politiejargon en het klakkeloos innemen van politiestandpunten. 
.
Mishandeling. Het toebrengen van lichamelijk leed of letsel. Met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke benadeling van de gezondheid. Mishandeling wordt zwaarder bestraft wanneer het feit zwaar lichamelijk letsel of de dood ten gevolg heeft, of wanneer feit het met voorbedachte rade is gepleegd. Men onderscheidt `eenvoudige' mishandeling, `eenvoudige' mishandeling met voorbedachte rade, zware mishandeling en zware mishandeling met voorbedachte rade. 

MK. Meervoudige kamer. 

Modus operandi (MO) (l). De wijze waarop men te werk gaat, in de criminalistiek met name de karakteristieke wijze waarop een bepaalde misdadiger te werk gaat en daarmee zichzelf verraadt (zijn `visitekaartje' of `handelsmerk'). 

Moeder. Moeder van het kind is de vrouw uit wie het kind geboren is of die het kind heeft geadopteerd. Zie ook Vader

Montagefoto. Compositiefoto

Moord. Het opzettelijk en met voorbedachte rade een ander van het leven beroven. Is voorbedachte rade niet te bewijzen, dan is er sprake van doodslag

MOT. Wet Melding Ongewone Transacties. Wet die het banken e.d. verplicht ongebruikelijke transacties van meer dan ƒ 25.000,- te melden. 
.
Motie (c). (Verenigingsrecht). Door middel van een motie kan een Algemene Ledenvergadering (ALV) een besluit nemen over een onderwerp welke voorbehouden is aan de competentie van het bestuur, zijnde een besluit welke betrekking heeft op beleid. Het bestuur is dan echter vrij om geen gevolg te geven aan de motie. Een feitelijk gevolg van het 'in de wind slaan' van een motie kan wel zijn dat de vergadering tracht het bestuur af te zetten door middel van een motie van wantrouwen.
.
Motie van wantrouwen (c) (Verenigingsrecht). Met een motie van wantrouwen geeft de Algemene Ledenvergadering (ALV) aan dat men geen vertrouwen meer heeft in het voltallige bestuur of in een individueel bestuurslid. Zo'n motie van wantrouwen heeft echter geen juridische basis. Een bestuurslid, of de bestuursleden, waartegen een motie van wantrouwen is uitgesproken kan/kunnen hieruit consequenties trekken en de bestuursfunctie neerleggen, maar dat hoeft men niet te doen. Integendeel: bestuurders hebben hun bestuurlijke verantwoordelijkheden en kunnen zelfs verantwoordelijk worden gehouden wanneer zij hun functie zonder wettelijke grondslag neerleggen. 
Men kan overigens alleen een motie van wantrouwen indienen tegen afzonderlijke bestuursleden, niet tegen een compleet bestuur. Wil je dat het hele bestuur opstapt, dan moet je dus gemotiveerd (met specifieke redenen omkleed) tegen elk individueel bestuurslid een motie van wantrouwen indienen. In de praktijk schiet je daar niet veel mee op, aangezien het vrijwel nooit gebeurt dat alle bestuursleden zich in de motie van wantrouwen kunnen vinden. Meestal blijven ze allemaal zitten, en mocht dat niet zo zijn dan kunnen de resterende bestuursleden uit hun midden een (voorlopig) nieuw bestuurslid aanwijzen. 

Motivering van vonnissen. Vereist op straffe van nietigheid. De burger moet weten waar hij aan toe is en de hogere rechter moet in staat worden gesteld om het de rechtsgang te controleren. In civielrechtelijke zaken wordt de uitspraak van de lagere rechter in cassatie door de Hoge Raad vernietigd wanneer de motivering ontbreekt of onbegrijpelijk is. 
.
Mr. Gonsalvesprijs. De mr. Gonsalvesprijs gaat uit van ProDemos – Huis voor democratie en rechtsstaat en wordt elke twee jaar toegekend aan een persoon of organisatie die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan vernieuwing binnen de rechtshandhaving. De mr. Gonsalvesprijs 2011 is toegekend aan het Amsterdamse project Emergo, gericht op de integrale aanpak van overlast en criminaliteit in het Amsterdamse Wallengebied. De prijs is vernoemd naar mr R. A. (Rolph) Gonsalves (1932-2002). Tijdens zijn lange loopbaan bij het Openbaar Ministerie (OM) heeft hij zich op indrukwekkende wijze sterk gemaakt voor de rechtshandhaving in Nederland. Als procureur-generaal in 's Hertogenbosch verwierf hij de bijnaam "de ijzeren PG". 
.
Mulder-afhandeling, Mulderberoep, Mulderfeit. Zie Wet Mulder.
.
MVV. Machtiging tot voorlopig verblijf. Nadat de vreemdeling in het buitenland aan aanvraag om in Nederland te worden toegelaten en de aanvraag is ingewilligd, krijgt hij een MVV, waarmee hij naar Nederland kan reizen. Daar wordt de MVV omgezet in een VTV
 
 

N

Naamsverandering. De rechtbank kan iemands voornaam veranderen, op eigen verzoek of op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger. De verandering van de geslachtsnaam vindt plaats op eigen verzoek of op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger. Dit verzoek moet worden gericht aan de Koningin, via de Minister van justitie. 

Naburige rechten. Zie Wet op de Naburige Rechten

Nalatenschap. Erfenis

Narcotica. Ook: narcoticabrigade. De afdeling Verdovende Middelen van de politie. 

Nationale Ombudsman. Instantie die zich bezighoudt met klachten van personen over de rijksoverheid, de politie en de waterschappen. 

Naturalisatie. Beslissing van de wetgever waardoor een vreemdeling het volledige Nederlandse staatsburgerschap verkrijgt. 

Natuurlijk kind. Onwettig kind

Natuurlijk persoon. Mens, in tegenstelling tot rechtspersoon
.
NAW gegevens. Een reeks van veldnamen in een handmatig of geïnformatiseerd adressen- of klantenbestand. De afkorting is afgeleid van: Naam, Adres en Woonplaats.
.
NCID. Nationale Criminele Inlichtingendienst. Zie ook RCID
.
NCTb. Nationaal coördinator terrorismebestrijding. 
.
Ne bis in idem (l). Ook: non bis in idem. Het principe dat iemand niet tweemaal voor hetzelfde strafbare feit kan worden veroordeeld (tenzij in beroep). 
Artikel 4 van het Zevende Protocol bij het EVRM luidt als volgt:
"1. Niemand wordt opnieuw berecht of gestraft in een strafrechtelijke procedure binnen de rechtsmacht van dezelfde staat voor een strafbaar feit waarvoor hij reeds onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld overeenkomstig de wet en het strafprocesrecht van die staat.
2. De bepalingen van het voorgaande lid beletten niet de heropening van de zaak overeenkomstig de wet en het strafprocesrecht van de betrokken staat, indien er aanwijzingen zijn van nieuwe of pas aan het licht gekomen feiten, of indien er sprake was van een fundamenteel gebrek in het vorige proces, die de uitkomst van de zaak zouden of zou kunnen beïnvloeden.
3. Afwijking van dit artikel krachtens artikel 15 van het Verdrag is niet toegestaan.".
Het ne bis in idem-beginsel is in vrijwel identieke bewoording tevens neergelegd in artikel 14, zevende lid, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR). Ook dit artikel verzet zich niet tegen de invoering van een mogelijkheid van herziening ten nadele in het Nederlandse strafprocesrecht.
Strafrechtadvocaten (NVSA) zijn tegen het wetsvoorstel dat vrijgesproken verdachten van een ernstig misdrijf opnieuw kunnen worden berecht, als er nieuw bewijs tegen ze is gevonden.

Negatief-wettelijk bewijsstelsel. Stelsel waarbij het openbaar ministerie de tenlastelegging geheel dient te bewijzen. De rechter is alleen verplicht te veroordelen als hijzelf is overtuigd door de bewijsmiddelen die het openbaar ministerie heeft aangedragen, terwijl het openbaar ministerie is gebonden aan de bewijsmiddelen die in het Wetboek van Strafvordering worden genoemd. 

Nemo iudex idoneus in propria causa (l). Niemand is als rechter geschikt in zijn eigen zaak. Zie ook Verschoningsrecht en Wraking
.
Nemo tenetur beginsel. Men hoeft niet aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Dit verschoningsrecht gaat echter niet op voor advocaten in tuchtrechtzaken. Gedragsregel 37 verplicht een advocaat namelijk om mee te werken aan het onderzoek naar een ingediende klacht of aan een verzoek om informatie van de deken in het kader van ee n controle.

Nevenvoorziening. Rechterlijke beslissing over een verzoek dat samenhangt met echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk. De rechter neemt zo'n beslissing wanneer echtgenoten het niet met elkaar eens zijn over de nevenvoorzieningen. Een nevenvoorziening gaat over het gezag over en de omgang met de minderjarige kinderen, de alimentatie voor de kinderen en de partner, de boedelscheiding en de huur van de echtelijke woning. Zie ook Voorlopige voorziening

Nietigheid. Men onderscheidt `nietigheid van rechtswege', die niet bij de rechter hoeft te worden ingeroepen omdat de wet hier al in heeft voorzien, en `vernietigbaarheid', waarbij de nietigheid bij de rechter moet worden ingeroepen. Van `inwendige nietigheid' (ook: materiële nietigheid) is bijvoorbeeld sprake wanneer de tenlastelegging van de officier van justitie niet aan de eisen voldoet. De dagvaarding wordt dan door de rechter nietig verklaard. 

Niet-ontvankelijk. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer de rechter op grond van de tenlastelegging en/of naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting de geldigheid van de dagvaarding en/of zijn bevoegdheid tot kennisneming van het ten laste gelegde feit bestrijdt. De officier van justitie wordt dan niet- ontvankelijk verklaard. Het OM kan uitsluitend niet-ontvankelijk worden verklaard indien er door vormverzuim ernstig inbreuk is gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde. Daarnaast moeten die vormverzuimen onherstelbaar zijn.

Nihilbeding. 1. Beding opgenomen in de huwelijkse voorwaarden, waarin staat dat één der echtgenoten niet zal bijdragen in de kosten van de huishouding. 2. Beding tussen echtgenoten, dat beiden na de echtscheiding tegenover elkaar niet alimentatieplichtig zijn. 

NJ. Nederlandse Jurisprudentie. 

NJB. Nederlands Juristenblad. 
.
NJR. Network of Judicial Registers. Pilot-project, voorloper van ECRIS.
.
NJV. Nederlandse Juristenvereniging. 

Non bis in idem (l). Ne bis in idem
.
No cure, no pay. Systeem waarbij de cliënt (bijvoorbeeld van een advocaat) alleen hoeft te betalen wanneer de zaak succesvol is afgelopen. De beroepsregels voor in Nederland ingeschreven advocaten staan dat echter niet toe. Een advocaat mag de honorering echter wel deels afhankelijk maken van het te behalen resultaat. Nihil bij slecht resultaat is niet toegestaan, maar heel weinig bij een slecht resultaat en heel veel bij een goed resultaat, behoort tot de mogelijkheden. Het verbod staat al langere tijd onder druk omdat advocaten ondernemers zijn en internationaal moeten kunnen concurreren met advocaten die wél volgens het No cure, no pay-systeem mogen werken. Zie ook Quota pars litis. 
.
Non-concurrentiebeding. Zie Concurrentiebeding.
.
Non-conformiteitsbeginsel. "Van wanprestatie is sprake wanneer de verkoper tekort schiet in de verplichting tot nakoming van een overeenkomst." De koper dient kort na het constateren van het gebrek schriftelijk contact op te nemen met de verkoper, waarin hij duidelijk omschrijft wat de aard van het gebrek is en wat hij van de verkoper verwacht. Zie ook Conformiteit
.
Non sequitur (l). Dat volgt er niet uit (bij een conclusie). 

Noodweer. Strafuitsluitingsgrond. Hiervan is sprake wanneer het plegen van een strafbaar feit nodig was voor de verdediging van eigen of andermans lichaam, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding (2). 

Noodweerexces. Schulduitsluitingsgrond. De overschrijding van de grenzen van de noodweer, die het onmiddellijke gevolg is van een hevige gemoedsbeweging door de aanranding (2) veroorzaakt. De handeling is wederrechtelijk, maar de dader wordt niet gestraft. Eventuele mededaders worden wel gestraft. Er is sprake van intensief noodweerexces wanneer het verdedigingsmiddel niet proportioneel is (bijvoorbeeld gebruik van een mes tegen iemand die zijn vuisten gebruikt). Van extensief noodweerexces is sprake wanneer men langer blijft doorgaan met zich "verdedigen" dan strikt noodzakelijk, bijvoorbeeld wanneer de aanrander al op de grond ligt en uitgeschakeld is. 
.Zie ook Tardief exces

Notaris. Openbaar ambtenaar, door de Koningin benoemd, bevoegd tot het opmaken van authentieke akten ten verzoeke van de partijen, voorzover niet andere ambtenaren bij uitsluiting zijn aangewezen. Ook verricht de notaris handelingen als het leiden van openbare veilingen, het verrichten van trekking bij loterijen en het legaliseren van stukken. 
.
Notice and Take Down procedure. Zie NTD.
.
NPA. Nederlandse Politie Academie. 

NPB. Nederlandse Politiebond. 

NPI. Nederlands Politie Instituut. Staforgaan van korpschefs, koprsbeheerders en hoofdofficieren van justitie. 
.
NTD. Notice and Take Down procedure. Een website kan geheel of gedeeltelijk van het internet worden verwijderd wanneer de inhoud volgens de wet strafbaar is. Een verzoek tot NTD kan worden ingediend bij de provider van de website. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een "burgerlijk NTD-verzoek" en een NTD-verzoek door het OM. 
.
Nudum praeceptum (l). Naakt voorschrift, bijvoorbeeld voorschrift zonder vermelding van sanctie. 

NVvR. Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Belangenvereniging voor de zittende- en staande magistratuur

NVSA. Nederlandse Vereniging van Strafrecht Advocaten.
 

O

Observatie. Het systematisch en onopvallend gadeslaan of bespieden van verdachte personen, objecten of situaties, met de bedoeling strafbare feiten op te sporen of te voorkomen. Men maakt onderscheid tussen `vaste observatie' (statische observatie) en `observatie door volgen' (mobiele observatie). 

O.dat. Overwegende dat. 

Offensief verhoor. Verhoortechniek waarbij men er van uit gaat dat er voldoende bewijsmateriaal tegen de verdachte is. Hij wordt chronologisch met dit bewijsmateriaal geconfronteerd en daarover ondervraagd. 

Officier van Justitie (OvJ). Functionaris van het openbaar ministerie bij de arrondissementsrechtbank en het kantongerecht. Zie ook Parket

OM. Openbaar Ministerie

Omgangsrecht. Het recht tot omgang met het kind van de ouder die niet met het gezag over het kind is of zal worden belast, na echtscheiding of scheiding van tafel en bed. Het omgangsrecht wordt door de rechter geregeld op verzoek van beide partijen of één van hen. Ook als de ouders nooit met elkaar getrouwd zijn geweest kan de ouder die het gezag over het kind niet heeft aan de rechter vragen om een omgangsregeling vast te stellen. Zie ook Ontzegging van het recht op omgang

Omkatten. Identiteitsverandering. Het aanbrengen van het chassisnummer van een niet-gestolen auto (bijvoorbeeld een total loss gereden wrak) die men in bezit heeft, op een gestolen auto van hetzelfde merk, type en bouwjaar. Vervolgens wordt de gestolen auto `legaal' in de handel gebracht. 

Omkering van de bewijslast. Slechts in uitzonderlijke gevallen toegepast in het civielrecht. Hierbij moet de verweerder aantonen dat een stelling van de eiser niet houdbaar is. In het strafrecht gaat men uit van het vermoeden van onschuld, dus daar is nooit sprake van een omkering van de bewijslast. 

Omkoping van ambtenaren. Het doen van een gift of belofte aan een ambtenaar, met het oogmerk om hem te bewegen in strijd met zijn plicht iets te doen of na te laten, of ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door de ambtenaar in strijd met zijn plicht is gedaan of nagelaten. 

Ommissiedelict. Delict waarbij men iets nalaat wat geboden is, wat men had moeten doen. Zie ook Commissiedelict

Onderhands. Tussen partijen onderling, zonder authentieke akte, zonder ambtelijke tussenkomst. 
.
Onderhandse akte. Schriftelijke overeenkomst  tussen partijen om iets te bewijzen, bijvoorbeeld overdracht of schuld. Zo'n akte kan door iedereen worden opgesteld. Hoewel het goed mogelijk is om een overeenkomst mondeling af te sluiten, is het toch aan te raden om een onderhandse akte op te stellen en de gemaakte afspraken zoveel mogelijk op papier te zetten. Zie ook Authentieke akte
.
Onderhoudsplicht. Zie Alimentatie

Ondertoezichtstelling (OTS). Dit wordt doorgaans door de kinderrechter gelast wanneer het kind zodanig opgroeit dat het met zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd. De ouders van het kind moeten zich bij de verzorging en de opvoeding van het onder toezicht gestelde kind houden aan de aanwijzingen van de gezinsvoogd, op straffe van ontzetting uit het ouderlijk gezag of uithuisplaatsing van het kind. De gezinsvoogdij beperkt het ouderlijk gezag, maar heft haar niet op. De OTS wordt meestal uitgesproken voor een jaar en kan telkens met een jaar worden verlengd. Zie ook Raad voor de Kinderbescherming

Onderverhuur. Het verhuren van een gedeelte van een zaak die men zelf gehuurd heeft. Onderverhuur mag, tenzij dit bij huurovereenkomst verboden is. Zie ook Wederverhuur

Onderzoek aan lichaam en kleding. Ook: fouillering. Dit kan alleen toegepast worden op een verdachte die is aangehouden en tegen wie bovendien ernstige bezwaren bestaan. Indien iemand aan zijn lichaam en kleding wordt onderzocht zonder dat er ernstige bezwaren tegen hem bestaan, is er onrechtmatig gehandeld. Dit heeft tot gevolg dat de rechter het aldus verkregen bewijsmateriaal niet voor het bewijs kan gebruiken. 
.
Onderzoeksplicht. In bepaalde gevallen (bijvoorbeeld koop van een huis) heeft de kandidaat-koper de plicht om zich op de hoogte te stellen van gegevens die van invloed kunnen zijn op de koopovereenkomst. Zie ook Informatieplicht
.
Ongewone transacties. Zie MOT

Oneigenlijke dwaling. Hiervan is sprake wanneer bij een rechtshandeling wil en verklaring elkaar niet dekken, bijvoorbeeld door een vergissing, verspreking of misverstand. 

Oneigenlijke rechtspraak. Voluntaire jurisdictie

Ongeschreven recht. Recht dat niet door de wetgever of de rechter in het leven is geroepen, maar wel algemeen als geldend recht wordt erkend, bijvoorbeeld gewoonterecht en bepaalde verkeersopvattingen. 

Onherroepelijke beslissing. Rechterlijke beslissing waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat. 

