

| Voor de niet-deskundige zijn het recht
en de procesregels vaak onbegrijpelijke zaken. Het Woordenboek juridische
terminologie en politiejargon biedt een verhelderende blik op de
dagelijkse praktijk van de advocaat, de officier van justitie, de rechter
en de deurwaarder, zodanig dat de volslagen leek er ook zijn voordeel mee
kan doen. Dat hoeft niet per se te zijn in de hoedanigheid van gedaagde
of verdachte, want ook bij het lezen van de krant of zelfs een politieroman
kan dit woordenboek een nieuwe wereld openen.
Voor mensen die beroepshalve regelmatig met het recht en de procesregels te maken hebben (bijvoorbeeld journalisten, hulpverleners en politiebeambten) is het Woordenboek juridische terminologie en politiejargon een geschikt naslagwerk, want dit compacte en handzame boekje overlapt meerdere vakgebieden (strafrecht, verbintenissenrecht, erfrecht, criminologie, criminalistiek enz.). Jaap van der Wijk (1951) studeerde rechten en sociologie en was twaalf jaar werkzaam in de justitiële hulpverlening. Ondanks alle aan de samenstelling van dit
woordenboek bestede zorg kan noch de auteur noch de uitgever aansprakelijkheid
aanvaarden voor eventuele schade die zou kunnen voortvloeien uit enige
fout die in dit boek zou kunnen voorkomen.
IndelingWoord voorafWoordenlijst Codes politiediensten Adressen Belangrijkste bronnen Woord voorafDe juridische terminologie is zo veelomvattend dat er een zeer omvangrijk lexicon voor nodig zou zijn om volledigheid enigszins te kunnen benaderen. Dit woordenboek heeft niet de pretentie volledig te zijn. Ik heb getracht de meest voorkomende begrippen uit de dagelijkse praktijk van de advocaat, de officier van justitie, de rechter en de deurwaarder te verzamelen en door middel van verwijzingen heb ik geprobeerd de samenhang tussen die begrippen duidelijk te maken.De lezer zal al snel merken dat er relatief veel aandacht aan het strafprocesrecht is besteed. Dat is niet toevallig, want de naslagwerken die ik in de boekhandel en de bibliotheek heb gevonden, besteden doorgaans niet of nauwelijks aandacht aan het strafprocesrecht. In die zin vult dit woordenboek een leemte. De tekst van de wet is vaak omslachtig en oubollig. Ik heb hier en daar, waar dat mogelijk was, geprobeerd de wettekst te moderniseren, zonder hem geweld aan te doen, maar soms lukte dat van geen kanten. Hoe graag ik dat ook zou willen, het is niet aan mij om de tekst van de wet te veranderen. Insiders in de behandelde materie worden verzocht te reageren wanneer zij van mening zijn dat bepaalde begrippen niet of onvoldoende aan bod komen, zodat deze in een volgende druk van dit boek kunnen worden vermeld. Jaap van der Wijk
Verklaring der tekens(a) = Arbeidsrecht(c) = Civielrecht (f) = Frans (l) = Latijn (s) = Strafrecht (v) = Verzekeringen WoordenlijstAAanbod van gerede betaling (c). Geschiedt door een notaris of deurwaarder met twee getuigen, waarvan akte wordt opgemaakt. Dit wordt gevolgd door bewaargeving of consignatie. Het staat gelijk met betaling.Aangifte. 1. Persoonlijke melding
op het politiebureau van een gepleegd strafbaar feit. Ieder die kennis
draagt van een begaan strafbaar feit is bevoegd daarvan aangifte te doen.
Openbare colleges of ambtenaren die in de uitoefening van hun functie kennis
bekomen van een strafbaar feit met welks opsporing zij niet zijn belast,
zijn verplicht daarvan onverwijld aangifte te doen. Zie ook Valse aangifte.
2. Aanmelding van de geboorte van een kind, een huwelijk of overlijden
bij de ambtenaar van de burgerlijke stand. Zie Geboorteakte.
Aanklager. Ook: openbare aanklager. Vertegenwoordiger van het openbaar ministerie ter terechtzitting, doorgaans de officier van justitie. Aanleunen. Achtergrond verzorgen. Aanranding. 1. Het met geweld of bedreiging met geweld dwingen tot het plegen of ondergaan van ontuchtige handelingen. 2. Het met misdadige bedoelingen te lijf gaan, aantasten. Aanrijding met. Aanrijding met gewonden. Aanrijding zonder. Aanrijding zonder gewonden (doorgaans met blikschade). Aanslag. Handeling die erop is gericht
anderen van het leven of de vrijheid te beroven.
Aanvaarden onder voorrecht van boedelbeschrijving. Beneficiaire aanvaarding. Aanvaarding van een nalatenschap (c). Het zich als rechthebbende gedragen op een opengevallen nalatenschap met de daaruit voortvloeiende verplichtingen. De aanvaarding kan uitdrukkelijk of stilzwijgend geschieden. In het laatste geval wordt dit uit de omstandigheden afgeleid. Aanvullende eed. Suppletoire eed. Aanvullend recht (c). Regelend recht; rechtsregels waarvan door bijzondere overeenkomsten afgeweken mag worden. Aanvullend recht geldt alleen voorzover door partijen niet iets anders werd bedongen. Zie ook Dwingend recht. AAW. Algemene Arbeidsongeschiktheidswet. De AAW verzekert inkomensverlies als gevolg van langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze wet is vooral van belang voor zelfstandigen en vroeggehandicapten. Voor werknemers is hetzelfde risico namelijk al verzekerd via de WAO. Ab intestato (l). Zonder testament. Abolitionisme. Stroming in de criminologie die het strafrechtsysteem wil afschaffen. Abortus provocatus. Kunstmatig veroorzaakte miskraam; zwangerschapsonderbreking. Is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Absolute bevoegdheid. De bevoegdheid van de rechterlijke macht om over een bepaalde zaak te oordelen. Zie ook Relatieve bevoegdheid. Absolvere ab instantia (l). Vrijspreken bij gebrek aan bewijs. Abus de droit (f). Misbruik van recht. Onrechtmatige daad, waarbij de gerechtigde zijn bevoegdheden misbruikt om anderen te hinderen. ABW. Algemene Bijstandswet. Deze wet geeft aan iedereen in Nederland die onvoldoende middelen heeft om in bestaanskosten te voorzien een minimuminkomen. Men moet wel al het mogelijke doen om zelf weer in het eigen levensonderhoud te voorzien. Ook de partner van de werkloze moet, als dat mogelijk is, naar werk uitzien. Hierbij wordt rekening gehouden met medische en sociale omstandigheden. Accusatoir proces. Hierbij is de verdachte procespartij, gelijkwaardig aan de aanklager (openbaar ministerie). De rechter is onpartijdige derde en heeft een lijdelijke rol. Het Nederlandse strafproces is gematigd accusatoir, omdat het beginfase van het proces een tamelijk inquisitoir karakter heeft. Zie ook Inquisitoir proces en Vordering en verzoek. Achtergrond verzorgen. Het zich ophouden in de nabijheid van collega's die mogelijk hulp nodig hebben. `5.01, wilt u naar de Javastraat gaan? 5.03, verzorgt u de achtergrond?' ACP. Algemene Christelijke Politiebond. Actienota. Eerste nota in een juridisch debat. De schrijver draagt in beginsel de bewijslast voor hetgeen hij stelt. De schrijver van de reactienota hoeft niet alle punten van de actienota te weerleggen; hij draagt immers niet de bewijstlast. Actie ondernemen. Ook: ageren. Een
rechtelijke procedure beginnen.
Actore non probante reus est absolvendus (l). Als de aanklager geen bewijs levert, moet men de aangeklaagde vrijspreken. Actori incumbit probatio
(l). De bewijslast berust bij de aanklager.
Administratief recht. Bestuursrecht. Regels betreffende de verschillende taken van het bestuur en de uitoefening daarvan. Administratieve rechtspraak in belastingzaken. Nadat de belastingplichtige die niet akkoord gaat met de aanslag van de inspecteur der belastingen, tegen de aanslag een bezwaarschrift heeft ingediend, en hij het met de afhandeling van het bezwaarschrift niet eens is, kan hij eventueel een voorziening vragen bij de belastingkamer van het gerechtshof. Tegen de uitspraak van het Hof is beroep in cassatie bij de Hoge Raad mogelijk. Adoptie. Aanneming als wettig kind. Wordt door de rechtbank uitgesproken op verzoek van een echtpaar dat een bepaald kind wil adopteren. Het kind kan zolang het 23 jaar is de rechter verzoeken de adoptie ongedaan te maken. Advocaat. Raadsman in juridische aangelegenheden. Mag in heel Nederland pleiten en is vaak tevens procureur. Het woord advocaat is afgeleid van het Latijnse "advocare" dat betekent "als raadgever tot zich roepen". Advocaat-generaal. Vertegenwoordiger van het openbaar ministerie bij de gerechtshoven. Hij is ondergeschikt aan de procureur-generaal. Bij de Hoge Raad is de AG adviseur en werkt hij niet voor het OM. Advocateneed. De advocaat
wordt bij de rechtbank beëdigd met de volgende eed of belofte: `Ik
zweer (beloof) getrouwheid aan de koning, gehoorzaamheid aan de grondwet,
eerbied voor de rechterlijke autoriteiten, en dat ik geen zaak zal aanraden
of verdedigen, die ik in gemoede niet gelove rechtvaardig te zijn.'
Afdoening buiten proces. Schikking. Afdoen in raadkamer. Hiervan is sprake bij een verzoek van het openbaar ministerie aan de rechter, bijvoorbeeld om verlenging van de voorlopige hechtenis. Het OM, de verdachte en de raadsman van de verdachte mogen daarbij aanwezig zijn. Afdreiging. Ook: chantage. Klachtdelict. Het door bedreiging met smaad, smaadschrift of openbaring van een geheim iemand dwingen tot afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of een derde toebehoort, of tot het aangaan van een schuld of tenietdoen van een schuld, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. Zie ook Afpersing. Affirmanti incumbit probatio (l). De bewijslast berust bij hem die iets beweert. Afluisteren en opnemen van gesprekken. 1. Het opzettelijk en met een technisch hulpmiddel afluisteren van een gesprek dat in een woning, besloten lokaal of erf wordt gevoerd, anders dan in opdracht van een deelnemer aan dat gesprek. 2. Het opzettelijk en met een technisch hulpmiddel opnemen van een gesprek dat in een woning, besloten lokaal of erf wordt gevoerd, zonder deelnemer aan dat gesprek te zijn en anders dan in opdracht van een deelnemer aan het gesprek. Afluisteren en opnemen van telefoongesprekken. De rechter-commissaris is bevoegd te bepalen dat telefoongesprekken ten aanzien waarvan het vermoeden bestaat dat de verdachte er aan zal deelnemen, door een opsporingsambtenaar worden afgeluisterd of opgenomen, indien het onderzoek dit dringend vordert en het een misdrijf betreft waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. De rechter-commissaris verstrekt daartoe een machtiging aan de opsporingsbeambten. Die machtiging tot afluisteren kan betrekking hebben op meerdere telefoonnummers tegelijk. Afpersing. Het dwingen van iemand door geweld of bedreiging met geweld tot afgifte van enig goed dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde toebehoort, of tot het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een schuld, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. Zie ook Afdreiging. Afschrift van een vonnis. Niet-officiële kopie van een rechterlijke uitspraak, die in tegenstelling tot de grosse geen executoriale kracht heeft. Aftastend verhoor. Verhoortechniek
die wordt gebruikt wanneer het feit is gepleegd, maar tegen de verdachte
geen enkel bewijs bestaat. Hij wordt nu omzichtig over de zaak afgetast.
Agent-provocateur. Lokbeambte. Ambtenaar die een strafbaar feit uitlokt om de dader te kunnen arresteren. Zie ook Tallon-arrest. Ageren. Actie ondernemen.
Akte. Ondertekend geschrift dat is opgemaakt om tot bewijs te dienen. Akte van betekening. Akte van uitreiking. Akte van cessie. Zie Cessie. Akte van compromis (c). Schriftelijk stuk waarbij partijen overeenkomen een geschil ter beslechting aan een arbiter op te dragen. Akte van uitreiking. Bewijsstuk dat een dagvaarding is uitgereikt aan de verdachte of zijn wettige echtgenote. Zie ook Betekenen. AKW. Algemene Kinderbijslagwet.
Deze wet heeft als doel een financiële tegemoetkoming te bieden in
de kosten van kinderen van hen die een kind verzorgen of onderhouden.
Algemene wet gelijke behandeling. Wet die het recht vastlegt om gelijk te worden behandeld, ongeacht godsdienst, levensovertuiging, politieke voorkeur, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. De wet schrijft gelijke behandeling voor als het bijvoorbeeld gaat om werk, huisvesting, goederen en diensten, en maakt verschil tussen `direct onderscheid' (verboden, tenzij wettelijk bepaald) en `indirect onderscheid' (verboden, tenzij objectief gerechtvaardigd). Alibi. De bewering ten tijde van het misdrijf op een andere plaats te zijn geweest. Het is aan de politie om het alibi te controleren. Alieni iuris (l). Onder een anders macht vallend. Alimentatie. Bijdrage in de kosten van het levensonderhoud. Alimentatieplichtig zijn A: ouders (kinderalimentatie), en B: echtgenoten en gewezen echtgenoten (partneralimentatie). Kinderalimentatie loopt in principe altijd door totdat het kind 21 jaar is. Alimentatiebedragen stijgen jaarlijks op grond van artikel 402-a Boek I BW. Het indexeringspercentage voor 2012 bedraagt 1,3%. Zie ook Wet limitering alimentatie en Tremanormen. Alleenrechtspraak. Ook: unus iudex. Komt in Nederland in het burgerlijk proces voor in de zogenaamde enkelvoudige kamers en alleen in eerste aanleg (kantonrechter, rolrechter, de president van de rechtbank in een kort geding). In het strafproces worden de meeste zaken in eerste instantie afgedaan door alleensprekende rechters (kantonrechter, kinderrechter, politierechter, economische politierechter). Zie ook Collegiale rechtspraak. All Risk (e). Verzekering die alle risico's op een bepaald gebied dekt, dus ook wanneer de schade door eigen schuld van de verzekerde is ontstaan. Altera pars (l). De tegenpartij. Alternatieve sanctie. Taakstraf. Ambtelijk bevel. Aanwijzing gegeven door een openbaar gezagsdrager. Een ambtelijk bevel is een strafuitsluitingsgrond. Ambtenaar. Persoon aangesteld door en in dienst van de overheid. Ambtenarengerecht. Administratief rechterlijk college dat in eerste aanleg besliste over klachten van ambtenaren over besluiten, weigeringen en handelingen van overheidsorganen. Er was hoger beroep mogelijk bij de Centrale Raad van Beroep. Sinds 1992 zijn de raden van beroep en de ambtenarengerechten geïntegreerd in de rechtbanken. A mensa et toro (l). Van
tafel en bed (scheiding).
Anale visitatie. Anaal onderzoek, bijvoorbeeld op het bezit van drugs. Zie ook Bodypacker. Analogische interpretatie. Schepping van een rechtsregel door de rechter naar het voorbeeld van een bestaande rechtsregel. Zie ook Interpretatie. Androcur 50. Geneesmiddel. Bij de behandeling van hyperseksualiteit en seksuele aberraties bij mannen kan dit middel de intensiteit van de geslachtsdrift dempen, terwijl de richting hiervan gewoonlijk niet wordt beïnvloed. De man kan nog steeds een erectie krijgen; het geslachtsleven wordt niet op nul gezet. Door toepassing worden psychotherapie en andere maatregelen niet overbodig. Zie ook Chemische castratie. Animo deliberato (l). Met
voorbedachte rade.
Antecedenten. Gegevens naar aanleiding van een onderzoek naar iemands (privé)leven en strafrechtelijk verleden, bijvoorbeeld in het kader van een sollicitatieprocedure. Zie ook Verklaring omtrent het gedrag. Antwoord. Het verweer tegen de eis. In het civielrecht de conclusie van antwoord van de gedaagde op de conclusie van eis van de eiser. ANW. Algemene Nabestaandenwet. Nieuwe wet, ter vervanging van de AWW. AOW. Algemene Ouderdomswet. Deze wet geeft recht op ouderdomspensioen bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar. Appèl. Beroep.
APV. Algemene Plaatselijke Verordening.
Op gemeentelijk niveau vastgesteld algemeen verbindend voorschrift. Voor
de sancties geldt een maximum van hechtenis van ten hoogste drie maanden
of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van
de rechterlijke uitspraak. De strafbare feiten zijn overtredingen. Deze
straffen kunnen worden opgelegd door een rechter, op basis van vervolging
door het Openbaar Ministerie.
Arbeidsovereenkomst. Overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt om in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon arbeid te verrichten. De werknemer verplicht zich dus om arbeid te verrichten, terwijl de werkgever zich verplicht daarvoor loon te betalen. Men onderscheidt arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd en arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Arbeidsrecht. Door de overheid getroffen arbeidsbeschermende maatregelen die in talloze wetten zijn vastgelegd. Arbeidsverhoudingen. 1. De onderlinge relaties in het arbeidsbestel tussen de organisaties van werkgevers, organisaties van werknemers en de overheid. Zij bepalen hoofdzakelijk de arbeidsvoorwaarden. 2. De onderlinge relatie tussen werkgever en werknemer. Zie ook Verstoorde arbeidsverhouding. Arbeidsvoorwaarden. De rechtsregels, afspraken en het beloningsbeleid die gelden in de arbeidsrelatie tussen een werknemer en een werkgever. Zij komen individueel of collectief tot stand, maar mogen in principe niet in negatieve zin afwijken van hetgeen door de wetgever in het arbeidsrecht is bepaald. Zie ook Primaire arbeidsvoorwaarden en Secundaire arbeidsvoorwaarden. Arbiter. Scheidsman door partijen bij akte van compromis aangewezen tot het doen van uitspraak over geschillen. Argumentum a contrario (l). Gevolgtrekking bij wijze van tegenstelling. Argumentum ad hominem (l). Niet ter zake dienende, persoonlijk gerichte redenering. AROB. Wet administratieve rechtspraak overheidsbeschikkingen. Deze wet is vervallen met de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Arrest. 1. Elk der uitspraken van de gerechtshoven en de Hoge Raad. 2. Het gearresteerd zijn. Zie Arrestatie. `Hij zit in arrest.' Arrestatie (s). Inhechtenisneming.
Dit kan in de volgende situaties plaatsvinden:
Arrondissement. Het ressort van de arrondissementsrechtbank, samengesteld uit meerdere kantons. In Nederland zijn negentien arrondissementen. Drie of vier arrondissementen vormen het ressort van een gerechtshof. Arrondissementsofficier van justitie. Arrondissementsofficier is net als hoofdofficier een rang, geen functie. Op de zitting zijn zij allen officier van justitie. Arrondissementsparket. Parket. Arrondissementsrechtbank. Ook: rechtbank.
Het gerecht binnen een arrondissement. Een arrondissementsrechtbank
is een rechtscollege dat in eerste aanleg de burgerlijke en bestuursrechtelijke
rechtspraak uitoefent voorzover deze niet aan een ander rechtscollege is
opgedragen. In strafzaken zijn de deze rechtbanken in eerste aanleg bevoegd
ten aanzien van bepaalde ernstige misdrijven, die niet in eerste aanleg
door de kantonrechter worden behandeld. Verder zijn de rechtbanken de appèlrechters
van de kantonrechter. De arrondissementsrechtbank is samengesteld uit een
president, vice-president(en) en rechters. De rechtbank vonnist meestal
in kamers van drie leden. Voor eenvoudige zaken zijn er politierechters
en enkelvoudige kamers van burgerlijke zaken, en voor kinderzaken zijn
er kinderrechters. Elke arrondissementsrechtbank heeft een griffier
en meestal ook substituut-griffiers. Tegen een uitspraak van de
arrondissementsrechtbank is hoger beroep mogelijk bij het Gerechtshof.
Audiatur et altera pars (l). Men moet ook de tegenpartij horen. Audi et alteram partem (l). Hoor ook de tegenpartij. Auditu (testimonium de -) (l). Getuigenis van horen zeggen. Auteursrecht. Het aan de maker (auteur) van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst (of aan diens rechtverkrijgenden) toekomende uitsluitende recht dit werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Het auteursrecht wordt beschouwd als een absoluut recht en als een roerende zaak; het is vatbaar voor overdracht (bij akte) en gaat over bij erfopvolging. Het auteursrecht vervalt na verloop van vijftig jaar. Zie ook Plagiaat en Wet op de Naburige Rechten. Authentiek afschrift. Kan door een
notaris worden afgegeven van alle geschriften die hem worden voorgelegd.
Ook griffiers en sommige andere ambtenaren kunnen binnen hun bevoegdheid
authentieke afschriften verstrekken.
AWBZ. Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. De AWBZ verzekert geneeskundige risico's die niet via ziekenfonds of ziektekostenverzekering gedekt zijn. Het gaat met name om verpleging in ziekenhuizen en revalidatie-instellingen vanaf de 366e dag en andere voorzieningen op het gebied van de gezondheidszorg. AWW. Algemene Weduwen- en Wezenwet.
Deze wet geeft recht op pensioen aan weduwen en weduwnaars van wie de echtgenoot
op de dag van overlijden verzekerd was. Ook kent de wet een wezenpensioen
voor het kind van wie beide ouders zijn overleden. Zie ook ANW.
BBalie. De gezamenlijke advocaten (en hun orde) van een arrondissement.Ballistiek. De wetenschap en technologie
die zich bezighoudt met de beweging, het gedrag en de effecten van projectielen,
in het bijzonder kogels. Vuurwapen-ballistische informatie wordt toegepast
in forensisch onderzoek.
BARD. Bureau auto- en rijwieldiefstal. BAS. Bekeuringenafhandelingssysteem.
BBS. Besluit Buitengewoon Strafrecht. BC. Beroepscommissie van de CRvA. Bedelarij. Het in het openbaar vragen om geld of goederen ten behoeve van zichzelf, dan wel ten behoeve van kind of hond. Bedrog. 1. (c) Een door de wederpartij opgewekte dwaling, waarbij sprake is van opzet. Dit bedrog geeft de bedrogene gedurende vijf jaar recht de overeenkomst te vernietigen. 2. (s) Het op arglistige wijze opwekken van onjuiste voorstellingen bij een ander, zoals bij oplichting, verduistering of valsheid in geschrifte. Bedrieglijke bankbreuk. Hiervan is sprake wanneer de gefailleerde zijn lasten verdicht, zijn baten niet verantwoordt, goederen aan de boedel onttrokken heeft, goederen om niet of beneden de waarde vervreemdt, een schuldeiser bevoordeelt, geen boek heeft gehouden of geen boeken te voorschijn brengt. Strafbaar feit. Zie ook Bankbreuk. Begiftigde (c). Ook: donataris. Wederpartij van een schenker in de overeenkomst van schenking. De begiftigde is degene die de schenking aanneemt. Begunstigde (c). Elk van degenen die in een (levens)verzekeringspolis zijn genoemd als gerechtigden tot het in ontvangst nemen van de uitkering. Bekentenis. Erkenning dat men een laakbare of strafbare handeling heeft verricht. 1. (c) Wordt in civielrechtelijke zaken als volledig bewijs beschouwd. 2. (s) In strafzaken geen zelfstandig bewijsmiddel, maar onderdeel van de verklaringen van de verdachte. Bekeuring. Proces-verbaal (1). Beklaagde. Ouderwetse benaming voor verdachte. Beklaagdenbank. Bank in de rechtszaal waar de verdachte dient plaats te nemen. Belang (v). Vermogensbestanddeel, economisch goed waarbij iemand belang heeft, dat op geld waardeert, aan gevaar onderhevig en bij de wet niet uitgezonderd is. Doorgaans wanneer er voordeel mee gemoeid is. Belanghebbende (o). Degene die door een overheidsbeschikking rechtstreeks in zijn belang is getroffen en als zodanig het recht heeft daartegen een voorziening te vragen door instelling van administratief beroep of het doen van beroep op een onafhankelijke rechter. Belasting. Heffing door de overheid van de onderdanen gevorderd ter voorziening in de kosten van het bestuur. Belastingdeurwaarder. Ambtenaar belast met werkzaamheden op fiscaal gebied, zoals beslaglegging op goederen. Zie ook Deurwaarder. Belastingkamer. Onderdeel van het Gerechtshof dat is belast met de behandeling van geschillen over belastingzaken. De zittingen van de belastingrechter zijn niet openbaar. Zie ook Administratieve rechtspraak in belastingzaken. Beledigde partij (s). De partij die rechtstreeks schade heeft ondervonden door een gepleegd strafbaar feit en zich in de betreffende strafzaak in het geding voegt met een vordering tot schadevergoeding. De grens tot welke men zo'n vordering kan indienen is beperkt en men verliest daarmee de aanspraak op eventuele hogere schadevergoeding. Heeft men dus meer te vorderen dan het maximale bedrag, dan is het vaak verstandig de vordering op de normale wijze bij de burgerrechter in te dienen in een civielrechtelijke procedure. Belediging 1. (s) Strafbaar feit. Opzettelijke aanranding van eer of goede naam op beledigende wijze, onafhankelijk van de juistheid der betichting. Zie ook Eenvoudige belediging, Laster, Lasterlijke aanklacht, Smaad en Smaadschrift. 2. (c) Onrechtmatige daad, waarbij de beledigde niet alleen schadevergoeding en betering kan vragen, maar ook openbaar eerherstel en openbaarmaking van het vonnis. Beleidssepot. Hiervan is sprake
wanneer de officier van justitie op grond van beleid, krachtens het opportuniteitsbeginsel,
seponeert. Zie ook Technisch sepot.
