


A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M|N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z
| Spreekwoorden en gezegden
A Hij heeft zich achterbaks gehouden. Hij deed niet openlijk mee. De admiraal heeft geschoten. De gastheer heeft zijn glas geheven ten teken dat de maaltijd kan beginnen. Hij is het admiraaltje van de buurt. Hij is haantje-de-voorste. Iemand afschepen. Iemand onverrichterzake wegsturen. Iemand aftuigen. Iemand een pak slaag geven. Allehens (all hands) aan dek. Iedereen moet direct meehelpen. Dat is geen allehensje. Dat geldt niet voor iedereen. Beter een anker kwijt dan het schip. Een kleine schade is niet zo erg, wanneer het belangrijkste maar behouden blijft. Het anker lichten. Vertrekken. Bij iemand zijn anker uitwerpen. Bij iemand zijn intrek nemen. Hij moet het anker kappen. Hij moet maken dat hij wegkomt. Hij is van zijn anker geslagen. Hij is niet goed wijs. Van zijn neus een anker maken. Op zijn gezicht vallen; niet verder kijken dan zijn neus lang is. Die het anker licht, moet weten waar hij henenvaart. Bezint eer ge begint. Het anker achter de kat werpen. Ophouden met werken omdat men genoeg verdiend heeft. Klaar anker hebben. Eerlijk zaken doen. Van zijn anker slaan. Zijn geestelijk evenwicht verliezen. Voor zijn laatste anker liggen. Er bijzonder slecht aan toe zijn. Zijn anker ergens laten vallen. Zich ergens vestigen. Zijn anker kappen. Zich overhaast uit de voeten maken. Zo vet als een Spaans anker. Erg mager. Geen anker of touw kan het houden. Het loopt de spuigaten uit. Goede ankergrond is de beste grond. Waar men een goed bestaan vindt, is de beste plek om te leven. Het is goed twee ankers op zijn schip te hebben. Het is goed iets achter de hand te hebben. Voor twee ankers liggen. Goed verzorgd zijn. Ergens geankerd zijn. Zich niet gemakkelijk laten wegsturen. Hij heeft averij geleden. Hij heeft schade geleden. Daar zal averij vallen. Dat zal
een voordeeltje opleveren.
B Wie de badgasten bekijkt, begrijpt waarom de zee zich elke dag twéé keer terugtrekt. (Gaston Durnez.) Aan de » bak komen. Aan de beurt komen. Iemand van bakboord naar stuurboord laten lopen. Iemand nutteloos van de een naar de ander sturen. Bakzeil halen. Terugkrabbelen, zijn woorden intrekken. Achter de bank raken (of liggen). Er niet meer bij horen; met minachting behandeld worden. De bezem in de mast voeren. De heerschappij op zee bezitten. Het over een andere boeg gooien. Een andere wending aan het gesprek geven door over een ander onderwerp beginnen te spreken of door van toon te veranderen. Het morseteken voor bikini is: punt-punt-streep. (Jean Farris.) Voor de boeg hebben. Nog te doen hebben. Dat is mij tegen de boeg. Dat stuit mij tegen de borst. Het over dezelfde boeg gaande houden. Ondanks tegenstribbelingen van anderen over hetzelfde onderwerp blijven doorgaan. Iemand dwars voor de boeg komen. Tegen hem optreden. Het boegbeeld. Dat ben je wanneer je als de beste vertegenwoordiger van een organisatie o.i.d. wordt beschouwd. Het over alle boegen wenden. Het op alle mogelijke manieren proberen. Een kop als een boei krijgen. Hevig blozen. Het boord kwijtraken. Zijn bestaansmiddelen verliezen. Iemand aan boord klampen. Iemand aanspreken en hem iets vragen. Iemand uit zijn boord halen. Iemand een geweldig pak slaag geven. Iets over boord gooien. Iets opgeven, laten varen. Over boord vallen. Een fout maken, een vergissing begaan. Wie aan boord is, moet meevaren. Wie eenmaal verplichtingen op zich genomen heeft tegenover anderen, kan zich niet meer terugtrekken. Daar moet je mij niet mee aan boord komen. Daar moet je mij niet mee lastig vallen. Avondrood, mooi weer aan boord. De boot afhouden. (1) Zich aan zijn verplichtingen onttrekken. (2) Een ontwijkend antwoord geven. De boot is aan. Nu zijn de poppen aan het dansen, nu heb je het gedonder in de glazen. De boot missen. Te laat zijn om aan een voordelige onderneming mee te doen. Eerst in de boot, keus van riemen. Wie het eerst aan de beurt is, wie vooraan staat, heeft een ruime keus. In een lekke boot is het slecht zeilen. Zonder de nodige middelen kun je niets bereiken. Uit de boot vallen. Niet meer kunnen meedoen. Van de boot kom je in het schip. Je komt van kwaad tot erger. Iemand in zijn bootje krijgen. Iemand tot zijn denkbeelden overhalen. Achter Bornholm gaan liggen. Een prostituée bezoeken. De bramzeilen bijzetten. Alles doen wat mogelijk is om het doel te bereiken. Van de branding in de maalstroom geraken. Van de wal in de sloot. De » Breeveertien opgaan.