Onrechtmatige daad. Een handelen of nalaten dat inbreuk maakt op een anders recht, of in strijd is met des daders rechtsplicht of indruist, hetzij tegen de goede zeden, hetzij tegen de zorgvuldigheid welke in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien van een anders persoon of goed. Uit de onrechtmatige daad vloeit een verbintenis voort: het recht van de schuldeiser op een schadevergoeding, en de verplichting van de schuldenaar om deze te voldoen. De rechtsbetrekking tussen schuldenaar en schuldeiser wordt in dit geval omschreven als aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad.
.
Onroerende zaken. Hiertoe behoren de grond, alles wat op de grond gebouwd is, alle gewassen die met de wortels in de grond vastzitten (waaronder ongeplukte vruchten), alles wat in de grond of aan een gebouw aard- of nagelvast is (bijvoorbeeld centrale verwarming), alle roerende goederen die door de eigenaar tot blijvend gebruik aan zijn onroerende zaak verbonden zijn (bijvoorbeeld losse machines in een fabriek). 
.
Onschuldpresumptie (presumptio innocentiae). Grondbeginsel van het strafrecht, dat bepaalt dat een ieder voor onschuldig dient te worden gehouden tot het tegendeel is bewezen. De onschuldpresumptie wordt voorts uitdrukkelijk vermeld in artikel 6, lid 2 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM): "Een ieder tegen wie een vervolging is ingesteld, wordt voor onschuldig gehouden totdat zijn schuld in rechte is komen vast te staan." Zie ook In dubio pro reo
.
Ontbindende voorwaarde. Voorwaarde die een verbintenis nietig verklaart zodra de voorwaarde is vervuld. 

Ontbinding van het huwelijk. Een huwelijk wordt ontbonden door de dood, echtscheiding of een rechterlijk vonnis na scheiding van tafel en bed, of door vermissing van één der echtgenoten gedurende vijf, drie of één jaar en het daarop volgend huwelijk van de achtergebleven echtgenoot met toestemming van de rechter. Het eerste huwelijk wordt dus niet ontbonden door de toestemming van de rechter om te hertrouwen, maar door het daadwerkelijk sluiten van het volgende huwelijk. 

Onteigening. Het ten algemene nutte ontnemen van enig goed ten behoeve van de overheid tegen schadeloosstelling en onder rechterlijke tussenkomst. 

Onterving. Het uitsluiten van een erfgenaam van de nalatenschap. De erflater is hiertoe bevoegd, mits de legitieme portie niet wordt aangetast. 

Ontheffing van het ouderlijk gezag. Dit is mogelijk wanneer een ouder ongeschikt of onmachtig is om de plicht tot verzorging en opvoeding van een kind te vervullen. De ontheffing heeft, in tegenstelling tot ontzetting uit het ouderlijk gezag, geen afkeurend karakter. De rechter draagt het gezag doorgaans op aan een gezinsvoogdij-instelling. De ontheffing wordt voor onbeperkte tijd uitgesproken, maar ouders kunnen de rechter wel vragen om in het gezag te worden hersteld. 

Ontnemingsvordering. Vroeger bekend als `pluk-ze'-actie. Door het BOOM gecoördineerde actie die tot doel heeft het afnemen van door misdaad verkregen vermogens van criminelen. De maatregel kan alleen worden opgelegd in geval van veroordeling, dus niet bij vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, en evenmin bij schuldigverklaring zonder oplegging van straf. Hij kan tezamen met straffen en met andere maatregelen worden opgelegd. Zie ook BFO en CABB

Ontoerekeningsvatbaarheid. Hiervan is sprake wanneer een persoon in zodanige toestand verkeert dat hem zijn daden niet kunnen worden aangerekend. Zie Toerekeningsvatbaarheid en Verminderde toerekeningsvatbaarheid

Ontslag van rechtsvervolging. Dit volgt wanneer de rechter het ten laste gelegde strafbare feit wel bewezen acht, maar er sprake is van een strafuitsluitingsgrond. Zie ook Vrijspraak

Ontslagrecht. De rechtsregels die betrekking hebben op de ontbinding van arbeidsovereenkomsten. 

Ontsnappen. Iemand die op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van de vrijheid is beroofd en zichzelf bevrijdt is deswege niet strafbaar. Wel kan eventueel daarbij gepleegde vernieling, mishandeling en dergelijke tot strafbaarheid leiden. Iemand die een gevangene helpt ontsnappen is wel strafbaar. 

Onttrekking aan het verkeer. Maatregel die ten doel heeft om voorwerpen die niet slechts in handen van de delinquent, maar in handen van het publiek algemeen gevaarlijk zijn, uit de circulatie te nemen. Zie ook Inbeslagname en Verbeurdverklaring

Ontuchtige handelingen. Handelingen die het geslachtsverkeer betreffen, met wellustige bedoelingen geschieden en in het algemeen het zedelijkheidsgevoel krenken. 

Ontvankelijk. De rechter verklaart de officier van justitie ontvankelijk wanneer hij op grond van de tenlastelegging en/of naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting de geldigheid van de dagvaarding en/of zijn bevoegdheid tot kennisneming van het ten laste gelegde feit niet bestrijdt. Zie ook Niet ontvankelijk

Ontvoering en gijzeling. Opzettelijke en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Ontvoering is verborgen vrijheidsberoving (de verblijfplaats van de ontvoerde is onbekend). Gijzeling is openlijke vrijheidsberoving (de verblijfplaats van de gegijzelde is bekend). Men onderscheidt geplande gijzeling en gelegenheidsgijzeling. 

Ontzegging van het recht op omgang. Een ouder kan de rechter vragen om de andere ouder het recht op omgang met het kind te ontzeggen. De rechter doet dit alleen als de omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, de ouder ongeschikt of niet in staat is tot omgang met het kind, het kind twaalf jaar of ouder is en zelf ernstig bezwaar heeft tegen de omgang met de ouder, of de omgang om andere redenen in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. 

Ontzetting uit het ouderlijk gezag. Rechterlijke ontneming van het gezag over minderjarige kinderen. Dit is mogelijk wanneer de rechtbank dit in het belang van de kinderen acht, op grond van misbruik van het ouderlijk gezag of grove verwaarlozing van één of meer kinderen, slecht levensgedrag, onherroepelijke veroordeling voor bepaalde delicten, het veronachtzamen van de aanwijzingen van de gezinsvoogd, of vrees voor verwaarlozing van de belangen van het kind, doordat de ouder het kind terugeist of terugneemt van de anderen die het kind verzorgen. De rechter draagt het gezag doorgaans op aan een gezinsvoogdij-instelling en geeft het gezag pas weer aan de ouders terug wanneer hij ervan overtuigd is dat zij het kind weer goed kunnen verzorgen en opvoeden. Zie ook Ontheffing van het ouderlijk gezag

Onwaardigheid. Toestand die optreedt wanneer bijvoorbeeld een erfgenaam de erflater om het leven heeft gebracht. De erfgenaam verliest daardoor zijn rechten op de gehele of evenredig deel van de nalatenschap

Onwettig kind. Elk kind dat niet door geboorte, wettiging of adoptie de status van wettig kind heeft ontvangen. Elk kind wordt door geboorte wettig wanneer het tijdens het huwelijk of uiterlijk 306 dagen na de ontbinding van het huwelijk wordt geboren. Is in het laatste geval de moeder hertrouwd, dan heeft het kind de tweede echtgenoot tot vader. Is de moeder niet hertrouwd, dan heeft het kind de vroegere echtgenoot als vader. 

OOB. Onderafdeling Opsporing en Bijstand, afdeling van het Ministerie van Justitie. 

Openbaarheid van het rechtsgeding. Een der hoofdbeginselen van het Nederlands procesrecht. In het belang van de openbare orde en de zedelijkheid kan de rechter echter bevelen dat de zitting met gesloten deuren zal worden gehouden. 
.
Open inrichting. De gestrafte moet op werkdagen in de gevangenis verblijven. Vakantie- en weekeindverlof wordt altijd automatisch geaccepteerd. De regels zijn vaak soepel. Er zijn maar weinig beveiligingsvoorzieningen in deze inrichting aanwezig. Vaak heeft deze inrichting bijvoorbeeld geen hek. De gevangene mag buiten de gevangenis naar het werk of school gaan. Meestal zijn er dan ook geen bezoekuren. Dit regime wordt toegepast op mensen die bijna hun veroordeling hebben uitgezeten en binnenkort vrij zullen komen. Een half-open inrichting is voor mensen die net uit het gesloten regime zijn ingestroomd en voor wie de overgang naar de open inrichting nog te groot is.
.
Openbaar Ministerie (OM). De staatsinstelling belast met het leiding geven bij de opsporing van strafbare feiten, de vervolging van daders en het uitvoeren van vonnissen in strafzaken. Het openbaar ministerie is ondergeschikt aan de minister van justitie. Bij de Hoge Raad en de gerechtshoven wordt het OM vertegenwoordigd door een procureur-generaal en advocaten-generaal. Bij de arrondissementsrechtbanken en kantongerechten wordt het OM vertegenwoordigd door een hoofdofficier van justitie, officieren van justitie en substituut-officieren van justitie. 

Openbaar testament. Testament opgemaakt ten overstaan van een notaris (openbaar ambtenaar), in tegenwoordigheid van twee getuigen, die met de erflater het testament ondertekenen. 

Openbare aanklager. Aanklager

Openlijke geweldpleging. Het plegen van openlijk geweld met verenigde krachten tegen personen of goederen. De straf wordt verhoogd wanneer de dader opzettelijk goederen vernielt, het geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft, het geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of het geweld de dood ten gevolge heeft. 

Opheffing gemeenschap van goederen. Maatregel ter beëindiging van tussen echtgenoten bestaande algehele gemeenschap van goederen. Dit kan door één der echtgenoten worden gevorderd wanneer de andere echtgenoot de goederen verspilt. 

Oplichting. Het bewegen van iemand tot het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een schuld, hetzij door het aannemen van een valse naam of valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. 

Opportuniteitsbeginsel. Beginsel volgens welke het openbaar ministerie zelf beslist of in een bepaald geval al dan niet zal worden vervolgd, in tegenstelling tot het legaliteitsbeginsel. Het OM kan op gronden van algemeen belang van vervolging afzien. De belanghebbende (benadeelde) kan daarover zijn beklag doen bij het gerechtshof. Het OM is verplicht de belanghebbende omtrent dit recht in te lichten.

Opposant. Partij die in verzet komt. 

OPS. Geautomatiseerd opsporingsregister. 

Opsporingsambtenaar. Elk der personen die met de opsporing van een strafbaar feit zijn belast. 

Opsporingsregister. Zie ook Gesignaleerden

Opzettelijk. Willens en wetens. 

Orde van advocaten. De gezamenlijke advocaten die in Nederland zijn ingeschreven. De orde is gevestigd te Den Haag en aan het hoofd staat een raad van negen leden, met een deken als voorzitter. 

Oslo-confrontatie. Keuzeconfrontatie

OT. Observatieteam. 

OTS. Ondertoezichtstelling

OTT. Onderzoek ter terechtzitting. 

Ouderlijk gezag. Het geheel van bevoegdheden en verplichtingen van ouders ten opzichte van de persoon en het vermogen van het kind. Het ouderlijk gezag eindigt door het meerderjarig worden van het kind, het overlijden van de ouders of de ontheffing van of ontzetting uit het ouderlijk gezag van beide ouders. Zie ook Voogdij

OV. Onvoorwaardelijke veroordeling. 

Overeenkomst. Wilsovereenstemming tussen twee of meer partijen, gericht op het doen ontstaan, wijzigen of tenietgaan van verbintenissen. Een overeenkomst kan mondeling of schriftelijk worden gesloten. 
.
Overheidsvordering. Vereenvoudigde vorm van bankbeslag. Nadat de ontvanger vanwege het niet betalen van een belastingaanslag een dwangbevel heeft uitgevaardigd kan hij op eenvoudige wijze beslag op een betaalrekening (geen spaarrekening) leggen. Niet alleen het saldo van het moment van de vordering, maar ook alle bijschrijvingen gedurende een week daarna vallen onder het beslag. De overheidsvordering komt ook ten laste van een eventuele kredietfaciliteit die gekoppeld is aan de betaalrekening (geen creditcard). Dit betekent dat de overheidsvordering een roodstand tot gevolg kan hebben. De bank kan zich ten opzichte van de belastingdienst, wanneer zij zelf nog een vordering op de debiteur heeft, niet op verrekenen beroepen. Er gelden een aantal extra voorwaarden, zoals dat het openstaand bedrag van de belastingaanslag waarvoor de overheidsvordering wordt gedaan niet meer mag bedragen dan € 1000,- en dat het bedrag van de overheidsvordering ten hoogste € 500,- bedraagt.
.
Overmacht. 1. (c) Hiervan is sprake in geval van een vreemde oorzaak, die de schuldenaar niet kan worden toegerekend en die niet te voorzien was. Overmacht rechtvaardigt het niet-presteren en bevrijdt van de verplichting tot vergoeding van kosten en schade. 2. (s) Strafuitsluitingsgrond. Iedere dwang of drang waaraan men redelijkerwijs geen weerstand kan bieden. `Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen.' 

Overpad. Zie Recht van overpad

Overrompeling. Verhoortechniek waarbij de verhoorder zich laat leiden door zaken als de (schrik)reactie van de verdachte bij diens aanhouding, de algehele situatie van het moment, de houding van de verdachte in het algemeen. Wanneer de overrompeling leidt tot een bekentenis, dient deze terstond op papier te worden gezet. 

OvJ. Officier van Justitie
 
 

P

.
Paardensprong. Term uit het aansprakelijkheidsrecht. Wanneer een contractspartij de aansprakelijkheid voor zijn ondergeschikten heeft uitgesloten, kan zo'n ondergeschikte zich eveneens op deze uitsluiting beroepen.
.
Pacht. Overeenkomst tot ingebruikneming van agrarische eigendommen. Voor de pachtovereenkomst is goedkeuring van de Grondkamer nodig. 

Pand. 1. Zakelijk recht op iemands anders roerend goed om daarop bij voorrang een vordering te verhalen. 2. Het in pand (1) gegeven voorwerp. 

Parate executie. Het recht om de goederen van een schuldenaar die in gebreke blijft zonder voorafgaand rechterlijk vonnis in het openbaar, naar plaatselijk gebruik, te verkopen. De pandhouder heeft dit recht krachtens de wet, maar de hypotheekhouder moet het bedingen. 
.
Parkeerbelasting. Door de gemeente of ander openbaar lichaam geheven belasting in het kader van de parkeerregulering. Bij constatering van foutparkeren ontvangt de overtreder een "naheffing over de parkeerbelasting" (parkeerbon). Als je in bezwaar wilt gaan tegen de naheffingsaanslag, dan moet je binnen zes weken na de datum op de bon schriftelijk in bezwaar te gaan bij de gemeente. Binnen zes weken na dagtekening van de uitspraak over je bezwaar kun je nog in beroep gaan tegen deze uitspraak bij het gerechtshof. Net als bij een Mulder-sanctie moet je de naheffing wel eerst betalen. Als je bezwaar gegrond wordt verklaard, ontvang je je geld terug. 
.
Parkeerboete. Oude benaming van Parkeerbelasting
.
Parket. Ook: Arrondissementsparket. Arrondissementsbureau van het openbaar ministerie. Het hoofd van het parket is een Hoofdofficier van justitie

Parketpolitie. Parketwacht

Parketstandje. Officiële waarschuwing van de officier van justitie aan het adres van een verdachte. 

Parketwacht. Politiedienst belast met hulp- en ordediensten op het parket

Parketwachter. Politiebeambte werkzaam bij de parketwacht

PD. Plaats delict; in engere zin de plaats waar het delict zich feitelijk heeft afgespeeld. (Bijvoorbeeld: `PD: hoek Amstelstraat-Rembrandtsplein.') In ruimere zin al die plaatsen waar sporen van het misdrijf kunnen worden aangetroffen. 

Pendos. Penitentiair dossier van individuele gedetineerden en preventief gedetineerden. 

Penitentiair recht. Het recht met betrekking tot straffen en maatregelen. Men onderscheidt volwassenenstrafrecht en kinderstrafrecht. 

Penologie. De leer van de straffen, de strafoplegging en de toepassing van gerechtelijke straffen. De taak van de penologie is onder meer het aanleveren van oplossingen aangaande de optimalisering van het strafrechtelijk systeem. In Nederland wordt de penologie doorgaans beschouwd als een deelwetenschap van de criminologie

Pensioenrechten bij scheiding. Zie Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

Persofficier (van justitie). Officier van justitie die optreedt als voorlichter van het openbaar ministerie. 

Personaliteitsbeginsel. Ook: actief nationaliteitsbeginsel. Het beginsel dat de regels omtrent de persoon worden beheerst door het rechterlijk stelsel van het land van zijn herkomst. Het Nederlandse strafrecht volgt Nederlanders waar ze ook gaan, met betrekking tot elk misdrijf naar Nederlands recht, begaan door een Nederlander waar ook ter wereld. De reden hiervan is dat Nederland geen Nederlanders uitlevert aan andere staten. 

Personenrecht. Het geheel van rechtsregels betreffende de hoedanigheden en bevoegdheden van personen, grotendeels gepubliceerd in Boek I van het Burgerlijk Wetboek. 

Persoon. Drager van rechten en plichten, te onderscheiden in natuurlijk persoon en rechtspersoon

Persoonlijke levenssfeer. Privacy

Persoonlijkheidsrecht. Het recht op leven, gezondheid, vrijheid en eer (Verdrag van Rome, artikel 2 e.v.). 

Persoonsregistratie. Zie Wet persoonsregistraties
.
Petitio principii (l). Cirkelredenering.
.
Petitum (l). De eis in een civielrechtelijk proces. 

PG. Procureur-Generaal

PIBB. Plaatsing in een Inrichting voor Buitengewone Behandeling. Maatregel in het kinderstrafrecht, te vergelijken met de TBS van volwassenen. 

PID. Politie Inlichtingendienst. 
.
PIJ. Plaatsing in een Inrichting voor Jeugdigen. 
.
Piket. Ook: piketdienst. Door advocaten georganiseerde diensten (de advocaat kan op kantoor of thuis worden gebeld), om verdachten bij te staan in de fase vóór de voorlopige hechtenis, dus voor de duur van de tijd dat een verdachte in verzekering is gesteld. 

Piketadvocaat. Advocaat met piketdienst. Meteen nadat een verdachte inverzekering is gesteld, krijgt hij van overheidswege een advocaat toegewezen, de zogenaamde piketadvocaat. De advocaat komt de verdachte bezoeken op het politiebureau en overlegt met hem over de feiten waarvan hij wordt verdacht. De advocaat kan op dat moment alleen uitgaan van de verklaring van de verdachte, aangezien de advocaat in deze fase van het onderzoek in het algemeen nog geen dossier in handen heeft. De advocaat wijst de verdachte in het gesprek op zijn rechten en plichten, waaronder wederom het recht om te zwijgen. In plaats van de van overheidswege toegewezen advocaat, kan de verdachte ook zelf een advocaat kiezen, de zogenaamde "voorkeurspiketadvocaat".

Piketofficier. Officier van justitie met piketdienst. 

Pikmeer-arrest. Verscherping van het Volkel-arrest. Het Pikmeer-arrest sluit de overheidsdienaar die de wet overtreedt uit van vervolging, zolang hij optreedt uit hoofde van zijn functie, tenzij specifieke wetsartikelen (m.b.t. corruptie enz.) op het delict van toepassing zijn. 

Pit. Zwaailicht. 

Pitwagen. Politieauto voorzien van vast zwaailicht. `Heeft u nog een pitwagen bij de hand, HB?' 

PIW'er. Bewaarder/penitentiair inrichtingswerker. 

Plaats delict. PD

Plaatsopneming. Zie Gerechtelijke plaatsopneming

Plagiaat. Diefstal van intellectueel eigendom. Zie ook Auteursrecht en Wet op de Naburige Rechten

Pleegkind. De minderjarige beneden de leeftijd van 18 jaar die bij anderen dan zijn ouders, voogd of bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad wordt verzorgd en opgevoed. 