Berisping. Terechtwijzing. De lichtste hoofdstraf in het strafrecht voor minderjarigen en het tuchtrecht. Beroep. Ook: `hoger beroep' of `appèl'. Voorziening door de in het ongelijk gestelde partij tegen een uitspraak van een lagere instantie bij een eerstvolgende hogere instantie. Men kan slechts éénmaal in hoger beroep gaan. Zie ook Cassatie. Beroepsinformant. Deze informant is vaak zelf crimineel, in elk geval in die kringen vertoevend, waar hij min of meer beroepsmatig informatie doorspeelt aan de politie. Zijn motief is doorgaans puur winstbejag, veelal nog gevoed door haat, nijd, eigenbelang enz. Deze groep informanten krijgt de meeste aandacht van de politie. Beschadigde borg (c). De borg die de schuldige aan de eiser heeft voldaan. Hij kan het door hem betaalde op de hoofdschuldenaar verhalen. Bovendien is de schuldenaar verplicht hem alle kosten en schaden te vergoeden. Beschikking. 1. Eenzijdige wilsuiting van een overheidsorgaan in een concreet geval, niet zijnde een algemene regeling. 2. Schriftelijk besluit van een administratief orgaan, gericht op enig rechtsgevolg. Een besluit van algemene strekking en een rechtshandeling naar burgerlijk recht zijn geen beschikkingen in de zin van de wet. 3. Beslissing in het strafproces die niet op de rechtszitting is gegeven, maar bijvoorbeeld in de raadkamer. Beschikkingsbevoegdheid (c). Het recht om over een goed te beschikken. In het algemeen kan men de rechten op een goed slechts aan een ander overdragen wanneer men beschikkingsbevoegdheid heeft. Beslag. Voorlopige maatregel waarbij de overheid, al dan niet op vordering van een belanghebbende, bepaalde zaken aan de vrije beschikking van de eigenaar of anderen onttrekt, of wel deze onder zich neemt. Zie ook Conservatoir beslag, Executoriaal beslag, Faillissement, Inbeslagname en Revindicatoir beslag. Beslag op het gehele vermogen. Faillissement.
Beslissende eed (c). De eed door één der partijen in het civielrechtelijk proces opgedragen aan de tegenpartij om daarvan de uitslag van het geding te laten afhangen. A draagt B de eed op; als B accepteert wint B; als B de eed terugwijst en A accepteert dan wint A; als A weigert dan wint B; als B weigert dan wint A. Besloten testament (c). Geheim testament.
Alleen geldig wanneer het door de erflater is ondertekend en aan de notaris
wordt aangeboden in tegenwoordigheid van vier getuigen. De notaris weet
dus dat er een testament is, maar kent de inhoud daarvan niet.
Betekenen. Uitreiken van een afschrift door deurwaarder, postbode of overheidsdienaar bijvoorbeeld van een dagvaarding of een vonnis. Beursfraude. Het met misbruik van voorwetenschap handelen in effecten. Beveiliging. Een van de doelstellingen van het strafrecht. In tegenstelling tot de speciale preventie gaat het bij beveiliging niet om het effect na de tenuitvoerlegging van de straf, maar om het effect tijdens de tenuitvoerlegging. (Zolang de dader vastzit kan er niets gebeuren; zolang iemand zijn rijbewijs is afgenomen, kan hij niet dronken achter het stuur zitten.) Beveiligingsbeambte. Persoon in dienst van een particuliere bewakings- en beveiligingsdienst. Hij heeft in principe niet meer rechten dan elke andere burger. Zie ook Arrestatie (2). Bevel. Exploot van een deurwaarder waarin de aanzegging om aan het vonnis of de akte te voldoen. Zie ook Rechterlijk bevel tot betaling. Bevoegdheid. Ook: competentie. Zie Absolute bevoegdheid en Relatieve bevoegdheid. Bewaring. Vorm van voorlopige hechtenis. Tijdens de inverzekeringstelling moet de officier van justitie bepalen of hij wenst dat de verdachte na zijn inverzekeringstelling nog langer vast moet blijven zitten. Op vordering van de officier van justitie kan de rechter-commissaris een bevel tot bewaring van de verdachte geven voor maximaal veertien dagen. Deze termijn kan niet worden verlengd. Zie ook Gevangenhouding en Inbewaringstelling. Bewijs. 1. (c) In het civielrechtelijk
proces de aangetoonde juistheid of onjuistheid van bepaalde feiten. De
bewijslast ligt hier voornamelijk bij de eiser: wie eist, bewijst.
De rechter mag geen rekening houden met feiten die niet door partijen zijn
gesteld en niet door hen zijn bewezen. 2. (s) In het strafrecht ligt de
bewijslast bij het openbaar ministerie. De rechter eist wettig en
overtuigend bewijs en aansprakelijkheid van de verdachte voor het ten laste
gelegde delict. Het bewijs moet bovendien rechtmatig verkregen zijn. Sommige
juristen zijn van mening dat bewijs nooit meer is dan een ernstige verdenking.
(Ieder bewijs staat bloot aan het gevaar achteraf te worden ontmaskerd
als bedrieglijk.)
Bewijsincident (c). Onderbreking van de behandeling van de hoofdzaak van het geschil om partijen de gelegenheid te geven het gestelde te bewijzen, bijvoorbeeld door het oproepen van getuigen. Bewijskracht. 1. De bewijzende kracht van een bewijsmiddel. 2. Het vermogen om iets te bewijzen. Bewijslast. De verplichting om in een proces het bewijs te leveren. Zie ook Omkering van de bewijslast. Bewijsmiddel. Elk gegeven dat vereist is voor de oordeelsvorming van de rechter. 1. (c) Schriftelijke bewijsstukken (waaronder foto's, films, tekeningen, etc.), bekentenis, gerechtelijke eed, bewijs door vermoedens. 2. (s) Eigen waarneming van de rechter, verklaringen van de verdachte, getuigenverklaringen, verklaringen van deskundigen, schriftelijke bewijsstukken. Bewijs van goed gedrag. Verklaring omtrent het gedrag. Bewind. Het beheer van het goed van een ander, ten behoeve van die ander, doorgaans krachtens een rechterlijke beslissing. De wet geeft een aantal grenzen en richtlijnen. Bewind vindt onder meer plaats in geval van faillissement, wilsonbekwaamheid, curatele en surséance van betaling. Zie ook Mentor. Bewindvoerder. Hij die krachtens een rechterlijke beslissing (bijvoorbeeld in het geval van schuldhulpverlening) of volgens de wil van een schenker of erflater tot het bewind van de goederen van een ander wordt benoemd. Bezwaarschrift. Algemeen: geschrift waarbij men tegen een beschikking van het openbaar gezag opkomt. Strafprocesrecht: schriftelijk bezwaar van de verdachte tegen de beslissing van het openbaar ministerie om hem te vervolgen. Dit bezwaarschrift wordt voordat de zaak voorkomt aan de rechter voorgelegd. De raadkamer beslist op het bezwaarschrift. Wordt de vervolging afgekeurd, dan stelt zij de verdachte buiten vervolging. Wordt de vervolging niet afgekeurd, dan verwijst zij de verdachte naar de terechtzitting en gaat de zaak op een later tijdstip verder. BFO. Ook: kaalplukteam. Bureau Financiële Ondersteuning. Recherche- eenheid die zich toelegt op het opsporen en in beslag nemen van geld of goederen die door criminele activiteiten zijn verkregen. Zie ook BOOM, CABB en Ontnemingsvordering. Bigamie. Het opzettelijk aangaan van een dubbel huwelijk. Strafbaar voor de reeds gehuwde partij en ook voor de partij die met de reeds gehuwde partij in het huwelijk treedt, wanneer kan worden aangetoond dat deze wist dat het eerder gesloten huwelijk niet ontbonden was. Bijkomende straffen (s). Elk der straffen die aan de hoofdstraffen kunnen worden toegevoegd, te weten ontzetting van bepaalde rechten (bijvoorbeeld ontzegging van de rijbevoegdheid), plaatsing in een rijkswerkinrichting, verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen en vorderingen, en openbaarmaking van de gerechtelijke uitspraak. Bijzondere schriftelijke last tot binnentreden.
Schriftelijke toestemming van de (hulp)officier van justitie om een bepaalde
woning binnen te gaan. Zie Binnentreden.
Bindend advies (c). Advies van arbiter,
waaraan beide partijen zich dienen te houden. Zie ook Akte van compromis.
Mocht één der partijen zich niet gedragen overeenkomstig
het advies, dan kan de wederpartij alsnog de rechter om nakoming verzoeken.
Biologische sporen. Hieronder vallen onder meer bloed, sperma, speeksel, urine, faeces, haren en vezels. Bis de eadem re ne sit actio (l). Over dezelfde zaak mag niet voor de tweede maal geprocedeerd worden. BIZ. Bureau Interne Zaken. Bloedproef (s). Kan afgenomen worden
van iemand die verdacht wordt van het rijden onder invloed van alcohol.
Geschiedt door een arts, die zoveel bloed afneemt als voor het onderzoek
noodzakelijk is (er moet voldoende bloed worden afgenomen voor een eventuele
contra-expertise).
BOA. Bijzondere Opsporings- en Aanhoudingseenheid.
Boedel. Het gehele vermogen. Niet te verwarren met inboedel. Boedelbeschrijving. Staat of opstelling van de boedel bij notariële akte. Is vereist wanneer één of meer van de betrokkenen onder curatele, voogdij of bewind staan en/of wanneer meerdere partijen tot de boedel gerechtigd zijn. Boedelscheiding. Verdeling van een nalatenschap tussen de daartoe gerechtigde erfgenamen. Niet te verwarren met boedelverdeling. Boedelschuld. 1. De kosten van een faillissement, bijvoorbeeld salaris curator, proceskosten, arbeidslonen. 2. De schuld ten laste van een nalatenschap, voortkomend uit de onkosten van de afwikkeling. Boedelverdeling. De verdeling van de erflater ten aanzien van de boedel die hij aan zijn erfgenamen in neergaande lijn en aan zijn overlevende echtgenote zal nalaten. Niet te verwarren met boedelscheiding. Boekhouding. Het houden van aantekeningen van de vermogenstoestand van het bedrijf, zodanig dat daaruit te allen tijde kan worden opgemaakt wat de financiële rechten en verplichtingen van het bedrijf zijn. Is verplicht voor iedereen die een bedrijf uitoefent. Boete. 1. (s) Hoofdstraf, bestaande in de verplichting tot betaling van een geldsom. 2. (c) Geldstraf die wordt opgelegd, bijvoorbeeld wegens het te laat opleveren van een bepaald werk. Zie ook Boetebeding. Boetebeding (c). Beding waarbij iemand tot betaling van een boete (2) wordt verplicht indien hij de verbintenis niet, niet behoorlijk of niet tijdig nakomt. Zie ook Wanprestatie. BOOM. Bureau Ondersteuning openbaar ministerie. Bureau dat de ontnemingsvorderingen coördineert. Zie ook BFO en CABB. BOPZ. Wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen. Borg. Degene die zich in een overeenkomst van borgtocht tot zekerheid verbindt voor de schuld van een ander tegenover diens schuldeiser. Wanneer de schuldenaar in gebreke blijft, kan de borg financieel worden aangesproken door de schuldeiser. Zodra de borg betaalt, treedt hij in de rechten van de schuldeiser. Borgstelling. Borgtocht. Borgtocht. Overeenkomst waarbij
een borg zich voor een schuldeiser verbindt voor de nakoming van een verbintenis
indien de schuldenaar in gebreke blijft. Zodra de schuldenaar de verbintenis
nakomt, is de overeenkomst van borgtocht teniet.
Braaksporen. Sporen van inbraak. Brandstichting. Het opzettelijk stichten van brand wordt gestraft wanneer daardoor algemeen gevaar voor goederen of levensgevaar voor een ander is te duchten. Ook is het strafbaar wanneer levensgevaar voor een ander is te duchten en het feit iemands dood tot gevolg heeft. Bruikleen. Overeenkomst waarbij de ene partij zich aan de andere een zaak om niet ten gebruike geeft, onder voorwaarde van teruggave van dezelfde zaak. Bug (e). Afluisterapparaatje. Buitensporige verteringen. Zie Bankbreuk. Buiten vervolging-stelling. Zie Bezwaarschrift. Buitgerichte opsporing. Zie BFO en BOOM. Bureau voor Rechtshulp. Instelling waar men terecht kan voor allerlei juridische vragen en problemen. Burengerucht. Rumoer waardoor de nachtrust kan worden verstoord. Burenrecht. Het geheel van regels en verplichtingen betreffende de rechten en verplichtingen tussen eigenaren van naburige erven, voortvloeiend uit de wet. Burgerinfiltrant. Doorgaans afkomstig uit het criminele milieu. Zie ook Politie-infiltrant. Burgerlijke rechter. Rechter die rechtspreekt in burgerlijke zaken. Burgerlijke staat. 1. De algemene rechtstoestand van een persoon, met betrekking tot zaken als huwelijk, geslacht, leeftijd, afstamming en nationaliteit. 2. In engere zin (op formulieren) heeft het begrip betrekking op de vraag of men ongehuwd, gehuwd of gescheiden is, of een partnerschaprelatie heeft. Burgerlijk recht. Ook: privaatrecht. Het geheel van voorschriften betreffende de rechtsverhouding tussen bijzondere natuurlijke- en rechtspersonen. Nota bene: ook de overheid is een rechtspersoon, en wanneer de overheid niet als overheid optreedt, maar als civielrechtelijk rechtspersoon, bijvoorbeeld bij de verkoop van een huis aan een burger, is het burgerlijk recht daarop van toepassing. Treedt de overheid wel als overheid op, dan is het publiekrecht van toepassing. Zie ook Strafrecht. Burgerlijk wetboek (BW). Wetboek
dat het burgerlijk recht bevat. Bestaat uit vijf boeken: I personen-
en familierecht, II rechtspersonen, III van zaken, IV van verbintenissen,
V van bewijs en verjaring.
BVD. Binnenlandse Veiligheidsdienst.
Thans AIVD.
CCABB. Centraal Advies- en Beheersbureau Beslag. Zie ook BFO, BOOM en Ontnemingsvordering.Caduciteit. Nietigheid, krachteloosheid. Canon. Jaarlijkse pacht, verschuldigd wegens erfpacht. CAO. Collectieve Arbeidsovereenkomst. Contract tussen een werkgever of werkgeversverbond en één of meer werknemersverenigingen, waarin is bepaald welke arbeidsvoorwaarden voor leden van deze vereniging bij individuele arbeidsovereenkomsten van toepassing zijn. Een CAO is dus niet hetzelfde als een arbeidsovereenkomst. Caoutchoucartikel. Kapstokartikel. Cassatie. Vernietiging van uitspraken van lagere rechters door de Hoge Raad, wegens overschrijding van de rechtsmacht, schending van het recht of verzuim van vormen voorgeschreven op straffe van nietigheid. Casus a nullo (nemine) praestatur (l). Voor toeval is niemand aansprakelijk. Cataloguswet. Wet waarin allerlei andere wetten zijn ondergebracht. Zie ook WED. Causaliteit. Het verband tussen oorzaak en gevolg. 1. (s) In het strafrecht is er sprake van causaliteit wanneer de verdachte een bepaald feit heeft veroorzaakt en daarvoor verantwoordelijk is. 2. (c) In het civielrecht is er sprake van causaliteit wanneer iemand een bepaalde schade heeft veroorzaakt. Hij wordt dan aansprakelijk gesteld. Cautie. Waarschuwing. Zie Waarschuwingsplicht
en Zwijgrecht.
CBW. Chef Bijzondere Wetten. Cedent. Hij die cessie verricht; iets overdraagt. Zie ook Cessionaris. Cederen. Het doen van cessie. Centrale Raad. CRvA. Centrale Raad van Beroep (CRvB). Vroegere beroepsinstantie voor de Raden van Beroep en de Ambtenarengerechten. Sinds 1992 zijn de raden van beroep en ambtenarengerechten geïntegreerd in de rechtbanken. Cessie. Overdracht van een vordering op naam; vervanging van de schuldeiser. Dit geschiedt door een akte van cessie. In Nederland kan het overdragen van een vordering op naam op twee manieren, die zijn vastgelegd in art. 3:94 van het Burgerlijk Wetboek. Deze manieren zijn:
. Cessionaris. Degene aan wie cessie wordt gedaan. Zie ook Cedent. Chantage. Afdreiging. Chemische castratie. Groot woord voor medicamenteuze behandeling om de seksuele driften te onderdrukken. Wordt op basis van vrijwilligheid al jaren gebruikt bij de behandeling van daders van zedenmisdrijven, onder meer in TBS-klinieken. Zie ook Androcur 50. CID. Criminele Inlichtingendienst.
Politie-organisatie die onder meer als taken heeft de actieve inwinning
van inlichtingen omtrent opererende criminelen, verkenning in de criminele
milieus, observatie van bepaalde criminelen en analyseren van bepaalde
gegevens. Zie ook NCID en RCID.
Civiele actie. Rechtsvordering waardoor een civielrechtelijk proces wordt begonnen. Civiele partij (s). Beledigde partij. Civiele verbintenis. Verbintenis
met rechtsvordering, vatbaar voor schuldvergelijking en schuldvernieuwing.
CJIB. Centraal Justitieel Incassobureau.
Code civil (f). Het Franse burgerlijk wetboek. Code penal (f). Het Franse wetboek van strafrecht. Codicil. Uiterste wil zonder erfstelling. Het codicil moet door de erflater geheel met de hand zijn geschreven, gedagtekend en ondertekend. Een codicil beperkt zich tot de aanstelling van executeurs, de regeling van begrafenis of crematie, en de making van legaten van kleding, lijfstoebehoren, bepaalde lijfssieraden en meubelstukken. Cogitationis poenam nemo patitur (l). Niemand wordt gestraft voor wat hij denkt. Collectieve Arbeidsovereenkomst. CAO. Collegiale rechtspraak. Rechtspraak door een college van rechters, in meervoudige kamers. Zie ook Alleenrechtspraak. Columbo-techniek. Verhoortechniek waarbij de verhorende politiefunctionaris steeds maar blijft doorvragen en zich van de domme houdt. Genoemd naar inspecteur Columbo, uit de gelijknamige Amerikaanse tv-serie. Zie ook Zaanse verhoormethode. Commissiedelict. Delict waarbij een bepaalde handeling wordt verricht of een bepaald gevolg teweeg wordt gebracht (er wordt iets gedaan). Zie ook Ommissiedelict. Commune strafrecht. Het gewone strafrecht, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het militaire strafrecht. Comparant. 1. De partij die persoonlijk voor de rechter verschijnt bij een comparitie. 2. Elk der partijen bij een notari‰le akte. Compareren. Verschijnen bij een rechtshandeling of comparitie. Comparitie. Verschijning van partijen in persoon voor de rechter in raadkamer, bij de wet of door de rechter gelast, bijvoorbeeld bij echtscheidingscomparitie. Compensatie. Schuldvereffening, schuldvergelijking, verrekening. Competentie. Bevoegdheid. Compositiefoto. Montagefoto van de verdachte, samengesteld op basis van omschrijvingen van slachtoffers, getuigen, informanten enz. Compromis. Zie Akte van compromis. Concluderen. 1. (c) Het nemen van een conclusie in rechte door (de vertegenwoordigers van) de partijen in een burgerlijk proces. 2. (s) Het formuleren van de eis door het openbaar ministerie. Conclusie. 1. (c) Elk der beweringen en vertogen van de (vertegenwoordigers van de) partijen in een burgerlijk proces. Zie Conclusie van eis, Conclusie van antwoord, Conclusie van Repliek en Conclusie van dupliek. 2. (s) De door het openbaar ministerie geformuleerde eis. 3. Civiele conclusie van het openbaar ministerie omtrent de beslissing bij de cassatie-procedure. Zie ook Deductieve logica. Conclusie van antwoord (c). Het verweer tegen de Conclusie van eis. Conclusie van dupliek (c). Het antwoord van een gedaagde op de Conclusie van repliek. Conclusie van eis (c). De eis van de partij die een civielrechtelijke procedure aanspant, hetzij in eerste aanleg, hetzij in appèl. Het is grotendeels gelijk aan de dagvaarding (1). Zie ook Petitum. De volgorde is aldus: conclusie van eis (dagvaarding), conclusie van antwoord (eventueel vergezeld van eis in reconventie), conclusie van repliek, conclusie van dupliek. Conclusie van repliek (c). Het antwoord
van de eiser op de Conclusie van antwoord van gedaagde.
Concursus realis (l). Meerdaadse
samenloop.
Confrontatiespiegel. Spiegel op het politiebureau, die wordt gebruikt om getuigen te confronteren met verdachten, zonder dat zij zelf worden gezien of gehoord. De spiegel is doorzichtig aan de kant van de getuige en spiegelend aan de kant van de verdachten, en bevindt zich in een wand tussen twee ruimten. Conservatoir beslag (c). Het in bewaring nemen van roerende goederen van een schuldenaar wanneer er gegronde vrees bestaat voor verdonkeremaning of wegmaking van die goederen. Considerans (l). Inleidende paragraaf van een wet (besluit, vonnis), waarin de overwegingen waarop zij berusten worden vermeld. Constitutief vonnis. Vonnis dat een bepaalde rechtstoestand in het leven roept, wijzigt of teniet doet, bijvoorbeeld vonnis van echtscheiding of faillissement. Constitutum possessorium
(l). Overgang van bezit in houderschap. Hiervan is bijvoorbeeld sprake
wanneer je je huis verkoopt, maar erin blijft wonen als huurder.
Contentieuze rechtspraak. Rechtspraak in een twistgeding, in tegenstelling tot voluntaire jurisdictie, waarbij de rechter geen vonnis wijst maar een beschikking geeft. Contractuele aansprakelijkheid. Aansprakelijkheid die voortvloeit uit een overeenkomst. Contra-expertise. De verdachte is bevoegd zijnerzijds een deskundige aan te wijzen. Conventie. Eis. Zie Eis in Reconventie.
Corruptie. Het als ambtenaar misbruik maken van bevoegdheden, teneinde persoonlijk voordeel (winstbejag) te behalen. Het begrip `voordeel' moet hierbij zeer ruim worden geïnterpreteerd, dus niet alleen op geld worden betrokken. Zie ook Graseter en Vleeseter. Courtage. Makelaarsprovisie. CRI. Centrale Recherche Informatiedienst. Criminalistiek. Ook: opsporingsleer.
Feitelijke strafrechtswetenschap die zich bezighoudt met de techniek van
het opsporingsonderzoek en daartoe gebruik maakt van gegevens ontleend
uit de scheikunde, dactyloscopie, ballistiek enz.
CRvA. Ook: Centrale Raad. Centrale Raad van Advies voor het Gevangeniswezen, de Psychopatenzorg en de Reclassering. CRvB. Centrale Raad van Beroep. CTSV. College Toezicht Sociale Verzekeringen. Opvolger van de Sociale Verzekeringsraad. Culpa (l). Schuld in de zin van onachtzaamheid. Zie ook Dolus. Culpa lata (l). Grove of aanmerkelijke schuld; vereist voor strafbaarheid. Culpa levis (l). Lichte schuld; leidt niet tot strafbaarheid. Cumulatieve tenlastelegging. Tenlastelegging met een opgave van meerdere delicten in de dagvaarding, die genummerd zijn en tijdens één onderzoek ter terechtzitting worden behandeld. Curandus. Iemand die onder curatele is gesteld, dus door de rechtbank niet in staat wordt geacht zijn eigen of de door hem toevertrouwde belangen behoorlijk waar te nemen. Zie ook Curator. Curatele. Het bewind van de curator over de goederen van de curandus. Een meerderjarige kan onder bepaalde voorwaarden door de rechtbank onder curatele worden gesteld wegens geestelijke stoornis, verkwisting en/of drankmisbruik. Zie ook Mentor. Curator. 1. Iemand die door de rechtbank
is belast met een curatele. 2. Beheerder van een onbeheerde nalatenschap,
aangesteld door de rechtbank. 3. Iemand die door de rechtbank is aangewezen
om in een faillissement het beheer te voeren en onder leiding en
toezicht van de rechter- commissaris zorg te dragen voor de vereffening.
4. Iemand die ten behoeve van de belangen van een ongeboren kind is aangesteld,
wanneer men verwacht dat de vader van het kind zal zijn overleden alvorens
het kind wordt geboren.
DDa mihi facta, do tibi jus (l). Geef mij de feiten, dan geef ik u het recht.Dactyloscopie. Opsporings- en identificatiemiddel aan de hand van vingerafdrukken. Zie ook Genetische vingerafdruk. Dader (s). Pleger van een strafbaar feit. Dading (c). Civielrechtelijke schikking, waarbij de partijen een geding voorkomen of beëindigen door elkaar tegemoet te komen. De dading moet schriftelijk worden aangegaan en heeft tussen de partijen de rechtskracht van een vonnis. Dagvaarden. Het oproepen van een gedaagde (c), verdachte (s), getuige of deskundige om voor de rechter te verschijnen. In civielrechtelijke zaken wordt de dagvaarding door de deurwaarder uitgebracht, in strafzaken dagvaardt de officier van justitie. Dagvaarding. Mededeling aan een gedaagde (c) of verdachte (s), getuige of deskundige dat hij op een bepaald tijdstip voor de rechter moet verschijnen. De uitreiking van de dagvaarding is het begin van het proces. 1. (c) In burgerlijke zaken geschiedt de dagvaarding in opdracht van de eiser, bij deurwaardersexploot of bij rekest. 2. (s) In strafzaken wordt de dagvaarding (van verdachte) of oproeping (van getuige of deskundige) namens de ambtenaar van het openbaar ministerie aan de verdachte uitgereikt door de PTT of een justitiële ambtenaar. De dagvaarding behelst een opgave van het feit dat ten laste wordt gelegd, met vermelding omstreeks welke tijd en waar ter plaatse het begaan zou zijn, alles op straffe van nietigheid. Zie ook Akte van betekening en Tenlastelegging. Dakken. Het nemen van vingerafdrukken. Zie Dactyloscopie. Deal (e). Akkoordje tussen
politie/justitie enerzijds en verdachte of getuige anderzijds.
Deductieve logica. Methode waarmee juristen de waarheid afleiden van het algemene tot het bijzondere. In de deductieve logica worden argumenten "premissen" genoemd en het verdedigde standpunt heet "conclusie". Premissen en conclusies kunnen deductief geldig of ongeldig zijn. Bijvoorbeeld: "Alle juristen zijn academici (premisse), Piet is academicus (premisse), dus Piet is jurist (conclusie)" is deductief ongeldig. "Alle juristen zijn academici (premisse), Piet is jurist (premisse), dus Piet is academicus (conclusie)" is deductief geldig. Een voorbeeld van niet-deductieve argumentatie is generalisatie. Zie ook Inductieve redenering. Deelbaarheid. Een verbintenis is deelbaar wanneer elk der schuldenaren tot een deel van de prestaties is verplicht en/of elk der schuldeisers zijn eigen deel kan vorderen. Deelneming. Hiervan is sprake wanneer men meedoet me de dader van een strafbaar feit. De facto (l). Feitelijk. Defensief verhoor. Verhoortechniek die wordt toegepast wanneer het bewijsmateriaal tegen de verdachte niet helemaal waterdicht is. Aan de hand van een tevoren opgesteld vragenschema wordt de verdachte zonder `tegengas' gehoord. Zijn antwoorden worden direct op papier gezet. De internis non iudicat praetor (l). De rechter oordeelt niet over wat iemand denkt. De jure (l). Volgens (dwingend) recht. Deken van de Orde van Advocaten. Voorzitter van de Raad van Discipline. Dekmantelfirma. Door de politie opgezet bedrijf, dat bijvoorbeeld bancaire diensten aanbiedt aan criminelen die worden verdacht van het witwassen van uit misdadige activiteiten verkregen geld. De bedoeling is het onderzoek naar misdaadorganisaties en het oprollen ervan. Delict. Strafbaar feit. Delinquent. Iemand die schuldig is bevonden aan het plegen van een strafbaar feit (misdrijf). Depenalisering. Het vervangen van strafmaatregelen door bijvoorbeeld verplichting tot betaling van schadevergoeding aan het slachtoffer. Derde. Buitenstaander bij een rechtsverhouding tussen twee (of meer) partijen. Derdenbeslag. Beslag dat bij een derde wordt gelegd, bijvoorbeeld loonbeslag, dat bij de werkgever wordt gelegd, of beslag op de uitkering, dat bij de uitkeringsinstantie wordt gelegd. Zie ook Beslagvrije voet. Derden-verzet. Verzet van een derde tegen een vonnis tussen andere partijen, omdat hij van mening is dat zijn rechten zijn aangetast. Dereguleren. Het verminderen en beperken van wettelijke regelingen. Detentie. Hoofdstraf die overeenkomt met hechtenis. Détournement de pouvoir (f). Misbruik van de bevoegdheid door een overheidsorgaan. Hiervan is onder meer sprake wanneer de overheid haar bevoegdheid aanwendt voor een ander doel dan waarvoor zij gegeven is. Deurwaarder. Gerechtsambtenaar belast met het uitbrengen van dagvaardingen en andere exploten, het verrichten van executie van civiele vonnissen en het verrichten van diensten bij terechtzittingen. Zie ook Belastingdeurwaarder. Deurwaardersexploot. Mededeling van een deurwaarder, ambtshalve of in bijzondere opdracht, gedaan in persoon of aan zijn domicilie. Zie ook Dagvaarding. DIC. Douane Informatie Centrum. Dictum (l). 1. Zie Uitspraak. 2. Kern van de rechterlijke uitspraak. Diefstal. Het wegnemen van enig goed, dat geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen. De straf wordt verzwaard wanneer het delict plaatsvindt gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, in een woning of op een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt. Diefstal in vereniging. Diefstal gepleegd door twee of meer verenigde personen. Diefstal met braak. Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak of inklimming, van valse sleutels, van een valse order of een vals kostuum. Diefstal met geweld. Diefstal, voorafgegaan, vergezeld of gevolgd door geweld of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. Dit delict wordt zwaarder bestraft wanneer het gebeurt in de nachtelijke uren in een woning, op de openbare weg, door twee of meer personen of na inbraak vooraf. Diender. Politie-agent. Een `stille diender' is een agent in burger. Dienende dag. De dag die voor de
behandeling van een zaak op de terechtzitting is vastgesteld.
Diepte-infiltratie. Infiltratie waarbij politie-infiltranten voor onbepaalde tijd onderduiken in het criminele milieu. Disciplinaire straf (o). Een ambtenaar kan disciplinair worden gestraft wanneer hij de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt. Discriminatie. Elke vorm van onderscheid, elke uitsluiting, beperking of voorkeur, die ten doel heeft of ten gevolge kan hebben dat de erkenning, het genot of de uitoefening op voet van gelijkheid van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel terrein, of op andere terreinen van het openbare leven, wordt tenietgedaan of aangetast. Doelstellingen van het strafrecht. Men onderscheidt onder meer de instrumentele, intrinsieke en organisationele doelstellingen van het strafrecht. Ik beperk mij in dit woordenboek tot de instrumentele doelstellingen van het strafrecht. Deze zijn: vergelding, speciale preventie, generale preventie, redressie, beveiliging en waarheidsvinding. Doen plegen. Vorm van daderschap door het inschakelen van niet-strafbare feitelijke daders, bijvoorbeeld iemand die wilsonbekwaam is of een kind beneden de leeftijd van twaalf jaar. Dolo malo (l). Met kwaadwillig oogmerk. Dolus (l). Schuld in de zin van opzet. Zie ook Culpa. Domicilie. Adres en woonplaats, werkelijk of gekozen. Minderjarigen en curandi hebben officieel geen zelfstandig maar een afgeleid domicilie ten huize van de ouders, respectievelijk voogden of curators. Domicilie van rechtspersonen is de plaats van vestiging. Zie ook Gekozen woonplaats. Donatie. Schenking. Dood door schuld (s). Het niet-opzettelijk veroorzaken van iemands dood. Doodslag. Het opzettelijk - echter zonder voorbedachte rade - iemand van het leven beroven. Zie ook Gekwalificeerde doodslag en Moord. Doodstraf. Werd in ons land bij de wet van 17 september 1870 voor het gewone strafrecht afgeschaft. Doorrijden na een ongeval. Het zonder
kenbaar maken van de identiteit wegrijden van de plaats van een ongeval.
Wanneer de bestuurder binnen 24 uur na het ongeval - en voordat de politie
hem heeft opgespoord en hij als verdachte is aangehouden of verhoord
- zich vrijwillig meldt bij een politie-ambtenaar en daarbij de nodige
inlichtingen geeft, kan hij niet op grond van dit strafbaar feit worden
vervolgd. Dat geldt echter niet wanneer hij zijn slachtoffer opzettelijk
in hulpeloze toestand heeft achtergelaten.
Drankmisbruik. Grond om onder curatele te worden gesteld. Hij die wegens verkwisting of drankmisbruik onder curatele staat mag geen huwelijk aangaan zonder de toestemming van zijn curator en zijn toeziende curator. Mocht deze toestemming niet worden verkregen, kan zij op verzoek van de onder curatele gestelde worden vervangen door toestemming van de kantonrechter. Driehoeksoverleg. Ook: tripartite overleg. Regelmatig overleg tussen de burgemeester, de officier van justitie (beiden uit hoofde van hun wettelijk toebedeelde verantwoordelijkheden) en de politiechef. Dringende reden (a). Een reden die
aanleiding kan geven tot het geven of nemen van ontslag op staande voet.
Dubbelagent. Informant, doorgaans een crimineel, die het spel naar twee kanten speelt, onder het motto: `Twee honden vechten om een been, een derde loopt ermee heen.' Zodra blijkt dat een informant dubbelagent is, wordt het contact met de politie direct verbroken. Dubbel huwelijk. Bigamie.
Dura lex, sed lex (l). Een harde wet, maar het is de wet. Duurzame ontwrichting. Grond voor echtscheiding. Wanneer de door de eiser van de echtscheidingsprocedure gestelde duurzame ontwrichting door de andere echtgenoot wordt ontkend, dan moet de eiser de ontwrichting bewijzen. Dat geldt ook wanneer de andere echtgenoot wegens geestesstoornis in een inrichting verblijft. DVA. Drugsvrije Afdeling binnen de strafinrichting, waar gedetineerden van hun verslaving proberen af te komen. Dwaling. Wilsgebrek ten gevolge van een valse voorstelling omtrent het goed waarover of de persoon met wie men handelt. Onder bepaalde voorwaarden kan een overeenkomst worden vernietigd wegens dwaling. Zie ook Oneigenlijke dwaling. Dwang. Geweld. Met gebruik van geweld iemand dwingen iets te doen, iets niet te doen of iets te dulden. In het civielrecht geldt dat overeenkomsten en andere rechtshandelingen die onder invloed van dwang tot stand zijn gekomen vernietigbaar zijn. Dwang hoeft niet door de tegenpartij zelf uitgeoefend te worden, maar kan ook door een derde geschieden. Dwangbevel. Bevel na aanmaning tot voldoening van belastingen en andere heffingen van de overheid. Bij niet opvolging volgt parate executie. Zie ook Verzet. Dwangsom. Bepaalde som geld die iemand verschuldigd is zo vaak of zo lang hij niet voldoet aan de hoofdverplichting die hem per vonnis is opgelegd. Dwingend recht. Rechtsregels (met
name in het arbeidsrecht en het huurrecht) waarvan op straffe van nietigheid
van een overeenkomst niet mag worden afgeweken. Zie ook Aanvullend recht.
EEBI. Extra Beveiligde Inrichting. Gevangenis binnen een gevangenis, voor zeer vluchtgevaarlijke gedetineerden.Ecce signum (l). Ziehier het bewijs. ECD. Economische Controledienst. Echtgenoten. De twee partners in een huwelijk. Zij zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd. Echtgenoten zijn onbekwaam om in elkanders civiele processen als getuigen op te treden. Verjaring loopt niet tussen echtgenoten. Proceskosten worden tussen echtgenoten gecompenseerd. Een arbeidsovereenkomst tussen echtgenoten is niet geldig. Schenkingen tussen echtgenoten, met uitzondering van weinig waardevolle handgiften, zijn eveneens nietig. Koop en ruil tussen echtgenoten zijn, met uitzondering van enkele gevallen, verboden. Echtscheiding. Algehele ontbinding van een huwelijk gedurende het leven van de echtgenoten, door rechterlijk vonnis en inschrijving daarvan in de registers van de burgerlijke stand. De echtscheiding is dus pas een feit door de inschrijving van het rechterlijk vonnis in de registers van de burgerlijke stand. Dit moet gebeuren binnen een half jaar nadat het vonnis definitief geworden is. Gebeurt dit niet, dan blijft het huwelijk bestaan. Echtscheiding kan op grond van duurzame ontwrichting worden uitgesproken op vordering van één der echtgenoten, of op gemeenschappelijk verzoek als het huwelijk minstens een jaar bestaan heeft. Zie ook Grote leugen, de - , Nevenvoorziening, Ontbinding van het huwelijk, Voorlopige voorziening en Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Echtscheidingsconvenant. Overeenkomst
tussen man en vrouw die wensen te scheiden, waarbij financi‰le regelingen
worden getroffen en waarbij wordt afgesproken bij wie de kinderen zullen
blijven, hoe het bezoek van en aan de kinderen wordt geregeld enz. De rechter
eist een echtscheidingsconvenant wanneer man en vrouw op gemeenschappelijk
verzoek willen scheiden.
EDISON. Elektronisch Documentatie- en Informatiesysteem voor Opsporingsnetwerken. Geautomatiseerd systeem waarmee opsporingsbeambten onder meer uiterst gedetailleerde beelden van meer dan drieduizend soorten reisdocumenten uit nagenoeg alle landen ter wereld kunnen vergelijken met de papieren van vreemdelingen. Eed. Plechtige verklaring om kracht
bij te zetten bij 1. een belofte voor de toekomst of 2. een verklaring
over feiten. De beëdigde spreekt de woorden uit: `Zo waarlijk helpe
mij God almachtig.' De eed staat gelijk aan de belofte. Zie ook
Beslissende eed en Suppletoire eed.
Eenzijdige overeenkomst. Overeenkomst waarbij slechts één van de partijen iets moet presteren. Zie ook Borg. Eenzijdige rechtshandeling. Rechtshandeling waarbij een enkel persoon het gewenste gevolg teweeg kan brengen. Voorbeelden: het verwerpen van een nalatenschap, het maken van een testament, het erkennen van een kind. Zie ook Meerzijdige rechtshandeling. Eerste levensbehoeften. Alles wat aan voeding, kleding, huisvesting, verwarming, huishoudelijke artikelen enz. onontbeerlijk is om te kunnen leven. Relatief begrip. Doorgaans kan geen beslag worden gelegd op bedden, beddegoed, kleding en de voorraden eten en drinken voor één maand. Eetpiraat. Iemand die herhaaldelijk in een restaurant eet zonder daarvoor te betalen. Zie ook Flessentrekkerij. Eeuwigdurend. Voor onbeperkte tijd. Zie Erfpacht. EHRM. Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Eigenaar. Hij die een voorwerp of zaak in wettig eigendom heeft. Eigen bederf. Eigen gebrek. Eigendom. Het recht om van een zaak het vrije genot te hebben en daarover op volstrekte wijze te beschikken. Dit recht kan worden beperkt door de wet, zakelijke rechten van een ander, bruikleen en verhuur. Zie ook Revindicatie. Eigen gebrek (v). Schade die niet is ontstaan door een `van buiten komend onheil'. Vaak hoeft dergelijke schade niet door de verzekeraar te worden vergoed. Eigenlijke bewijskracht. Ook: materiële bewijskracht. De bewijskracht van de inhoud van een akte. Eigenrichting. Het zich verschaffen van recht zonder rechtsgang, zonder voorkennis van de overheid en zonder gebruik van haar machtsmiddelen. Eigenrichting gaat vrijwel altijd gepaard gaat met eigenmachtige inbreuk op de rechten van een ander en wordt in principe bestraft. Zie ook Noodweer. Eigen risico (v). Vast bedrag of percentage dat door een verzekerde zelf moet worden gedragen. Einduitspraak (s). Rechterlijke uitspraak waarmee de procedure wordt beëindigd. Eis. 1. (s) De uitspraak die het openbaar ministerie van de rechter verlangt. 2. (c) Conclusie van eis. Zie ook Petitum. Eiser (c). Degene die een civielrechtelijk proces aanvangt. Zie ook Appelant, Requestrant en Requirant. Eis in reconventie. Tegeneis. De eis die gedaagde in conventie op zijn beurt richt tegen de eiser in conventie. De gedaagde in conventie is dus de eiser in reconventie, terwijl de eiser in conventie de gedaagde in reconventie is. Tussen beide zaken hoeft geen verband te bestaan. EK. Enkelvoudige kamer.
Erfgenaam. Degene die een erfenis geheel of gedeeltelijk verkrijgt. In het laatste geval krijgt hij een percentage van de nalatenschap. Zie ook Legataris. De erfgenaam kan de nalatenschap zuiver aanvaarden, beneficiair aanvaarden of verwerpen. Erflater. Degene die overleden is en een erfenis nalaat. Erfpacht. Zakelijk recht om gedurende beperkte of onbeperkte tijd het volle genot te hebben van een aan een ander toebehorend onroerend goed, tegen voldoening van een jaarlijkse pacht of canon, te voldoen in geld of in vruchten. Kan worden verkregen door overeenkomst, testament of verjaring, maar moet worden ingeschreven in openbare registers op het kadaster. De erfpachter is bevoegd om te bouwen op het gepachte. Erfrecht. Het geheel van rechtsregels betreffende de overgang van een nalatenschap van een overledenen op één of meer andere natuurlijke- of rechtspersonen. Erfstelling. Aanwijzing bij uiterste wil van een erfgenaam voor het geheel of een percentage van de nalatenschap. Zie ook Legaat en Making. Erkenning van een natuurlijk kind. Rechtshandeling waardoor burgerrechtelijke rechtsbetrekkingen ontstaan tussen een natuurlijk kind en een man, die daardoor de juridische vader van het kind wordt. Errare humanum est, turpe in errore persevare (l). Zich vergissen is menselijk, maar het is schandelijk te volharden in de dwaling. Etiam tacere est respondere (l). Ook zwijgen kan antwoorden betekenen. Euthanasie. Het van het leven beroven
van een ander, op uitdrukkelijk en ernstig verlangen van die ander. Bij
actieve euthanasie is er doorgaans sprake van het toedienen van levensbeëindigende
middelen. Bij passieve euthanasie blijven de levensverlengende activiteiten
achterwege, of worden zij gestaakt.
Executeur-testamentair. Uitvoerder van een uiterste wil, aangewezen door de erflater. De aanwijzing kan geschieden bij testament, codicil of bijzondere notariële akte. Executie. 1. Terechtstelling, tenuitvoerlegging van een doodvonnis. 2. Tenuitvoerlegging van vonnissen en akten in burgerlijke zaken. 3. Tenuitvoerlegging van strafvonnissen op last van het openbaar ministerie. Executoriaal beslag. Beslag ter uitvoering van een vonnis van de burgerlijke rechter. Executoriale titel. Geschrift waarmee zonder verdere tussenkomst van de rechter een gerechtelijke tenuitvoerlegging plaats kan vinden. Aan het hoofd van het geschrift dient de formule `In naam der Koningin' te staan. Exhibitionisme. Het tonen van de
geslachtsdelen aan toeschouwers die daar niet om hebben gevraagd. Zedendelict
dat bijna uitsluitend door mannen wordt gepleegd.
Exploot. Deurwaardersexploot.
Extinctief. Vernietigend, opheffend,
bevrijdend. `Extinctieve verjaring.'
FFabrieksgeheim. Geheim betreffende de produktiewijze in een fabriek. De werknemer is verplicht dit geheim te bewaren. Schending van het fabrieksgeheim is strafbaar en kan bovendien leiden tot ontslag op staande voet.Failliet. Ook: gefailleerde. Natuurlijke- of rechtspersoon die in staat van faillissement is verklaard. Faillissement. De gerechtelijke vaststelling dat een schuldenaar heeft opgehouden te betalen, met als gevolg een conservatoir beslag op het vermogen en de inkomsten ten behoeve van alle schuldeisers en een gerechtelijk beheer en vereffening van zijn vermogen. Uit deze omschrijving blijkt dat zelfs een miljonair failliet kan worden verklaard, want het gaat niet om de vraag of hij k n betalen, maar om de vaststelling dat hij heeft opgehouden te betalen. Het faillissement kan worden uitgesproken op verzoek van de schuldenaar zelf, op vordering van het openbaar ministerie (om redenen van algemeen belang), en op verzoek van één of meer schuldeisers (er moeten dan ten minste twee schuldenaars en twee onbetaalde schulden zijn). Zie ook Bankbreuk, Curator en Insolventie. Falsaris. Iemand die zich schuldig maakt aan het vervalsen van documenten. Familierecht. Hierin worden de rechtsbetrekkingen voortvloeiend uit het familieverband geregeld, bijvoorbeeld huwelijk, ouderlijk gezag en voogdij. FIOD. Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst. First offender (e). Iemand met een blanco strafblad, die nog niet eerder met de politie in aanraking is geweest. Fiscaal. De belasting betreffende. Flessentrekkerij. Misdrijf van hem
die er een beroep of gewoonte van maakt goederen te kopen zonder (volledige)
betaling om zichzelf of een ander de beschikking over die goederen te verzekeren.
Let wel: hij (of zij) moet er opzettelijk een `beroep of gewoonte' van
maken, anders kan hij niet worden aangehouden op basis van dit misdrijf.
Vorm van bedrog. Zie ook Eetpiraat.
Fundamentum petendi (l). Grondslag van de eis. . GGAK. Gemeenschappelijk Administratiekantoor. Zie GAK/GMD.GAK/GMD. Organisatie ontstaan door een fusie van het GAK en de GMD. Geappelleerde. Gedaagde in
hoger beroep.
Gebrek. Zie Verborgen gebrek. Gebreke. Zie Ingebrekestelling en Wanprestatie. Gedaagde (c). Degene tegen wie een eis of vordering wordt gericht; de tegenpartij van de eiser. Zie ook Geappeleerde, Geïntimideerde, Gerekestreerde en Gerequireerde. Gedetineerde. Iemand die is ingesloten, bijvoorbeeld in een huis van bewaring, gevangenis of rijkswerkinrichting. Geding (c). 1. Proces in civielrechtelijke
zaken. 2. Zaak behandeld door arbiter.
Geestelijke stoornis. Reden om onder curatele te worden gesteld. Hij die wegens geestelijke stoornis onder curatele staat mag geen huwelijk aangaan zonder toestemming van de kantonrechter. Gefailleerde. Ook: failliet. Natuurlijke- of rechtspersoon die in staat van faillissement verkeert. Geheim testament. Besloten testament. Geïntimideerde. Gedaagde in hoger beroep. Gekozen woonplaats. Woonplaats die men in plaats van zijn werkelijke woonplaats heeft gekozen. Dit is mogelijk wanneer de wet hiertoe verplicht en wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Zo is het mogelijk dat iemand het adres en de woonplaats van haar advocaat tot woonplaats kiest. In de stukken leest men dan bijvoorbeeld: `Mevrouw Hendrika Jansen, domicilie kiezende te Groningen, ten kantore van Mr. W. de Haan.' Zie ook Domicilie. Gekwalificeerde doodslag. Ook: roofmoord. Doodslag gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, wordt extra zwaar bestraft. Zie ook Dood door schuld en Moord. Gelegenheidsinformant. Soort informant die veel wordt aangetroffen in de periferie van criminele groeperingen. Het zijn doorgaans mensen die graag een graantje meepikken, door de informatie die zij meestal terloops opdoen naar de politie door te spelen. In dit verband moet vooral gedacht worden aan portiers van nachtclubs en gokpanden, barkeepers, prostituées en taxichauffeurs. Geldboete. Boete. Gelegenheid. Iemand die opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft tot het plegen van een misdrijf, wordt beschouwd als medeplichtige. Gelijke behandeling. Zie Algemene wet gelijke behandeling. Gemachtigde (c). Vertegenwoordiger in een kantongerechtprocedure. Gemeenschap van goederen. Huwelijksgemeenschap.
Genetische vingerafdruk. DNA-materiaal (huidschilfer, zaadcel, bloed enz.) aan de hand waarvan mensen kunnen worden geïdentificeerd. Gerechtelijke plaatsopneming. Het ter plaatse in ogenschouw nemen van de situatie door één of meer leden van een rechtscollege, vergezeld van de griffier. Hierover wordt een akte van bevindingen uitgebracht. In strafzaken wordt de gerechtelijke plaatsopneming `schouw' genoemd, die plaatsvindt door een officier van justitie of rechter- commissaris. Gerechtelijk vooronderzoek (s). Ook: instructie. Onderzoek van een strafbaar feit onder leiding van een lid van de rechtbank (rechter-commissaris). Wordt gevorderd door de officier van justitie. Gerechtelijk Laboratorium. Zelfstandige `buitendienst' van het Ministerie van Justitie, gevestigd te Rijswijk. Verzamelnaam voor onder meer het Gerechtelijk Natuurwetenschappelijk Laboratorium (GNL) en Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie (LGP). Gerechtelijk Natuurwetenschappelijk Laboratorium. Onderdeel van het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk. Laboratorium met verschillende afdelingen, onder andere voor het onderzoek op de aanwezigheid in bloed- en urinemonsters van alcohol en geneesmiddelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden, grafologie, toxicologie, ballistiek en dactyloscopie (`dacty'). Gerechtsdeurwaarder. Deurwaarder. Gerechtshof. Ook: het Hof. College waar het hoger beroep tegen vonnissen in door de arrondissementsrechtbank in eerste aanleg berechte zaken worden behandeld. Nederland heeft vijf gerechtshoven: Leeuwarden, Arnhem, 's Hertogenbosch, Amsterdam en 's Gravenhage. Elke civiele- of strafkamer bij het Hof bestaat uit drie leden: de president of vice-president en twee raadsheren. Het openbaar ministerie wordt waargenomen door de procureur-generaal, bijgestaan door advocaten-generaal. Elk gerechtshof heeft een belastingkamer. Gerechtskosten. De kosten van een procedure, waaronder de griffierechten, kosten van het betekenen van de dagvaarding, kosten van oproeping van getuigen, executiekosten en het honorarium van de advocaat. In Nederland wordt iemand die in een civielrechtelijk proces bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld doorgaans veroordeeld in het betalen van de gerechtskosten van de tegenpartij. Compensatie van kosten is mogelijk, terwijl de winnende partij nodeloos gemaakte kosten zelf moet betalen. Gerekestreerde. Gedaagde in verzoekschriftprocedure. Gerequireerde. Gedaagde in cassatie. Gesignaleerden. Onder deze categorie vallen alle in het opsporingsregister voorkomende personen. De signaleringen kunnen betrekking hebben op voortvluchtige daders, veroordeelden, ontsnapte gevangenen, ongewenste vreemdelingen, internationale misdadigers, vermisten en personen waarvan om andere redenen de verblijfplaats moet worden opgespoord. Getuige. 1. (s) Persoon, gedagvaard door het openbaar ministerie, de rechter of de verdachte, om een verklaring onder ede af te leggen. 2. (c) Persoon die wordt gehoord door de rechter, ambtshalve of op verzoek van een der partijen. 3. Persoon die als getuige optreedt bij bepaalde rechtshandelingen, zoals het opmaken van een testament. Zie ook Inverzekeringstelling van getuigen en Weigeren van getuigenis. Getuige à charge. Belastende getuige. Getuige à décharge.
Getuige ter ontlasting van de verdachte/gedaagde.
Gevangenis. Gebouw dat speciaal
is ingericht om mensen in verzekerde bewaring te houden. Zie ook Huis
van Bewaring.
Gevoegde. 1. (c) Het zich aansluiten bij een partij in de door haar gestelde beweringen, waardoor de gevoegde partij ook partij wordt, zonder de oorspronkelijke partij buiten geding te stellen. 2. (s) De beledigde partij in het strafproces, die zich in het proces voegt om schadevergoeding te krijgen. Gevonden voorwerpen. Gevonden zaken. Gevonden zaken. Deze kunnen door hun eigenaar tot dertig jaar na het verlies worden opgevorderd, tenzij de vinder het gevondene heeft overgedragen aan iemand die te goeder trouw is. De bezitter te goeder trouw wordt na drie jaar eigenaar van het gevondene. Geweld. 1. (c) Dwang. 2. (s) Het misdrijf van openlijke geweldpleging. 3. (s) Het opzettelijk uitlokken van een strafbaar feit door geweld. 3. (s) Het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht. Geweldsdelicten. Overvallen, afpersing enz. Gewichtige redenen (a). Niet te verwarren met dringende redenen. Redenen voor ontbinding van de arbeidsverhouding, hetgeen kan worden bewerkstelligd door een verzoek daartoe aan de kantonrechter. Gewoontemisdadiger. Iemand van wie
kan worden gezegd dat hij van het plegen van strafbare feiten een gewoonte
maakt.