Pleidooi. Pleitrede door een advocaat gehouden ten behoeve van zijn cliënt, voor een rechtsprekende instantie, zowel in het civielrechtelijk als in het strafproces. In het strafproces komt het pleidooi van de verdediging na het requisitoir van het openbaar ministerie. Dit kan zich nog herhalen door middel van het repliek van de officier van justitie en het dupliek van de advocaat. Zie ook Laatste woord

Pleitnota. Al dan niet beknopte schriftelijke weergave van het pleidooi met vermelding van geciteerde jurisprudentie en literatuur. 

`Pluk-ze'-actie. Verouderde benaming voor ontnemingsvordering

PMI. Politie Management Instituut. 
.
PO2002. Vernieuwde politie-opleiding. Er zijn vijf verschillende basisopleidingen, ook wel aangeduid als niveau 2, 3, 4, 5 en 6. De assistent politiemedewerker (niveau 2) doet anderhalf jaar over zijn opleiding en kan vervolgens in het korps aan de slag als politiesurveillant. De politiemedewerker (niveau 3) gaat voor drie jaar de schoolbanken in en begint daarna zijn politieloopbaan als agent. De allround politiemedewerker (niveau 4) zit nog een jaartje langer op school; hij begint zijn loopbaan als hoofdagent. En dan heb je nog de politiekundigen op niveau 5 en niveau 6. Ook die gaan vier jaar naar school en beginnen vervolgens hun loopbaan als brigadier respectievelijk als inspecteur.
.
Poging. Streven zonder te slagen. Poging tot overtreding is niet strafbaar, poging tot misdrijf wel. Er moet dan het voornemen zijn om een bepaald feit te plegen, er moet een begin van uitvoering van het misdrijf zijn, en de niet-voltooiing van het misdrijf moet het gevolg zijn van omstandigheden onafhankelijk van de wil van de dader. 

POI. Penitentiaire Open Inrichting. Open gevangenis waarin de beveiliging beperkt is en het regiem mild. 

Politie. Overheidsdienst belast met de opsporing van strafbare feiten, handhaving van de openbare orde en hulpverlening aan hulpbehoevenden. 
.
Politiek gevangene. Iemand die vanwege betrokkenheid bij een politieke activiteit is opgesloten in de gevangenis, of op een andere manier vast wordt gehouden (zoals via huisarrest).
.
Politie-infiltrant. Ook: undercover-agent. Politiebeambte die optreedt als infiltrant. In Nederland geïntroduceerd door commissaris G.J. Toorenaar (1925-1994). Zie ook Informant-infiltrant en Pseudokoper

Politierechter. Enkelvoudige kamer bij de arrondissementsrechtbank, aangewezen voor de behandeling van eenvoudige strafzaken. De politierechter kan maximaal zes maanden gevangenisstraf opleggen. 
.
Politieregister. Ook: register. Verzameling van op verschillende personen betrekking hebbende persoonsgegevens die langs geautomatiseerde weg wordt gevoerd of met het oog op een doeltreffende raadpleging van die gegevens systematisch is aangelegd, en is aangelegd ten dienste van de uitvoering van de politietaak. Het politieregister is uitsluitend bedoeld voor intern gebruik. Er staan b.v. verdenkingen in, of strafbare feiten waarbij het niet tot een veroordeling is gekomen, b.v. van minderjarigen. Zie ook HDR.
.
Politietransactie. Zie Schikking
.
POMB. Primaire Opleiding Medewerker Basispolitiezorg.
.
POPS. Primaire Opleiding PolitieSurveillanten. 
.
Post alla (l). Redactionele opmerking die aangeeft dat er iets is weggelaten. 

Post hoc, ergo propter hoc (l). Daarna en derhalve daarom (temporeel verband ten onrechte tot causaal verband gemaakt). 

Potior est conditio possidentis (l). De bezitter bevindt zich in de meest gunstige situatie. 

Pp. Partijen. 

Preferentie. Het bevoorrecht zijn boven andere schuldeisers. 

Prejudicieel. Te beslissen alvorens de berechting van de hoofdzaak kan plaatsvinden. Een prejudiciële vraag is een rechtsvraag van een rechter aan een hoger gerecht (bijvoorbeeld van de Hoge Raad der Nederlanden aan het Hof van Justitie van de Europese Unie), betreffende de uitleg van een rechtsregel. Hangende de behandeling van die vraag bij de hogere rechter, wordt de procedure voor de lagere rechter geschorst. De lagere rechter zal na de prejudiciële uitspraak zelf ook uitspraak doen met toepassing van de prejudiciële uitspraak. De hogere rechter beslist dus slechts over de gestelde rechtsvraag en doet niet zelf uitspraak.

Premisse. Argument. Zie Deductieve logica.

President. 1. Functieomschrijving van de voorzitter van een gerechtelijke kamer; degene die het onderzoek op de terechtzitting leidt. Dat hoeft naar rang geen president of vice-president te zijn. 2. Rang van een rechter. 

Pressieverbod. Verbod dat inhoud dat een verdachte niet tot een bekentenis mag worden gedwongen. Hij moet in vrijheid kunnen verklaren. 

Prestatie. Voorwerp der verbintenis; datgene waartoe een schuldenaar krachtens een verbintenis verplicht is. 

Presteren. Het verrichten van een prestatie

Presumptie. Rechtsvermoeden. Bij een presumptie is de wetgever in dubio t.a.v. het bestaan van een bepaald feit. Door het gebruik van een presumptie wordt het gebrek aan informatie verholpen; de wetgever neemt het bestaan van het feit eenvoudig aan. Zie Onschuldpresumptie.

Preventie. Zie ook Generale preventie en Speciale preventie

Preventieve hechtenis. Voorarrest

Primaire arbeidsvoorwaarden. Hieronder worden voornamelijk zaken als arbeidsduur, loon en vakantieaanspraken verstaan. Zie ook Secundaire arbeidsvoorwaarden.

Principaal beroep. Oorspronkelijk beroep van appellant. Wordt zo genoemd wanneer incidenteel beroep is ingesteld.

(Ten) principale. Als de Hoge Raad na vernietiging van de bestreden uitspraak de zaak zelf afdoet in plaats van naar een lagere rechter te verwijzen, doet hij recht ten principale. 

Prisonisatieverschijnselen. Hevige depressies, sterke apathieën en gevoelens van (zelf)vervreemding. Deze psychische stoornissen komen voor bij langgestraften. 

Privaatrecht. Burgerlijk recht

Privacy (e). Het recht op een persoonlijke levenssfeer, rust, vrijheid van de hinder van anderen. Daartoe zijn strafbepalingen in de wet opgenomen, bijvoorbeeld ten aanzien van het afluisteren van gesprekken, de publikatie van foto's van personen en de geautomatiseerde registratie van persoonsgegevens. 

Procedure. Rechtsgeding in civielrechtelijke, strafrechtelijke of bestuurszaken. 

Proces. Twistgeding; rechtsgeschil dat door partijen bij de rechterlijke macht aanhangig is gemaakt en de behandeling daarvan door de rechterlijke macht. 

Proceskosten (c). De salarissen van advocaten en procureurs, de noodzakelijke gerechtskosten, griffierechten, kosten van getuigen en deskundigen enz. De verliezende partij wordt doorgaans veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de tegenpartij. Dit noemt men een proceskostenveroordeling.

Procesrecht. Het geheel van rechtsregels omtrent het instellen van rechtsvorderingen en de tenuitvoerlegging van vonnissen en beschikkingen. 

Proces-verbaal. 1. Bekeuring. Akte van een opsporingsambtenaar betreffende de vaststelling van een overtreding. 2. Ambtelijk verslag van een terechtzitting, opgemaakt en ondertekend door de griffier en ter vaststelling mede ondertekend door een van de rechters. 3. Authentiek verslag door de daartoe bevoegde ambtenaren opgemaakt van huiszoekingen, van het binnentreden van woningen, inbeslagnemingen enz. 

Procureur. Vertegenwoordiger van een procespartij in civielrechtelijke zaken. Een procureur is verplicht voorgeschreven in alle civielrechtelijke zaken, behalve bij de kantongerechten en in het kort geding. Een advocaat is meestal tevens procureur binnen het arrondissement waarin hij zijn praktijk uitoefent. 

Procureur-Generaal (PG). Vertegenwoordiger van het openbaar ministerie bij de Hoge Raad en de gerechtshoven. De procureurs-generaal zijn niet alleen verantwoordelijk voor de uitvoering van het strafrechtelijk beleid in hun ressort, zij stellen ook in grote lijnen het landelijk beleid vast. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kan niet worden afgezet, in tegenstelling tot de overige functionarissen van het OM, omdat hij een bijzondere taak kan hebben bij het vervolgen van ambtsdelicten, dus ook van de eventuele ambtsdelicten van de minister van justitie. 

Prodeaan. Iemand die vergunning heeft gekregen om tegen verminderd tarief te procederen. 
.
Proefproces. Proces of rechtszaak waarin de werking in de wettelijke mogelijkheden op een bepaalde vlak worden onderzocht (beproefd). Een proefproces wordt gehouden als er een situatie ontstaat waarin niet duidelijk is wat de wet bepaalt. Dit kan het gevolg zijn van een nieuwe wet die niet duidelijk is, twee wetten die elkaar tegenspreken, of het ontstaan van een nieuwe situatie waar de (oude) wet geen rekening mee houdt. In deze gevallen wordt soms door iemand een proefproces aangespannen, om vast te stellen hoe de rechter de desbetreffende wet(ten) interpreteert. Deze eerste rechterlijke uitspraak over de onduidelijkheid is van belang, aangezien andere rechters in principe de interpretatie in dit eerste proces zullen volgen vanwege de jurisprudentie die voortvloeit uit deze eerste zaak. In het eerste proces – het proefproces –  wordt de wettelijke onduidelijkheid ingevuld en nader uitgewerkt. Deze uitleg kan echter pas met zekerheid worden aangenomen wanneer (na een hoger beroep en cassatie) de Hoge Raad deze bevestigt. Voorbeelden zijn het rookverbod in kroegen en het verkopen van alcoholhoudende dranken in tankstations.
.
Proeftijd. 1. (a) Een door de wet erkende periode bij de aanvang van een dienstbetrekking gedurende welke men een dienstbetrekking zonder opzegging kan beëindigen. 2. (s) Een door de rechter bepaalde periode gedurende welke een veroordeelde zich niet opnieuw schuldig mag maken aan een strafbaar feit, op straffe van tenuitvoerlegging van de opgelegde voorwaardelijke straf. 

Propter veritatem et iustitiam (l). Omwille van de waarheid en gerechtigheid. 

Prorogatie. 1. Het brengen van een geschil voor een andere rechter dan degene voor wie het eigenlijk moet worden gebracht. 2. Het afstand doen van één trap van rechtsbedeling, door een geschil dat vatbaar is voor beroep aan een gerechtshof en waarin dading of compromis kan plaatshebben, reeds terstond aan dat hof te onderwerpen. Er wordt dus een lagere rechter overgeslagen.
.
Provincieverbod. Zie Gebiedsverbod
.
Provisionele bewindvoerder. Mentor

Provocateur. Type informant dat anderen uitlokt een of meer misdrijven te plegen en betrokkenen vervolgens aan de politie verraadt. Hij handelt doorgaans uit winstbejag. Zodra iemand als provocateur wordt ontmaskerd, wordt het contact met de politie onmiddellijk verbroken. 

PSC. Penitentiair Selectiecentrum. 

Pseudokoper. Politiefunctionaris die zich bijvoorbeeld voordoet als iemand die drugs wil kopen, met het doel de dealer op heterdaad te betrappen, of op deze wijze te infiltreren. In Nederland geïntroduceerd door commissaris G.J. Toorenaar (1925-1994). Omstreden vorm van uitlokking. Voor pseudo-dienstverlening gelden dezelfde regels als voor pseudo-koop Zie ook Tallon-arrest

Publiekrecht. Het recht dat de betrekkingen tussen de burgers en de overheid regelt. Zie ook Burgerlijk recht. Het publiekrecht omvat het staatsrecht, het administratief recht, het strafrecht, het strafprocesrecht en het volkenrecht. 

PV. Proces-verbaal

PW. Politiewet. 
 
 

Q

Qui succedit in locum, succedit in ius (l). Wie iemand in een functie opvolgt, neemt ook diens rechten over. 

Quod non est in actis, non est in mundo (l). Wat in de processtukken niet voorkomt, komt in de wereld niet voor (geldt als niet-bestaand). 

Quota pars litis (l). Vorm van prestatieloon voor de advocaat, waarbij de advocaat met zijn cliënt overeen komt dat het salaris een evenredig deel zal bedragen van de waarde van het door zijn bijstand te bereiken gevolg. Is in Nederland verboden, behoudens wanneer dit geschiedt met inachtneming van een binnen de advocatuur gebruikelijk en aanvaard incassotarief. Zie ook No cure, no pay.
 

R

Raadkamer. 1. Het vertrek waar de rechterlijke colleges beraadslagen. 2. Het college dat zich tijdens een rechtsgeding voor beraad heeft teruggetrokken. 3. De beraadslaging van voornoemd college (is geheim). Zie ook Afdoen in raadkamer

Raadsheer. Lid van de Hoge Raad of van het Gerechtshof. 

Raadsman. 1. Advocaat werkzaam in strafzaken tot bijstand van een verdachte. De vrouwelijke advocaat wordt raadsvrouwe genoemd. 2. Elke persoon die iemand bijstaat in een zaak waarin vertegenwoordiging per procureur niet is vereist. 

Raadsvrouwe. 1. Advocate werkzaam in strafzaken tot bijstand van een verdachte. 2. Zie raadsman (2). 

Raad van Beroep. Administratiefrechtelijk college belast met de beslechting van geschillen inzake de sociale verzekeringszaken en ambtenarenzaken. Zie ook Centrale Raad van Beroep

Raad van Discipline. College dat zich bezighoudt met de tuchtrechtspraak van de advocatuur. Tegen een uitspraak van de Raad kan in beroep worden gegaan bij het Hof van Discipline

Raad voor de Kinderbescherming. Overheidsinstelling ten dienste van de kinderbescherming, in 1954 ingevoerd als opvolger van de voogdijraad. De Raad voor de Kinderbescherming brengt advies uit aan de Kinderrechter. Zie ook Ondertoezichtstelling, Ontheffing van het ouderlijk gezag, Ontzetting uit het ouderlijk gezag en Vicieuze cirkel van het kinderrecht

Raad voor Rechtsbijstand. Raad, bestaande uit ten minste drie advocaten, benoemd door de rechtbank. Elk arrondissement heeft zo'n raad, die als hoofdtaak het toevoegen van een advocaat aan onvermogenden heeft en bepaalt of mensen in aanmerking komen voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand. Advocaten die toegevoegde zaken willen behandelen, dienen zich in te schrijven bij hun Raad voor Rechtsbijstand. Zie ook Toevoeging

Raamwet. Ook: kaderwet. Wet die slechts het raam of kader aangeeft, maar de verdere uitwerking aan nadere regeling bij verordening of algemene maatregel van bestuur overlaat. 

RAC. 1. Rijksautomobielcentrale. 2. Recherche Advies Commissie. 

Raio. Rechterlijke ambtenaar in opleiding. 

Rb. Rechtbank. 

RC. Rechter-commissaris

RCID. Regionale Criminele Inlichtingendienst. Zie ook NCID
.
RDW. Rijksdienst voor het wegverkeer. 
.
Recherche. Politieafdeling die zich bezighoudt met het onderzoek en de naspeuring van misdrijven. 

Rechercheur. Ook: "rus". Politiebeambte die werkzaam is bij de afdeling recherche. In Nederland is rechercheur geen rang, maar een functie. `De rechercheur is hoofdagent Van Hattem.' Niet elke politie-ambtenaar in burger is rechercheur. Zie Burgerpot.

Recht. Het geheel van wettelijke voorschriften die de belangen van de bevolking moeten waarborgen. 
.
Recht van overpad. Zie Servituten
.
Rechtbank. Arrondissementsrechtbank

Rechter-commissaris. Rechter die onder meer als taak heeft: 1. Het naar aanleiding van een vordering van het openbaar ministerie instellen van een gerechtelijk vooronderzoek en het bevelen van inbewaringstelling van de verdachte. 2. Het bij een faillissement toezicht houden op en leiding geven aan het beheer en de vereffening door de curator. 3. Het verhoor van getuigen bij het tussenvonnis in een civiele procedure, op eenparig verzoek van partijen. 

Rechterlijk bevel tot betaling. Bevel dat op verzoek van de schuldeiser die een geldbedrag te vorderen heeft kan worden uitgevaardigd door de kantonrechter, wanneer de vordering voortkomt uit een overeenkomst, direct opeisbaar is en het bedrag niet groter is dan ƒ 1500,-. 

Rechterlijke macht. Eén van de drie machten van de staat; de andere twee zijn de wetgevende macht en de uitvoerende macht. Zie Trias politica.

Rechterlijke organisatie. De organen die met de rechtspraak zijn belast: kantongerecht, arrondissementsrechtbank, gerechtshof en Hoge Raad. 

Rechterlijk pardon. Hierbij veroordeelt de rechter een verdachte zonder een straf op te leggen. 

Rechtsgebied. 1. Het district van een rechterlijke instantie. 2. Het geheel van regels betreffende een hoofdonderdeel van het recht en de toepassing daarvan. 

Rechtshandeling. Handeling verricht met de bedoeling bepaalde rechtsgevolgen in het leven te roepen, bijvoorbeeld koop, waarbij het rechtsgevolg is dat een zaak van eigenaar wisselt, dat de ene partij iets moet leveren en de andere partij daar iets voor moet betalen. 

Rechtsingang. De op de voorgeschreven wijze bij de rechter aanhangig maken van een procedure door dagvaarding of rekest

Rechtsmiddelen. 1. De argumenten die door een procespartij worden aangevoerd. 2. De wijzen waarop men tegen een gewezen vonnis kan opkomen. `Welke rechtsmiddelen staan er nog voor mij open?' 

Rechtspersoon. Organisatie die als rechtspersoon staat geregistreerd, bijvoorbeeld NV, BV, vereniging, stichting, kerkgenootschap. De staat, de provincies, de gemeenten en andere overheidsorganisaties zijn publiekrechtelijke rechtspersonen; bedrijven, verenigingen enz. zijn privaatrechtelijke rechtspersonen. Zie ook Natuurlijk persoon

Rechtspositie. 1. (a) De verhouding tussen werkgever en werknemer vanuit juridisch gezichtspunt. 2. (o) De arbeidsverhouding tussen de overheid en zijn personeel. 

Rechtspraak. De van staatswege geschapen organisatie tot het behandelen en be‰indigen van rechtsgeschillen. 

Rechtssubject. Ieder persoon die rechten en plichten kan hebben, dus rechtsbevoegd is. 

Rechtvaardigingsgrond. Vorm van strafuitsluitingsgrond, bijvoorbeeld in geval van noodweer, wettelijk voorschrift of ambtelijk bevel. Bijzondere omstandigheid die het wederrechtelijk karakter van de wetsovertreding doet wegvallen. Leidt daarom tot ontslag van rechtsvervolging. 

Recht van overpad. Erfdienstbaarheid die de rechthebbende van het erf de bevoegdheid geeft om te voet over het land van een ander te gaan. 

Recidive. Hiervan is sprake wanneer er door één persoon meerdere strafbare feiten zijn begaan, welke gescheiden zijn door minstens één veroordeling. Vorm van meerdaadse samenloop, met dit verschil dat bij de meerdaadse samenloop geen veroordeling tussen het plegen van de delicten heeft plaatsgevonden. 

Recidivist. Iemand die na zijn straf weer strafbare feiten pleegt. 
.
Reclame Code Commissie. Commissie die toezicht houdt op naleving van de Wet Misleidende Reclame. Mocht reclame in strijd zijn met de reclame code, kan bij de Stichting Reclame Code een klacht worden ingediend. 
.
Reclassering. De stichtingen die hulp verlenen aan personen die op een of andere manier met de politie/justitie in aanraking zijn gekomen of dreigen te komen. Mensen die verdacht worden van strafbaar gedrag, gevangenen en ex-gevangenen en hun familie/vrienden, alsmede slachtoffers van dat strafbare gedrag kunnen bij de reclassering terecht. De reclassering geeft geen rechtshulp. De taken van de reclassering zijn: de vroeghulp aan inverzekeringgestelden, voorlichting aan de rechterlijke macht en andere justitiële instanties en hulp- en steunverlening aan veroordeelden. 

Reconventie. Tegeneis. Zie Eis in reconventie

Redressie. Een van de doelstellingen van het strafrecht. Een vorm van preventie die in feite niet gericht is op het voorkomen van misdaden of recidive, maar op het onderbreken van delicten die al plaatsvinden. Iemand die dagelijks met een grote hoeveelheid alcohol in het bloed de maximumsnelheid overtreedt maar nog nooit is gepakt, is immers geen potentiële delinquent ( generale preventie), maar een feitelijke delinquent. Door bekend te maken dat er dagelijks snelheidscontroles en alcoholcontroles op de weg plaatsvinden, waarbij wordt vermeld welke straffen de daders krijgen, bestaat de mogelijkheid dat het strafbare gedrag zal worden gestaakt. 

Reductio ad absurdum (l). Het herleiden (van een argument) tot het ongerijmde. 

Reële executie. Tenuitvoerlegging van een vonnis gericht op het afdwingen van een bepaalde prestatie, met behulp van de politie. Wanneer dit niet mogelijk is (kun je iemand dwingen een muurtje te metselen?) kan gijzeling (2) of het opleggen van een dwangsom uitkomst brengen. 
.
Regiezitting. In de Nederlandse rechtsgang een zitting van een rechtbank of gerechtshof ter voorbereiding van de inhoudelijke behandeling van een rechtszaak. Regiezittingen worden gehouden bij gecompliceerde zaken. Aan de regiezitting nemen de procespartijen deel. Bij een strafzaak zijn dat de officier van justitie en de verdediging. De onderwerpen die tijdens de zitting aan de orde komen betreffen de stand van het onderzoek, en met name de vraag of aanvullend onderzoek zoals het horen van getuigen gewenst is voordat de inhoudelijke behandeling van de zaak begint. De rechtbank neemt aan de hand hiervan beslissingen over de verdere procedure in de procesgang.
.
Regime. De dagelijkse gang van zaken in de strafinrichting. `Het regime is hier mild.' Zie Gevangenisregime
.
Registercontrole van de Rijksdienst voor het wegverkeer (RDW). De RDW mag vanuit het kentekenregister de APK-vervaldatum controleren en de kentekenhouder zonder meer een beschikking (bekeuring) sturen als blijkt dat het kenteken niet geschorst is en de APK verlopen is. Het strafbare feit hoeft dus niet feitelijk te worden geconstateerd, bijvoorbeeld door middel van geflitst worden of politiecontrole.
Sinds de invoering van de Wet Mulder en de registercontrole van de RDW worden er jaarlijks klachten gedeponeerd bij de Nationale Ombudsman. Voor ongeveer 35 van deze klachten over boetes heeft de Nationale ombudsman de RDW in 2010 via interventie gevraagd om de zaken te beoordelen op hun schrijnendheid. In de gevallen die als schrijnend werden beoordeeld, heeft de RDW voor nog openstaande boetes correctieverzoeken ingediend bij het CJIB en/of de CVOM, en, indien relevant, de Belastingdienst benaderd. In een meerderheid van de gevallen bleek de RDW hiertoe bereid. In een aantal gevallen wees de RDW dit verzoek af, bijvoorbeeld als betrokkenen heel lang geen actie hadden ondernomen om een en ander recht te zetten ondanks berichtgeving van de RDW en men ook geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid om bezwaar en eventueel beroep in te stellen tegen de opgelegde boetes.
.
Rehabilitatie. De rehabilitatie van een failliet door de rechtbank is mogelijk wanneer de gefailleerde aantoont dat alle schulden geheel of naar genoegen betaald zijn. 

Rekest. Verzoekschrift gericht tot het bevoegde rechterlijke of bestuurlijke gezag. Arbeids- en huurkoopgeschillen kunnen door het indienen van een verzoekschrift bij de griffier van het kantongerecht aanhangig worden gemaakt. Echtscheiding kan door de echtgenoten gezamenlijk per rekest aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank, maar wanneer het initiatief daartoe uitgaat van één der echtgenoten, moet dagvaarding plaatsvinden. 

Rekest civiel. Verzoek tot herziening van een vonnis gewezen in een civielrechtelijke zaak waartegen geen gewoon rechtsmiddel (2) meer openstaat. 

Relatieve bevoegdheid. De bevoegdheid van een rechterlijke macht om in deze plaats en in deze situatie over een bepaalde zaak te oordelen. Zie ook Absolute bevoegdheid

Remotis arbitris (l). Na verwijdering van de getuigen. 

Renvooi-proces. Geding over een geschil tussen de rechter-commissaris en een schuldeiser tijdens de verificatie in een faillissement

Repliek. Zie Conclusie van repliek. Zie ook Pleidooi
.
Reputatieschade. Imagoschade
.
Requestrant. Ook: verzoeker. Eiser in verzoekschriftprocedure

Requirant. Ook: verzoeker tot cassatie. Eiser in cassatie

Requisitoir (s) (spreek uit: rekwisitoor). Verhandeling van de officier van justitie, waarin hij het bewijs samenvat en dat uitmondt in het mondeling en schriftelijk vorderen van een bepaalde straf (de eis). Na het requisitoir is de verdediging aan de beurt. Zie Pleidooi

Resocialisatiebeginsel. Het beginsel dat de tenuitvoerlegging van de straf mede dienstbaar wordt gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer van gedetineerden in het maatschappelijk leven. 

Ressort. Ook: hofressort. Rechtsgebied. Drie of vier arrondissementen samen vormen een ressort. In ieder ressort bevindt zich één Gerechtshof

Restrictieve interpretatie. Krappe, beperkende uitleg en hantering van een rechtsregel. Zie ook Interpretatie

Revindicatoir beslag. Beslag gelegd op een goed door hem die recht heeft tot opeising van eigendom dat zich onder een ander bevindt. 

Revisie. Herziening. 1. Rechtsmiddel in civielrechtelijke zaken tegen arresten door de Hoge Raad in eerste instantie gewezen. Wordt ingesteld bij de Hoge Raad. 2. Buitengewoon rechtsmiddel in strafzaken tegen een in hoogste instantie gewezen vonnis of arrest. Wanneer de Hoge Raad revisie mogelijk acht, dan wordt de zaak naar een gerechtshof verwezen dat nog niet eerder over de zaak geoordeeld heeft. 

Rigor mortis. Lijkstijfheid

Rijden onder invloed. Het besturen of doen besturen van een voertuig onder invloed van alcohol of een andere bedwelmende stof. 
.
Rijksdienst voor het wegverkeer. De Dienst Wegverkeer (RDW) is als zelfstandig bestuursorgaan verantwoordelijk voor overheids-taken rond voertuigen. De wettelijke basis hiervoor ligt in de Wegenverkeerswet 1994. De kern-taken van de RDW zijn toelating, toezicht en controle, registratie en informatieverstrekking, en document-afgifte. In het kader van deze kerntaken ziet de RDW erop toe dat voertuigen aan (Europese) veiligheids- en milieueisen voldoen. De RDW is hiermee de Nederlandse keuringsinstantie voor toelating van voertuigen op de openbare weg en geeft ook de kentekens uit voor deze voertuigen.
De RDW ziet tevens toe op de veiligheid van voertuigen door middel van controle op de uitvoering van de Algemene Periodieke Keuring (APK) door keuringsstations. Ook zorgt de RDW voor erkenningen van de APK-keuringsstations. Verder is de RDW de beheerder van de basisregistratie voertuigen, het rijbewijzenregister, het verzekeringsregister en het APK-register. Uit deze registers verstrekt de RDW informatie aan autoriteiten in binnen- en buitenland en faciliteert hiermee de bestrijding van voertuigcriminaliteit en de controle van voertuiggebonden verplichtingen (zoals de APK-plicht en de verzekeringsplicht voor wettelijke aansprakelijkheid (WA)).
.
Rijksrecherche. Politie-organisatie die zich bezighoudt met het onderzoek en opsporing van strafbare handelingen van politiebeambten en justitieambtenaren. 

Rippen. 1. Beroven. 2. Het beroven van de ene crimineel door de andere. 
.
RIT. Rampen Identificatie Team. 

RO. Wet op de Rechterlijke Organisatie. 

R.o. Rechtsoverweging. 

Roerende zaken. Zaken die zich kunnen verplaatsen of verplaatst kunnen worden, in tegenstelling tot onroerende zaken. Verwarrend begrip, want hoe zit dat met een stacaravan of een woonboot? Waar ligt de grens?

Rol. Agenda waarop alle door de rechtbank te behandelen zaken ter rolzitting genoteerd staan. 

Rolrechter. Zie Rolzitting

Rolzitting. Zitting van een enkelvoudige kamer van het gerecht waarop zaken aanhangig worden gemaakt, stukken worden overlegd, uitstel wordt gevraagd, het verloop van de zaken wordt bijgehouden, uitspraken worden gedaan enz. Tijdens een rolzitting staat de rolrechter niet toe dat er wordt gepleit. Bij het aanhangig maken van een zaak krijgen in persoon verschenen gedaagden te horen dat zij schriftelijk mogen reageren ( Conclusie van antwoord). 

Roofmoord. Gekwalificeerde doodslag

Roofoverval. Diefstal met geweldpleging

Roosendaal-methode. Methode waarbij ongewenste vreemdelingen in Roosendaal op de sneltrein naar België worden gezet. (Tussen Roosendaal en Antwerpen stopt de trein niet meer.) 
.
RST. Recherche Samenwerkingsteam. Recherchesamenwerkingsverband tussen Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba, dat zich primair richt op de aanpak van zware, georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme. 

Runnen. Het begeleiden van een infiltrant of informant

Runner. Ook: contactambtenaar. De overheidsdienaar die zich bezighoudt met runnen. Aan de runner worden hoge eisen gesteld. Hij dient in het algemeen een ervaren rechercheur te zijn, over goede contactuele eigenschappen te beschikken, over een grote dosis mensenkennis te beschikken, sterk relativerend, nuchter en logisch te kunnen denken, en stabiel te zijn. Een informant wordt doorgaans begeleid door twee contactambtenaren. Dit heeft onder meer als voordeel een betere bescherming van de individuele politieambtenaar en een zekere continuïteit van de informatie. 

Rv. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. 

RVV. Reglement verkeersregels en verkeerstekens. 

Rvv. Rechtsvervolging. 

RWI. Rijkswerkinrichting. 
 
 

S

SAC. Selectie-adviescommissie. 

Samenloop. Dit doet zich voor wanneer een feit in meer dan één strafbepaling valt (eendaadse samenloop), wanneer meerdere feiten als één voortgezette handeling moeten worden beschouwd (meerdaadse samenloop), of wanneer meerdere, op zichzelf staande feiten gelijktijdig berecht worden. Zie ook Recidive

Samenspanning. Hiervan is sprake zodra twee of meer personen overeengekomen zijn om een misdrijf te plegen. 

Sanctie. Straf of maatregel. 
.
Sanctiepunten. Punten op basis waarvan een sanctie wordt bepaald. De 'waarde' van 1 sanctiepunt is gelijk aan een geldboete (geldtransactie) van € 34 óf twee uren taakstraf óf één dag gevangenisstraf. Wanneer het aantal sanctiepunten onder de algemene taakstrafgrens blijft, dient tot en met een maximum van 20 punten in beginsel door het OM een geldboete te worden opgelegd. Vanaf 20 tot en met 30 sanctiepunten kan afhankelijk van de aard van de zaak of de omstandigheden van de verdachte worden gekozen tussen het opleggen van een geldboete of van een taakstraf. Dit is de categorie zaken, waar de taakstraf als alternatief voor de hogere geldboete dient. Het maximale aantal punten van 30 dat nog tot een geldboete kan leiden wordt de geldboetegrens genoemd. Boven de 30 sanctiepunten moet de taakstraf als alternatief van een vrijheidsstraf worden gezien en kan tot de algemene taakstrafgrens van 90 punten uitsluitend het verrichten van onbetaalde arbeid als transactie worden aangeboden of bij strafbeschikking worden opgelegd. 
.
Sans préjudice (f). Onder voorbehoud later anders te beslissen. Wanneer dit boven een brief staat, dan betekent dit dat de schrijver alleen aan de inhoud gebonden is wanneer de andere partij het voorstel accepteert of zich bij de eis neerlegt. Doet de andere partij dat niet, dan mag tijdens een proces geen beroep op de inhoud van de brief worden gedaan. 

Schadefonds Geweldsmisdrijven. Instelling die is opgericht om slachtoffers van geweldsmisdrijven een geldelijke uitkering te geven. 

Schadevergoeding. Vergoeding van kosten en schaden in geval van onrechtmatige daad of wanprestatie
.
Schakelbewijs. Hiervan is sprake wanneer de OvJ of de rechter het bewijs van het ten laste gelegde feit mede aanneemt op grond van een eerder, soortgelijk feit waarvoor de verdachte is veroordeeld. Uitermate controversieel. Zie ook Analoge interpretatie
.
Schakelbepaling. Bepaling waarin een regeling die primair verwijst naar de materie waarvoor zij is ontworpen van toepassing wordt verklaard op andere rechtsbetrekkingen. In de praktijk is het een artikel dat een ander artikel verduidelijkt en nader uitlegt of aanvult.
.
Schaking. Klachtdelict. Het ontvoeren van een minderjarig meisje, met haar toestemming, maar zonder de toestemming van de personen die met het ouderlijk gezag zijn belast, met de bedoeling te gaan trouwen of samenwonen. 

Scheiding van tafel en bed. Dit kan slechts als er sprake is van duurzame ontwrichting. De gevolgen van scheiding van tafel en bed zijn dat het huwelijk niet wordt ontbonden, dat de gemeenschap van goederen wordt opgeheven, dat één van de ouders het ouderlijk gezag krijgt en dat de verplichting van echtgenoten om samen te wonen wordt opgeheven. Zie ook Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

Schenking. Overeenkomst waarbij de schenker, bij zijn leven, om niet en onherroepelijk enig goed afstaat ten behoeve van de begiftigde die de schenking aanneemt. 

Schennis van de eerbaarheid. Zedendelict. Hieronder vallen alle seksuele handelingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn of waarvan een ander tegen diens wil getuige is. Zie ook Exhibitionisme

Schikking. Het vrijwillig betalen van een geldbedrag aan de bekeurende instantie (politietransactie), of het openbaar ministerie (OM-transactie), tengevolge waarvan wordt afgezien van vervolging. Zie ook Dading

Schotsporen. Een schotspoor is het door het projectiel (de kogel) veroorzaakte spoor. Dit spoor wordt bepaald door de volgende factoren: de standplaats van de schutter, de aard van het wapen (o.a. het kaliber), het doordringingsvermogen, de afstand tussen het vuurwapen en het getroffen object (vlucht, kogelbaan), de inschotopening, het schotkanaal en de uitschotopening. 

Schouw. 1. Gerechtelijke plaatsopneming. 2. Lijkschouwing. 

Schrijvende magistratuur. De griffier

Schuld. Zie Culpa en Dolus

Schuldbekentenis. Eenzijdige ondertekende verklaring waarin een geldschuld en de daaraan gekoppelde bedingen erkend worden. 

Schuldeiser. Hij die krachtens een verbintenis een vorderingsrecht heeft tegen een schuldenaar. 
.
Schuldenaar. Hij die krachtens een verbintenis verplicht is om aan die verbintenis te voldoen. 

Schulduitsluitingsgrond. Vorm van strafuitsluitingsgrond, bijvoorbeeld in geval van noodweerexces, gebrekkige ontwikkeling of geestesziekte bij de dader. 

Sectie. Lijkopening ter vaststelling van de doodsoorzaak. De gerechtelijke sectie kan opheldering verschaffen over een aantal voor het verdere onderzoek uitermate belangrijke zaken, zoals de doodsoorzaak, het vermoedelijke tijdstip van overlijden, aard en omvang van de verwondingen van het slachtoffer en de aard van het gebruikte wapen. 
.
Sector Kanton. Nieuwe benaming van het Kantongerecht. De sector kanton is een sector van de rechtbank, bedoeld voor de eenvoudiger geschillen. Burgers kunnen er op een relatief eenvoudige manier hun recht halen. Dat betekent dat zij zelf hun zaken mogen behartigen en niet verplicht zijn een advocaat of een andere gemachtigde in te schakelen. De kantonrechter behandelt alle huur-, huurkoop- en arbeidszaken. Verder behandelt hij alle zaken waarin het gaat om niet meer dan € 25.000. 
.
Secundaire arbeidsvoorwaarden. Hieronder verstaat men doorgaans zaken als koffiegeld, vervoersvoorzieningen en andere aanvullende voorzieningen. Zie ook Primaire arbeidsvoorwaarden.

Seponeren (s). Het niet- of niet verder vervolgen door het openbaar ministerie, krachtens het opportuniteitsbeginsel (beleidssepot), of omdat de beschikbare gegevens niet voldoende zijn voor een strafvervolging (technisch sepot). Het OM kan ook voorwaardelijk seponeren. 

Sepot. Het seponeren. Zie ook Beleidssepot en Technisch sepot. Onder sepot wordt tevens begrepen het vervolgen van een strafbaar feit als overtreding, terwijl dat feit aanvankelijk gekwalificeerd was als misdrijf.
.
Sepotcodes. Codes die door het OM worden gebezigd om aan te geven waarom een zaak is geseponeerd. Voor elke sepotbeslissing wordt het motief - de sepotgrond – geregistreerd en genoteerd op het strafdossier, in de justitiële documentatie en in de statistiek. Dat geschiedt ongeacht de verdere maatregelen die nodig worden geacht.
.
Enkele technische sepots: 
01 Ten onrechte als verdachte gemeld 
02 Onvoldoende bewijs 
03 Niet ontvankelijk 
04 Burgerlijke rechter niet bevoegd 
05 Feit niet strafbaar 
06 Dader niet strafbaar 
.
Enkele beleidssepots: 
22 Strafrechtelijke jeugdmaatregel 
23 T.B.S. 
24 Capaciteitsgebrek (sociale zekerheidsfraude) 
30 Landsbelang 
40 Gering feit 
41 Gering aandeel in feit 
43 Oud feit 
44 Maatschappelijk belangenconflict 
50 Leeftijd 
51 Recente bestraffing 
54 Reclasseringsbelang 
55 Gewijzigde omstandigheden 
56 Verdachte onvindbaar 
.
Servituut. Erfdienstbaarheid. Zakelijk recht, een last waarmede een erf (stuk grond) bezwaard is ten bate van een aangrenzend erf van een andere eigenaar. Het is een beklemming van eigendom en valt onder het privaatrecht. Een servituut wordt ingeschreven in het kadaster en kan worden afgekocht. De last kan zijn dat er vrij uitzicht gegarandeerd is of dat er bepaalde gebouwen niet geplaatst mogen worden. Ook het recht van overpad of recht van toegang zijn servituten.
Bedongen kan worden dat voor het servituut jaarlijks een vergoeding moet worden betaald. Deze vergoeding wordt retributie genoemd. "Westvoorne ziet af van het bouwen van strandhuisjes omdat dit in strijd is met de servituten."