Gezinsvoogdij. Het uitoefenen van ondertoezichtstelling door een gezinsvoogd. GGL. Gerechtelijk Geneeskundig Laboratorium. Oude benaming voor het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie (LGP). Zie Gerechtelijk Laboratorium. Gijzeling. 1. Misdrijf van opzettelijke vrijheidsberoving. Zie Ontvoering en gijzeling. 2. (c) Inbewaringstelling van een persoon in een huis van bewaring. Onder meer toegestaan bij alimentatieschuld. De eiser moet de kosten van het verblijf van de gegijzelde in het huis van bewaring voorschieten. 3. (s) Tijdelijke vastzetting van getuigen die zonder wettige redenen weigeren om te antwoorden. GMD. Gemeenschappelijke Medische Dienst. Zie GAK/GMD. GNL. Gerechtelijk Natuurwetenschappelijk Laboratorium. Zie Gerechtelijk Laboratorium. Goed. Alles wat economische waarde heeft. Ook elektriciteit, gas of water is dus `enig goed'. Goede zeden. De in de huidige samenleving gangbare zeden. Rechtshandelingen in strijd met de openbare orde of goede zeden zijn nietig. Grammaticale interpretatie. Uitleg of hantering van de wet naar de letter. Zie ook Interpretatie. Graseter. Corrupte ambtenaar die datgene meepikt wat min of meer toevallig binnen de uitoefening van zijn functie op hem afkomt. Hier is sprake van `hap-snap'- corruptie. Zie ook Vleeseter. Gratie. De bij Koninklijk Besluit verminderde, veranderde of kwijtgescholden straf. Gratie kan worden beschouwd als een verlengstuk van de (straf)rechtspleging, omdat in voorkomende gevallen zo ongewenste, niet voorziene gevolgen van een door de rechter opgelegde straf kunnen worden verminderd of weggenomen. Grief. Bezwaar dat appellant in hoger beroep inbrengt tegen de uitspraak in eerste aanleg. Griffie. Secretariaat van rechterlijke, wetgevende en andere staatscolleges. Aan het hoofd van een griffie staat een griffier. Griffier. Secretaris en leidend
administratief ambtenaar, onder meer van de rechtsprekende organen. (Bij
het gerecht is griffier behalve een functie ook een rang.) De griffier
noteert het belangrijkste wat er tijdens de rechtszitting wordt gezegd
en gedaan. De rechter neemt een beslissing op basis van de stukken en wat
er tijdens de zitting is gezegd. De griffier maakt meestal het concept
van de uitspraak.
Grosse. Het voor belanghebbenden bestemde eerste uitgegeven afschrift van een authentiek geschrift of vonnis. Zie ook Minuut. Grote leugen, de - . Tot 1 oktober 1971 was echtscheiding bij onderlinge toestemming verboden. Daarop werd het volgende gevonden: één van de partijen beweerde overspel te hebben gepleegd, hetgeen in die tijd een echtscheidingsgrond was. Daarop dagvaardde de andere partij tot echtscheiding, waarbij de gedaagde verstek liet gaan. De echtscheiding werd dan toegewezen. GVO. Gerechtelijk vooronderzoek.
HHaags verdrag. Het Haags Huwelijksvermogenverdrag behandelt het huwelijksvermogensrecht tussen echtgenoten en de gevolgen daarvan voor anderen.Habemus confitentem reum (l). We hebben een aangeklaagde die schuld bekent. Handelingsbekwaamheid. Algemene bevoegdheid tot het zelfstandig verrichten van rechtshandelingen. Handelingsbevoegdheid. Bevoegdheid tot het zelfstandig verrichten van rechtshandelingen. Handelingsonbekwaamheid. Hierbij mist men de algemene bevoegdheid tot het zelfstandig verrichten van rechtshandelingen. Handelingsonbekwaam zijn minderjarigen, onder curatele gestelden en wilsonbekwamen in een gesloten inrichtingen. Handschoen. Zie Huwelijk met de handschoen. HAVANK. Het Automatisch VingerAfdrukkensysteem
Nederlandse Kollektie. Wordt beheerd door de CRI.
Heling (s). Misdrijf van hem die opzettelijk enig door misdrijf verkregen voorwerp koopt, huurt, inruilt, in pand neemt, als geschenk aanneemt, of uit winstbejag verkoopt, verhuurt, verruilt, in pand geeft, vervoert, bewaart of verbergt. Herhaling. Recidive.
Heterdaad. Ontdekking op heterdaad heeft plaats wanneer het strafbare feit ontdekt wordt, terwijl het begaan wordt of terstond nadat het begaan is. Heterdaadje. Hiervan is sprake wanneer iemand op heterdaad wordt betrapt bij het plegen van een strafbaar feit. HIP. Hoofdinspecteur van het piket. HKS. Herkenningsdienstsysteem; registratiesysteem voor criminelen en onopgeloste zaken. HMG. Hoog Militair Gerechtshof. Hof. Gerechtshof. Hofressort. Ressort van het Gerechtshof. Hof van Discipline. College gevestigd te Prinsenbeek, dat zich bezighoudt met de tuchtrechtspraak van de advocatuur, met name als beroepsorgaan van de Raden van Discipline. Het beroepsschrift noemt men Appèlmemorie, de reactie daarop noemt men Memorie van antwoord. Zie ook Raad van Discipline. Hoge Raad. Hoge Raad der Nederlanden. Hoge Raad der Nederlanden (HR). Ook: Hoge Raad. Het hoogste rechtscollege van de gewone rechterlijke organisatie, gevestigd te Den Haag. De Hoge Raad bestaat uit een president, vice-presidenten en raadsheren, die in kamers van vijf rechtspreken. Het openbaar ministerie wordt waargenomen door een procureur- generaal en enkele advocaten-generaal. De Hoge Raad neemt in cassatie beslissingen in civielrechtelijke, strafrechtelijke en fiscale zaken waartegen geen beroep (meer) openstaat. De Hoge Raad heeft een algemeen toezicht op de rechtspleging en adviseert de regering daarover. Hoger beroep. Beroep. Homologeren. Het bekrachtigen van een akkoord door de rechtbank. Zie Faillissement. Honorarium. Geldelijke vergoeding voor geestesarbeid, met name aan advocaten, architecten, artsen, auteurs en ingenieurs. Hoofdelijkheid. Ook: hoofdelijke aansprakelijkheid. Situatie waarbij twee of meer schuldenaren elk voor zich tot een bepaalde prestatie verplicht zijn. Hoofdofficier van justitie. Het hoofd van het parket. `Hoofdofficier' en `arrondissementsofficier' zijn rangen. Op de zitting zijn zij allen officier van justitie. Hoofdstraffen. Elk der straffen die uitsluitend of in de eerste plaats zijn opgelegd. Hoofdstraffen zijn gevangenisstraf, hechtenis en geldboete. Voor minderjarigen: tuchtschool, arrest, geldboete, berisping. Zie ook Bijkomende straffen. Hoog Militair Gerechtshof. Militaire
rechtbank die boven de krijgsraad staat. Behoort niet tot de gewone
rechterlijke macht, maar sinds 1979 is beroep mogelijk bij de Hoge
Raad.
Huishoudgeld. De kostwinner is verplicht om haar huwelijkspartner huishoudgeld te verschaffen. Weigert zij dit, dan kan het slachtoffer in rechte nakoming vorderen. HR. Hoge Raad der Nederlanden. HRD. Hoofd recherchedienst. Huis van Bewaring (HvB). Gesticht
bestemd voor opneming van hen die (voorlopige) hechtenis moeten ondergaan
en opneming van alle anderen die krachtens een rechterlijke uitspraak of
beschikking van hun vrijheid zijn beroofd, wanneer geen andere plaats voor
hen is bestemd. Ook is het HvB bestemd voor degenen die tot een gevangenisstraf
van niet langer dan drie maanden zijn veroordeeld.
Huiszoeking. De juiste term is Doorzoeking (zie daar). Onderzoek in een woning, doorgaans van een verdachte, ten behoeve van het verzamelen van bewijsmiddelen. Zie ook Binnentreden, Afvoerpijp-arrest en Vormfout.. Hulpofficier (van justitie). Dit
is doorgaans een hoge politiefunctionaris (inspecteur of hoger). Hij is
geen lid van het openbaar ministerie. Opsporingsambtenaar met enkele bijzondere
strafrechtelijke bevoegdheden. De hulpofficier van justitie wordt door
de minister van justitie aangewezen. De hOvJ moet in het bezit zijn van
het Certificaat voor hOvJ en moet, als hij deze functie wil blijven uitoefenen,
elke drie jaar opnieuw examen doen. De hulpofficier van justitie heeft
meer bevoegdheden dan een gewoon opsporingsambtenaar, maar minder dan een
officier van justitie. Zo kan een hulpofficier van justitie wel bevelen
tot inverzekeringstelling van een verdachte, maar niet tot verlenging
van de inverzekeringstelling.
Huurkoop. Koop op afbetaling, waarbij partijen overeenkomen dat de verkochte zaak niet door enkele overdracht in eigendom aan de koper overgaat. Huurkoop moet bij akte worden aangegaan. In de akte moeten de koopprijs, het afbetalingsplan en bepalingen betreffende de eigendomsovergang staan vermeld. Huwelijk. De wettelijk geregelde, formeel bekrachtigde levensgemeenschap tussen een man en een vrouw. Huwelijk met de handschoen. Huwelijk bij gemachtigde. Wanneer een der beide partijen om gewichtige redenen niet in staat is persoonlijk aanwezig te zijn bij de voltrekking van het huwelijk, bijvoorbeeld omdat hij op zee vaart en/of in een ander werelddeel verblijft, kan men toestemming krijgen het huwelijk door een bijzondere, bij authentieke gevolmachtigde te voltrekken. Huwelijkse voorwaarden. Regeling van de vermogensrechtelijke toestand der echtgenoten in verband met het huwelijk, voor of tijdens het huwelijk vastgesteld. Zie ook Huwelijksgoederenrecht. Huwelijksgemeenschap. Gemeenschap van goederen tussen de echtgenoten, hetzij de algehele wettelijke gemeenschap, hetzij bij huwelijkse voorwaarden in enig opzicht beperkt of uitgesloten. Huwelijksgoederenrecht. Regels betreffende de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk. Huwelijksgoederenregister. Register waarin de griffie van de rechtbank onder meer de huwelijkse voorwaarden en rechterlijke uitspraken met betrekking tot de huwelijksgemeenschap opneemt. HvB. Huis van Bewaring.
IIanuis clausis (l). Met gesloten deuren.IBS. Inbewaringstelling. Ieder wordt geacht de wet te kennen. Regel die in het Nederlands recht niet geldt. Het recht verwacht dat de burger zich op de hoogte stelt van het recht waarmee hij te maken heeft. Kent hij het recht niet, dan gaat de rechter na of de burger dit kan worden verweten. Identificatieplicht. Wettelijke plicht om in een aantal gevallen te bewijzen dat de gegevens die men over zichzelf opgeeft kloppen. Dit moet door middel van een geldig identificatiebewijs. De identificatieplicht geldt voor iedereen in Nederland vanaf 12 jaar. Ignorantia legis excusat neminem
(l). Onbekendheid met de wet is voor niemand een excuus. Zie ook Ieder
wordt geacht de wet te kennen.
Inbewaringstelling (IBS). Probeer deze term in het strafrecht te vermijden. Bewaring is doorgaans genoeg. Inboedel. De roerende goederen die behoren tot iemands huishouding en huisraad, met uitzondering van verzamelingen. Niet te verwarren met boedel. Inbraak. Het zich met geweld toegang verschaffen tot een woning of besloten lokaal. Zie Diefstal met braak en Insluiping. Incasso. Buitengerechtelijke inning van een geldvordering. Voordat wordt overgegaan tot vervolging in rechte, zal de schuldeiser trachten zijn vordering in der minne te krijgen. De kosten van de buitengerechtelijke inning (doorgaans tien procent van de geïnde som) zijn in beginsel voor degene die opdracht tot incasso gegeven heeft, hoewel het mogelijk is dat bij het sluiten van de overeenkomst is bepaald dat alle kosten voortvloeiende uit niet tijdige betaling voor kosten van de wanbetaler zullen zijn. Incassobureau. Bedrijf dat zich
bezighoudt met de buitengerechtelijke inning van geldvorderingen. Iedereen
kan een incassobureau beginnen; men hoeft er geen diploma's voor te hebben.
Je mag zelfs een strafblad hebben. Simpel gesteld is het enige wat een
incassobureau doet, u steeds dringendere brieven toesturen in de hoop dat
u gaat betalen. Een incassobureau heeft geen enkel machtsmiddel om iemand
met schuld te laten te betalen. Zij kunnen dus geen beslag leggen op lonen,
spullen, huis of uitkeringen. Een gerechtsdeurwaarder kan dit wel. Als
een schuld ondanks aanmaningen en dreigementen niet betaald wordt, moet
het incassobureau een gerechtsdeurwaarder inschakelen om te kunnen invorderen.
Daarvoor heeft de gerechtsdeurwaarder doorgaans een uitspraak van de rechter
nodig. Voor de belastingdienst en andere overheidsinstellingen, zoals het
CJIB geldt dit niet.
Incidenteel beroep. Tegenvordering door geïntimideerde. Incidentele vordering. Zie Incidenteel beroep. Incompetentie. Onbevoegdheid. Zie ook Bevoegdheid. IND. Immigratie- en Naturalisatiedienst. In dubiis pro reo (l). Ook:
in dubio pro reo. In twijfelgevallen beslisse men ten gunste van
de aangeklaagde. Belangrijke rechtsregel.
Infiltratie. 1. Het heimelijk verkennen van en betrokken raken bij criminele milieus zonder daarbij een speciale groep of speciale personen op het oog te hebben. 2. Het heimelijk verkennen van en betrokken raken bij een bepaalde groep of bepaalde personen (dealers, drugsmokkelaars enz.). Het doel van infiltratie is altijd het verkrijgen van betere opsporingsresultaten, met voortdurende inachtname van het Tallon-arrest. Zie ook Diepte-infiltratie. Informant. Ook: tipgever. Waarschijnlijk de beste bron waarover de recherche kan beschikken. De informant is onmisbaar bij het rechercheren. Hij heeft doorgaans kennis van gepleegde of nog te plegen misdrijven, omdat hij op een of andere manier tegen criminele groeperingen aanleunt. Men onderscheidt de beroepsinformant, dubbelagent, eenmalige informant, gelegenheidsinformant en de provocateur. Zie ook Runner en Zwarte lijst. Informant-infiltrant. Infiltrant
die geen politiebeambte is.
Inkijkoperatie. Opsporingsmethode waarbij de politie inbraak pleegt of zich zonder medeweten van rechthebbende toegang tot een woning of besloten lokaal of erf verschaft, bijvoorbeeld om te controleren of daar drugs zijn opgeslagen. In naam der Koningin. Zie Executoriale
titel.
Insluiping. Het zich toegang verschaffen tot een woning of een besloten erf waarop een woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevindt, doorgaans met de bedoeling van het plegen van diefstal. `De verzekering keert bij diefstal alleen uit als er daadwerkelijk is ingebroken, niet bij insluiping.' Insluiten. Opsluiten. `De verdachte is na aanhouding direct ingesloten.' Insolvabel. Niet bij machte om te betalen. Insolventie. Staat van faillissement. De staat waarin de failliete boedel zich bevindt na de verificatievergadering, zonder dat een akkoord is bekrachtigd door de rechtbank en waarin de curator de vereffening van de failliete boedel ter hand neemt. Instructie. Gerechtelijk vooronderzoek. Intellectueel eigendom. Uitsluitend
recht van de mens op de produkten van zijn denkarbeid en artisticiteit,
bijvoorbeeld het auteursrecht. Zie ook Wet op de Naburige Rechten.
Internationaal privaatrecht. Bestaat hoofdzakelijk uit regels die aanwijzingen geven welk nationaal recht de Nederlandse rechter moet toepassen op een privaatrechtelijke rechtsbetrekking met internationale elementen. Interpretatie. Uitleg van rechtsregels. Zie Analogische interpretatie, Extensieve interpretatie, Grammaticale interpretatie, Restrictieve interpretatie, Systematische interpretatie en Teleologische interpretatie. Inverzekeringstelling. Wanneer de tijd welke een verdachte voor het verhoor mag worden opgehouden (zes uur) niet voldoende is, kan de officier van justitie of de hulpofficier in de gevallen waarin voorlopige hechtenis is toegelaten, bevelen dat de verdachte in verzekering wordt gesteld. Dit bevel is 3 x 24 uur van kracht en kan in dringende gevallen eenmalig met 3 x 24 uur worden verlengd, op verzoek van de officier van justitie. De rechtmatigheid van de inverzekeringstelling wordt dan door een onafhankelijke rechter, de zogenaamde rechter-commissaris in strafzaken, getoetst. Inverzekeringstelling is ook mogelijk bij rechterlijke bevelen tot handhaving van de openbare orde en uitlevering. Zie ook Voorarrest. Inverzekeringstelling van getuigen. Indien dit in het belang van het vooronderzoek noodzakelijk is, kan de rechter-commissaris tijdens het gerechtelijk vooronderzoek een getuige 24 uur vasthouden. IOAW. Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte werkloze Werknemers. Deze wet geeft een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. De uitkering wordt verstrekt in aansluiting op de maximale uitkeringsduur van de WW. IOAZ. Wet Inkomensvoorziening Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte gewezen Zelfstandigen. Deze wet geeft een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan oudere en arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. IRT. Interregionaal Recherche Team. Ita lex scripta est (l).
Zo staat het in de wet geschreven.
Iuris peritus (l). Rechtsgeleerde. IVBPR. Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten Ook: Verdrag van New York. Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. IVS. Zie Inverzekeringstelling.
JJDS. Justitieel Documentatie Systeem.. Jeugdstraffen. Aan minderjarigen van 12 tot 18 jaar kunnen de volgende straffen worden opgelegd: plaatsing in tuchtschool, arrest, geldboete en berisping. Voor 16- tot 18-jarigen is ook gevangenisstraf mogelijk op grond van de ernst van het gepleegde delict en de persoonlijkheid van de dader. . JJI. Justitiële Jeugdinrichting. . Joy-riding (e). Het opzettelijk wederrechtelijk gebruik van een aan een ander toebehorend motorrijtuig zonder de bedoeling zich het motorrijtuig toe te eigenen. Toen het delict nog niet als zodanig in de wet was vastgesteld, legde de officier van justitie doorgaans diefstal van benzine ten laste. Juncto (j°). In verband
met.
Jurisprudentie. De rechtsleer die door de rechtspraak is gevormd en gehandhaafd en de systematische verzameling van arresten en vonnissen en bewerkingen daarvan. De belangrijkste rechterlijke uitspraken (de uitleg die de verzamelde hogere rechters aan de wet geven) worden wekelijks gepubliceerd in de Nederlandse Jurisprudentie (NJ). Jurist. Rechtsgeleerde, rechtskundige.
Elke advocaat is jurist, maar niet elke jurist is advocaat.
Justitie. Overheidsfunctie belast met de handhaving van het recht, met name het strafrecht. Justitiële documentatiedienst.
Bij deze dienst worden het strafregister en het algemeen documentatieregister
beheerd.
KKaalplukteam. BFO.Kadaster. Openbaar register van alle onroerende goederen. Ook kunnen er schepen worden geregistreerd. Kaderwet. Raamwet. Kamer. 1. Onderdeel van een rechterlijk
college (Hoge Raad, Gerechtshof, Rechtbank). Zie ook Enkelvoudige kamer
en Meervoudige kamer. 2.
Onderdeel van een wetgevende vergadering (Eerste en Tweede Kamer der Staten-
Generaal).
Kantongerecht. Verouderde benaming van Sector Kanton. De laagste instantie van de gewone rechterlijke organisatie. De bevoegdheid van de kantonrechter is beperkt. Veel zaken komen dan ook in eerste aanleg niet bij hem terecht, maar bij de arrondissementsrechtbank. Kapitale delicten. Moord en doodslag. Kapstokartikel. Ook: caoutchoucartikel. Wetsartikel met een zo ruime of vage omschrijving, dat men er alle kanten mee op kan. Katvanger. Iemand die in opdracht van een (onbekende) derde strafbare feiten pleegt, waardoor deze derde buiten schot hoopt te blijven. KB. Koninklijk Besluit. KBB. Korpsbeheerdersberaad. Kenmerken van de ingetreden dood.
Zie Lichaamstemperatuur, Lijkstijfheid en Lijkvlekken.
Kiloman. Groothandelaar in drugs. Kinderarbeid. Zie ATW. Kinderbescherming. In Nederland georganiseerd in de Raad voor de Kinderbescherming en de particuliere instellingen voor gezinsvoogdij, die zich de behartiging van de belangen van onverzorgde, verwaarloosde, onaangepaste of misdadige jeugd ten doel hebben gesteld. Kindermishandeling. Het toebrengen van lijfelijk of psychisch leed aan kinderen door hen die met de zorg voor deze kinderen zijn toevertrouwd. Kinderpolitie. Tak van de politie die tegenwoordig vaak Afdeling Jeugdzaken wordt genoemd, of is ondergebracht bij andere afdelingen, bijvoorbeeld Z&J (Zeden en Jeugd). Kinderrechter. Enkelvoudige kamer van de arrondissementsrechtbank, aangewezen voor de behandeling van burgerlijke kinderzaken en kinderstrafzaken. De kinderrechter baseert zijn oordeel doorgaans op het advies van de Raad voor de Kinderbescherming. Zie ook Ondertoezichtstelling, Ontheffing van het ouderlijk gezag, Ontzetting uit het ouderlijk gezag en Vicieuze cirkel van het kinderrecht. Kindsdeel. Het deel dat bij boedelscheiding aan elk van de kinderen wordt toegekend. Is er geen testament opgemaakt en leeft de echtgenoot nog, dan is het kindsdeel een breuk, namelijk 1 / (aantal kinderen + echtgenoot). Binnen het Nederlandse erfrecht is dit kindsdeel niet direct opeisbaar zolang de partner van de overledene nog in leven is, omdat deze partner het vruchtgebruik van de nalatenschap heeft. Voor kinderen die een kindsdeel ontvangen, en die onder algehele gemeenschap van goederen zijn getrouwd, valt het kindsdeel onder deze gemeenschap van goederen.Zie ook Legitieme portie. Klachtdelict. Delict waarbij de
officier van justitie slechts kan vervolgen nadat de benadeelde een klacht
heeft ingediend met het verzoek om tot vervolging over te gaan.
Kokerjuffer-effect. Commotie van het publiek en de politiek ten gevolge van de plotselinge onthulling van een bepaalde situatie, die door het beleid van het openbaar ministerie al jarenlang bestaat. Het OM kan het Kokerjuffer-effect voorkomen door het publiek en de politiek uitvoerig te informeren. Koppelarij. Zedendelict. Het gelegenheid geven tot prostitutie door een souteneur of bordeelhouder. Kort geding. Behandeling voor de
voorzieningenrechter van zaken waarin om redenen van onverwijlde spoed
een onmiddellijke en voorlopige voorziening wordt geëist. Tegen de
uitspraak in kort geding staat beroep en verzet open. Beide
partijen moeten griffierecht betalen. De gedaagde mag zichzelf verdedigen,
hij of zij behoeft zich niet door een procureur te laten vertegenwoordigen.
De behandeling bestaat als regel uit het voorlezen van een pleitnota, waarvan
een kopie aan de rechter en aan de eiser moet worden gegeven. Als een van
de partijen het niet eens is met de uitspraak van de kortgedingrechter,
kan hij binnen vier weken na de uitspraak een kort geding in hoger beroep
beginnen, en daarna in kort geding naar de Hoge Raad gaan. Daarna kan een
partij ook nog een gewone procedure (een zogenoemde bodemprocedure)
starten. Dit kan dus betekenen dat de partijen, voordat er een definitieve
einduitspraak ligt, zes instanties doorlopen hebben. Het oordeel van de
kortgedingrechter is een voorlopig oordeel blijft gelden, totdat de rechter
een uitspraak doet in een bodemprocedure. Als geen bodemprocedure wordt
gevoerd is de uitspraak in kort geding tevens het definitieve oordeel.
Krankzinnigenwet. Wet die het staatstoezicht op wilsonbekwamen en psychiatrische ziekenhuizen regelt en waarin onder meer staat welke procedures gevolgd moeten worden om iemand in zo'n inrichting te plaatsen. Krankzinnigheid. Wilsonbekwaamheid. Reden om iemand onder curatele te stellen. In de wet komen de woorden `krankzinnig' en `krankzinnigengesticht' veelvuldig voor. In dit woordenboek heb ik gekozen voor de begrippen `wilsonbekwaam' en `psychiatrisch ziekenhuis'. Krijgsraad. Militaire rechtbank
voor strafzaken gepleegd door militairen. Behoort niet tot de gewone rechterlijke
macht. De militair kan in beroep bij het Hoog Militair Gerechtshof.
Zie ook Getuigenbescherming.
KvK. Kamer van Koophandel en Fabrieken. KVV. Kennisgeving van verdere vervolging. Schriftelijke mededeling van de officier van justitie aan de verdachte. Zie ook KNVV. Kwade trouw. Deze term, waarmee opzettelijkheid wordt gesuggereerd, wordt doorgaans gebezigd bij niet nakoming van overeenkomsten. Kwakzalverij. Het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunst. Kwalificatievraag. In de juridische argumentatie de vraag welk "etiket" het juiste is. Bijvoorbeeld: zijn Palestijnse guerilla's vrijheidsstrijders of terroristen? Kwijting. Betaling, voldoening van een verbintenis. `Tegen finale kwijting' betekent dat de schuldeiser na betaling niets meer van de schuldenaar te vorderen heeft. Kwijtschelding. Rechtshandeling waarbij een schuldeiser zijn schuldenaar van diens verplichtingen ontslaat en waardoor de schuld teniet gaat zonder dat er wordt betaald. Is gelijkgesteld met schenking. Kwitantie. Akte van kwijting.
LLaatste woord. In het procesrecht is het laatste woord aan de gedaagde/verdachte. In het strafproces heeft de verdachte het laatste woord, dus niet zijn raadsman.Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie (LGP). Onderdeel van het Gerechtelijk Laboratorium te Rijswijk. In het LGP worden door pathologen- anatomen honderden secties per jaar verricht. Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen. Ontstaan uit een samenwerkingsverband van het ministerie van justitie en het ministerie van VWS. Het LBIO is een dependance van de Raad voor de Kinderbescherming Den Haag en houdt zich onder meer bezig met de inning van kinderalimentatie. Het bureau is in de plaats gekomen van de financiële afdelingen van de negentien Raden voor de Kinderbescherming. Landloperij. Het zonder middelen van bestaan rondzwerven. Degene die hieraan schuldig wordt bevonden kan door de rechtbank worden veroordeeld tot plaatsing in een rijkswerkinrichting. Zie ook Landlopersknaak. Landlopersknaak. Rijksdaalder die veel zwervers of daklozen vroeger op zak hadden, speciaal om niet te kunnen worden veroordeeld wegens landloperij. Er was dan immers geen sprake van `zonder middelen van bestaan'. Laster. Strafbaar feit, begaan door hem die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, als de aantijging tegen beter weten is geschied en de dader, ingeval het bewijs van de waarheid is toegelaten, niet slaagt in dat bewijs. In het civielrecht is laster een onrechtmatige daad. Lasterlijke aanklacht. Misdrijf waarbij men bij de overheid schriftelijk tegen iemand een valse aanklacht indient of op schrift laat stellen, waardoor de eer of de goede naam van die persoon wordt aangetast. Last tot medebrenging. Zie Medebrenging. LBB. Landelijke Bijzondere Bijstandsverlening.
Legaat. Bijzondere beschikking in uiterste wil, waarbij een erflater bepaalde goederen of een bepaalde geldsom vermaakt. Zie ook Erfstelling, Legataris en Making. Legaliteitsbeginsel. 1. (s) Het beginsel volgens welke het openbaar ministerie van een land tot het instellen van een strafvervolging verplicht is zodra enig strafbaar feit hiertoe aanleiding geeft, zonder overweging van de wenselijkheid der vervolging. In Nederland is sprake van het opportuniteitsbeginsel. 2. (s) Het beginsel dat geen feit strafbaar is dan krachtens voorafgaande wettelijke strafbepaling. Niemand kan dus worden veroordeeld voor een feit dat niet in de wet staat omschreven. Legataris. Rechtsverkrijger onder bijzondere titel van een legaat. Hij is niet aansprakelijk voor de schulden van de erflater. Legateren. Iets bij legaat vermaken. Legator. Degene die iets bij legaat vermaakt. Leges. Rechten, geheven voor verrichtingen van gemeenten en provincies wegens het verlenen van diensten, zoals het verstrekken van akten of afschriften daarvan. Legitieme portie. Wettelijk erfdeel.
Het gedeelte van een nalatenschap dat in elk geval aan de wettelijke erfgenamen
in de rechte lijn moet worden nagelaten en waarover de erflater
dus niet bij testament kan beschikken. Het erfrecht kent vanaf 1 januari
2003 de mogelijkheid om een erfgenaam enkel een geldbedrag toe te kennen.
Een testateur kan zodoende bepaalde erfgenamen buiten de verdeling van
de goederen houden. Bij de herziening van het erfrecht is het breukdeel
voor de legitieme portie tevens verkleind. Deze omvat nu in alle gevallen
de helft van het erfdeel dat de erfgenaam zou ontvangen als er geen testament
zou zijn.Wanneer de erflater in een testament heeft bepaald dat een kind
niet erft, dan is het aan dat kind om ten tijde van de verdeling van de
erfenis al of niet de legitieme portie op te eisen. Bovendien is aan het
recht om de legitieme portie op te eisen een termijn verbonden: eist het
betreffende kind 5 jaar (of later) na het overlijden de legitieme portie
op, dan is het kind te laat (ook al wist het kind niet van het overlijden
af).Anders is het bij pleegkinderen en stiefkinderen. Ook al is een pleegkind
of stiefkind al jaren lid van de familie, voor de wet is hij of zij geen
erfgenaam. Pleegouders en stiefouders kunnen hun pleegkind of stiefkind
wel tot erfgenaam benoemen; dat kan alleen maar in een testament, anders
is het voor de wet niet geldig.
Levensonderhoud. Alimentatie. Lex imperfecta (l). Onvolkomen wet, bijvoorbeeld wet waarbij geen sanctie is vermeld. LGP. Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie. Zie Gerechtelijk Laboratorium. Lichaamstemperatuur (van overledenen). Na het intreden van de dood blijft de lichaamstemperatuur nog één tot anderhalf uur normaal, d.w.z. ± 37,5° C. Daarna daalt zij, onder normale omstandigheden, met ongeveer 1° C per uur. De temperatuurdaling vindt doorgaans in de eerste negen uur na het intreden van de dood plaats en is sterk afhankelijk van factoren als de omgevingstemperatuur en de aard van de kleding. Bij dikke mensen daalt de temperatuur minder snel dan bij magere personen. Zie ook Lijkstijfheid en Lijkvlekken. Lijkstijfheid. Ook: rigor mortis. Begint ongeveer 3 à 4 uur na het intreden van de dood en is onder normale omstandigheden doorgaans na 7 à 8 uur voltooid. De verstijving begint bij de kaak en zich voort naar de voeten. Na ongeveer 48 uur verslapt het lichaam in omgekeerde volgorde. In het algemeen is de lijkstijfheid na 3 à 4 dagen geheel verdwenen. Zie ook Lichaamstemperatuur en Lijkvlekken. Lijkvlekken. Ook: livores. Ongeveer tweeënhalf uur na het tot stilstand komen van de bloedcirculatie ontstaan op de laagst gelegen plaatsen in het lichaam lijkvlekken, maar niet op de zogenaamde drukplekken, d.w.z. de plaatsen waarop het lichaam rust of waar zich knellende kleding bevindt. Afhankelijk van de nog in het lichaam aanwezige bloed en de stollingsgraad daarvan zijn de lijkvlekken 4 uur na het intreden van de dood duidelijk waarneembaar. Lijkvlekken verdwijnen niet meer. Zij hebben een paarse tot violette kleur. Zie ook Lichaamstemperatuur en Lijkstijfheid. Lik-op-stuk-benadering. Het onmiddellijk afhandelen van een strafbaar feit. Vorm van snelrecht, voornamelijk toegepast bij minderjarigen, voetbalvandalen en bolletjesslikkers. Steeds vaker wordt snelrecht ook toegepast op veroorzakers van ongeregeldheden tijdens de jaarswisseling en andere bijzondere evenementen. Liquidatie. Vereffening. De afwikkeling en beëindiging van zaken van rechtspersonen of andere organisaties na het besluit tot opheffing of ontbinding. Listige kunstgrepen. Een van de middelen waarmee men oplichting (bedrog) kan plegen. Er moet duidelijk sprake zijn van een truc, een listige handeling. Een enkele leugen is onvoldoende aanleiding om de term `listige kunstgrepen' te bezigen. Lite pendente (l). Hangende het geschil. Litigieus. In het geding zijnde. Livores. Lijkvlekken. Locus delicti (l). PD. Lokaalvredebreuk. 1. Het wederrechtelijk binnendringen van een (besloten) lokaal. 2. Het wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds verwijderen. Er is sprake van binnendringen als het betreden geschiedt tegen de wil van de rechthebbende en deze wil voor de binnentredende persoon onmiskenbaar, d.w.z. volkomen duidelijk, niet te loochenen is. Voor de zekerheid kan men drie maal achter elkaar zeggen: "Ik wil dat u de zaak nu verlaat." Loon. De contraprestatie voor arbeid. Loonbeslag. Vorm van derdenbeslag. Beslag onder de werkgever op het loon dat deze aan een werknemer verschuldigd is. Vindt onder meer plaats door de belastingdienst en het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (bij kinderalimentatiekwesties en uithuisplaatsing). Zie ook Beslagvrije voet. Loon in natura. Elk loon dat op andere wijze dan in geld wordt uitgekeerd. LPD. Leider Plaats Delict. Zie PD. LPEC. Landelijke Politie Emancipatie Commissie. LSOP. Landelijk Selectie- en Opleidingsinstituut
voor de Politie.
MMaatregel. Strafrechtelijke sanctie, ter bescherming van de dader en de samenleving tegen recidive. Een maatregel kan naast een hoofdstraf worden opgelegd, maar ook afzonderlijk. Zie ook TBS.Machtiging tot voorlopig verblijf. MVV. Magistratuur. De leden van de rechterlijke macht. Zie Schrijvende magistratuur, Staande magistratuur en Zittende magistratuur. Making. De samenvattende benaming
voor erfstelling en legaat.
Mededader. Medepleger. Hij die helpt bij het plegen van een strafbaar feit, daadwerkelijk een onderdeel van de uitvoeringshandeling verricht. Hij wordt als dader bestraft. Niet te verwarren met medeplichtige. Medeplegen. Actief samenwerken met de feitelijke dader van een strafbaar feit, bij de uitvoering van dat strafbaar feit. Medeplichtige. Hij die opzettelijk bij het plegen van een misdrijf behulpzaam is of opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen daartoe verschaft. Niet te verwarren met mededader. De medeplichtige is afzonderlijk strafbaar met een lichtere straf. Iemand die medeplichtig is aan een overtreding is niet strafbaar. Medebrenging. Een onderzoekende
rechter die een verdachte wil verhoren, kan een last tot medebrenging geven
als de verdachte niet verschijnt.
Meerderjarigheid. Hiervan is in
Nederland sprake wanneer iemand de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
Meineed. Het opzettelijk afleggen van een valse verklaring onder ede, doch dit is alleen strafbaar wanneer een wettelijk voorschrift de verklaring onder ede vordert of wanneer een wettelijk voorschrift aan de verklaring onder ede rechtsgevolgen verbindt. Memorie van antwoord. 1. Conclusie van antwoord van geïntimideerde. 2. Reactie op de Appèlmemorie in een zaak voor het Hof van Discipline. Memorie van grieven. Conclusie van eis van appellant. Mentor. Ook: provisionele bewindvoerder. 1. Hij die door de rechter wordt benoemd om te zorgen voor persoon en goederen van iemand van wie de onder curatele-stelling is verzocht. 2. Vertegenwoordiger die benoemd wordt ter behartiging van de belangen van iemand die in een psychiatrisch ziekenhuis is geplaatst. Minderjarigheid. Hiervan is in Nederland sprake wanneer iemand de leeftijd van achttien jaar nog niet is bereikt en niet gehuwd of gehuwd geweest is. Minimumloon. Zie Wettelijk minimumloon. Minuut. Exemplaar van de akte dat verblijft onder de ambtenaar die het heeft opgesteld. Zie ook Grosse. Misbruik van bevoegdheid. Détournement de pouvoir. Misbruik van omstandigheden. Het misbruiken van andermans noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, om hem te bewegen tot het aangaan van een voor hem nadelige rechtshandeling. Misbruik van recht. Abus de
droit.
MK. Meervoudige kamer. Modus operandi (MO) (l). De wijze waarop men te werk gaat, in de criminalistiek met name de karakteristieke wijze waarop een bepaalde misdadiger te werk gaat en daarmee zichzelf verraadt (zijn `visitekaartje' of `handelsmerk'). Moeder. Moeder van het kind is de vrouw uit wie het kind geboren is of die het kind heeft geadopteerd. Zie ook Vader. Montagefoto. Compositiefoto. Moord. Het opzettelijk en met voorbedachte rade een ander van het leven beroven. Is voorbedachte rade niet te bewijzen, dan is er sprake van doodslag. MOT. Wet Melding Ongewone Transacties. Wet die het banken e.d. verplicht ongebruikelijke transacties van meer dan ƒ 25.000,- te melden. Motivering van vonnissen. Vereist
op straffe van nietigheid. De burger moet weten waar hij aan toe is en
de hogere rechter moet in staat worden gesteld om het de rechtsgang te
controleren. In civielrechtelijke zaken wordt de uitspraak van de lagere
rechter in cassatie door de Hoge Raad vernietigd wanneer de motivering
ontbreekt of onbegrijpelijk is.
NNaamsverandering. De rechtbank kan iemands voornaam veranderen, op eigen verzoek of op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger. De verandering van de geslachtsnaam vindt plaats op eigen verzoek of op verzoek van de wettelijke vertegenwoordiger. Dit verzoek moet worden gericht aan de Koningin, via de Minister van justitie.Naburige rechten. Zie Wet op de Naburige Rechten. Nalatenschap. Erfenis. Narcotica. Ook: narcoticabrigade. De afdeling Verdovende Middelen van de politie. Nationale Ombudsman. Instantie die zich bezighoudt met klachten van personen over de rijksoverheid, de politie en de waterschappen. Naturalisatie. Beslissing van de wetgever waardoor een vreemdeling het volledige Nederlandse staatsburgerschap verkrijgt. Natuurlijk kind. Onwettig kind. Natuurlijk persoon. Mens, in tegenstelling
tot rechtspersoon.
Negatief-wettelijk bewijsstelsel. Stelsel waarbij het openbaar ministerie de tenlastelegging geheel dient te bewijzen. De rechter is alleen verplicht te veroordelen als hijzelf is overtuigd door de bewijsmiddelen die het openbaar ministerie heeft aangedragen, terwijl het openbaar ministerie is gebonden aan de bewijsmiddelen die in het Wetboek van Strafvordering worden genoemd. Nemo iudex idoneus in propria causa
(l). Niemand is als rechter geschikt in zijn eigen zaak. Zie ook Verschoningsrecht
en Wraking.
Nevenvoorziening. Rechterlijke beslissing over een verzoek dat samenhangt met echtscheiding of de ontbinding van het huwelijk. De rechter neemt zo'n beslissing wanneer echtgenoten het niet met elkaar eens zijn over de nevenvoorzieningen. Een nevenvoorziening gaat over het gezag over en de omgang met de minderjarige kinderen, de alimentatie voor de kinderen en de partner, de boedelscheiding en de huur van de echtelijke woning. Zie ook Voorlopige voorziening. Nietigheid. Men onderscheidt `nietigheid van rechtswege', die niet bij de rechter hoeft te worden ingeroepen omdat de wet hier al in heeft voorzien, en `vernietigbaarheid', waarbij de nietigheid bij de rechter moet worden ingeroepen. Van `inwendige nietigheid' (ook: materiële nietigheid) is bijvoorbeeld sprake wanneer de tenlastelegging van de officier van justitie niet aan de eisen voldoet. De dagvaarding wordt dan door de rechter nietig verklaard. Niet-ontvankelijk. Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer de rechter op grond van de tenlastelegging en/of naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting de geldigheid van de dagvaarding en/of zijn bevoegdheid tot kennisneming van het ten laste gelegde feit bestrijdt. De officier van justitie wordt dan niet- ontvankelijk verklaard. Het OM kan uitsluitend niet-ontvankelijk worden verklaard indien er door vormverzuim ernstig inbreuk is gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde. Daarnaast moeten die vormverzuimen onherstelbaar zijn. Nihilbeding. 1. Beding opgenomen in de huwelijkse voorwaarden, waarin staat dat één der echtgenoten niet zal bijdragen in de kosten van de huishouding. 2. Beding tussen echtgenoten, dat beiden na de echtscheiding tegenover elkaar niet alimentatieplichtig zijn. NJ. Nederlandse Jurisprudentie. NJB. Nederlands Juristenblad.
Non bis in idem (l). Ne
bis in idem.
Noodweer. Strafuitsluitingsgrond. Hiervan is sprake wanneer het plegen van een strafbaar feit nodig was voor de verdediging van eigen of andermans lichaam, eerbaarheid of goed tegen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding (2). Noodweerexces. Schulduitsluitingsgrond.
De overschrijding van de grenzen van de noodweer, die het onmiddellijke
gevolg is van een hevige gemoedsbeweging door de aanranding (2) veroorzaakt.
De handeling is wederrechtelijk, maar de dader wordt niet gestraft. Eventuele
mededaders worden wel gestraft. Er is sprake van intensief noodweerexces
wanneer het verdedigingsmiddel niet proportioneel is (bijvoorbeeld gebruik
van een mes tegen iemand die zijn vuisten gebruikt). Van extensief noodweerexces
is sprake wanneer men langer blijft doorgaan met zich "verdedigen" dan
strikt noodzakelijk, bijvoorbeeld wanneer de aanrander al op de grond ligt
en uitgeschakeld is.
Notaris. Openbaar ambtenaar, door
de Koningin benoemd, bevoegd tot het opmaken van authentieke akten ten
verzoeke van de partijen, voorzover niet andere ambtenaren bij uitsluiting
zijn aangewezen. Ook verricht de notaris handelingen als het leiden van
openbare veilingen, het verrichten van trekking bij loterijen en het legaliseren
van stukken.
NPB. Nederlandse Politiebond. NPI. Nederlands Politie Instituut.
Staforgaan van korpschefs, koprsbeheerders en hoofdofficieren van justitie.
NVvR. Nederlandse Vereniging
voor Rechtspraak. Belangenvereniging voor de zittende-
en staande magistratuur.
OObservatie. Het systematisch en onopvallend gadeslaan of bespieden van verdachte personen, objecten of situaties, met de bedoeling strafbare feiten op te sporen of te voorkomen. Men maakt onderscheid tussen `vaste observatie' (statische observatie) en `observatie door volgen' (mobiele observatie).O.dat. Overwegende dat. Offensief verhoor. Verhoortechniek waarbij men er van uit gaat dat er voldoende bewijsmateriaal tegen de verdachte is. Hij wordt chronologisch met dit bewijsmateriaal geconfronteerd en daarover ondervraagd. Officier van Justitie (OvJ). Functionaris van het openbaar ministerie bij de arrondissementsrechtbank en het kantongerecht. Zie ook Parket. OM. Openbaar Ministerie. Omgangsrecht. Het recht tot omgang met het kind van de ouder die niet met het gezag over het kind is of zal worden belast, na echtscheiding of scheiding van tafel en bed. Het omgangsrecht wordt door de rechter geregeld op verzoek van beide partijen of één van hen. Ook als de ouders nooit met elkaar getrouwd zijn geweest kan de ouder die het gezag over het kind niet heeft aan de rechter vragen om een omgangsregeling vast te stellen. Zie ook Ontzegging van het recht op omgang. Omkatten. Identiteitsverandering. Het aanbrengen van het chassisnummer van een niet-gestolen auto (bijvoorbeeld een total loss gereden wrak) die men in bezit heeft, op een gestolen auto van hetzelfde merk, type en bouwjaar. Vervolgens wordt de gestolen auto `legaal' in de handel gebracht. Omkering van de bewijslast. Slechts in uitzonderlijke gevallen toegepast in het civielrecht. Hierbij moet de verweerder aantonen dat een stelling van de eiser niet houdbaar is. In het strafrecht gaat men uit van het vermoeden van onschuld, dus daar is nooit sprake van een omkering van de bewijslast. Omkoping van ambtenaren. Het doen van een gift of belofte aan een ambtenaar, met het oogmerk om hem te bewegen in strijd met zijn plicht iets te doen of na te laten, of ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door de ambtenaar in strijd met zijn plicht is gedaan of nagelaten. Ommissiedelict. Delict waarbij men iets nalaat wat geboden is, wat men had moeten doen. Zie ook Commissiedelict. Onderhands. Tussen partijen onderling,
zonder authentieke akte, zonder ambtelijke tussenkomst.
Ondertoezichtstelling (OTS). Dit wordt doorgaans door de kinderrechter gelast wanneer het kind zodanig opgroeit dat het met zedelijke of lichamelijke ondergang wordt bedreigd. De ouders van het kind moeten zich bij de verzorging en de opvoeding van het onder toezicht gestelde kind houden aan de aanwijzingen van de gezinsvoogd, op straffe van ontzetting uit het ouderlijk gezag of uithuisplaatsing van het kind. De gezinsvoogdij beperkt het ouderlijk gezag, maar heft haar niet op. De OTS wordt meestal uitgesproken voor een jaar en kan telkens met een jaar worden verlengd. Zie ook Raad voor de Kinderbescherming. Onderverhuur. Het verhuren van een gedeelte van een zaak die men zelf gehuurd heeft. Onderverhuur mag, tenzij dit bij huurovereenkomst verboden is. Zie ook Wederverhuur. Onderzoek aan lichaam en kleding.
Ook: fouillering. Dit kan alleen toegepast worden op een verdachte die
is aangehouden en tegen wie bovendien ernstige bezwaren bestaan. Indien
iemand aan zijn lichaam en kleding wordt onderzocht zonder dat er ernstige
bezwaren tegen hem bestaan, is er onrechtmatig gehandeld. Dit heeft tot
gevolg dat de rechter het aldus verkregen bewijsmateriaal niet voor het
bewijs kan gebruiken.
Oneigenlijke dwaling. Hiervan is sprake wanneer bij een rechtshandeling wil en verklaring elkaar niet dekken, bijvoorbeeld door een vergissing, verspreking of misverstand. Oneigenlijke rechtspraak. Voluntaire jurisdictie. Ongeschreven recht. Recht dat niet door de wetgever of de rechter in het leven is geroepen, maar wel algemeen als geldend recht wordt erkend, bijvoorbeeld gewoonterecht en bepaalde verkeersopvattingen. Onherroepelijke beslissing. Rechterlijke beslissing waartegen geen gewoon rechtsmiddel meer openstaat. Onrechtmatige daad. Een handelen
of nalaten dat inbreuk maakt op een anders recht, of in strijd is met des
daders rechtsplicht of indruist, hetzij tegen de goede zeden, hetzij tegen
de zorgvuldigheid welke in het maatschappelijk verkeer betaamt ten aanzien
van een anders persoon of goed. Uit de onrechtmatige daad vloeit een verbintenis
voort: het recht van de schuldeiser op een schadevergoeding, en de verplichting
van de schuldenaar om deze te voldoen. De rechtsbetrekking tussen schuldenaar
en schuldeiser wordt in dit geval omschreven als aansprakelijkheid uit
onrechtmatige daad.
Ontbinding van het huwelijk. Een huwelijk wordt ontbonden door de dood, echtscheiding of een rechterlijk vonnis na scheiding van tafel en bed, of door vermissing van één der echtgenoten gedurende vijf, drie of één jaar en het daarop volgend huwelijk van de achtergebleven echtgenoot met toestemming van de rechter. Het eerste huwelijk wordt dus niet ontbonden door de toestemming van de rechter om te hertrouwen, maar door het daadwerkelijk sluiten van het volgende huwelijk. Onteigening. Het ten algemene nutte ontnemen van enig goed ten behoeve van de overheid tegen schadeloosstelling en onder rechterlijke tussenkomst. Onterving. Het uitsluiten van een erfgenaam van de nalatenschap. De erflater is hiertoe bevoegd, mits de legitieme portie niet wordt aangetast. Ontheffing van het ouderlijk gezag. Dit is mogelijk wanneer een ouder ongeschikt of onmachtig is om de plicht tot verzorging en opvoeding van een kind te vervullen. De ontheffing heeft, in tegenstelling tot ontzetting uit het ouderlijk gezag, geen afkeurend karakter. De rechter draagt het gezag doorgaans op aan een gezinsvoogdij-instelling. De ontheffing wordt voor onbeperkte tijd uitgesproken, maar ouders kunnen de rechter wel vragen om in het gezag te worden hersteld. Ontnemingsvordering. Vroeger bekend als `pluk-ze'-actie. Door het BOOM gecoördineerde actie die tot doel heeft het afnemen van door misdaad verkregen vermogens van criminelen. De maatregel kan alleen worden opgelegd in geval van veroordeling, dus niet bij vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging, en evenmin bij schuldigverklaring zonder oplegging van straf. Hij kan tezamen met straffen en met andere maatregelen worden opgelegd. Zie ook BFO en CABB. Ontoerekeningsvatbaarheid. Hiervan is sprake wanneer een persoon in zodanige toestand verkeert dat hem zijn daden niet kunnen worden aangerekend. Zie Toerekeningsvatbaarheid en Verminderde toerekeningsvatbaarheid. Ontslag van rechtsvervolging. Dit volgt wanneer de rechter het ten laste gelegde strafbare feit wel bewezen acht, maar er sprake is van een strafuitsluitingsgrond. Zie ook Vrijspraak. Ontslagrecht. De rechtsregels die betrekking hebben op de ontbinding van arbeidsovereenkomsten. Ontsnappen. Iemand die op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van de vrijheid is beroofd en zichzelf bevrijdt is deswege niet strafbaar. Wel kan eventueel daarbij gepleegde vernieling, mishandeling en dergelijke tot strafbaarheid leiden. Iemand die een gevangene helpt ontsnappen is wel strafbaar. Onttrekking aan het verkeer. Maatregel die ten doel heeft om voorwerpen die niet slechts in handen van de delinquent, maar in handen van het publiek algemeen gevaarlijk zijn, uit de circulatie te nemen. Zie ook Inbeslagname en Verbeurdverklaring. Ontuchtige handelingen. Handelingen die het geslachtsverkeer betreffen, met wellustige bedoelingen geschieden en in het algemeen het zedelijkheidsgevoel krenken. Ontvankelijk. De rechter verklaart de officier van justitie ontvankelijk wanneer hij op grond van de tenlastelegging en/of naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting de geldigheid van de dagvaarding en/of zijn bevoegdheid tot kennisneming van het ten laste gelegde feit niet bestrijdt. Zie ook Niet ontvankelijk. Ontvoering en gijzeling. Opzettelijke en wederrechtelijke vrijheidsberoving. Ontvoering is verborgen vrijheidsberoving (de verblijfplaats van de ontvoerde is onbekend). Gijzeling is openlijke vrijheidsberoving (de verblijfplaats van de gegijzelde is bekend). Men onderscheidt geplande gijzeling en gelegenheidsgijzeling. Ontzegging van het recht op omgang. Een ouder kan de rechter vragen om de andere ouder het recht op omgang met het kind te ontzeggen. De rechter doet dit alleen als de omgang ernstig nadeel oplevert voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, de ouder ongeschikt of niet in staat is tot omgang met het kind, het kind twaalf jaar of ouder is en zelf ernstig bezwaar heeft tegen de omgang met de ouder, of de omgang om andere redenen in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Ontzetting uit het ouderlijk gezag. Rechterlijke ontneming van het gezag over minderjarige kinderen. Dit is mogelijk wanneer de rechtbank dit in het belang van de kinderen acht, op grond van misbruik van het ouderlijk gezag of grove verwaarlozing van één of meer kinderen, slecht levensgedrag, onherroepelijke veroordeling voor bepaalde delicten, het veronachtzamen van de aanwijzingen van de gezinsvoogd, of vrees voor verwaarlozing van de belangen van het kind, doordat de ouder het kind terugeist of terugneemt van de anderen die het kind verzorgen. De rechter draagt het gezag doorgaans op aan een gezinsvoogdij-instelling en geeft het gezag pas weer aan de ouders terug wanneer hij ervan overtuigd is dat zij het kind weer goed kunnen verzorgen en opvoeden. Zie ook Ontheffing van het ouderlijk gezag. Onwaardigheid. Toestand die optreedt wanneer bijvoorbeeld een erfgenaam de erflater om het leven heeft gebracht. De erfgenaam verliest daardoor zijn rechten op de gehele of evenredig deel van de nalatenschap. Onwettig kind. Elk kind dat niet door geboorte, wettiging of adoptie de status van wettig kind heeft ontvangen. Elk kind wordt door geboorte wettig wanneer het tijdens het huwelijk of uiterlijk 306 dagen na de ontbinding van het huwelijk wordt geboren. Is in het laatste geval de moeder hertrouwd, dan heeft het kind de tweede echtgenoot tot vader. Is de moeder niet hertrouwd, dan heeft het kind de vroegere echtgenoot als vader. OOB. Onderafdeling Opsporing en Bijstand, afdeling van het Ministerie van Justitie. Openbaarheid van het rechtsgeding.