SEW. Sociaal-economische wetgeving. 
.
SFO. Strafrechtelijk Financieel Onderzoek. In geval van verdenking van een misdrijf, waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en waardoor op geld waardeerbaar voordeel van enig belang kan zijn verkregen, kan overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling een strafrechtelijk financieel onderzoek worden ingesteld. Een strafrechtelijk financieel onderzoek is gericht op de bepaling van het door verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel, met het oog op de ontneming daarvan op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht . Een strafrechtelijk financieel onderzoek is gericht op de bepaling van het door verdachte wederrechtelijk verkregen voordeel, met het oog op de ontneming daarvan op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht . 
.
SFOB. Samenwerkingsverband Forensische Opsporing Bomexplosies. 
.
Sharia. Islamitische wet- en regelgeving. De sharia heeft slechts betrekking op een beperkt aantal rechtsgebieden: familierecht, enkele strafrechtelijke delicten, oorlogs- en contractenrecht en de juridische positie van niet-moslims en vrouwen binnen deze rechtsgebieden. De sharia speelt regelmatig een rol in rechtszaken over echtscheidingen en andere aspecten van het familierecht. Een voorwaarde is dat de betrokken partijen een buitenlands paspoort hebben en als het huwelijk in een islamitisch land is gesloten volgens de voorwaarden van de sharia. Een Nederlandse scheiding wordt in het buitenland namelijk niet altijd erkend. Iemand die in Nederland gescheiden is, kan daar en in haar eigen moslimgemeenschap nog steeds als gehuwd gelden. In zulke gevallen past de Nederlandse rechter dit buitenlands recht (sharia) toe.
..
Slachtofferhulp. Zie Buro Slachtofferhulp

Slikker. Bodypacker

Smaad. Vorm van belediging waarbij men opzettelijk iemands goede naam en eer aantast door hem van een bepaald feit te beschuldigen, met de bedoeling om daaraan ruchtbaarheid te geven. Iemand kan niet voor smaad worden bestraft wanneer hij te goeder trouw mocht aannemen dat de beschuldiging waar was en dat het zijn plicht was om tot publikatie over te gaan. 

Smaadschrift. Smaad door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen. 

Smartegeld. Vergoeding van niet op geld waardeerbare immateriële schade. Wordt slechts in bepaalde gevallen door de rechter toegekend, en dan gaat het doorgaans - in vergelijking tot andere landen - nog om kleine bedragen. 

Smokkelen. Het heimelijk over de grens vervoeren van goederen, bijvoorbeeld om de invoerrechten te ontduiken. Vaak gaat het ook om goederen waarvoor een in- of uitvoerverbod geldt, bijvoorbeeld drugs en beschermde diersoorten. 

Snelrecht. Vorm van rechtspraak (doorgaans door de politierechter, bij misdrijven van eenvoudige aard) waardoor kort na de misdaad een vonnis kan worden opgelegd. Zie ook Supersnelrecht

SO. Slachtoffer. 

S. of v.t. Schending of verkeerde toepassing (in aanhef van een cassatie). 

Solvabiliteit. Hiervan is sprake wanneer er voldoende vermogen is om aan de geldelijke 
verplichtingen te voldoen. 

Souche (f). Vormspoor. In de criminalistiek wordt onder souche verstaan een scheiding van samenhang die ontstaat zodra een voorwerp door knippen, snijden, scheuren, breken enz. in twee of meer delen wordt gescheiden. Door samenvoeging en aanpassing van de stukken kan het voorwerp weer tot zijn oorspronkelijke vorm worden teruggebracht. De breuk-, scheur- of snijranden van de op elkaar aansluitende delen vormen de souche. 

Speciale preventie. Het voorkomen van recidive bij iemand die met justitie in aanraking is geweest. Een van de doelstellingen van het strafrecht. Zie ook Generale preventie

Sporen. Zie Biologische sporen, Souche, Stille getuigen, Schotsporen, Voetsporen en Werktuigsporen
.
Spreekrecht. Beperkt recht van slachtoffers van een misdrijf om zich tijdens de zitting uit te laten over de gevolgen die het strafbare feit voor hem of haar persoonlijk heeft gehad. In een wetswijziging zal het spreekrecht worden uitgebreid, zodat slachtoffers zich ook kunnen laten bijstaan door een advocaat en dat ouders van minderjarige slachtoffers ook spreekrecht krijgen.
.
Sprongcassatie. Cassatieberoep met overslaan van hoger beroep

Sr. Wetboek van Strafrecht. 

Staande houden. De politie mag iemand staande houden en vragen naar zijn naam, adres en identiteitsbewijs, maar alleen indien er tegen de persoon een redelijk vermoeden van schuld bestaat. Daarop hoeft niet te worden geantwoord, want niemand is verplicht om aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Zie ook Arrestatie en Aanhouding

Staande magistratuur. De leden van het openbaar ministerie. Zie ook Zittende magistratuur

Staatsblad. Ambtelijke serie-uitgave van wetten, algemene maatregelen van bestuur en bekendmakingen, bestemd voor de officiële afkondiging daarvan. Zolang een wet niet in het Staatsblad is afgekondigd, heeft zij geen rechtskracht. 
.
Staffel Buitengerechtelijke Incasssokosten (BIK). Vastgestelde kosten voor het incasseren van schulden. Veel incassobureaus eisen te hoge bedragen voor hun diensten en dat mogen ze niet. 
.
Stalking (e). Het stelselmatig lastigvallen van een persoon, door die persoon te achtervolgen, steeds op hinderlijke wijze contact op te nemen, en soms ook te bedreigen. Stalking kan strafbare feiten inhouden of tot strafbare feiten leiden, zoals vandalisme, laster, smaad, mishandeling of bedreiging. In veel, wellicht zelfs de meeste gevallen, gaat het om feiten die op zichzelf genomen niet strafbaar zijn, zoals het toesturen van cadeaus, achtervolgen, bespieden, opbellen of schrijven en e-mailen. Hoewel deze afzonderlijke acties op zich niet strafbaar zijn, ervaart de gestalkte dit hinderlijke gedrag als ongewenst, vooral wanneer de frequentie van het gedrag zeer hoog is.
.
Standaardarrest. Arrest (1) dat van groot belang is voor de rechtsvorming. 
.
Stare decisis (l)."Bij de besloten zaken blijven". In het recht betekent dit dat voorafgaande rechterlijke beslissingen precedentwerking hebben en dus bindend zijn voor latere rechters.
.
Stille cessie. Zie Cessie
.
Stille getuigen. Sporen van de daad of de dader die op de PD zijn achtergebleven en/of sporen van de daad die bij de dader terug te vinden zijn en met behulp waarvan door middel van criminalistische technieken vaak met grotere zekerheid feiten kunnen worden vastgesteld dan door verklaringen van `sprekende getuigen'. 

Stockholm-syndroom. Het verschijnsel dat bij (sommige) gegijzelden positieve gevoelens ten opzichte van hun gijzelaars ontstaan en negatieve gevoelens ten opzichte van de autoriteiten. 

Straatschenderij. Het plegen van enige baldadigheid op of aan de openbare weg of een voor het publiek toegankelijke plaats tegen personen of goederen, waardoor gevaar of nadeel kan ontstaan. 

Straatverbod. Gerechtelijk verbod om zich in een bepaalde straat of buurt op te houden. Zie Gebiedsverbod.

Straf. Bewust en opzettelijk toegebracht leed. Zie ook Doelstellingen van het strafrecht

Strafbaar feit. Menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een delictsomschrijving, wederrechtelijk is en aan schuld te wijten. Verreweg de meeste aan het licht komende strafbare feiten worden onder toepassing van strafprocessuele bevoegdheden buiten de rechter om afgedaan door de politie of het openbaar ministerie, al dan niet na toepassing van dwangmiddelen op de verdachte. 

Strafbepaling. Delictomschrijving en sanctienorm tezamen. 

Strafblad. Blad met gegevens over elk vonnis dat gewezen wordt, bestemd voor het strafregister. Een strafblad wordt na vier jaar verwijderd, tenzij er een nieuw strafblad is bijgekomen. 

Straffen (s). De straffen worden onderscheiden in hoofdstraffen en bijkomende straffen

Strafkorting. Korting op een sociale uitkering, als sanctie op het niet naleven van de verplichtingen, bijvoorbeeld wanneer de uitkeringsgerechtigde niet - of onvoldoende - heeft gesolliciteerd. 
.
Strafpunten. Zie Basispunten en Sanctiepunt
.
Strafrecht. Het geheel van rechtsregels waarin is vastgelegd welk gedrag strafwaardig wordt geacht, welke straffen op dit gedrag gesteld zijn en via welke weg strafoplegging gerealiseerd kan worden.Strafrecht valt uiteen in het materiële strafrecht (de beschrijving van strafbare feiten en straffen) en het formele strafrecht of het strafprocesrecht (het geheel van procedurele spelregels volgens welke het materiële strafrecht wordt toegepast). In Nederland is het materiële strafrecht opgenomen in onder meer het Wetboek van Strafrecht (afgekort tot Sr) en het formele strafrecht in het Wetboek van Strafvordering (afgekort tot Sv). Zie ook Burgerlijk recht
.
Strafrechtelijk Financieel Onderzoek. Zie SFO.
.
Strafrechter. De rechter in strafzaken. 

Strafregister. Persoonsregister van veroordelingen wegens misdrijven en overtredingen waarvoor hechtenis is opgelegd (van elke veroordeling een strafblad), gehouden aan de griffie van elke arrondissementsrechtbank. Dit register dient als basis voor de verklaring omtrent het gedrag. Zie ook Algemeen documentatieregister

Strafuitsluitingsgrond. Reden om bestraffing achterwege te laten, onderverdeeld in rechtvaardigingsgrond en schulduitsluitingsgrond

Strohalm-effect. Hiervan is sprake wanneer de verdachte of gedaagde (bijna) al zijn hoop op zijn advocaat vestigt, ook wanneer dit elke reële grondslag mist. 

Stropen. 1. Wederrechtelijk jagen en vissen. 2. Diefstal van hak- en sprokkelhout, landbouwprodukten, zand enz. 

Subsidiair. Zonodig te vervangen door, of in de plaats tredend van. Wanneer het OM moord subsidiair doodslag ten laste legt, dan dekt de OvJ zich in, want mocht hij moord niet kunnen bewijzen, dan kan de verdachte nog altijd wegens doodslag worden veroordeeld. Een boete van ƒ 250,- subsidiair vijf dagen hechtenis betekent dat de veroordeelde kan kiezen tussen het betalen van de boete of het uitzitten van vijf dagen hechtenis. 

Substituut-officier van justitie. Vervanger van de officier van justitie. 

Successierecht. Betaling verschuldigd door ieder die krachtens erfrecht erft door het overlijden van iemand die ten tijde van het overlijden binnen het Rijk der Nederlanden woonde. 
.
Supersnelrecht. Vorm van snelrecht waarin verdachten binnen de termijn van inverzekeringstelling, dus binnen drie dagen, worden berecht. Zie ook Lik-op-stuk benadering.
.
Suppletoire eed. Aanvullende eed, die door de rechter ambtshalve wordt opgelegd ter verkrijging van de feitelijke grondslag voor zijn vonnis, wanneer het bewijs te mager is om tot een vonnis te komen. 

Surséance van betaling. Opschorting van betaling, door de rechter toegekend aan een schuldenaar die voorziet dat hij nu niet kan betalen, maar na verloop van tijd wel. Tijdens de surséance kan de schuldenaar niet tot betaling worden gedwongen. 
.
Suwinet. Elektronische infrastructuur gebruikt door de CWI, UWV en gemeenten bij de uitvoering van de taken die bij of krachtens de Wet SUWI of enige andere wet aan de CWI, UWV en bij of krachtens de ABW, IOAW en IOAZ aan gemeenten is opgedragen
.
Sv. Wetboek van Strafvordering. 

SVR. Sociale Verzekeringsraad. Bestaat niet meer; is vervangen door de CTSV

Systematische interpretatie. Uitleg of hantering van een rechtsregel aan de hand van de bouw van het rechtsstelsel in zijn geheel. Zie ook Interpretatie
 
 

T

Taakstraf. Een taakstraf, vroeger `alternatieve sanctie' genoemd, kan worden opgelegd in plaats van een gevangenisstraf of (soms) een geldboete, en bestaat uit verplicht werken (werkstraf) of leren (leerstraf). Meerderjarigen komen voor een taakstraf in aanmerking wanneer zij een celstraf van een half jaar of korter kunnen verwachten. Iedere minderjarige komt in aanmerking voor een taakstraf. 
.
Tableau (f). Landelijke lijst van advocaten, die wordt bijgehouden door de Orde van Advocaten
.
Tallon-arrest. De verdachte mag niet worden gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds was gericht. Vastgelegd in Art. 126i van het Wetboek van Strafvordering. Zie ook Infiltratie

Tap. Technische voorziening waarmee de telefoon kan worden afgeluisterd. `Kunnen wij een tapje krijgen?' 
.
Tardief exces. Vorm van extensief noodweerexces. Ook als de aanranding reeds is afgelopen en de aangerande door blijft gaan met zich te "verdedigen" kan onder omstandigheden een beroep op noodweerexces worden toegewezen: emoties ebben immers maar langzaam weg. 
.
TBS. Terbeschikkingstelling. Iemand die ernstig geestelijk gestoord is en een misdrijf heeft gepleegd kan door de rechter veroordeeld worden tot TBS. TBS is een maatregel, geen vrijheidsstraf. Bij TBS gaat het om beveiliging van de maatschappij door middel van opsluiting in een TBS-kliniek. Daar moet de TBS-gestelde behandeld worden, zodat hij na verloop van tijd kan terugkeren in de maatschappij. 
.
Team Executie Strafvonnisen (TES). Samenwerkingsverband tussen politie en openbaar ministerie, met als taak het opsporen van voortvluchtige veroordeelden die een straf moeten uitzitten van meer dan 120 dagen en die waarschijnlijk in het buitenland verblijven.
 

TEBI. Tijdelijk Extra Beveiligde Inrichting. Zie ook EBI

Technische recherche. TOD

Technisch sepot. Hiervan is sprake wanneer de officier van justitie niet dagvaardt omdat een veroordeling technisch niet haalbaar is. Zie ook Beleidssepot
.
Tekstcode. Codes die worden gebruikt bij de beoordeling van Toevoeging in een strafzaak voor de sector kanton.Enkele voorbeelden:
- Tekstcode 1320: Dit betekent dat de rechtsbijstandverlener niet als strafrechtspecialist is ingeschreven en dat de aanvraag tot toevoeging wordt afgewezen. 
- Tekstcode 6010: Dit betekent dat er wordt getwijfeld of de advocaat het verzoek tot toevoeging voldoende heeft gemotiveerd. 
- Tekstcode 6530: Dit betekent dat er geen sprake is van bijzondere feitelijke of juridische ingewikkeldheid of van zwaarwegende belangen van de rechtzoekende, waardoor de aanvraag direct wordt afgewezen. 
.
Teleologische interpretatie. Uitleg of hantering van een rechtsregel met het oog op bepaalde maatschappelijke werkingen. Zie ook Interpretatie

Tenlastelegging. Dit is de kern van de dagvaarding in het strafproces, het gedeelte waarin de officier van justitie vastlegt waarvan hij de verdachte beschuldigt. De officier van justitie moet dat wat hij de verdachte ten laste legt bewijzen en de rechter mag alleen beslissen op grond van de tenlastelegging. Het ten laste gelegde feit moet corresponderen met een wettelijke strafbepaling, op straffe van inwendige nietigheid. Zie ook Cumulatieve tenlastelegging en Negatief-wettelijk bewijsstelsel

Tenuitvoerlegging (s). De tenuitvoerlegging (executie) van rechterlijke beslissingen geschiedt op last van het openbaar ministerie bij het gerecht dat de beslissing heeft gegeven. Een beslissing mag in principe niet ten uitvoer worden gelegd zolang daartegen nog enig gewoon rechtsmiddel openstaat. Wanneer dit middel is aangewend moet met de tenuitvoerlegging worden gewacht totdat het rechtsmiddel is ingetrokken of daarop is beslist. (Geldt niet bij dadelijk uitvoerbare vonnissen.) 
.
Terrorisme. "Het plegen van of dreigen met op mensenlevens gericht geweld, met als doel maatschappelijke veranderingen te bewerkstelligen of politieke besluitvorming te beïnvloeden." In deze definitie van de AIVD staat dat het geweld op mensenlevens gericht moet zijn om terrorisme te kunnen onderscheiden van "politiek gewelddadig activisme" waarbij het gebruikte geweld niet doelbewust tegen mensenlevens is gericht of nadrukkelijk incalculeert dat bij acties mensenlevens te betreuren zullen zijn. Dit is een onderscheid dat niet altijd wordt gemaakt. 
.
Terroristisch oogmerk. Artikel 83a Sr geeft de definitie van een terroristisch oogmerk: "Onder terroristisch oogmerk wordt verstaan het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen." Bij diverse misdrijven geldt in geval van een terroristisch oogmerk een hogere maximumstraf. 
.
Terugvordering bijstand. Wanneer ten onrechte bijstand (uitkering krachtens de ABW) is uitgekeerd, zijn de gemeenten verplicht om het te veel uitgekeerde bedrag terug te eisen. Dit is mogelijk wanneer men bij voorbeeld onjuiste of onvolledige inlichtingen heeft verstrekt, niet aan de voorwaarden heeft voldaan, zich onverantwoordelijk heeft gedragen of er sprake van een vergissing is. Komt men niet met de gemeente tot overeenstemming over het terug te vorderen bedrag en de wijze van betaling, dan zal de gemeente de kantonrechter om een oordeel vragen. Zie ook Verhalen

Territorialiteitsbeginsel. Beginsel inhoudende dat het recht van het land waar een persoon zich bevond of waar een handeling werd verricht van toepassing is. Elk in Nederland gepleegd delict kan dus in Nederland naar Nederlands strafrecht worden vervolgd en berecht. 
.
TES. Team Executie Strafvonnisen. 

Testament. Uiterste wil.

Testimonium de auditu (l). Getuigenis van `horen zeggen'. In tegenstelling tot de Verenigde Staten en Groot-Brittannië wordt er in ons land bewijskracht toegekend aan dergelijke verklaringen. 
.
Themazitting. Zitting van de rechtbank waarin slechts zaken met een bepaald thema worden behandeld, bijvoorbeeld voetbalvandalisme of rijden onder invloed.
.
Tipgever. Informant

Tll. Tenlastelegging. 

TOD. Technische Opsporingsdienst. Ook: technische recherche. 

Toerekeningsvatbaarheid. Hiervan is sprake wanneer een persoon in zodanige toestand verkeert dat hem zijn daden kunnen worden aangerekend. Zie Ontoerekeningsvatbaarheid en Verminderde toerekeningsvatbaarheid

Toestandsdelict. Delict waarin geen gedraging wordt omschreven, maar een toestand die niet mag. Doorgaans een ommissiedelict

Toeters en bellen. Sirene en zwaailicht. `John, komen jullie zonder toeters en bellen?' 