Een der hoofdbeginselen van het Nederlands procesrecht. In het belang van
de openbare orde en de zedelijkheid kan de rechter echter bevelen dat de
zitting met gesloten deuren zal worden gehouden.
Openbaar testament. Testament opgemaakt ten overstaan van een notaris (openbaar ambtenaar), in tegenwoordigheid van twee getuigen, die met de erflater het testament ondertekenen. Openbare aanklager. Aanklager. Openlijke geweldpleging. Het plegen van openlijk geweld met verenigde krachten tegen personen of goederen. De straf wordt verhoogd wanneer de dader opzettelijk goederen vernielt, het geweld enig lichamelijk letsel ten gevolge heeft, het geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft of het geweld de dood ten gevolge heeft. Opheffing gemeenschap van goederen. Maatregel ter beëindiging van tussen echtgenoten bestaande algehele gemeenschap van goederen. Dit kan door één der echtgenoten worden gevorderd wanneer de andere echtgenoot de goederen verspilt. Oplichting. Het bewegen van iemand tot het aangaan van een schuld of het tenietdoen van een schuld, hetzij door het aannemen van een valse naam of valse hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, met het oogmerk om zichzelf of een ander wederrechtelijk te bevoordelen. Opportuniteitsbeginsel. Beginsel volgens welke het openbaar ministerie zelf beslist of in een bepaald geval al dan niet zal worden vervolgd, in tegenstelling tot het legaliteitsbeginsel. Het OM kan op gronden van algemeen belang van vervolging afzien. De belanghebbende (benadeelde) kan daarover zijn beklag doen bij het gerechtshof. Het OM is verplicht de belanghebbende omtrent dit recht in te lichten. Opposant. Partij die in verzet komt. OPS. Geautomatiseerd opsporingsregister. Opsporingsambtenaar. Elk der personen die met de opsporing van een strafbaar feit zijn belast. Opsporingsregister. Zie ook Gesignaleerden. Opzettelijk. Willens en wetens. Orde van advocaten. De gezamenlijke advocaten die in Nederland zijn ingeschreven. De orde is gevestigd te Den Haag en aan het hoofd staat een raad van negen leden, met een deken als voorzitter. Oslo-confrontatie. Keuzeconfrontatie. OT. Observatieteam. OTS. Ondertoezichtstelling. OTT. Onderzoek ter terechtzitting. Ouderlijk gezag. Het geheel van bevoegdheden en verplichtingen van ouders ten opzichte van de persoon en het vermogen van het kind. Het ouderlijk gezag eindigt door het meerderjarig worden van het kind, het overlijden van de ouders of de ontheffing van of ontzetting uit het ouderlijk gezag van beide ouders. Zie ook Voogdij. OV. Onvoorwaardelijke veroordeling. Overeenkomst. Wilsovereenstemming
tussen twee of meer partijen, gericht op het doen ontstaan, wijzigen of
tenietgaan van verbintenissen. Een overeenkomst kan mondeling of schriftelijk
worden gesloten.
Overpad. Zie Recht van overpad. Overrompeling. Verhoortechniek waarbij de verhoorder zich laat leiden door zaken als de (schrik)reactie van de verdachte bij diens aanhouding, de algehele situatie van het moment, de houding van de verdachte in het algemeen. Wanneer de overrompeling leidt tot een bekentenis, dient deze terstond op papier te worden gezet. OvJ. Officier van Justitie.
P.Paardensprong. Term uit het aansprakelijkheidsrecht. Wanneer een contractspartij de aansprakelijkheid voor zijn ondergeschikten heeft uitgesloten, kan zo'n ondergeschikte zich eveneens op deze uitsluiting beroepen. . Pacht. Overeenkomst tot ingebruikneming van agrarische eigendommen. Voor de pachtovereenkomst is goedkeuring van de Grondkamer nodig. Pand. 1. Zakelijk recht op iemands anders roerend goed om daarop bij voorrang een vordering te verhalen. 2. Het in pand (1) gegeven voorwerp. Parate executie. Het recht om de
goederen van een schuldenaar die in gebreke blijft zonder voorafgaand rechterlijk
vonnis in het openbaar, naar plaatselijk gebruik, te verkopen. De pandhouder
heeft dit recht krachtens de wet, maar de hypotheekhouder moet het bedingen.
Parketpolitie. Parketwacht. Parketstandje. Officiële waarschuwing van de officier van justitie aan het adres van een verdachte. Parketwacht. Politiedienst belast met hulp- en ordediensten op het parket. Parketwachter. Politiebeambte werkzaam bij de parketwacht. PD. Plaats delict; in engere zin de plaats waar het delict zich feitelijk heeft afgespeeld. (Bijvoorbeeld: `PD: hoek Amstelstraat-Rembrandtsplein.') In ruimere zin al die plaatsen waar sporen van het misdrijf kunnen worden aangetroffen. Pendos. Penitentiair dossier van individuele gedetineerden en preventief gedetineerden. Penitentiair recht. Het recht met betrekking tot straffen en maatregelen. Men onderscheidt volwassenenstrafrecht en kinderstrafrecht. Penologie. De leer van de straffen, de strafoplegging en de toepassing van gerechtelijke straffen. De taak van de penologie is onder meer het aanleveren van oplossingen aangaande de optimalisering van het strafrechtelijk systeem. In Nederland wordt de penologie doorgaans beschouwd als een deelwetenschap van de criminologie. Pensioenrechten bij scheiding. Zie Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Persofficier (van justitie). Officier van justitie die optreedt als voorlichter van het openbaar ministerie. Personaliteitsbeginsel. Ook: actief nationaliteitsbeginsel. Het beginsel dat de regels omtrent de persoon worden beheerst door het rechterlijk stelsel van het land van zijn herkomst. Het Nederlandse strafrecht volgt Nederlanders waar ze ook gaan, met betrekking tot elk misdrijf naar Nederlands recht, begaan door een Nederlander waar ook ter wereld. De reden hiervan is dat Nederland geen Nederlanders uitlevert aan andere staten. Personenrecht. Het geheel van rechtsregels betreffende de hoedanigheden en bevoegdheden van personen, grotendeels gepubliceerd in Boek I van het Burgerlijk Wetboek. Persoon. Drager van rechten en plichten, te onderscheiden in natuurlijk persoon en rechtspersoon. Persoonlijke levenssfeer. Privacy. Persoonlijkheidsrecht. Het recht op leven, gezondheid, vrijheid en eer (Verdrag van Rome, artikel 2 e.v.). Persoonsregistratie. Zie Wet
persoonsregistraties.
PG. Procureur-Generaal. PIBB. Plaatsing in een Inrichting voor Buitengewone Behandeling. Maatregel in het kinderstrafrecht, te vergelijken met de TBS van volwassenen. PID. Politie Inlichtingendienst.
Piketadvocaat. Advocaat met piketdienst. Meteen nadat een verdachte inverzekering is gesteld, krijgt hij van overheidswege een advocaat toegewezen, de zogenaamde piketadvocaat. De advocaat komt de verdachte bezoeken op het politiebureau en overlegt met hem over de feiten waarvan hij wordt verdacht. De advocaat kan op dat moment alleen uitgaan van de verklaring van de verdachte, aangezien de advocaat in deze fase van het onderzoek in het algemeen nog geen dossier in handen heeft. De advocaat wijst de verdachte in het gesprek op zijn rechten en plichten, waaronder wederom het recht om te zwijgen. In plaats van de van overheidswege toegewezen advocaat, kan de verdachte ook zelf een advocaat kiezen, de zogenaamde "voorkeurspiketadvocaat". Piketofficier. Officier van justitie met piketdienst. Pikmeer-arrest. Verscherping van het Volkel-arrest. Het Pikmeer-arrest sluit de overheidsdienaar die de wet overtreedt uit van vervolging, zolang hij optreedt uit hoofde van zijn functie, tenzij specifieke wetsartikelen (m.b.t. corruptie enz.) op het delict van toepassing zijn. Pit. Zwaailicht. Pitwagen. Politieauto voorzien van vast zwaailicht. `Heeft u nog een pitwagen bij de hand, HB?' PIW'er. Bewaarder/penitentiair inrichtingswerker. Plaats delict. PD. Plaatsopneming. Zie Gerechtelijke plaatsopneming. Plagiaat. Diefstal van intellectueel eigendom. Zie ook Auteursrecht en Wet op de Naburige Rechten. Pleegkind. De minderjarige beneden de leeftijd van 18 jaar die bij anderen dan zijn ouders, voogd of bloed- en aanverwanten tot en met de derde graad wordt verzorgd en opgevoed. Pleidooi. Pleitrede door een advocaat gehouden ten behoeve van zijn cliënt, voor een rechtsprekende instantie, zowel in het civielrechtelijk als in het strafproces. In het strafproces komt het pleidooi van de verdediging na het requisitoir van het openbaar ministerie. Dit kan zich nog herhalen door middel van het repliek van de officier van justitie en het dupliek van de advocaat. Zie ook Laatste woord. Pleitnota. Al dan niet beknopte schriftelijke weergave van het pleidooi met vermelding van geciteerde jurisprudentie en literatuur. `Pluk-ze'-actie. Verouderde benaming voor ontnemingsvordering. PMI. Politie Management Instituut.
POI. Penitentiaire Open Inrichting. Open gevangenis waarin de beveiliging beperkt is en het regiem mild. Politie. Overheidsdienst belast
met de opsporing van strafbare feiten, handhaving van de openbare orde
en hulpverlening aan hulpbehoevenden.
Politierechter. Enkelvoudige kamer
bij de arrondissementsrechtbank, aangewezen voor de behandeling van eenvoudige
strafzaken. De politierechter kan maximaal zes maanden gevangenisstraf
opleggen.
Post hoc, ergo propter hoc (l). Daarna en derhalve daarom (temporeel verband ten onrechte tot causaal verband gemaakt). Potior est conditio possidentis (l). De bezitter bevindt zich in de meest gunstige situatie. Pp. Partijen. Preferentie. Het bevoorrecht zijn boven andere schuldeisers. Prejudicieel. Te beslissen alvorens de berechting van de hoofdzaak kan plaatsvinden. Een prejudiciële vraag is een rechtsvraag van een rechter aan een hoger gerecht (bijvoorbeeld van de Hoge Raad der Nederlanden aan het Hof van Justitie van de Europese Unie), betreffende de uitleg van een rechtsregel. Hangende de behandeling van die vraag bij de hogere rechter, wordt de procedure voor de lagere rechter geschorst. De lagere rechter zal na de prejudiciële uitspraak zelf ook uitspraak doen met toepassing van de prejudiciële uitspraak. De hogere rechter beslist dus slechts over de gestelde rechtsvraag en doet niet zelf uitspraak. Premisse. Argument. Zie Deductieve logica. President. 1. Functieomschrijving van de voorzitter van een gerechtelijke kamer; degene die het onderzoek op de terechtzitting leidt. Dat hoeft naar rang geen president of vice-president te zijn. 2. Rang van een rechter. Pressieverbod. Verbod dat inhoud dat een verdachte niet tot een bekentenis mag worden gedwongen. Hij moet in vrijheid kunnen verklaren. Prestatie. Voorwerp der verbintenis; datgene waartoe een schuldenaar krachtens een verbintenis verplicht is. Presteren. Het verrichten van een prestatie. Presumptie. Rechtsvermoeden. Bij een presumptie is de wetgever in dubio t.a.v. het bestaan van een bepaald feit. Door het gebruik van een presumptie wordt het gebrek aan informatie verholpen; de wetgever neemt het bestaan van het feit eenvoudig aan. Zie Onschuldpresumptie. Preventie. Zie ook Generale preventie en Speciale preventie. Preventieve hechtenis. Voorarrest. Primaire arbeidsvoorwaarden. Hieronder worden voornamelijk zaken als arbeidsduur, loon en vakantieaanspraken verstaan. Zie ook Secundaire arbeidsvoorwaarden. Principaal beroep. Oorspronkelijk beroep van appellant. Wordt zo genoemd wanneer incidenteel beroep is ingesteld. (Ten) principale. Als de Hoge Raad na vernietiging van de bestreden uitspraak de zaak zelf afdoet in plaats van naar een lagere rechter te verwijzen, doet hij recht ten principale. Prisonisatieverschijnselen. Hevige depressies, sterke apathieën en gevoelens van (zelf)vervreemding. Deze psychische stoornissen komen voor bij langgestraften. Privaatrecht. Burgerlijk recht. Privacy (e). Het recht op een persoonlijke levenssfeer, rust, vrijheid van de hinder van anderen. Daartoe zijn strafbepalingen in de wet opgenomen, bijvoorbeeld ten aanzien van het afluisteren van gesprekken, de publikatie van foto's van personen en de geautomatiseerde registratie van persoonsgegevens. Procedure. Rechtsgeding in civielrechtelijke, strafrechtelijke of bestuurszaken. Proces. Twistgeding; rechtsgeschil dat door partijen bij de rechterlijke macht aanhangig is gemaakt en de behandeling daarvan door de rechterlijke macht. Proceskosten (c). De salarissen van advocaten en procureurs, de noodzakelijke gerechtskosten, griffierechten, kosten van getuigen en deskundigen enz. De verliezende partij wordt doorgaans veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de tegenpartij. Dit noemt men een proceskostenveroordeling. Procesrecht. Het geheel van rechtsregels omtrent het instellen van rechtsvorderingen en de tenuitvoerlegging van vonnissen en beschikkingen. Proces-verbaal. 1. Bekeuring. Akte van een opsporingsambtenaar betreffende de vaststelling van een overtreding. 2. Ambtelijk verslag van een terechtzitting, opgemaakt en ondertekend door de griffier en ter vaststelling mede ondertekend door een van de rechters. 3. Authentiek verslag door de daartoe bevoegde ambtenaren opgemaakt van huiszoekingen, van het binnentreden van woningen, inbeslagnemingen enz. Procureur. Vertegenwoordiger van een procespartij in civielrechtelijke zaken. Een procureur is verplicht voorgeschreven in alle civielrechtelijke zaken, behalve bij de kantongerechten en in het kort geding. Een advocaat is meestal tevens procureur binnen het arrondissement waarin hij zijn praktijk uitoefent. Procureur-Generaal (PG). Vertegenwoordiger van het openbaar ministerie bij de Hoge Raad en de gerechtshoven. De procureurs-generaal zijn niet alleen verantwoordelijk voor de uitvoering van het strafrechtelijk beleid in hun ressort, zij stellen ook in grote lijnen het landelijk beleid vast. De procureur-generaal bij de Hoge Raad kan niet worden afgezet, in tegenstelling tot de overige functionarissen van het OM, omdat hij een bijzondere taak kan hebben bij het vervolgen van ambtsdelicten, dus ook van de eventuele ambtsdelicten van de minister van justitie. Prodeaan. Iemand die vergunning
heeft gekregen om tegen verminderd tarief te procederen.
Propter veritatem et iustitiam (l). Omwille van de waarheid en gerechtigheid. Prorogatie. 1. Het brengen van een
geschil voor een andere rechter dan degene voor wie het eigenlijk moet
worden gebracht. 2. Het afstand doen van één trap van rechtsbedeling,
door een geschil dat vatbaar is voor beroep aan een gerechtshof en waarin
dading of compromis kan plaatshebben, reeds terstond aan dat hof te onderwerpen.
Er wordt dus een lagere rechter overgeslagen.
Provocateur. Type informant dat anderen uitlokt een of meer misdrijven te plegen en betrokkenen vervolgens aan de politie verraadt. Hij handelt doorgaans uit winstbejag. Zodra iemand als provocateur wordt ontmaskerd, wordt het contact met de politie onmiddellijk verbroken. PSC. Penitentiair Selectiecentrum. Pseudokoper. Politiefunctionaris die zich bijvoorbeeld voordoet als iemand die drugs wil kopen, met het doel de dealer op heterdaad te betrappen, of op deze wijze te infiltreren. In Nederland geïntroduceerd door commissaris G.J. Toorenaar (1925-1994). Omstreden vorm van uitlokking. Voor pseudo-dienstverlening gelden dezelfde regels als voor pseudo-koop Zie ook Tallon-arrest. Publiekrecht. Het recht dat de betrekkingen tussen de burgers en de overheid regelt. Zie ook Burgerlijk recht. Het publiekrecht omvat het staatsrecht, het administratief recht, het strafrecht, het strafprocesrecht en het volkenrecht. PV. Proces-verbaal. PW. Politiewet.
QQui succedit in locum, succedit in ius (l). Wie iemand in een functie opvolgt, neemt ook diens rechten over.Quod non est in actis, non est in
mundo (l). Wat in de processtukken niet voorkomt, komt in de wereld
niet voor (geldt als niet-bestaand).
RRaadkamer. 1. Het vertrek waar de rechterlijke colleges beraadslagen. 2. Het college dat zich tijdens een rechtsgeding voor beraad heeft teruggetrokken. 3. De beraadslaging van voornoemd college (is geheim). Zie ook Afdoen in raadkamer.Raadsheer. Lid van de Hoge Raad of van het Gerechtshof. Raadsman. 1. Advocaat werkzaam in strafzaken tot bijstand van een verdachte. De vrouwelijke advocaat wordt raadsvrouwe genoemd. 2. Elke persoon die iemand bijstaat in een zaak waarin vertegenwoordiging per procureur niet is vereist. Raadsvrouwe. 1. Advocate werkzaam in strafzaken tot bijstand van een verdachte. 2. Zie raadsman (2). Raad van Beroep. Administratiefrechtelijk college belast met de beslechting van geschillen inzake de sociale verzekeringszaken en ambtenarenzaken. Zie ook Centrale Raad van Beroep. Raad van Discipline. College dat zich bezighoudt met de tuchtrechtspraak van de advocatuur. Tegen een uitspraak van de Raad kan in beroep worden gegaan bij het Hof van Discipline. Raad voor de Kinderbescherming. Overheidsinstelling ten dienste van de kinderbescherming, in 1954 ingevoerd als opvolger van de voogdijraad. De Raad voor de Kinderbescherming brengt advies uit aan de Kinderrechter. Zie ook Ondertoezichtstelling, Ontheffing van het ouderlijk gezag, Ontzetting uit het ouderlijk gezag en Vicieuze cirkel van het kinderrecht. Raad voor Rechtsbijstand. Raad, bestaande uit ten minste drie advocaten, benoemd door de rechtbank. Elk arrondissement heeft zo'n raad, die als hoofdtaak het toevoegen van een advocaat aan onvermogenden heeft en bepaalt of mensen in aanmerking komen voor door de overheid gefinancierde rechtsbijstand. Advocaten die toegevoegde zaken willen behandelen, dienen zich in te schrijven bij hun Raad voor Rechtsbijstand. Zie ook Toevoeging. Raamwet. Ook: kaderwet. Wet die slechts het raam of kader aangeeft, maar de verdere uitwerking aan nadere regeling bij verordening of algemene maatregel van bestuur overlaat. RAC. 1. Rijksautomobielcentrale. 2. Recherche Advies Commissie. Raio. Rechterlijke ambtenaar in opleiding. Rb. Rechtbank. RC. Rechter-commissaris. RCID. Regionale Criminele Inlichtingendienst.
Zie ook NCID.
Rechercheur. Ook: "rus". Politiebeambte die werkzaam is bij de afdeling recherche. In Nederland is rechercheur geen rang, maar een functie. `De rechercheur is hoofdagent Van Hattem.' Niet elke politie-ambtenaar in burger is rechercheur. Zie Burgerpot. Recht. Het geheel van wettelijke
voorschriften die de belangen van de bevolking moeten waarborgen.
Rechter-commissaris. Rechter die onder meer als taak heeft: 1. Het naar aanleiding van een vordering van het openbaar ministerie instellen van een gerechtelijk vooronderzoek en het bevelen van inbewaringstelling van de verdachte. 2. Het bij een faillissement toezicht houden op en leiding geven aan het beheer en de vereffening door de curator. 3. Het verhoor van getuigen bij het tussenvonnis in een civiele procedure, op eenparig verzoek van partijen. Rechterlijk bevel tot betaling. Bevel dat op verzoek van de schuldeiser die een geldbedrag te vorderen heeft kan worden uitgevaardigd door de kantonrechter, wanneer de vordering voortkomt uit een overeenkomst, direct opeisbaar is en het bedrag niet groter is dan ƒ 1500,-. Rechterlijke macht. Eén van de drie machten van de staat; de andere twee zijn de wetgevende macht en de uitvoerende macht. Zie Trias politica. Rechterlijke organisatie. De organen die met de rechtspraak zijn belast: kantongerecht, arrondissementsrechtbank, gerechtshof en Hoge Raad. Rechterlijk pardon. Hierbij veroordeelt de rechter een verdachte zonder een straf op te leggen. Rechtsgebied. 1. Het district van een rechterlijke instantie. 2. Het geheel van regels betreffende een hoofdonderdeel van het recht en de toepassing daarvan. Rechtshandeling. Handeling verricht met de bedoeling bepaalde rechtsgevolgen in het leven te roepen, bijvoorbeeld koop, waarbij het rechtsgevolg is dat een zaak van eigenaar wisselt, dat de ene partij iets moet leveren en de andere partij daar iets voor moet betalen. Rechtsingang. De op de voorgeschreven wijze bij de rechter aanhangig maken van een procedure door dagvaarding of rekest. Rechtsmiddelen. 1. De argumenten die door een procespartij worden aangevoerd. 2. De wijzen waarop men tegen een gewezen vonnis kan opkomen. `Welke rechtsmiddelen staan er nog voor mij open?' Rechtspersoon. Organisatie die als rechtspersoon staat geregistreerd, bijvoorbeeld NV, BV, vereniging, stichting, kerkgenootschap. De staat, de provincies, de gemeenten en andere overheidsorganisaties zijn publiekrechtelijke rechtspersonen; bedrijven, verenigingen enz. zijn privaatrechtelijke rechtspersonen. Zie ook Natuurlijk persoon. Rechtspositie. 1. (a) De verhouding tussen werkgever en werknemer vanuit juridisch gezichtspunt. 2. (o) De arbeidsverhouding tussen de overheid en zijn personeel. Rechtspraak. De van staatswege geschapen organisatie tot het behandelen en be‰indigen van rechtsgeschillen. Rechtssubject. Ieder persoon die rechten en plichten kan hebben, dus rechtsbevoegd is. Rechtvaardigingsgrond. Vorm van strafuitsluitingsgrond, bijvoorbeeld in geval van noodweer, wettelijk voorschrift of ambtelijk bevel. Bijzondere omstandigheid die het wederrechtelijk karakter van de wetsovertreding doet wegvallen. Leidt daarom tot ontslag van rechtsvervolging. Recht van overpad. Erfdienstbaarheid die de rechthebbende van het erf de bevoegdheid geeft om te voet over het land van een ander te gaan. Recidive. Hiervan is sprake wanneer er door één persoon meerdere strafbare feiten zijn begaan, welke gescheiden zijn door minstens één veroordeling. Vorm van meerdaadse samenloop, met dit verschil dat bij de meerdaadse samenloop geen veroordeling tussen het plegen van de delicten heeft plaatsgevonden. Recidivist. Iemand die na zijn straf
weer strafbare feiten pleegt.
Reconventie. Tegeneis. Zie Eis in reconventie. Redressie. Een van de doelstellingen van het strafrecht. Een vorm van preventie die in feite niet gericht is op het voorkomen van misdaden of recidive, maar op het onderbreken van delicten die al plaatsvinden. Iemand die dagelijks met een grote hoeveelheid alcohol in het bloed de maximumsnelheid overtreedt maar nog nooit is gepakt, is immers geen potentiële delinquent ( generale preventie), maar een feitelijke delinquent. Door bekend te maken dat er dagelijks snelheidscontroles en alcoholcontroles op de weg plaatsvinden, waarbij wordt vermeld welke straffen de daders krijgen, bestaat de mogelijkheid dat het strafbare gedrag zal worden gestaakt. Reductio ad absurdum (l). Het herleiden (van een argument) tot het ongerijmde. Reële executie. Tenuitvoerlegging
van een vonnis gericht op het afdwingen van een bepaalde prestatie,
met behulp van de politie. Wanneer dit niet mogelijk is (kun je iemand
dwingen een muurtje te metselen?) kan gijzeling (2) of het opleggen
van een dwangsom uitkomst brengen.
Rekest. Verzoekschrift gericht tot het bevoegde rechterlijke of bestuurlijke gezag. Arbeids- en huurkoopgeschillen kunnen door het indienen van een verzoekschrift bij de griffier van het kantongerecht aanhangig worden gemaakt. Echtscheiding kan door de echtgenoten gezamenlijk per rekest aanhangig worden gemaakt bij de rechtbank, maar wanneer het initiatief daartoe uitgaat van één der echtgenoten, moet dagvaarding plaatsvinden. Rekest civiel. Verzoek tot herziening van een vonnis gewezen in een civielrechtelijke zaak waartegen geen gewoon rechtsmiddel (2) meer openstaat. Relatieve bevoegdheid. De bevoegdheid van een rechterlijke macht om in deze plaats en in deze situatie over een bepaalde zaak te oordelen. Zie ook Absolute bevoegdheid. Remotis arbitris (l). Na verwijdering van de getuigen. Renvooi-proces. Geding over een geschil tussen de rechter-commissaris en een schuldeiser tijdens de verificatie in een faillissement. Repliek. Zie Conclusie van repliek.
Zie ook Pleidooi.
Requirant. Ook: verzoeker tot cassatie. Eiser in cassatie. Requisitoir (s) (spreek uit: rekwisitoor). Verhandeling van de officier van justitie, waarin hij het bewijs samenvat en dat uitmondt in het mondeling en schriftelijk vorderen van een bepaalde straf (de eis). Na het requisitoir is de verdediging aan de beurt. Zie Pleidooi. Resocialisatiebeginsel. Het beginsel dat de tenuitvoerlegging van de straf mede dienstbaar wordt gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer van gedetineerden in het maatschappelijk leven. Ressort. Ook: hofressort. Rechtsgebied. Drie of vier arrondissementen samen vormen een ressort. In ieder ressort bevindt zich één Gerechtshof. Restrictieve interpretatie. Krappe, beperkende uitleg en hantering van een rechtsregel. Zie ook Interpretatie. Revindicatoir beslag. Beslag gelegd op een goed door hem die recht heeft tot opeising van eigendom dat zich onder een ander bevindt. Revisie. Herziening. 1. Rechtsmiddel in civielrechtelijke zaken tegen arresten door de Hoge Raad in eerste instantie gewezen. Wordt ingesteld bij de Hoge Raad. 2. Buitengewoon rechtsmiddel in strafzaken tegen een in hoogste instantie gewezen vonnis of arrest. Wanneer de Hoge Raad revisie mogelijk acht, dan wordt de zaak naar een gerechtshof verwezen dat nog niet eerder over de zaak geoordeeld heeft. Rigor mortis. Lijkstijfheid. Rijden onder invloed. Het besturen
of doen besturen van een voertuig onder invloed van alcohol of een andere
bedwelmende stof.
Rippen. 1. Beroven. 2. Het beroven van de ene crimineel door de andere. RO. Wet op de Rechterlijke Organisatie. R.o. Rechtsoverweging. Roerende zaken. Zaken die zich kunnen verplaatsen of verplaatst kunnen worden, in tegenstelling tot onroerende zaken. Verwarrend begrip, want hoe zit dat met een stacaravan of een woonboot? Waar ligt de grens? Rol. Agenda waarop alle door de rechtbank te behandelen zaken ter rolzitting genoteerd staan. Rolrechter. Zie Rolzitting. Rolzitting. Zitting van een enkelvoudige kamer van het gerecht waarop zaken aanhangig worden gemaakt, stukken worden overlegd, uitstel wordt gevraagd, het verloop van de zaken wordt bijgehouden, uitspraken worden gedaan enz. Tijdens een rolzitting staat de rolrechter niet toe dat er wordt gepleit. Bij het aanhangig maken van een zaak krijgen in persoon verschenen gedaagden te horen dat zij schriftelijk mogen reageren ( Conclusie van antwoord). Roofmoord. Gekwalificeerde doodslag. Roofoverval. Diefstal met geweldpleging. Roosendaal-methode. Methode waarbij ongewenste vreemdelingen in Roosendaal op de sneltrein naar België worden gezet. (Tussen Roosendaal en Antwerpen stopt de trein niet meer.) Runnen. Het begeleiden van een infiltrant of informant. Runner. Ook: contactambtenaar. De overheidsdienaar die zich bezighoudt met runnen. Aan de runner worden hoge eisen gesteld. Hij dient in het algemeen een ervaren rechercheur te zijn, over goede contactuele eigenschappen te beschikken, over een grote dosis mensenkennis te beschikken, sterk relativerend, nuchter en logisch te kunnen denken, en stabiel te zijn. Een informant wordt doorgaans begeleid door twee contactambtenaren. Dit heeft onder meer als voordeel een betere bescherming van de individuele politieambtenaar en een zekere continuïteit van de informatie. Rv. Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. RVV. Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Rvv. Rechtsvervolging. RWI. Rijkswerkinrichting.
SSAC. Selectie-adviescommissie.Samenloop. Dit doet zich voor wanneer een feit in meer dan één strafbepaling valt (eendaadse samenloop), wanneer meerdere feiten als één voortgezette handeling moeten worden beschouwd (meerdaadse samenloop), of wanneer meerdere, op zichzelf staande feiten gelijktijdig berecht worden. Zie ook Recidive. Samenspanning. Hiervan is sprake zodra twee of meer personen overeengekomen zijn om een misdrijf te plegen. Sanctie. Straf of maatregel.
Schadefonds Geweldsmisdrijven. Instelling die is opgericht om slachtoffers van geweldsmisdrijven een geldelijke uitkering te geven. Schadevergoeding. Vergoeding van
kosten en schaden in geval van onrechtmatige daad of wanprestatie.
Scheiding van tafel en bed. Dit kan slechts als er sprake is van duurzame ontwrichting. De gevolgen van scheiding van tafel en bed zijn dat het huwelijk niet wordt ontbonden, dat de gemeenschap van goederen wordt opgeheven, dat één van de ouders het ouderlijk gezag krijgt en dat de verplichting van echtgenoten om samen te wonen wordt opgeheven. Zie ook Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Schenking. Overeenkomst waarbij de schenker, bij zijn leven, om niet en onherroepelijk enig goed afstaat ten behoeve van de begiftigde die de schenking aanneemt. Schennis van de eerbaarheid. Zedendelict. Hieronder vallen alle seksuele handelingen die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn of waarvan een ander tegen diens wil getuige is. Zie ook Exhibitionisme. Schikking. Het vrijwillig betalen van een geldbedrag aan de bekeurende instantie (politietransactie), of het openbaar ministerie (OM-transactie), tengevolge waarvan wordt afgezien van vervolging. Zie ook Dading. Schotsporen. Een schotspoor is het door het projectiel (de kogel) veroorzaakte spoor. Dit spoor wordt bepaald door de volgende factoren: de standplaats van de schutter, de aard van het wapen (o.a. het kaliber), het doordringingsvermogen, de afstand tussen het vuurwapen en het getroffen object (vlucht, kogelbaan), de inschotopening, het schotkanaal en de uitschotopening. Schouw. 1. Gerechtelijke plaatsopneming. 2. Lijkschouwing. Schrijvende magistratuur. De griffier. Schuld. Zie Culpa en Dolus. Schuldbekentenis. Eenzijdige ondertekende verklaring waarin een geldschuld en de daaraan gekoppelde bedingen erkend worden. Schuldeiser. Hij die krachtens een
verbintenis een vorderingsrecht heeft tegen een schuldenaar.
Schulduitsluitingsgrond. Vorm van strafuitsluitingsgrond, bijvoorbeeld in geval van noodweerexces, gebrekkige ontwikkeling of geestesziekte bij de dader. Sectie. Lijkopening ter vaststelling
van de doodsoorzaak. De gerechtelijke sectie kan opheldering verschaffen
over een aantal voor het verdere onderzoek uitermate belangrijke zaken,
zoals de doodsoorzaak, het vermoedelijke tijdstip van overlijden, aard
en omvang van de verwondingen van het slachtoffer en de aard van het gebruikte
wapen.
Seponeren (s). Het niet- of niet verder vervolgen door het openbaar ministerie, krachtens het opportuniteitsbeginsel (beleidssepot), of omdat de beschikbare gegevens niet voldoende zijn voor een strafvervolging (technisch sepot). Het OM kan ook voorwaardelijk seponeren. Sepot. Het seponeren. Zie
ook Beleidssepot en Technisch sepot. Onder sepot wordt tevens
begrepen het vervolgen van een strafbaar feit als overtreding, terwijl
dat feit aanvankelijk gekwalificeerd was als misdrijf.
Slikker. Bodypacker. Smaad. Vorm van belediging waarbij men opzettelijk iemands goede naam en eer aantast door hem van een bepaald feit te beschuldigen, met de bedoeling om daaraan ruchtbaarheid te geven. Iemand kan niet voor smaad worden bestraft wanneer hij te goeder trouw mocht aannemen dat de beschuldiging waar was en dat het zijn plicht was om tot publikatie over te gaan. Smaadschrift. Smaad door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen. Smartegeld. Vergoeding van niet op geld waardeerbare immateriële schade. Wordt slechts in bepaalde gevallen door de rechter toegekend, en dan gaat het doorgaans - in vergelijking tot andere landen - nog om kleine bedragen. Smokkelen. Het heimelijk over de grens vervoeren van goederen, bijvoorbeeld om de invoerrechten te ontduiken. Vaak gaat het ook om goederen waarvoor een in- of uitvoerverbod geldt, bijvoorbeeld drugs en beschermde diersoorten. Snelrecht. Vorm van rechtspraak (doorgaans door de politierechter, bij misdrijven van eenvoudige aard) waardoor kort na de misdaad een vonnis kan worden opgelegd. Zie ook Supersnelrecht. SO. Slachtoffer. S. of v.t. Schending of verkeerde toepassing (in aanhef van een cassatie). Solvabiliteit. Hiervan is sprake
wanneer er voldoende vermogen is om aan de geldelijke
Souche (f). Vormspoor. In de criminalistiek wordt onder souche verstaan een scheiding van samenhang die ontstaat zodra een voorwerp door knippen, snijden, scheuren, breken enz. in twee of meer delen wordt gescheiden. Door samenvoeging en aanpassing van de stukken kan het voorwerp weer tot zijn oorspronkelijke vorm worden teruggebracht. De breuk-, scheur- of snijranden van de op elkaar aansluitende delen vormen de souche. Speciale preventie. Het voorkomen van recidive bij iemand die met justitie in aanraking is geweest. Een van de doelstellingen van het strafrecht. Zie ook Generale preventie. Sporen. Zie Biologische sporen,
Souche, Stille getuigen, Schotsporen, Voetsporen en Werktuigsporen.
Sr. Wetboek van Strafrecht. Staande houden. De politie mag iemand staande houden en vragen naar zijn naam, adres en identiteitsbewijs, maar alleen indien er tegen de persoon een redelijk vermoeden van schuld bestaat. Daarop hoeft niet te worden geantwoord, want niemand is verplicht om aan zijn eigen veroordeling mee te werken. Zie ook Arrestatie en Aanhouding. Staande magistratuur. De leden van het openbaar ministerie. Zie ook Zittende magistratuur. Staatsblad. Ambtelijke serie-uitgave
van wetten, algemene maatregelen van bestuur en bekendmakingen, bestemd
voor de officiële afkondiging daarvan. Zolang een wet niet in het
Staatsblad is afgekondigd, heeft zij geen rechtskracht.
Stockholm-syndroom. Het verschijnsel dat bij (sommige) gegijzelden positieve gevoelens ten opzichte van hun gijzelaars ontstaan en negatieve gevoelens ten opzichte van de autoriteiten. Straatschenderij. Het plegen van enige baldadigheid op of aan de openbare weg of een voor het publiek toegankelijke plaats tegen personen of goederen, waardoor gevaar of nadeel kan ontstaan. Straatverbod. Gerechtelijk verbod om zich in een bepaalde straat of buurt op te houden. Zie Gebiedsverbod. Straf. Bewust en opzettelijk toegebracht leed. Zie ook Doelstellingen van het strafrecht. Strafbaar feit. Menselijke gedraging die valt binnen de grenzen van een delictsomschrijving, wederrechtelijk is en aan schuld te wijten. Verreweg de meeste aan het licht komende strafbare feiten worden onder toepassing van strafprocessuele bevoegdheden buiten de rechter om afgedaan door de politie of het openbaar ministerie, al dan niet na toepassing van dwangmiddelen op de verdachte. Strafbepaling. Delictomschrijving en sanctienorm tezamen. Strafblad. Blad met gegevens over elk vonnis dat gewezen wordt, bestemd voor het strafregister. Een strafblad wordt na vier jaar verwijderd, tenzij er een nieuw strafblad is bijgekomen. Straffen (s). De straffen worden onderscheiden in hoofdstraffen en bijkomende straffen. Strafkorting. Korting op een sociale
uitkering, als sanctie op het niet naleven van de verplichtingen, bijvoorbeeld
wanneer de uitkeringsgerechtigde niet - of onvoldoende - heeft gesolliciteerd.
Strafregister. Persoonsregister van veroordelingen wegens misdrijven en overtredingen waarvoor hechtenis is opgelegd (van elke veroordeling een strafblad), gehouden aan de griffie van elke arrondissementsrechtbank. Dit register dient als basis voor de verklaring omtrent het gedrag. Zie ook Algemeen documentatieregister. Strafuitsluitingsgrond. Reden om bestraffing achterwege te laten, onderverdeeld in rechtvaardigingsgrond en schulduitsluitingsgrond. Strohalm-effect. Hiervan is sprake wanneer de verdachte of gedaagde (bijna) al zijn hoop op zijn advocaat vestigt, ook wanneer dit elke reële grondslag mist. Stropen. 1. Wederrechtelijk jagen en vissen. 2. Diefstal van hak- en sprokkelhout, landbouwprodukten, zand enz. Subsidiair. Zonodig te vervangen door, of in de plaats tredend van. Wanneer het OM moord subsidiair doodslag ten laste legt, dan dekt de OvJ zich in, want mocht hij moord niet kunnen bewijzen, dan kan de verdachte nog altijd wegens doodslag worden veroordeeld. Een boete van ƒ 250,- subsidiair vijf dagen hechtenis betekent dat de veroordeelde kan kiezen tussen het betalen van de boete of het uitzitten van vijf dagen hechtenis. Substituut-officier van justitie. Vervanger van de officier van justitie. Successierecht. Betaling verschuldigd
door ieder die krachtens erfrecht erft door het overlijden van iemand die
ten tijde van het overlijden binnen het Rijk der Nederlanden woonde.
Surséance van betaling. Opschorting
van betaling, door de rechter toegekend aan een schuldenaar die voorziet
dat hij nu niet kan betalen, maar na verloop van tijd wel. Tijdens de surséance
kan de schuldenaar niet tot betaling worden gedwongen.
SVR. Sociale Verzekeringsraad. Bestaat niet meer; is vervangen door de CTSV. Systematische interpretatie. Uitleg
of hantering van een rechtsregel aan de hand van de bouw van het rechtsstelsel
in zijn geheel. Zie ook Interpretatie.
TTaakstraf. Een taakstraf, vroeger `alternatieve sanctie' genoemd, kan worden opgelegd in plaats van een gevangenisstraf of (soms) een geldboete, en bestaat uit verplicht werken (werkstraf) of leren (leerstraf). Meerderjarigen komen voor een taakstraf in aanmerking wanneer zij een celstraf van een half jaar of korter kunnen verwachten. Iedere minderjarige komt in aanmerking voor een taakstraf.. Tableau (f). Landelijke lijst van advocaten, die wordt bijgehouden door de Orde van Advocaten. . Tallon-arrest. De verdachte mag niet worden gebracht tot andere handelingen dan die waarop zijn opzet reeds was gericht. Vastgelegd in Art. 126i van het Wetboek van Strafvordering. Zie ook Infiltratie. Tap. Technische voorziening waarmee
de telefoon kan worden afgeluisterd. `Kunnen wij een tapje krijgen?'
TEBI. Tijdelijk Extra Beveiligde Inrichting. Zie ook EBI. Technische recherche. TOD. Technisch sepot. Hiervan is sprake
wanneer de officier van justitie niet dagvaardt omdat een veroordeling
technisch niet haalbaar is. Zie ook Beleidssepot.
Tenlastelegging. Dit is de kern van de dagvaarding in het strafproces, het gedeelte waarin de officier van justitie vastlegt waarvan hij de verdachte beschuldigt. De officier van justitie moet dat wat hij de verdachte ten laste legt bewijzen en de rechter mag alleen beslissen op grond van de tenlastelegging. Het ten laste gelegde feit moet corresponderen met een wettelijke strafbepaling, op straffe van inwendige nietigheid. Zie ook Cumulatieve tenlastelegging en Negatief-wettelijk bewijsstelsel. Tenuitvoerlegging (s). De tenuitvoerlegging
(executie) van rechterlijke beslissingen geschiedt op last van het openbaar
ministerie bij het gerecht dat de beslissing heeft gegeven. Een beslissing
mag in principe niet ten uitvoer worden gelegd zolang daartegen nog enig
gewoon rechtsmiddel openstaat. Wanneer dit middel is aangewend moet met
de tenuitvoerlegging worden gewacht totdat het rechtsmiddel is ingetrokken
of daarop is beslist. (Geldt niet bij dadelijk uitvoerbare vonnissen.)
Territorialiteitsbeginsel. Beginsel inhoudende dat het recht van het land waar een persoon zich bevond of waar een handeling werd verricht van toepassing is. Elk in Nederland gepleegd delict kan dus in Nederland naar Nederlands strafrecht worden vervolgd en berecht. Testament. Uiterste wil. Testimonium de auditu (l).
Getuigenis van `horen zeggen'. In tegenstelling tot de Verenigde Staten
en Groot-Brittannië wordt er in ons land bewijskracht toegekend aan
dergelijke verklaringen.
Tll. Tenlastelegging. TOD. Technische Opsporingsdienst. Ook: technische recherche. Toerekeningsvatbaarheid. Hiervan is sprake wanneer een persoon in zodanige toestand verkeert dat hem zijn daden kunnen worden aangerekend. Zie Ontoerekeningsvatbaarheid en Verminderde toerekeningsvatbaarheid. Toestandsdelict. Delict waarin geen gedraging wordt omschreven, maar een toestand die niet mag. Doorgaans een ommissiedelict. Toeters en bellen. Sirene en zwaailicht. `John, komen jullie zonder toeters en bellen?' Toevoeging. Hiervan is sprake wanneer de overheid een deel van de kosten van rechtsbijstand voor haar rekening neemt. Men krijgt dan een raadsman `toegevoegd' door de Raad voor Rechtsbijstand. Aan iedere verdachte in voorlopige hechtenis wordt ambtshalve een raadsman toegevoegd. De verdachte hoeft in dat geval dus niet om toevoeging te vragen. Zie ook Tekstcode en VIV. Toga. Ruime tabbaard met wijde mouwen, als ambtskleed van onder meer rechters en advocaten. Togatarief. Tarief voor een inleidende bespreking met een advocaat in civiele procedures. TOHD. Technische Opsporings- en Herkenningsdienst. Transactie. Schikking. Zie ook Dading. Trb. Tractatenblad.
Tripartite overleg. Driehoeksoverleg. Trz. Terechtzitting. Tt. Ter terechtzitting. Tuchtrecht. Sanctierecht binnen
een bepaalde (beroeps)groep, bijvoorbeeld het medisch tuchtrecht, het tuchtrecht
voor advocaten en het voetbaltuchtrecht van de KNVB. Het tuchtrecht voor
advocaten is vastgelegd in de Advocatenwet.
UUiterste wil. Ook: testament. Herroepelijke verklaring van hetgeen iemand wil dat na zijn dood zal geschieden. Zie ook Codicil, Erfenis en Legaat.Uithuisplaatsing. Plaatsing van een kind in een pleeggezin, gesticht of inrichting. De gezinsvoogdij-instelling heeft hiervoor de machtiging van de kinderrechter nodig. Meestal zullen de ouders moeten bijdragen in de kosten van de uithuisplaatsing. De bijdrage moet worden betaald aan het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen te Gouda. Als de jongere zelf geld verdient zal hij ook iets moeten betalen. Zie ook Gezinsvoogd, Ondertoezichtstelling, Ontzetting uit het ouderlijk gezag en Raad voor de Kinderbescherming. Uitlevering. De uitlevering van personen geschiedt niet dan krachtens een verdrag. Nederlanders worden niet uitgeleverd. Uitlokking. Hieraan is men schuldig wanneer men een strafbaar feit opzettelijk uitlokt, door middel van giften, beloften, misbruik van gezag, geweld, bedreiging, misleiding of het verschaffen van gelegenheid, middelen of inlichtingen. Zie ook Tallon-arrest. Uitspraak. Oordeel van de rechter. Zie ook Arrest en Vonnis. Uitvoerbaarheid bij voorraad. De
onmiddellijke uitvoerbaarheid van een arrest of vonnis, ondanks
de instelling van resterende rechtsmiddelen, die normaal gesproken
schorsing van de uitvoerbaarheid van die beslissing tot gevolg hebben.
Zonder de uitvoerbaarverklaring bij voorraad zou de gedaagde door het instellen
van een hoger beroep pas hoeven te betalen nadat de rechter in hoger beroep
heeft beslist. Krijgt de gedaagde in hoger beroep alsnog gelijk, dan heeft
hij uiteraard recht op teruggave. Dit recht op teruggave ontstaat niet
zonder meer, de eiser in hoger beroep (voorheen de gedaagde) zal expliciet
moeten vragen om een veroordeling tot (terug)betaling, anders krijgt de
eiser een vonnis in hoger beroep dat de deurwaarder niet ten uitvoer kan
leggen.
Uitzetting. Het van het grondgebied verwijderen van een vreemdeling die zonder de vereiste papieren en vergunningen, of met definitief verlopen of ingetrokken vergunningen in ons land verblijft. Undercover-agent. Infiltrant. Uniformdienst. Politiedienst die in uniform werkt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de recherche of de vreemdelingendienst. Unum castigabis, centum emendabis (l). Door er één te straffen kan men er honderd tot beter inzicht brengen. Zie ook Generale preventie. Unus iudex (l). Alleenrechtspraak.
Zie Enkelvoudige kamer.
VVAC. Verlofadviescommissie.Vader. Vader van het kind is: de echtgenoot van de moeder, de ex- echtgenoot van de moeder als het kind binnen 306 dagen na de ontbinding van het huwelijk is geboren, de man die het kind heeft erkend, of de man die het kind heeft geadopteerd. Zie ook Moeder. Vaderschapsactie (c). Vordering die tegen de verwekker van een buitenechtelijk kind wordt ingesteld om door de rechtbank te laten uitspreken dat hij vermoed wordt de vader te zijn en hem te doen veroordelen tot onderhoudsverplichtingen jegens het door hem verwekte kind. Vaginale visitatie. Vaginaal onderzoek, bijvoorbeeld op het bezit van drugs. Zie ook Bodypacker. Valsemunterij. Het namaken of vervalsen
van muntspeciën of munt- of bankbiljetten met het oogmerk om die muntspeciën
of munt- of bankbiljetten als echt en onvervalst uit te geven of te doen
uitgeven.
Valsheid in geschrifte. Het valselijk opmaken of vervalsen van een geschrift waaruit enig recht, enige verbintenis of enige bevrijding van schuld kan ontstaan, of dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken. Valsheid in geschrifte is slechts strafbaar wanneer uit dat gebruik enig nadeel kan ontstaan. VAR. Vermiste Auto's Register.