Toevoeging. Hiervan is sprake wanneer de overheid een deel van de kosten van rechtsbijstand voor haar rekening neemt. Men krijgt dan een raadsman `toegevoegd' door de Raad voor Rechtsbijstand. Aan iedere verdachte in voorlopige hechtenis wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd. De verdachte hoeft in dat geval dus niet om toevoeging te vragen. Zie ook Tekstcode en VIV

Toga. Ruime tabbaard met wijde mouwen, als ambtskleed van onder meer rechters en advocaten. 

Togatarief. Tarief voor een inleidende bespreking met een advocaat in civiele procedures. 

TOHD. Technische Opsporings- en Herkenningsdienst. 

Transactie. Schikking. Zie ook Dading

Trb. Tractatenblad. 
.
Tremanormen. Door de rechtbanken gebruikte normen om alimentaties uit te rekenen, op basis van het Rapport Alimentatienormen dat aanbevelingen geeft voor een eenvormige praktische invulling van de wettelijke maatstaven voor het berekenen van draagkracht. De vast te stellen alimentatie is afhankelijk van de behoefte van de onderhoudsgerechtigde en de draagkracht van de onderhoudsplichtige. De laagste van deze twee vormt dus het maximum.
.
Trias politica. De onderscheiding van de staatsfuncties in de wetgevende macht (het parlement), uitvoerende macht (de Kroon) en rechterlijke macht. 

Tripartite overleg. Driehoeksoverleg

Trz. Terechtzitting. 

Tt. Ter terechtzitting. 

Tuchtrecht. Sanctierecht binnen een bepaalde (beroeps)groep, bijvoorbeeld het medisch tuchtrecht, het tuchtrecht voor advocaten en het voetbaltuchtrecht van de KNVB. Het tuchtrecht voor advocaten is vastgelegd in de Advocatenwet
.
Tuigdorp. Afgelegen locatie die is ingericht als woonoord voor veelplegers e.d.
.
Tussenvonnis. Interlocutoir
 
 

U

Uiterste wil. Ook: testament. Herroepelijke verklaring van hetgeen iemand wil dat na zijn dood zal geschieden. Zie ook Codicil, Erfenis en Legaat

Uithuisplaatsing. Plaatsing van een kind in een pleeggezin, gesticht of inrichting. De gezinsvoogdij-instelling heeft hiervoor de machtiging van de kinderrechter nodig. Meestal zullen de ouders moeten bijdragen in de kosten van de uithuisplaatsing. De bijdrage moet worden betaald aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Gouda. Als de jongere zelf geld verdient zal hij ook iets moeten betalen. Zie ook Gezinsvoogd, Ondertoezichtstelling, Ontzetting uit het ouderlijk gezag en Raad voor de Kinderbescherming

Uitlevering. De uitlevering van personen geschiedt niet dan krachtens een verdrag. Nederlanders worden niet uitgeleverd. 

Uitlokking. Hieraan is men schuldig wanneer men een strafbaar feit opzettelijk uitlokt, door middel van giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, misleiding of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen. Zie ook Tallon-arrest.

Uitspraak. Oordeel van de rechter. Zie ook Arrest en Vonnis

Uitvoerbaarheid bij voorraad. De onmiddellijke uitvoerbaarheid van een arrest of vonnis, ondanks de instelling van resterende rechtsmiddelen, die normaal gesproken schorsing van de uitvoerbaarheid van die beslissing tot gevolg hebben. Zonder de uitvoerbaarverklaring bij voorraad zou de gedaagde door het instellen van een hoger beroep pas hoeven te betalen nadat de rechter in hoger beroep heeft beslist. Krijgt de gedaagde in hoger beroep alsnog gelijk, dan heeft hij uiteraard recht op teruggave. Dit recht op teruggave ontstaat niet zonder meer, de eiser in hoger beroep (voorheen de gedaagde) zal expliciet moeten vragen om een veroordeling tot (terug)betaling, anders krijgt de eiser een vonnis in hoger beroep dat de deurwaarder niet ten uitvoer kan leggen.
.
Uitvoerende macht. Het landsbestuur. Het orgaan dat in Nederland met deze macht is belast is de Kroon (de koningin plus de verantwoordelijke ministers). Zie Trias politica.

Uitzetting. Het van het grondgebied verwijderen van een vreemdeling die zonder de vereiste papieren en vergunningen, of met definitief verlopen of ingetrokken vergunningen in ons land verblijft. 

Undercover-agent. Infiltrant

Uniformdienst. Politiedienst die in uniform werkt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de recherche of de vreemdelingendienst. 

Unum castigabis, centum emendabis (l). Door er één te straffen kan men er honderd tot beter inzicht brengen. Zie ook Generale preventie

Unus iudex (l). Alleenrechtspraak. Zie Enkelvoudige kamer.
 
 

V

VAC. Verlofadviescommissie. 

Vader. Vader van het kind is: de echtgenoot van de moeder, de ex- echtgenoot van de moeder als het kind binnen 306 dagen na de ontbinding van het huwelijk is geboren, de man die het kind heeft erkend, of de man die het kind heeft geadopteerd. Zie ook Moeder

Vaderschapsactie (c). Vordering die tegen de verwekker van een buitenechtelijk kind wordt ingesteld om door de rechtbank te laten uitspreken dat hij vermoed wordt de vader te zijn en hem te doen veroordelen tot onderhoudsverplichtingen jegens het door hem verwekte kind. 

Vaginale visitatie. Vaginaal onderzoek, bijvoorbeeld op het bezit van drugs. Zie ook Bodypacker

Valsemunterij. Het namaken of vervalsen van muntspeciën of munt- of bankbiljetten met het oogmerk om die muntspeciën of munt- of bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven. 
.
Valse aangifte. Art. 188 van het Wetboek van Strafrecht luidt: "Hij die aangifte of klacht doet dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie (max. € 4500,-)."
.
Valse naam. Het opgeven van een valse naam is een overtreding, dus strafbaar. Als een opsporingsambtenaar iemand ervan verdenkt een valse naam op te geven, kan hij deze persoon aanhouden, dus meenemen naar het bureau om zijn identiteit uit te zoeken.

Valsheid in geschrifte. Het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift waaruit enig recht, enige verbintenis of enige bevrijding van schuld kan ontstaan, of dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. Valsheid in geschrifte is slechts strafbaar wanneer uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan. 

VAR. Vermiste Auto's Register. 
.
Veelpleger. Ook: draaideurcrimineel. Iemand waartegen meer dan 10 maal proces-verbaal is opgemaakt in zijn hele criminele carrière waarvan eenmaal in het afgelopen jaar wegens een mogelijk strafrechtelijk vergrijp. Een zeer actieve veelpleger is een veelpleger die meer dan 10 maal een proces-verbaal tegen zich zag opgemaakt in de afgelopen vijf jaar waarvan minstens 1 proces-verbaal in het voorgaande jaar.
.
Verbaal.Proces-verbaal (1). 

Verbeurdverklaring. Het bij vonnis of administratief besluit ontzetten van de eigendom van een object ten bate van het Rijk. Vatbaar voor verbeurdverklaring zijn aan de veroordeelde toebehorende voorwerpen en vorderingen die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het strafbare feit zijn verkregen, voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan, voorwerpen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid, voorwerpen met behulp van welke de opsporing van het misdrijf is belemmerd en voorwerpen die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd of bestemd. Zie ook Inbeslagname en Onttrekking aan het verkeer

Verbintenis. Overeenkomst

Verbintenissenrecht (c). Het geheel van rechtsregels aangaande verbintenissen, gepubliceerd in boek IV van het Burgerlijk Wetboek. 

Verboden toegang. Artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht geeft de rechthebbende de mogelijkheid mensen en vee van zijn grond te weren. `Hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevindt op een anders grond, waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze is verboden, of daar vee laat lopen, wordt gestraft.' 

Verborgen gebrek (c). Hiervan is sprake wanneer een geleverde zaak voor het daarvan te maken gebruik achteraf dermate ongeschikt of minder geschikt blijkt, zodanig dat dat aangenomen moet worden dat de koper bij kennis van het gebrek de zaak niet of tegen een lagere prijs zou hebben gekocht. Er is slechts sprake van `verborgen gebrek' wanneer de koper het gebrek redelijkerwijs niet had kunnen ontdekken. De verkoper dient de koper voor dergelijke gebreken te vrijwaren, tenzij anders is bepaald. De koper heeft de keus tussen 1. teruggeven van het gekochte en de totale koopprijs terugvragen; 2. vermindering van de koopprijs vragen met behoud van de gekochte zaak. Wanneer de verkoper te kwader trouw is geweest kan hij bovendien schadevergoeding vragen. 

Verdachte (s). Iemand waarvan bij de politie op grond van feiten of omstandigheden een redelijke vermoeden is ontstaan dat hij een strafbaar feit heeft gepleegd. Vanaf dat moment wordt degene tegen wie de vervolging is gericht in het strafproces `verdachte' genoemd, totdat hij is veroordeeld of vrijgesproken. 

Verdagen. Het uitstellen van de zitting tot een andere dag. 

Verdediging. 1. De advocaat of gezamenlijke advocaten van de verdachte. 2. Het verdedigen van of pleiten voor een verdachte. 

Verdrag van New York. IVBP

Verduistering. Hieraan maakt zich schuldig: hij die zich opzettelijk en wederrechtelijk toeëigent een goed dat geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort en dat hij niet door misdrijf onder zich heeft gekregen. Voorbeeld: een huurkoper die een goed verkoopt voordat het goed geheel zijn eigendom is. 

Vergelding. Een van de doelstellingen van het strafrecht. Men onderscheidt metafysische vergelding en empirische vergelding. De metafysische vergelding kenmerkt zich door de gedachte dat door het plegen van een delict één of andere fictieve (religieuze) orde of relatie is verstoord, die door straf kan en moet worden hersteld, los van het zieleheil van de delinquent. Empirische vergelding is het tegemoet komen aan, respectievelijk het apaiseren van onlust- en wraakgevoelens bij het slachtoffer van een delict en/of bij anderen in de samenleving. 

Vergunning tot verblijf. VTV

Verhalen. Schadeloosstelling verkrijgen. De gemeenten kunnen uitkeringen krachtens de ABW verhalen, bijvoorbeeld op de ouders of (ex)-echtgenoten die onderhoudsplichtig zijn. De gemeente kan verhalen tot maximaal twaalf jaar na de echtscheiding. Zie ook Terugvordering bijstand

Verhoor. 1. (s) Ondervraging die een verdachte ondergaat door daartoe bevoegde ambtenaren. 2. (c). Ondervraging die een gedaagde ondergaat door de rechter. 

Verhoortechnieken. Zie Aftastend verhoor, Columbo-techniek, Defensief verhoor, Offensief verhoor, Overrompeling en Zaanse verhoormethode

Verificatie. Het na onderzoek ter verificatievergadering gerechtelijk als deugdelijk verklaren van vorderingen op een failliete boedel. 

Verificatievergadering. Bijeenkomst van schuldeisers van een failliet, de failliet zelf en/of zijn curator, onder leiding van een rechter-commissaris, ter verrichting van de verificatie en ter vaststelling van de eventuele preferentie

Verjaring. 1. (c) Tijdsverloop met volgens het recht verkrijgende of bevrijdende werking. Rechtsmiddel dat moet worden ingeroepen, dus niet automatisch wordt toegepast. 2. Zie Vervolgingsverjaring

Verkeersschout. Functionaris bij het openbaar ministerie die de bevoegdheid van een officier van justitie heeft inzake feiten die strafbaar zijn gesteld krachtens de Wegenverkeerswet of de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen. Hij krijgt alleen te maken met verkeersovertredingen. 

Verklaring van de verdachte. 1. De opgave van feiten of omstandigheden tijdens het verhoor door de opsporingsambtenaar. 2. De opgave van feiten of omstandigheden bij het onderzoek op de terechtzitting. 
.
Verklaring van vermoedelijk overlijden. Deze verklaring kan door de rechtbank na bepaalde tijd worden afgegeven. De vermoedelijk overledene wordt driemaal gedagvaard per openbare dagvaarding. Verschijnt de gedagvaarde niet, dan verklaart de rechter degene wiens bestaan onzeker is voor overleden. Deze beschikking gaat naar de burgerlijke stand, waar een akte van overlijden wordt opgemaakt. 

Verklaring omtrent het gedrag. Verklaring die sommige werkgevers voor het vervullen van bepaalde functies eisen. De verklaring wordt afgegeven door de burgemeester en houdt in dat de burgemeester uit het onderzoek naar het gedrag van betrokkene, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, van bezwaren tegen die persoon niet is gebleken. Is dat wel het geval, dan weigert de burgemeester afgifte van de verklaring. De betrokkene kan tegen de weigering in beroep komen bij de griffie van de arrondissementsrechtbank, middels een klaagschrift. Zie ook Strafregister

Verklaring omtrent inkomen en vermogen.VIV

Verkrachting. Het seksueel binnendringen van het lichaam. Zie ook Geweld (3). 
.
Verlating van hulpbehoevenden. Art. 255 Sr: Hij die opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloze toestand brengt of laat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 2 jaren of geldboete van de vierde categorie. Art. 256 Sr: Hij die een kind beneden de leeftijd van zeven jaren te vondeling legt of, met het oogmerk om er zich van te ontdoen, verlaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 4 jaren en zes maanden of geldboete van de vierde categorie. Art. 257 Sr. Indien een van de in de artt. 255 en 256 omschreven feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden of geldboete van de vijfde categorie. Indien een van deze feiten de dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.Art. 258 Sr. Indien de schuldige aan het in art. 256 omschreven misdrijf de vader of de moeder is, kunnen te zijnen aanzien de in de artt. 256 en 257 bepaalde gevangenisstraffen met een derde worden verhoogd.Art. 259: Indien de moeder onder de werking van vrees voor de ontdekking van haar bevalling haar kind kort na de geboorte te vondeling legt of, met het oogmerk om er zich van te ontdoen, verlaat, wordt het maximum van de in de artt. 256 en 257 vermelde gevangenisstraffen tot de helft verminderd en wordt de in art. 257 vermelde geldboete tot de vierde categorie teruggebracht.
Art. 255 Sr is veelomvattend en beperkt zich niet tot familie, hulpverleners, etc. Ook al heeft men geen enkele relatie met de hulpbehoevende, dan kan verlating van deze hulpbehoevende strafbaar zijn. Wanneer je ziet dat iemand op straat in elkaar zakt of in elkaar wordt geslagen, is het altijd verstandig om iets te doen, zoals 112 bellen. Artikel 450 Sr. Hij die, getuige van het ogenblikkelijk levensgevaar waarin een ander verkeert, nalaat deze die hulp te verlenen of te verschaffen die hij hem, zonder gevaar voor zichzelf of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, verlenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van de hulpbehoevende volgt, gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie. 
.
Verlijden. Het passeren van een notariële akte of de akte van een ander openbaar ambtenaar. 

Verminderde toerekeningsvatbaarheid. Hiervan is sprake wanneer de verdachte een strafbaar feit heeft begaan onder invloed van de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van zijn geestvermogens, maar niet zodanig dat de er sprake is van ontoerekeningsvatbaarheid. De verminderd toerekeningsvatbare blijft niet straffeloos. Zie ook Toerekeningsvatbaarheid

Vermissing. Hiervan is sprake wanneer het bestaan van een persoon onzeker is geworden. De rechtbank kan op verzoek van belanghebbenden of op vordering van het openbaar ministerie een bewindvoerder benoemen. 

Vermoedelijk overlijden. Zie Verklaring van vermoedelijk overlijden

Vermogen. Boedel

Vermogensdelicten. Inbraak, diefstal, heling enz. 

Vernieling. Het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken van enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort. 

Verplichte vertegenwoordiging. In kantongerechtsprocedures zijn partijen bevoegd zelf te verschijnen, maar bij de arrondissementsrechtbank en het gerechtshof zijn zij verplicht zich door een procureur te laten vertegenwoordigen, en bij de Hoge Raad door een advocaat

Verschoningsrecht. Het recht om geen getuigenis in een procedure te hoeven afleggen en geen recht te hoeven spreken. De volgende personen kunnen zich op het verschoningsrecht beroepen: bloed- en aanverwanten van één der partijen tot in de tweede graad van de zijlinie bij een burgerlijk proces en bloed- en aanverwanten tot in de derde graad bij een strafproces; alle personen die krachtens hun stand, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht zijn; getuigen die door hun getuigenis zichzelf of hun bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in de tweede of derde graad, dan wel hun echtgenoot of vroegere echtgenoot, aan het gevaar van strafrechtelijke veroordeling blootstellen. Zie ook Wraking

Verschotten (c). 1. Kosten van getuigen en deskundigen, uittreksels van openbare registers, rolverrichtingen van de deurwaarder in kantongerechtzaken en de kosten van telegrammen, internationale telex en internationale telefoongesprekken. 2. Door de advocaat voor de cliënt gedane uitgaven die bezwaarlijk te specificeren zijn, zoals kosten porti, telefoon, fax en fotokopieën. 

Verstek. Het niet verschijnen (verstek laten gaan) door een procespartij. Deze procespartij kan dan `bij verstek' worden veroordeeld en heeft dus geen kans gehad om zich te verdedigen. In civielrechtelijke zaken leidt het verstek laten gaan tot een vermoeden tegen hem die verstek laat gaan, hetgeen doorgaans toewijzing van de eis van de tegenpartij met zich meebrengt. In het strafproces kan de rechter de verdachte verstek verlenen. Hij hoeft dan niet op de zitting te verschijnen, maar mag zich dan ook niet door zijn advocaat laten vertegenwoordigen. 

Versterf. In het erfrecht is hiervan sprake wanneer iemand sterft zonder een uiterste wil (testament) te hebben gemaakt. De nalatenschap wordt dan onder de erfgenamen verdeeld volgens een in de wet vastgelegde sleutel (wettelijk erfrecht). 
.
Vervangende hechtenis. Aantal dagen dat de veroordeelde moet vastzitten als hij niet betaalt. Wanneer de rechter een geldboete oplegt, bepaalt hij ook meteen de tijdsduur van de vervangende hechtenis. 
.
Vervolgingsverjaring. Hiervan is sprake bij delicten die na verloop van een bepaalde tijdsduur niet meer worden vervolgd. De periode is afhankelijk van de ernst van het delict. Oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de menselijkheid kunnen in Nederland niet verjaren. In het wetsvoorstel ‘Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de aanpassing van de regeling van de vervolgingsverjaring’ (november 2010) is de belangrijkste wijziging dat het recht tot strafvordering voor een misdrijf waarop een maximale gevangenisstraf van twaalf jaren of meer is gesteld, niet meer verjaart.Voor specifieke, ernstige zedendelicten jegens kinderen met een maximale gevangenisstraf van acht jaren (art. 240b lid 2, 243, 245 en 246 Sr) wordt de verjaring ook afgeschaft. Voor strafbare feiten waarop een maximale gevangenisstraf van acht jaren of meer staat, gaat de verjaringstermijn omhoog naar twintig jaren. 
In het kader van het seksuele misbruik van kinderen door katholieke geestelijken wordt thans gediscussieerd over de toepasbaarheid van nieuwe verjaringswetgeving op oude zaken. Het gaat om de vraag of regels over verjaring behoren tot het formele of materiële strafrecht. Als de verjaring tot het materiële strafrecht behoort dan blijft het oude recht, zijnde het voor verdachte gunstigste recht, van toepassing op oude feiten. Als de verjaring tot het formele strafrecht behoort dan is het nieuwe verjaringsregime vanaf de inwerkingtreding van toepassing op oude, nog niet verjaarde feiten. 