Verbeurdverklaring. Het bij vonnis of administratief besluit ontzetten van de eigendom van een object ten bate van het Rijk. Vatbaar voor verbeurdverklaring zijn aan de veroordeelde toebehorende voorwerpen en vorderingen die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het strafbare feit zijn verkregen, voorwerpen met betrekking tot welke het feit is begaan, voorwerpen met behulp van welke het feit is begaan of voorbereid, voorwerpen met behulp van welke de opsporing van het misdrijf is belemmerd en voorwerpen die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd of bestemd. Zie ook Inbeslagname en Onttrekking aan het verkeer. Verbintenis. Overeenkomst. Verbintenissenrecht (c). Het geheel van rechtsregels aangaande verbintenissen, gepubliceerd in boek IV van het Burgerlijk Wetboek. Verboden toegang. Artikel 461 van het Wetboek van Strafrecht geeft de rechthebbende de mogelijkheid mensen en vee van zijn grond te weren. `Hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn zich bevindt op een anders grond, waarvan de toegang op een voor hem blijkbare wijze is verboden, of daar vee laat lopen, wordt gestraft.' Verborgen gebrek (c). Hiervan is sprake wanneer een geleverde zaak voor het daarvan te maken gebruik achteraf dermate ongeschikt of minder geschikt blijkt, zodanig dat dat aangenomen moet worden dat de koper bij kennis van het gebrek de zaak niet of tegen een lagere prijs zou hebben gekocht. Er is slechts sprake van `verborgen gebrek' wanneer de koper het gebrek redelijkerwijs niet had kunnen ontdekken. De verkoper dient de koper voor dergelijke gebreken te vrijwaren, tenzij anders is bepaald. De koper heeft de keus tussen 1. teruggeven van het gekochte en de totale koopprijs terugvragen; 2. vermindering van de koopprijs vragen met behoud van de gekochte zaak. Wanneer de verkoper te kwader trouw is geweest kan hij bovendien schadevergoeding vragen. Verdachte (s). Iemand waarvan bij de politie op grond van feiten of omstandigheden een redelijke vermoeden is ontstaan dat hij een strafbaar feit heeft gepleegd. Vanaf dat moment wordt degene tegen wie de vervolging is gericht in het strafproces `verdachte' genoemd, totdat hij is veroordeeld of vrijgesproken. Verdagen. Het uitstellen van de zitting tot een andere dag. Verdediging. 1. De advocaat of gezamenlijke advocaten van de verdachte. 2. Het verdedigen van of pleiten voor een verdachte. Verdrag van New York. IVBP. Verduistering. Hieraan maakt zich schuldig: hij die zich opzettelijk en wederrechtelijk toeëigent een goed dat geheel of gedeeltelijk aan een ander toebehoort en dat hij niet door misdrijf onder zich heeft gekregen. Voorbeeld: een huurkoper die een goed verkoopt voordat het goed geheel zijn eigendom is. Vergelding. Een van de doelstellingen van het strafrecht. Men onderscheidt metafysische vergelding en empirische vergelding. De metafysische vergelding kenmerkt zich door de gedachte dat door het plegen van een delict één of andere fictieve (religieuze) orde of relatie is verstoord, die door straf kan en moet worden hersteld, los van het zieleheil van de delinquent. Empirische vergelding is het tegemoet komen aan, respectievelijk het apaiseren van onlust- en wraakgevoelens bij het slachtoffer van een delict en/of bij anderen in de samenleving. Vergunning tot verblijf. VTV. Verhalen. Schadeloosstelling verkrijgen. De gemeenten kunnen uitkeringen krachtens de ABW verhalen, bijvoorbeeld op de ouders of (ex)-echtgenoten die onderhoudsplichtig zijn. De gemeente kan verhalen tot maximaal twaalf jaar na de echtscheiding. Zie ook Terugvordering bijstand. Verhoor. 1. (s) Ondervraging die een verdachte ondergaat door daartoe bevoegde ambtenaren. 2. (c). Ondervraging die een gedaagde ondergaat door de rechter. Verhoortechnieken. Zie Aftastend verhoor, Columbo-techniek, Defensief verhoor, Offensief verhoor, Overrompeling en Zaanse verhoormethode. Verificatie. Het na onderzoek ter verificatievergadering gerechtelijk als deugdelijk verklaren van vorderingen op een failliete boedel. Verificatievergadering. Bijeenkomst van schuldeisers van een failliet, de failliet zelf en/of zijn curator, onder leiding van een rechter-commissaris, ter verrichting van de verificatie en ter vaststelling van de eventuele preferentie. Verjaring. 1. (c) Tijdsverloop met volgens het recht verkrijgende of bevrijdende werking. Rechtsmiddel dat moet worden ingeroepen, dus niet automatisch wordt toegepast. 2. Zie Vervolgingsverjaring. Verkeersschout. Functionaris bij het openbaar ministerie die de bevoegdheid van een officier van justitie heeft inzake feiten die strafbaar zijn gesteld krachtens de Wegenverkeerswet of de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen. Hij krijgt alleen te maken met verkeersovertredingen. Verklaring van de verdachte. 1.
De opgave van feiten of omstandigheden tijdens het verhoor door de opsporingsambtenaar.
2. De opgave van feiten of omstandigheden bij het onderzoek op de terechtzitting.
Verklaring omtrent het gedrag. Verklaring die sommige werkgevers voor het vervullen van bepaalde functies eisen. De verklaring wordt afgegeven door de burgemeester en houdt in dat de burgemeester uit het onderzoek naar het gedrag van betrokkene, gelet op het doel waarvoor de afgifte is gevraagd, van bezwaren tegen die persoon niet is gebleken. Is dat wel het geval, dan weigert de burgemeester afgifte van de verklaring. De betrokkene kan tegen de weigering in beroep komen bij de griffie van de arrondissementsrechtbank, middels een klaagschrift. Zie ook Strafregister. Verklaring omtrent inkomen en vermogen. VIV. Verkrachting. Het seksueel binnendringen
van het lichaam. Zie ook Geweld (3).
Verminderde toerekeningsvatbaarheid. Hiervan is sprake wanneer de verdachte een strafbaar feit heeft begaan onder invloed van de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing van zijn geestvermogens, maar niet zodanig dat de er sprake is van ontoerekeningsvatbaarheid. De verminderd toerekeningsvatbare blijft niet straffeloos. Zie ook Toerekeningsvatbaarheid. Vermissing. Hiervan is sprake wanneer het bestaan van een persoon onzeker is geworden. De rechtbank kan op verzoek van belanghebbenden of op vordering van het openbaar ministerie een bewindvoerder benoemen. Vermoedelijk overlijden. Zie Verklaring van vermoedelijk overlijden. Vermogen. Boedel. Vermogensdelicten. Inbraak, diefstal, heling enz. Vernieling. Het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen, beschadigen, onbruikbaar maken of wegmaken van enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort. Verplichte vertegenwoordiging. In kantongerechtsprocedures zijn partijen bevoegd zelf te verschijnen, maar bij de arrondissementsrechtbank en het gerechtshof zijn zij verplicht zich door een procureur te laten vertegenwoordigen, en bij de Hoge Raad door een advocaat. Verschoningsrecht. Het recht om geen getuigenis in een procedure te hoeven afleggen en geen recht te hoeven spreken. De volgende personen kunnen zich op het verschoningsrecht beroepen: bloed- en aanverwanten van één der partijen tot in de tweede graad van de zijlinie bij een burgerlijk proces en bloed- en aanverwanten tot in de derde graad bij een strafproces; alle personen die krachtens hun stand, beroep of betrekking tot geheimhouding verplicht zijn; getuigen die door hun getuigenis zichzelf of hun bloed- en aanverwanten in de rechte lijn of in de zijlijn in de tweede of derde graad, dan wel hun echtgenoot of vroegere echtgenoot, aan het gevaar van strafrechtelijke veroordeling blootstellen. Zie ook Wraking. Verschotten (c). 1. Kosten van getuigen en deskundigen, uittreksels van openbare registers, rolverrichtingen van de deurwaarder in kantongerechtzaken en de kosten van telegrammen, internationale telex en internationale telefoongesprekken. 2. Door de advocaat voor de cliënt gedane uitgaven die bezwaarlijk te specificeren zijn, zoals kosten porti, telefoon, fax en fotokopieën. Verstek. Het niet verschijnen (verstek laten gaan) door een procespartij. Deze procespartij kan dan `bij verstek' worden veroordeeld en heeft dus geen kans gehad om zich te verdedigen. In civielrechtelijke zaken leidt het verstek laten gaan tot een vermoeden tegen hem die verstek laat gaan, hetgeen doorgaans toewijzing van de eis van de tegenpartij met zich meebrengt. In het strafproces kan de rechter de verdachte verstek verlenen. Hij hoeft dan niet op de zitting te verschijnen, maar mag zich dan ook niet door zijn advocaat laten vertegenwoordigen. Versterf. In het erfrecht is hiervan
sprake wanneer iemand sterft zonder een uiterste wil (testament)
te hebben gemaakt. De nalatenschap wordt dan onder de erfgenamen verdeeld
volgens een in de wet vastgelegde sleutel (wettelijk erfrecht).
Vervreemding. Overdracht van eigendomsrecht; eigendom in andere handen laten overgaan, bijvoorbeeld door verkoop of schenking. Verweerder. Gedaagde. Verwijzing naar de terechtzitting. Zie Bezwaarschrift. Verzet. Rechtsmiddel dat in sommige gevallen door de wet wordt toegekend tegen een verstek-beslissing in eerste aanleg. De zaak wordt door dezelfde rechter behandeld. (s) Verzet kan niet worden gedaan tegen een vonnis waartegen de verdachte hoger beroep kan instellen. Verzoeker. Requestrant. Verzoeker tot cassatie. Requirant. Verzoekschrift. Rekest.
Vice-president. Dit is geen functie maar een rang. Een rechter met de rang van vice-president kan de functie van president uitoefenen. Vicieuze cirkel van het kinderrecht. De werklast bij de Raad voor de Kinderbescherming en de instellingen voor gezinsvoogdij is hoog. Dat geldt ook voor het ziekteverzuim van het uitvoerend personeel, met als gevolg dat de werklast voor de niet-zieke hulpverleners nog hoger wordt. Van een vicieuze cirkel van het kinderrecht is sprake wanneer de bevindingen en rapportage van de kinderbescherming dank zij deze verhoogde werkdruk minder zorgvuldig tot stand komen, terwijl de kinderrechter, die het ook druk heeft, er van uit gaat dat de bevindingen en de rapportage nog altijd aan de eisen van zorgvuldigheid beantwoorden. De kinderbescherming stelt dan: `Wij brengen slechts advies uit aan de kinderrechter, wij zijn niet verantwoordelijk voor de beslissingen die hij neemt,' terwijl de kinderrechter zegt: `Ja luister eens, ik kan alleen maar afgaan op het advies van de kinderbescherming.' Het kan jaren duren voordat een kind zich uit deze vicieuze cirkel kan bevrijden. Visitatie. 1. Onderzoek aan lichaam en kleding (fouillering). Mag alleen onder bepaalde gevallen door opsporingsambtenaren en andere daartoe bevoegden worden verricht. Zie ook Anale visitatie en Vaginale visitatie. 2. Het instellen van een onderzoek door particuliere beveiligingsbeambten of ander personeel in aanwezige bagage, bijvoorbeeld tassen, fietstassen, koffers, bagageruimten van auto's en andere laadruimten. Visitatie wordt als regel uitgevoerd op personen die het bedrijf verlaten. Men is niet verplicht zich te laten visiteren, tenzij men hier mee heeft ingestemd, bijvoorbeeld in een schriftelijke verklaring dat men met de in het arbeidsreglement genoemde visitatieregeling akkoord gaat. Visiteren. Het verrichten van visitatie. VIV. Verklaring omtrent inkomen en vermogen. Deze verklaring heeft men nodig wanneer men de kosten van een advocaat niet (helemaal) kan betalen. De VIV moet worden gehaald bij de gemeente waarin men woont en wordt overhandigd aan de advocaat. Deze stuurt de verklaring door naar de Raad voor de Rechtsbijstand. Heeft men uitsluitend een bijstandsuitkering, dan heeft men geen VIV nodig. Men kan dan volstaan met het invullen van de Verklaring bijstandsgerechtigden en asielzoekers. Zie ook Toevoeging. Vlagbeginsel. Het beginsel dat het strafrecht van een land ook geldt buiten de grenzen van dat land, aan boord van een schip of vliegtuig dat uit dat land afkomstig is. Vleeseter. Corrupte ambtenaar wiens
hele functioneren min of meer doelbewust is gericht op het op corrupte
wijze verkrijgen van neveninkomsten. Hij is als het ware projectmatig bezig
om te incasseren, daarbij misbruik makend van zijn bevoegdheden. Zie ook
Corruptie en Graseter.
Volkel-arrest. Arrest waarin wordt bepaald dat de staat in principe niet kan worden vervolgd, omdat zij met haar handelingen het algemeen belang dient. Zie ook Pikmeer-arrest. Voluntaire jurisdictie. Ook wel: oneigenlijke rechtspraak. Taakuitoefening van de rechter waarbij formeel ter zitting geen sprake is van een geding tussen partijen, bijvoorbeeld voorziening in voogdij of uitspraak in adoptie. Zie ook Contentieuze rechtspraak. Voluntaire rechtspraak. Voluntaire jurisdictie. Vonnis. Uitspraak van de kantonrechter of de arrondissementsrechtbank. Zie ook Arrest. Voogd. Derde die verantwoordelijk is voor de verzorging en opvoeding van een minderjarige waarover hij de voogdij heeft. Hij wordt slechts benoemd als de ouders (of één van hen) het gezag niet hebben. Hij hoeft het kind niet per se zelf te verzorgen en op te voeden. Hij is wettelijk vertegenwoordiger en moet het eventuele vermogen van de minderjarige beheren. Een voogd is niet verplicht om de eigen inkomsten te gebruiken voor het kind. Heeft het kind nog ouders, dan blijven zij verplicht om voor het kind te betalen totdat het eenentwintig is. Voogdij. De zorg uitgeoefend over persoon en goederen van een minderjarige van wie beide ouders zijn overleden, of van wie een ouder van het ouderlijk gezag is ontzet of ontheven. De voogdij wordt uitgeoefend door een voogd. Voorarrest. Ook: preventieve hechtenis. Het totaal van de dagen dat de verdachte heeft vastgezeten alvorens hij wordt veroordeeld. Na de veroordeling worden deze dagen van de straf afgetrokken. Zie Aanhouding, Bewaring, Gevangenhouding en Inverzekeringstelling. Voorbedachte rade, Met - . Na kalm beraad en rustig overleg, dus niet impulsief. Voorbereidend onderzoek. Het onderzoek dat voorafgaat aan de behandeling ter terechtzitting. Voorgeleiden (s). Een verdachte voor de officier van justitie leiden, om door hem (of een hulpofficier) te worden verhoord. Dit kan gebeuren in gevallen waarin voorlopige hechtenis is toegestaan en moet gebeuren bij aanhouding na ontdekking op heterdaad. Voorkomen (spreek uit: vóórkomen). Voor het gerecht verschijnen. `De verdachte `moet' voorkomen' wil zeggen dat de officier van justitie tot vervolging heeft besloten. Hij laat de zaak voorkomen. Voorlichting. De officier van justitie, de rechter-commissaris en de rechter hebben de bevoegdheid de reclassering opdracht te geven een voorlichtingsrapport over de persoon van de verdachte uit te brengen. Het rapport moet een betrouwbaar beeld geven van de verdachte en zijn situatie. Vermelde feiten moeten bij voorkeur niet alleen gebaseerd zijn op mededelingen van de verdachte, maar zo mogelijk geverifieerd zijn bij derden. Informatie die voor de verdachte een negatieve uitwerking zou kunnen hebben, moet niet enkel om die reden worden weggelaten. Het voorlichtingsrapport dient primair te zijn gericht op de informatieverschaffing aan de rechter en dit doel mag niet ondergeschikt worden gemaakt aan de hulpverlening. Voorlopige hechtenis. Vrijheidsbeneming. Dit begint met een bevel tot bewaring. De bewaring duurt maximaal tien dagen. Daarna kan de officier van justitie de rechter om een bevel tot gevangenhouding vragen. De gevangenhouding duurt 30 dagen en kan met tweemaal dertig dagen worden verlengd. De totale voorlopige hechtenis mag dus niet langer dan honderd dagen duren. Voorlopige voorziening. Hierbij neemt de rechter een voorlopige beslissing, bijvoorbeeld over de zaken waarover de echtgenoten die in een echtscheidingsprocedure verwikkeld zijn het nog niet eens zijn. Deze beslissing geldt alleen tijdens de procedure en men kan er niet tegen in beroep gaan. Zie ook Nevenvoorziening. Voorwaardelijke veroordeling. De algemene voorwaarde is dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en zich niet op andere wijze zal misdragen. Daarnaast kunnen een aantal bijzondere voorwaarden worden gesteld. Voorwaardelijk sepot. Voorwaardelijk
uitstel van de beslissing over verdere vervolging door het openbaar ministerie.
Een voorwaardelijk sepot is slechts mogelijk als de verdachte de
voorwaarden van het OM accepteert. Het OM mag een verdachte die aan de
overeengekomen voorwaarden heeft voldaan daarna niet nog eens voor hetzelfde
delict vervolgen.
Vrijblijvend aanbod. Zie Bindend aanbod. Vrijspraak. Dit volgt wanneer de rechter het ten laste gelegde strafbare feit niet bewezen acht. Zie ook Ontslag van rechtsvervolging. Vroeghulp. De activiteiten die de reclassering ontplooit in het kader van haar contacten met inverzekeringgestelden. Vruchtgebruik. Het zakelijk recht om van een anders goed de `vruchten' te gebruiken alsof men zelf de eigenaar daarvan was, mits men ervoor zorgt dat de zaak in stand blijft. Het recht eindigt bij het overlijden van de vruchtgebruiker en kan dus niet per nalatenschap worden overgedragen. Het recht rust op het goed en eindigt niet als het goed van eigenaar verandert. Degene die eigenaar is van een zaak die belast is met het recht van vruchtgebruik wordt blote eigenaar genoemd. In Nederland wordt een vruchtgebruik op een onroerende zaak (of ander registergoed) gevestigd door de inschrijving van een notariële akte in de openbare registers.Een speciaal recht van vruchtgebruik is het zakelijk recht van bewoning, dat specifiek geldt voor een woning. Degene die het recht van bewoning heeft mag een onroerende zaak met zijn gezin bewonen.Degene die eigenaar is van een zaak die belast is met het recht van vruchtgebruik wordt blote eigenaar genoemd. In Nederland wordt een vruchtgebruik op een onroerende zaak (of ander registergoed) gevestigd door de inschrijving van een notariële akte in de openbare registers. Een speciaal recht van vruchtgebruik is het zakelijk recht van bewoning, dat specifiek geldt voor een woning. Degene die het recht van bewoning heeft mag een onroerende zaak met zijn gezin bewonen. Vruchtgenot. Ook: ouderlijk vruchtgenot. Het recht van ouders op de baten van de goederen van hun minderjarige kinderen, onder verantwoordelijkheid voor de instandhouding van die goederen en onder last het onderhoud en de opvoeding van de kinderen overeenkomstig hun vermogen te verzorgen. VTV. Vergunning tot verblijf. Document waaruit blijkt dat een vreemdeling voor langer dan drie maanden is toegelaten tot Nederland. De VTV is een jaar geldig en kan onder voorwaarden worden verlengd. Zie ook MVV. VUWA. Vuurwapenteam. Vv. Voorwaardelijke veroordeling. VVTV. Voorwaardelijke vergunning
tot verblijf. VTV die wordt afgegeven aan asielzoekers die geen
recht hebben op asiel, maar die niet teruggestuurd kunnen worden naar hun
land omdat de algemene situatie daar slecht is. De vergunning kan worden
ingetrokken als de situatie in het land van herkomst is verbeterd.
WWA. Wettelijke aansprakelijkheid.Waarheidsvinding. Een van de doelstellingen van het strafrecht. Het aan het licht brengen van de waarheid omtrent een gepleegd strafbaar feit, enerzijds in verband met de bewijslast, anderzijds ten behoeve van de objectieve rechtspraak. Waarschuwingsplicht. De plicht om
de verdachte alvorens het verhoor te wijzen op zijn zwijgrecht.
`U bent niet tot antwoorden verplicht.' Deze waarschuwing wordt `cautie'
genoemd. Deze cautie is gebaseerd op het recht van verdachten om te zwijgen
en om zichzelf niet te incrimineren. Het doel ervan is om te voorkomen
dat een verdachte ongewild meewerkt aan zijn eigen veroordeling.
Wanprestatie. Hiervan is sprake wanneer de schuldenaar niet, niet tijdig of niet behoorlijk presteert, nadat hij in gebreke is gesteld, weigert te presteren of er sprake is van een fatale termijn. Wanneer er geen sprake is van toerekenbaarheid, zoals bij overmacht, dan is er ook geen sprake van wanprestatie of een verplichting tot schadevergoeding. Zie ook Non-conformiteitsbeginsel. WAO. Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering. Deze wet geeft werknemers onder de 65 jaar bij langdurige arbeidsongeschiktheid een uitkering. Er bestaat een `oude WAO' en een `nieuwe WAO'. De nieuwe WAO is van kracht voor werknemers die op of na 25 januari 1994 in de WAO terecht zijn gekomen of nog terecht komen. WBEAA. Wet Evenredige Arbeidsdeelname Allochtonen. Wet die bedrijven en overheidsinstellingen met meer dan 35 werknemers verplicht te laten registreren bij de Kamer van Koophandel hoeveel werknemers van allochtone afkomst zij in dienst hebben. Op overtreding van de wet staat maximaal een geldboete van ƒ 25.000,- of gevangenisstraf van een jaar. WED. Wet op de economische delicten. Zogenaamde cataloguswet, met bepalingen over de opsporing, vervolging en berechtiging van economische delicten. Wederrechtelijk. In ruime zin: zonder toestemming van de rechthebbende. In engere zin: onrechtmatig gedrag waartegen het strafrecht kan optreden. Wederverhuur. Het opnieuw verhuren van een gehuurde zaak. Mag niet, tenzij met toestemming van de eigenaar. Zie ook Onderverhuur. Weigeren van getuigenis. Dit wordt
in Nederland in strafzaken gestraft met maximaal zes maanden gevangenisstraf,
in andere zaken met maximaal vier maanden gevangenisstraf. Een opgeroepen
getuige die zonder geldige reden wegblijft, wordt gestraft met een
boete van maximaal ƒ 120,-.
Werktuigsporen. Sporen in de vorm van afdrukken, indrukken, verdiepingen en oneffenheden, veroorzaakt door een werktuig. Men onderscheidt moeten, glijsporen en krassen. Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen
(WAM). Wet die iedere eigenaar van een motorrijtuig verplicht om zich voor
zijn aansprakelijkheid te verzekeren voor ten minste één
miljoen gulden.
Wet persoonsregistraties. Deze wet
geeft regels voor het vastleggen en gebruiken van persoonsgegevens. De
wet geeft mensen onder meer het recht hun eigen gegevens in te zien.
Wetboek van Strafvordering. Dit boek bevat het strafprocesrecht. Wetgevende macht. Deze macht stelt de algemene regels vast. In Nederland wordt de taak van de wetgevende macht uitgevoerd door de Koningin en de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal te zamen. Zie Trias politica. Wettelijke Aansprakelijkheid (WA).
Verzekering die wettelijk is verplicht voor eigenaars van motorvoertuigen.
Wettelijk minimumloon. Geldt voor
werknemers van 23 tot 65 jaar. Beneden de 23 jaar is er een minimumloon
dat daarvan is afgeleid volgens een bepaalde sleutel. Per leeftijdsjaar
geldt een lager minimumjeugdloon.
WJD. Wet op de justitiële documentatie
en op de verklaringen omtrent het gedrag.
Wraking. De verklaring dat een rechter
(of arbiter) onbevoegd of ongeschikt is om over een bepaalde zaak te oordelen.
Wanneer een rechter een persoonlijk belang bij een geschil of strafzaak
heeft, of wanneer er op andere wijze feiten of omstandigheden bestaan waardoor
in het algemeen de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden,
kan hij worden gewraakt. Hij heeft dan geen verschoningsrecht, maar
verschoningsplicht.
WVR. Wegenverkeersreglement. WVW. Wegenverkeerswet. WW. Werkloosheidswet. Deze wet verzekert
werknemers tegen de financi‰le gevolgen van werkloosheid. Om recht te krijgen
op WW moet men gedurende de 39 onmiddellijk voorafgaande aan de werkloosheid
in ten minste 26 weken als werknemer hebben gewerkt (de weken-eis). Wie
alleen aan deze eis voldoet krijgt een WW-uitkering van 70% van het minimumloon
gedurende een half jaar. Om een loongerelateerde WW-uitkering te krijgen
(70% van het laatst verdiende loon) moet bovendien in ten minste vier van
de vijf kalenderjaren voorafgaande aan het jaar van werkloos worden over
52 of meer dagen loon zijn ontvangen (4 uit 5-eis). De duur van de loongerelateerde
uitkering hangt af van het arbeidsverleden en varieert van 6 maanden tot
5 jaar. Zie ook IOAW.
ZZaak. 1. Algemene benaming van goederen en rechten, kortom alles wat een voorwerp van recht kan worden. 2. Geschil. `Ik laat de zaak voorkomen.'Zaanse verhoormethode. Omstreden en verboden methode om ontkennende verdachten onder grote psychische druk tot een bekentenis te dwingen, waarbij de verdachte afwisselend vriendelijk en vijandig wordt bejegend. Geïntroduceerd door de recherche van Zaandijk. ZBO. Zelfstandig Bestuursorgaan.
ZFW. Ziekenfondswet. De ziekenfondsverzekering geeft onder meer aanspraak op ziekenhuisopname, medische, paramedische en beperkte tandheelkundige hulp. Verplicht verzekerd zijn werknemers met een overeengekomen vast loon dat de loongrens niet overschrijdt. Zittende magistratuur. De rechters
en de griffiers. Zie ook Staande magistratuur.
ZW. Ziektewet. Wet die werknemers tot 65 jaar, die door ziekte, ongeval of gebreken hun werk niet kunnen doen, recht geeft op een loonvervangende uitkering (ziekengeld). Zwaar lichamelijk letsel. Hieronder worden tevens begrepen ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende ongeschiktheid tot uitoefening zijner ambts- of beroepsbezigheden, afdrijving of dood van de vrucht van een vrouw en storing der verstandelijke vermogens die langer dan vier weken geduurd heeft. Zwarte lijst. Lijst die binnen een politiekorps wordt gebruikt voor de namen van informanten die onbetrouwbaar zijn gebleken. Wordt de informant op de zwarte lijst geplaatst, dan betekent dit doorgaans dat alle contacten met die informant zijn verbroken en dat de politie niet meer het initiatief zal nemen om met die bewuste informant in contact te komen. Zwijgplicht. De plicht om te zwijgen, met name vanwege het beroepsgeheim. Zie ook Verschoningsrecht. Zwijgrecht. Een verdachte is niet
tot antwoorden verplicht en dient voor verhoor te worden gewezen op zijn
recht om te zwijgen. Zie ook Waarschuwingsplicht.
Codes politiedienstenOnderstaande codes, niet alleen gebruikt in het mobilofoonverkeer maar ook op het bureau, corresponderen vaak met bepaalde artikelen in het Wetboek van Strafrecht en andere wetten.3 Belangrijkste bronnen-Mr. N.E. Algra, J. Barkhuis, Juridisch zakwoordenboek, Groningen 1982.-G.J.M. Bartelink, Prisma van de Latijnse citaten en gezegden, Utrecht 1989. -Prof. Mr. J.M. van Bemmelen, Strafprocesrecht, Alphen aan den Rijn 1982. -Dr. F.A.C.M. Denkers, Criminologie en beleid, Nijmegen 1976. -Ch. J. Enschedé, Beginselen van strafrecht, Deventer/Heerlen 1984. -Ch. J. Enschedé, Kijk, recht, Amsterdam 1984. -Stapel en De Koning, Leerboek voor de politie, Lochem 1984. - Wikipedia. (N.B.: Overeenkomst met Wikipedia-begripsomschrijvingen kan ook het gevolg zijn van het feit dat ik zelf bijdragen lever aan Wikipedia.) ![]() |