Vervreemding. Overdracht van eigendomsrecht; eigendom in andere handen laten overgaan, bijvoorbeeld door verkoop of schenking. 

Verweerder. Gedaagde

Verwijzing naar de terechtzitting. Zie Bezwaarschrift

Verzet. Rechtsmiddel dat in sommige gevallen door de wet wordt toegekend tegen een verstek-beslissing in eerste aanleg. De zaak wordt door dezelfde rechter behandeld. (s) Verzet kan niet worden gedaan tegen een vonnis waartegen de verdachte hoger beroep kan instellen. 

Verzoeker. Requestrant

Verzoeker tot cassatie. Requirant

Verzoekschrift. Rekest
.
Veteranenwet. Ook: Wet Poppe. In deze wet is de bijzondere zorgplicht van de overheid geregeld, waarop de veteraan en diens relaties aanspraak kunnen maken naast de bestaande regelingen. De in deze wet voorgestelde regelingen betreffen onder andere de instelling van één zorgloket, onafhankelijk en deskundig toezicht, een klachtenadviescommissie, een veteranenombudsman, voorbereiding van de militair en zijn relaties voor uitzending en blijvende steun voor veteranen met gezondheidsproblemen die gerelateerd zijn aan de uitzending, onafhankelijk van het moment waarop deze problemen zich manifesteren.
.
VI. Vervroegde Invrijheidstelling. Een gedetineerde komt hiervoor in principe in aanmerking als hij tweederde van zijn straf heeft uitgezeten. 

Vice-president. Dit is geen functie maar een rang. Een rechter met de rang van vice-president kan de functie van president uitoefenen. 

Vicieuze cirkel van het kinderrecht. De werklast bij de Raad voor de Kinderbescherming en de instellingen voor gezinsvoogdij is hoog. Dat geldt ook voor het ziekteverzuim van het uitvoerend personeel, met als gevolg dat de werklast voor de niet-zieke hulpverleners nog hoger wordt. Van een vicieuze cirkel van het kinderrecht is sprake wanneer de bevindingen en rapportage van de kinderbescherming dank zij deze verhoogde werkdruk minder zorgvuldig tot stand komen, terwijl de kinderrechter, die het ook druk heeft, er van uit gaat dat de bevindingen en de rapportage nog altijd aan de eisen van zorgvuldigheid beantwoorden. De kinderbescherming stelt dan: `Wij brengen slechts advies uit aan de kinderrechter, wij zijn niet verantwoordelijk voor de beslissingen die hij neemt,' terwijl de kinderrechter zegt: `Ja luister eens, ik kan alleen maar afgaan op het advies van de kinderbescherming.' Het kan jaren duren voordat een kind zich uit deze vicieuze cirkel kan bevrijden. 

Visitatie. 1. Onderzoek aan lichaam en kleding (fouillering). Mag alleen onder bepaalde gevallen door opsporingsambtenaren en andere daartoe bevoegden worden verricht. Zie ook Anale visitatie en Vaginale visitatie. 2. Het instellen van een onderzoek door particuliere beveiligingsbeambten of ander personeel in aanwezige bagage, bijvoorbeeld tassen, fietstassen, koffers, bagageruimten van auto's en andere laadruimten. Visitatie wordt als regel uitgevoerd op personen die het bedrijf verlaten. Men is niet verplicht zich te laten visiteren, tenzij men hier mee heeft ingestemd, bijvoorbeeld in een schriftelijke verklaring dat men met de in het arbeidsreglement genoemde visitatieregeling akkoord gaat. 

Visiteren. Het verrichten van visitatie

VIV. Verklaring omtrent inkomen en vermogen. Deze verklaring heeft men nodig wanneer men de kosten van een advocaat niet (helemaal) kan betalen. De VIV moet worden gehaald bij de gemeente waarin men woont en wordt overhandigd aan de advocaat. Deze stuurt de verklaring door naar de Raad voor de Rechtsbijstand. Heeft men uitsluitend een bijstandsuitkering, dan heeft men geen VIV nodig. Men kan dan volstaan met het invullen van de Verklaring bijstandsgerechtigden en asielzoekers. Zie ook Toevoeging

Vlagbeginsel. Het beginsel dat het strafrecht van een land ook geldt buiten de grenzen van dat land, aan boord van een schip of vliegtuig dat uit dat land afkomstig is. 

Vleeseter. Corrupte ambtenaar wiens hele functioneren min of meer doelbewust is gericht op het op corrupte wijze verkrijgen van neveninkomsten. Hij is als het ware projectmatig bezig om te incasseren, daarbij misbruik makend van zijn bevoegdheden. Zie ook Corruptie en Graseter
.
Voetbalwet. Zie Wet MBVEO
.
Voetsporen. Doorgaans schoeiselsporen. Men onderscheidt enerzijds enkele voetsporen, loopsporen en gangsporen, en anderzijds afdruksporen (op hard materiaal) en indruksporen (in zachter materiaal). 

Volkel-arrest. Arrest waarin wordt bepaald dat de staat in principe niet kan worden vervolgd, omdat zij met haar handelingen het algemeen belang dient. Zie ook Pikmeer-arrest

Voluntaire jurisdictie. Ook wel: oneigenlijke rechtspraak. Taakuitoefening van de rechter waarbij formeel ter zitting geen sprake is van een geding tussen partijen, bijvoorbeeld voorziening in voogdij of uitspraak in adoptie. Zie ook Contentieuze rechtspraak.

Voluntaire rechtspraak. Voluntaire jurisdictie

Vonnis. Uitspraak van de kantonrechter of de arrondissementsrechtbank. Zie ook Arrest

Voogd. Derde die verantwoordelijk is voor de verzorging en opvoeding van een minderjarige waarover hij de voogdij heeft. Hij wordt slechts benoemd als de ouders (of één van hen) het gezag niet hebben. Hij hoeft het kind niet per se zelf te verzorgen en op te voeden. Hij is wettelijk vertegenwoordiger en moet het eventuele vermogen van de minderjarige beheren. Een voogd is niet verplicht om de eigen inkomsten te gebruiken voor het kind. Heeft het kind nog ouders, dan blijven zij verplicht om voor het kind te betalen totdat het eenentwintig is. 

Voogdij. De zorg uitgeoefend over persoon en goederen van een minderjarige van wie beide ouders zijn overleden, of van wie een ouder van het ouderlijk gezag is ontzet of ontheven. De voogdij wordt uitgeoefend door een voogd

Voorarrest. Ook: preventieve hechtenis. Het totaal van de dagen dat de verdachte heeft vastgezeten alvorens hij wordt veroordeeld. Na de veroordeling worden deze dagen van de straf afgetrokken. Zie Aanhouding, Bewaring, Gevangenhouding en Inverzekeringstelling.

Voorbedachte rade, Met - . Na kalm beraad en rustig overleg, dus niet impulsief. 

Voorbereidend onderzoek. Het onderzoek dat voorafgaat aan de behandeling ter terechtzitting. 

Voorgeleiden (s). Een verdachte voor de officier van justitie leiden, om door hem (of een hulpofficier) te worden verhoord. Dit kan gebeuren in gevallen waarin voorlopige hechtenis is toegestaan en moet gebeuren bij aanhouding na ontdekking op heterdaad. 

Voorkomen (spreek uit: vóórkomen). Voor het gerecht verschijnen. `De verdachte `moet' voorkomen' wil zeggen dat de officier van justitie tot vervolging heeft besloten. Hij laat de zaak voorkomen. 

Voorlichting. De officier van justitie, de rechter-commissaris en de rechter hebben de bevoegdheid de reclassering opdracht te geven een voorlichtingsrapport over de persoon van de verdachte uit te brengen. Het rapport moet een betrouwbaar beeld geven van de verdachte en zijn situatie. Vermelde feiten moeten bij voorkeur niet alleen gebaseerd zijn op mededelingen van de verdachte, maar zo mogelijk geverifieerd zijn bij derden. Informatie die voor de verdachte een negatieve uitwerking zou kunnen hebben, moet niet enkel om die reden worden weggelaten. Het voorlichtingsrapport dient primair te zijn gericht op de informatieverschaffing aan de rechter en dit doel mag niet ondergeschikt worden gemaakt aan de hulpverlening. 

Voorlopige hechtenis. Vrijheidsbeneming. Dit begint met een bevel tot bewaring. De bewaring duurt maximaal tien dagen. Daarna kan de officier van justitie de rechter om een bevel tot gevangenhouding vragen. De gevangenhouding duurt 30 dagen en kan met tweemaal dertig dagen worden verlengd. De totale voorlopige hechtenis mag dus niet langer dan honderd dagen duren. 

Voorlopige voorziening. Hierbij neemt de rechter een voorlopige beslissing, bijvoorbeeld over de zaken waarover de echtgenoten die in een echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn het nog niet eens zijn. Deze beslissing geldt alleen tijdens de procedure en men kan er niet tegen in beroep gaan. Zie ook Nevenvoorziening

Voorwaardelijke veroordeling. De algemene voorwaarde is dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en zich niet op andere wijze zal misdragen. Daarnaast kunnen een aantal bijzondere voorwaarden worden gesteld. 

Voorwaardelijk sepot. Voorwaardelijk uitstel van de beslissing over verdere vervolging door het openbaar ministerie. Een voorwaardelijk sepot is slechts mogelijk als de verdachte de voorwaarden van het OM accepteert. Het OM mag een verdachte die aan de overeengekomen voorwaarden heeft voldaan daarna niet nog eens voor hetzelfde delict vervolgen. 
.
Voorzieningenrechter. De rechter in een kortgedingprocedure. Zie Kort geding
.
Vordering en verzoek. De officier van justitie vordert iets van een rechter. Gaat de rechter daarop in, dan handelt hij `op vordering van de officier'. De verdachte verzoekt de rechter om iets. Voldoet de rechter aan dat verzoek, dan handelt hij `op verzoek van de verdachte'. Hieruit blijkt dus dat er in Nederland nog niet volledig sprake is van een accusatoir proces, want verdachte en aanklager zijn nog geen gelijkwaardige procespartijen. 
.
Vormfout. Een gemaakte fout in de procedure. Een advocaat of de verdachte zelf kan de rechter vragen het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk te laten verklaren op grond van deze fouten. Als de rechter hier in meegaat gaat de verdachte vrijuit. Niet-ontvankelijkheid wordt alleen aangenomen indien er essentiële procedurevoorschriften veronachtzaamd zijn, waardoor van een eerlijk proces geen sprake meer kan zijn. De vraag is dus of de rechter ook consequenties gaat binden aan het vormverzuim. Hij heeft namelijk wel de bevoegdheid om dat te doen, maar niet de plicht. Zie ook Afvoerpijp-arrest
.
VR. Verkeersrecht. 

Vrijblijvend aanbod. Zie Bindend aanbod

Vrijspraak. Dit volgt wanneer de rechter het ten laste gelegde strafbare feit niet bewezen acht. Zie ook Ontslag van rechtsvervolging

Vroeghulp. De activiteiten die de reclassering ontplooit in het kader van haar contacten met inverzekeringgestelden. 

Vruchtgebruik. Het zakelijk recht om van een anders goed de `vruchten' te gebruiken alsof men zelf de eigenaar daarvan was, mits men ervoor zorgt dat de zaak in stand blijft. Het recht eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker en kan dus niet per nalatenschap worden overgedragen. Het recht rust op het goed en eindigt niet als het goed van eigenaar verandert. Degene die eigenaar is van een zaak die belast is met het recht van vruchtgebruik wordt blote eigenaar genoemd. In Nederland wordt een vruchtgebruik op een onroerende zaak (of ander registergoed) gevestigd door de inschrijving van een notariële akte in de openbare registers.Een speciaal recht van vruchtgebruik is het zakelijk recht van bewoning, dat specifiek geldt voor een woning. Degene die het recht van bewoning heeft mag een onroerende zaak met zijn gezin bewonen.Degene die eigenaar is van een zaak die belast is met het recht van vruchtgebruik wordt blote eigenaar genoemd. In Nederland wordt een vruchtgebruik op een onroerende zaak (of ander registergoed) gevestigd door de inschrijving van een notariële akte in de openbare registers. Een speciaal recht van vruchtgebruik is het zakelijk recht van bewoning, dat specifiek geldt voor een woning. Degene die het recht van bewoning heeft mag een onroerende zaak met zijn gezin bewonen.

Vruchtgenot. Ook: ouderlijk vruchtgenot. Het recht van ouders op de baten van de goederen van hun minderjarige kinderen, onder verantwoordelijkheid voor de instandhouding van die goederen en onder last het onderhoud en de opvoeding van de kinderen overeenkomstig hun vermogen te verzorgen. 

VTV. Vergunning tot verblijf. Document waaruit blijkt dat een vreemdeling voor langer dan drie maanden is toegelaten tot Nederland. De VTV is een jaar geldig en kan onder voorwaarden worden verlengd. Zie ook MVV

VUWA. Vuurwapenteam. 

Vv. Voorwaardelijke veroordeling. 

VVTV. Voorwaardelijke vergunning tot verblijf. VTV die wordt afgegeven aan asielzoekers die geen recht hebben op asiel, maar die niet teruggestuurd kunnen worden naar hun land omdat de algemene situatie daar slecht is. De vergunning kan worden ingetrokken als de situatie in het land van herkomst is verbeterd. 
 
 

W

WA. Wettelijke aansprakelijkheid
 

Waarheidsvinding. Een van de doelstellingen van het strafrecht. Het aan het licht brengen van de waarheid omtrent een gepleegd strafbaar feit, enerzijds in verband met de bewijslast, anderzijds ten behoeve van de objectieve rechtspraak. 

Waarschuwingsplicht. De plicht om de verdachte alvorens het verhoor te wijzen op zijn zwijgrecht. `U bent niet tot antwoorden verplicht.' Deze waarschuwing wordt `cautie' genoemd. Deze cautie is gebaseerd op het recht van verdachten om te zwijgen en om zichzelf niet te incrimineren. Het doel ervan is om te voorkomen dat een verdachte ongewild meewerkt aan zijn eigen veroordeling.
.
WAM. Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen

Wanprestatie. Hiervan is sprake wanneer de schuldenaar niet, niet tijdig of niet behoorlijk presteert, nadat hij in gebreke is gesteld, weigert te presteren of er sprake is van een fatale termijn. Wanneer er geen sprake is van toerekenbaarheid, zoals bij overmacht, dan is er ook geen sprake van wanprestatie of een verplichting tot schadevergoeding. Zie ook Non-conformiteitsbeginsel

WAO. Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Deze wet geeft werknemers onder de 65 jaar bij langdurige arbeidsongeschiktheid een uitkering. Er bestaat een `oude WAO' en een `nieuwe WAO'. De nieuwe WAO is van kracht voor werknemers die op of na 25 januari 1994 in de WAO terecht zijn gekomen of nog terecht komen. 

WBEAA. Wet Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen. Wet die bedrijven en overheidsinstellingen met meer dan 35 werknemers verplicht te laten registreren bij de Kamer van Koophandel hoeveel werknemers van allochtone afkomst zij in dienst hebben. Op overtreding van de wet staat maximaal een geldboete van ƒ 25.000,- of gevangenisstraf van een jaar. 

WED. Wet op de economische delicten. Zogenaamde cataloguswet, met bepalingen over de opsporing, vervolging en berechtiging van economische delicten. 

Wederrechtelijk. In ruime zin: zonder toestemming van de rechthebbende. In engere zin: onrechtmatig gedrag waartegen het strafrecht kan optreden. 

Wederverhuur. Het opnieuw verhuren van een gehuurde zaak. Mag niet, tenzij met toestemming van de eigenaar. Zie ook Onderverhuur

Weigeren van getuigenis. Dit wordt in Nederland in strafzaken gestraft met maximaal zes maanden gevangenisstraf, in andere zaken met maximaal vier maanden gevangenisstraf. Een opgeroepen getuige die zonder geldige reden wegblijft, wordt gestraft met een boete van maximaal ƒ 120,-. 
.
Welgestelde delinquent met zeilverlof. De daders van de Baarnse moordzaak werden tijdens hun straf anders  behandeld dan andere delinquenten. Zo mochten ze tijdens het uitzitten van hun straf met vakantie en werden zeilend op het water gezien. Dat inspireerde Gerard Cox in het liedje: Een broekje in de branding tot een verwijzing in de tekst: "Dobbert het aan tegen een miljonair of bollebof of tegen een welgestelde delinquent met zeilverlof." Zie klassejustitie.
.
Werkstraf. Zie Taakstraf

Werktuigsporen. Sporen in de vorm van afdrukken, indrukken, verdiepingen en oneffenheden, veroorzaakt door een werktuig. Men onderscheidt moeten, glijsporen en krassen. 

Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM). Wet die iedere eigenaar van een motorrijtuig verplicht om zich voor zijn aansprakelijkheid te verzekeren voor ten minste één miljoen gulden. 
.
Wet limitering alimentatie. Wet die van toepassing is op de alimentatiebetaling voor ex-echtgenoten en waarin wordt bepaald dat deze alimentatie in principe maar twaalf jaar duurt. Er zijn allerlei uitzonderingen. 
.
Wet MBVEO. Wet Maatregelen Bestrijding Voetbalvandalisme en Ernstige Overlast. Met deze wet van 1 september 2010 hebben zowel de burgemeester als de officier van justitie extra bevoegdheden om in te grijpen bij voetbalvandalisme en andere ernstige overlast. Zo kunnen zij met deze wet een langdurig gebiedsverbod en/of een meldplicht opleggen. Een bevel duurt drie maanden en kan drie keer verlengd worden tot maximaal een jaar. Daarnaast hebben burgemeesters met deze wet de mogelijkheid om kinderen te verbieden om na 20.00 uur ’s avonds buiten te komen, tenzij ze worden begeleid door hun ouders. Ook supportersgroepen die bijvoorbeeld afspreken op een bepaalde plek te gaan vechten kunnen dan strafbaar worden gesteld: zonder tussenkomst van de rechter kan de officier van justitie een gebiedsverbod opleggen. 
.
Wet Misleidende Reclame. Wet die het de producent verbiedt bij een reclameboodschap onjuiste informatie te verstrekken, met name betere eigenschappen aan het product toe te schrijven dan het in werkelijkheid heeft. Zie ook reclamecodecommissie.
.
Wet Mulder. Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften, door juristen de lex Mulder gedoopt. Wet die een aantal verkeersovertredingen van het strafrecht naar het bestuursrecht overhevelde. De wet is genoemd naar mr.dr. Albert Mulder (1916-1995), secretaris-generaal van het Ministerie van Justitie en lid van de Raad van State. Een "Mulderfeit" is herkenbaar aan de M rechtsboven op de beschikking van het CJIB. 
Wie nu een Mulder-overtreding begaat krijgt een bestuurlijke boete. De Officier van Justitie (OvJ) geldt als bestuursorgaan en heeft het recht van parate executie. Wie niet betaalt zal hierdoor via een deurwaarder met executiemaatregelen worden geconfronteerd. Niet op tijd betalen kan er ook toe leiden dat de boete(s) hoger worden. Wie van mening is dat de boete onterecht is opgelegd, kan bezwaar aantekenen bij de OvJ. Wordt dit afgewezen, dan kan de burger naar de kantonrechter van de rechtbank stappen. Deze neemt echter de zaak pas in behandeling indien als zekerheid de boete voldaan is. Deze zekerheidsstelling is uitermate controversieel, aangezien on- en minvermogenden dit niet kunnen opbrengen. Mocht de burger door de OvJ of bij de kantonrechter in het gelijk gesteld worden krijgt hij de betaalde boete terug. Mocht hij in het ongelijk worden gesteld dan staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Leeuwarden. 
Een ander zwak punt van de ontworpen procedure is de parate executie die bijvoorbeeld ook door de politie kan worden uitgevoerd. Een bestuurder die een boete niet betaald heeft kan daarvoor gesignaleerd worden in het opsporingsregister en de politie kan bij aantreffen van deze persoon het voertuig waar hij op dat moment in rijdt als zekerheid voor het betalen van de boete inbeslagnemen. Dit terwijl, in voorkomende gevallen, nog niet is komen vast te staan of een dergelijk boete rechtmatig opgelegd is geweest. De ontworpen procedure doet daarmee ernstig afbreuk aan bepaalde waarborgen van een goede procesorde, zoals de onschuld-presumptie en het gematigd inquisitoir karakter van het Nederlandse strafrecht. Formeel zou betoogd kunnen worden dat te dien aanzien het bestuursrecht op zogenaamde Mulder-overtredingen van toepassing is en niet het strafrecht, maar dit is evenzeer een oneigenlijke constructie als de fiscalisering van parkeerboetes. Zie mijn artikel over dit onderwerp. 
..
Wet OM-afdoening (art. 257a e.v. Wetboek van Strafrecht). De Wet OM-afdoening regelt dat misdrijven met een maximale strafbedreiging van zes jaar gevangenisstraf en alle overtredingen – zaken die door het Openbaar Ministerie kunnen worden afgedaan door middel van het aanbieden van een transactie – ook door het OM zelf kunnen worden bestraft door het uitvaardigen van een strafbeschikking. 
Een strafbeschikking kan onder meer een geldboete, een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (OBM), (gedrags)aanwijzingen en een schadevergoedingsmaatregel bevatten. Voorwaardelijke straffen kunnen niet in een strafbeschikking worden opgelegd. De bestrafte kan tegen de strafbeschikking verzet doen. Naar aanleiding van het verzet vindt een herbeoordeling van de zaak plaats. Op basis van deze herbeoordeling kan de strafbeschikking worden ingetrokken, gewijzigd of kan besloten worden de bestrafte op te roepen voor de terechtzitting. In het laatste geval wordt de zaak verder behandeld als een gewone strafzaak.
.
Wet op de Naburige Rechten. In deze wet ligt de bescherming besloten van rechten van uitvoerende kunstenaars, fonogrammenproducenten en omroepen op hun prestaties. Zie ook Auteursrecht en Intellectueel eigendom

Wet persoonsregistraties. Deze wet geeft regels voor het vastleggen en gebruiken van persoonsgegevens. De wet geeft mensen onder meer het recht hun eigen gegevens in te zien. 
.
Wet Politieregisters. Hierin staan regels over welke gegevens de politie mag opslaan, hoe die gegevens beveiligd moeten worden, en aan welke instanties de politie de gegevens van burgers mag verstrekken. Deze wet regelt ook dat men een verzoek kan indienen om kennis te nemen van de gegevens die over de aanvrager in de politiesystemen zijn opgenomen. 
.
Wet slachtofferhulp. Wet Terwee.
.
Wet Terwee. Ook: Wet slachtofferhulp. Wet die het de politie en het OM mogelijk maakt de persoonlijke gegevens van een pleger van een misdrijf prijs te geven aan het slachtoffer. Tijdens de aangifte dient de politie het slachtoffer te vragen of deze een schadevergoeding wenst van de verdachte. Dit moet in de aangifte vermeld worden. De politie moet bij het slachtoffer nagaan of deze informatie wil over de voortgang van zijn zaak. Het slachtoffer besluit zelf om al dan niet contact op te nemen met Bureau Slachtofferhulp. 
.
Wet Van Dam. De Wet Van Dam bepaalt dat consumenten hun langlopende contracten (zoals abonnementen) op elk moment mogen opzeggen met een opzegtermijn van maximaal een maand. Dit recht ontstaat na de eerste stilzwijgende verlenging. Bij contracten die meteen voor onbepaalde tijd worden aangegaan, geldt dit opzegrecht meteen.Volgens de wet mogen contracten maximaal voor één jaar worden aangegaan. Een contractsduur tot twee jaar is alleen toegestaan als de consument daarvoor een significant loyaliteitsvoordeel ontvangt, zoals een flinke korting ten opzichte van het jaarcontract of het gratis gebruik van een mobiele telefoon. Bij kranten en tijdschriften mag het bedrijf het abonnement verlengen met maximaal drie maanden. De opzegging is dan steeds tegen het einde van deze periode, en niet elke maand zoals bij normale contracten. Het lidmaatschap van verenigingen valt buiten de Wet Van Dam. Een vereniging mag dus nog steeds bepalen dat het lidmaatschap met een jaar wordt verlengd tenzij men tijdig opzegt met bijvoorbeeld één of twee maanden opzegtermijn. Wel is er een nieuwe regel opgesteld voor verenigingen: zij moeten op hun website of in hun ledenblad op een opvallende en duidelijke vermelden hoe men kan opzeggen. Daarmee zou het voor leden eenvoudiger moeten worden om hun lidmaatschap te beëndigen.
.
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Wet waarin is geregeld dat echtgenoten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed allebei recht hebben op een deel van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. Er is echter een ondergrens; kleine pensioenen worden niet verdeeld. 
.
Wetboek van Strafrecht. Dit boek bevat het belangrijkste deel van het strafrecht, waaronder de belangrijkste misdrijven en een klein deel van de overtredingen. 

Wetboek van Strafvordering. Dit boek bevat het strafprocesrecht. 

Wetgevende macht. Deze macht stelt de algemene regels vast. In Nederland wordt de taak van de wetgevende macht uitgevoerd door de Koningin en de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal te zamen. Zie Trias politica.

Wettelijke Aansprakelijkheid (WA). Verzekering die wettelijk is verplicht voor eigenaars van motorvoertuigen. 
.
Wettelijk erfdeel. Legitieme portie

Wettelijk minimumloon. Geldt voor werknemers van 23 tot 65 jaar. Beneden de 23 jaar is er een minimumloon dat daarvan is afgeleid volgens een bepaalde sleutel. Per leeftijdsjaar geldt een lager minimumjeugdloon. 
.
Wettigen. Het erkennen van een natuurlijk kind. Dit kan geschieden door huwelijk van de ouders indien het kind van tevoren of op de dag van de huwelijksvoltrekking door de mannelijke huwelijkspartner wordt erkend. Deze man hoeft niet de biologische vader van het kind te zijn. 

Wijkverbod. Zie Gebiedsverbod.
.
Wilsonbekwaamheid. Hiervan is sprake wanneer iemand niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake. 
.
Wilsrechten. Deze rechten hebben betrekking op het kindsdeel bij een erfenis. Wilsrechten kunnen door de kinderen worden ingeroepen op het moment dat de langstlevende ouder zegt dat hij weer wil trouwen. Door het inroepen van het wilsrecht krijgen de kinderen goederen ter waarde van hun vordering op de langstlevende ouder, in eigendom. De langstlevende ouder houdt wel het recht op het vruchtgebruik van de goederen, dit wil zeggen dat de langstlevende ouder het recht van gebruik van de goederen houdt. De kinderen hebben nog niks aan hun verkregen eigendom. Het eigendom noem je dan bloot eigendom. 
Wel kun je op deze manier voorkomen dat de langstlevende ouder de goederen opmaakt of dat de stiefouder het bij het overlijden van de langstlevende ouder in zijn of haar bezit krijgt. Het recht van vruchtgebruik eindigt bij het overlijden van de langstlevende ouder, waardoor het eigendom van de kinderen een volledig eigendom wordt. Als de kinderen bij het hertrouwen van de langstlevende ouder geen wilsrecht hebben uitgeoefend, krijgen ze bij het overlijden van de ouder een nieuwe kans. Want als hun vader of moeder overlijdt, mogen ze op dat moment uitbetaling van hun vordering vragen. Ze kunnen ook alleen het eigendom van goederen ter waarde van hun vordering opeisen en het vruchtgebruik aan de stiefouder laten.
.
Witte-boordencriminaliteit. Misdaden gepleegd door mensen met een hoge sociale status, zoals belastingfraude, beursfraude enz. 

WJD. Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag. 
.
WMO. Wet Maatschappelijke Ondersteuning. De WMO is sinds 1 januari 2007 in werking. Doel van deze wet is dat mensen zoveel mogelijk voor zichzelf en elkaar zorgen. Iedereen moet zolang mogelijk zelfstandig kunnen leven en wonen. En iedereen moet kunnen meedoen in de samenleving. Dat geldt voor jongeren en ouderen, mensen met een lichamelijke of verstandelijke beperking, een chronische ziekte en voor mensen met psychische problemen, maar ook voor hun familieleden en mantelzorgers. Zie Zorgloket
.
WOB. Wet Openbaarheid van Bestuur. De Wet openbaarheid van bestuur (Wob) uit 1980 regelt de openbaarheid van informatie door de overheid. Openbaarmaking is een plicht van elk bestuursorgaan, het is het juridische uitgangspunt. Geheimhouding hoort altijd een - gemotiveerde - uitzondering te blijven. De wet garandeert eenieder de mogelijkheid om informatie over een bestuurlijke aangelegenheid bij een bestuursorgaan (bijvoorbeeld een ministerie, provincie of gemeente) op te vragen. Persoonlijke beleidsopvattingen, privacygevoelige informatie zoals strafbladen en stukken die concurrentiegevoelige informatie van bedrijven bevatten, zijn uitgesloten van de mogelijkheid om ze met een beroep op de wet Wob in te zien.
.
WODC. Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum van het Ministerie van Justitie. 

Wraking. De verklaring dat een rechter (of arbiter) onbevoegd of ongeschikt is om over een bepaalde zaak te oordelen. Wanneer een rechter een persoonlijk belang bij een geschil of strafzaak heeft, of wanneer er op andere wijze feiten of omstandigheden bestaan waardoor in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, kan hij worden gewraakt. Hij heeft dan geen verschoningsrecht, maar verschoningsplicht. 
.
Wrakingskamer. De wrakingskamer is een meervoudige kamer van de rechtbank. De leden van de wrakingskamer worden door het gerechtsbestuur aangewezen uit de rechters van de rechtbank, die de zaak behandelt, waarin het wrakingsverzoek werd gedaan. De wrakingskamer wordt bijeen geroepen door de president, of zijn/haar plaatsvervanger. Het gerechtsbestuur kan een vaste wrakingskamer aanstellen. Dat betekent dat voor een bepaalde periode dezelfde drie rechters steeds alle wrakingverzoeken behandelen.De wrakingskamer wordt ondersteund door een griffier.De wrakingskamer nodigt de persoon die wraakt en de betreffende rechter(s) uit op een zitting. Als er nog meer personen bij de zaak betrokken zijn, zoals een wederpartij, worden zij als toehoorder bij de wrakingszitting uitgenodigd. De wrakingskamer kan ook aan hen vragen stellen. Alle betrokkenen kunnen hun standpunten toelichten. De betrokken rechter is niet verplicht te verschijnen. Hij kan schriftelijk zijn standpunt toelichten. Aan het einde van de zitting deelt de voorzitter van de wrakingskamer mee wanneer de uitspraak wordt gedaan. De uitspraak wordt in een beschikking vastgelegd. 
.
WRB. Wet op de Rechtsbijstand. 

WVR. Wegenverkeersreglement. 

WVW. Wegenverkeerswet. 

WW. Werkloosheidswet. Deze wet verzekert werknemers tegen de financi‰le gevolgen van werkloosheid. Om recht te krijgen op WW moet men gedurende de 39 onmiddellijk voorafgaande aan de werkloosheid in ten minste 26 weken als werknemer hebben gewerkt (de weken-eis). Wie alleen aan deze eis voldoet krijgt een WW-uitkering van 70% van het minimumloon gedurende een half jaar. Om een loongerelateerde WW-uitkering te krijgen (70% van het laatst verdiende loon) moet bovendien in ten minste vier van de vijf kalenderjaren voorafgaande aan het jaar van werkloos worden over 52 of meer dagen loon zijn ontvangen (4 uit 5-eis). De duur van de loongerelateerde uitkering hangt af van het arbeidsverleden en varieert van 6 maanden tot 5 jaar. Zie ook IOAW
 
 

Z

Zaak. 1. Algemene benaming van goederen en rechten, kortom alles wat een voorwerp van recht kan worden. 2. Geschil. `Ik laat de zaak voorkomen.' 

Zaanse verhoormethode. Omstreden en verboden methode om ontkennende verdachten onder grote psychische druk tot een bekentenis te dwingen, waarbij de verdachte afwisselend vriendelijk en vijandig wordt bejegend. Geïntroduceerd door de recherche van Zaandijk. 

ZBO. Zelfstandig Bestuursorgaan. 
.
Zedendelict. Een zedenmisdrijf, of een overtreding tegen de zeden. De zedenmisdrijven zijn vermeld in de artikelen 239, 240 en 240b t/m 251 van het Wetboek van Strafrecht. De enige nog bestaande overtreding tegen de zeden is vermeld in artikel 453 WvSr: "Hij die zich in kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg bevindt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twaalf dagen of geldboete van de eerste categorie." 
.
Zekerheidsstelling. Bedrag dat moet worden betaald alvorens in beroep te kunnen bij de kantonrechter. Wanneer de zekerheid niet binnen deze termijn van twee weken op de voorgeschreven wijze is gesteld, wordt het beroep door de kantonrechter niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van het beroepschrift in verzuim is geweest. Het gevolg van dit systeem is dat min- en onvermogenden worden buitengesloten van het recht en zich niet kunnen verweren wanneer zij - geheel of deels ten onrechte - een bekeuring krijgen. 
.
Zelfmelder. Persoon die zichzelf moet aanmelden bij een strafinrichting. 

ZFW. Ziekenfondswet. De ziekenfondsverzekering geeft onder meer aanspraak op ziekenhuisopname, medische, paramedische en beperkte tandheelkundige hulp. Verplicht verzekerd zijn werknemers met een overeengekomen vast loon dat de loongrens niet overschrijdt. 

Zittende magistratuur. De rechters en de griffiers. Zie ook Staande magistratuur
.
Zorgloket. Afdeling van de gemeente voor vragen, advies en het aanvragen van voorzieningen die onder de WMO vallen. 
.
Zuivere aanvaarding. Een van de drie mogelijkheden voor een erfgenaam die tot een nalatenschap geroepen wordt. Bij zuivere aanvaarding wordt de nalatenschap aanvaard met alle rechten en verplichtingen. De erfgenaam kan de nalatenschap ook beneficiair aanvaarden of verwerpen. 

ZW. Ziektewet. Wet die werknemers tot 65 jaar, die door ziekte, ongeval of gebreken hun werk niet kunnen doen, recht geeft op een loonvervangende uitkering (ziekengeld). 

Zwaar lichamelijk letsel. Hieronder worden tevens begrepen ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening zijner ambts- of beroepsbezigheden, afdrijving of dood van de vrucht van een vrouw en storing der verstandelijke vermogens die langer dan vier weken geduurd heeft. 

Zwarte lijst. Lijst die binnen een politiekorps wordt gebruikt voor de namen van informanten die onbetrouwbaar zijn gebleken. Wordt de informant op de zwarte lijst geplaatst, dan betekent dit doorgaans dat alle contacten met die informant zijn verbroken en dat de politie niet meer het initiatief zal nemen om met die bewuste informant in contact te komen. 

Zwijgplicht. De plicht om te zwijgen, met name vanwege het beroepsgeheim. Zie ook Verschoningsrecht

Zwijgrecht. Een verdachte is niet tot antwoorden verplicht en dient voor verhoor te worden gewezen op zijn recht om te zwijgen. Zie ook Waarschuwingsplicht
 
 

Codes politiediensten

Onderstaande codes, niet alleen gebruikt in het mobilofoonverkeer maar ook op het bureau, corresponderen vaak met bepaalde artikelen in het Wetboek van Strafrecht en andere wetten. 

Overtreding van de radio- en telefoniewet 
18 Definitief intrekken van het rijbewijs 
26 Rijder onder invloed 
100 Persoon opsporen en in bewaring stellen 
120 Aanhouding inzake vonnis 
131 t/m 151 Overtredingen tegen de openbare orde
150 Aanhouding inzake opgelegd rijverbod 
157 t/m 158 Brandstichting en ontploffing 
177 t/m 206 Overtredingen tegen het openbaar gezag 
180 Aanhouding op het bureau 
200 Persoon aanhouden; opsporen van verblijfplaats 
208 Valsemunterij 
210 In kennis stellen van het vonnis, niet aanhouden 
220 Poging tot aanranding 
239 t/m 249 Zedenmisdrijven 
242 Verkrachting 
250 Voorzichtig aandacht trekken, wachten op instructies 
260 Persoon kan niet worden aangehouden 
261 t/m 269 Belediging 
270 Voertuig niet APK gekeurd 
280 Voertuig niet verzekerd 
285 Bedreiging 
287 t/m 295 Misdrijven tegen het leven gericht 
300 Signalering voor gestolen goederen 
301 t/m 306 Mishandeling 
307 t/m 309 Dood of lichamelijk letsel door schuld 
310 Poging tot diefstal 
311 Diefstal 
312 Diefstal met bedreiging of geweld 
315 Stroperij 
317 t/m 325 Afpersing en verduistering 
350 Vernieling van voertuigen 
351 t/m 354 Overige vernieling 
360 Rijden zonder rijbewijs 
387 Poging tot doodslag 
400 Drugshandelaar 
410 Druggebruiker 
416 en 417 Heling 
450 Schietpartij 
453 Wandelaar onder invloed van alcohol 
500 In bezit van vuurwapen (vergunninghouder) 
520 In bezit van illegaal vuurwapen 
600 Heler 
700 Veroordeeld tot TBS 
800 TBS-veroordeelde met proefverlof 
1000 Persoon of goederen komen niet voor in de opsporingsregisters 
 
 

Belangrijkste bronnen

-Mr. N.E. Algra, J. Barkhuis, Juridisch zakwoordenboek, Groningen 1982. 
-G.J.M. Bartelink, Prisma van de Latijnse citaten en gezegden, Utrecht 1989. 
-Prof. Mr. J.M. van Bemmelen, Strafprocesrecht, Alphen aan den Rijn 1982. 
-Dr. F.A.C.M. Denkers, Criminologie en beleid, Nijmegen 1976. 
-Ch. J. Enschedé, Beginselen van strafrecht, Deventer/Heerlen 1984. 
-Ch. J. Enschedé, Kijk, recht, Amsterdam 1984. 
-Stapel en De Koning, Leerboek voor de politie, Lochem 1984. 
- Wikipedia. (N.B.: Overeenkomst met Wikipedia-begripsomschrijvingen kan ook het gevolg zijn van het feit dat ik zelf bijdragen lever aan Wikipedia.) 
 


Meer lexicografisch en informatief werk van Jaap van der Wijk?
Click hier!
  .

 .
Email: jackvanderwyk@yahoo.co.uk

 


Dit boek is als paperback verkrijgbaar bij bol.com.
120 pagina's, € 18,37.
ISBN 9402100490
Click hier om het boek te bestellen.

counter for tumblr