Een los leven leiden.
D Het is alle dagen visdag, maar niet alle dagen vangdag. Je moet wel elke dag werken, maar dat levert niet altijd iets op. Iemand aan de dijk zetten. Iemand ontslaan. Op dreef zijn. Goed op gang zijn, vlot werken. Hij is op drift. Hij leeft er op los, hij trekt zich niets van de regels aan. Hij weet zich drijvende te houden. Ondanks zijn armoede weet hij zich te redden. Drinken is gaan flirten met een » Marva en wakker worden aan de harde borst van de admiraal. (Simon Carmiggelt.) Alleen idioten en passagiers drinken op zee. (Commander Alan Villiers in de Observer van 28 april 1957.) Hij zit op het droge. Hij kan zich
niet meer uit de situatie redden.
E Eb en vloed wachten op niemand. Wanneer men de geboden kans niet benut, is die voorbij. 's Werelds goed is eb en vloed. Dan weer tegenspoed, dan weer fortuin. Er is eb in de handel. Er is weinig te beleven. Dat komt als eb en vloed. Het gaat
er zeer gevarieerd aan toe.
F Hij heeft aan de fokkehals getrokken. Hij krijgt stank voor dank. In de fuik zijn. Verloofd of getrouwd zijn. Een anders fuiken lichten. Profijt trekken van de moeite die een ander gedaan heeft. Zijn fuiken uitzetten. Trachten iemand erin te laten lopen. Hij is in de fuik gelopen. Hij zit
in de val.
G Werken als een galeislaaf. Zeer hard en ononderbroken moeten werken. Als het getij verloopt, moet men de bakens verzetten. Wanneer de omstandigheden veranderen, moet je andere maatregelen nemen. Het getij mee hebben. Onder gunstige omstandigheden werken. Ieder vist op zijn getij. Ieder tracht voordeel te behalen, de goede gelegenheid af te wachten. Ze hebben het getij laten verlopen. Ze hebben hun kans voorbij laten gaan. Een glaasje op de valreep. Een borrel ten afscheid. Geen golf gaat hem te hoog. Voor de meest dwaze plannen en de meest riskante ondernemingen is hij te vinden. Alle grond is geen ankergrond. Niet
alle materiaal is voor het beoogde doel geschikt.
H Er zijn haaien op de kust. Er is gevaar. Naar de haaien gaan. Verloren gaan. De haring over de kop varen. Door te groot enthousiasme zijn doel missen. Hij is daar lelijk ten haring gevaren. Hij is daar lelijk te pasgekomen, het is hem daar vreselijk tegengevallen. In behouden haven zijn. Buiten gevaar zijn. Haven: een plaats waar schepen die schuilen voor de storm blootstaan aan de teistering van de douane. (Ambrose Bierce, Satans groot woordenboek.) Daar is geen haven mee te bezeilen. Met hem is niet te praten. In het zicht van de haven schipbreuk lijden. Wanneer men zijn doel bereikt denkt te hebben toch nog voor een mislukking komen te staan. Alle havens schutten wind. Iedere concurrent neemt iets van de winst weg. De ene staat aan de helmstok, de ander aan de boeg. Ieder heeft een eigen taak. Hij heeft de » hondewacht. Hij moet het moeilijkste en zwaarste werk verrichten. Hij is op de hoogte. Hij heeft genoeg gedronken. De » huik naar de wind
hangen. Van partij veranderen,
wanneer dat voordelig lijkt.
K Op een goede kaai geland zijn. Er goed aan toe zijn, een prettig leven leiden. Tussen kaai en schip raken. (1) Ongemerkt verdwijnen. (2) Tussen twee vuren zitten. De Kaap niet halen. De moeilijkheden niet overwinnen, niet herstellen van een ziekte, e.d. Achter Kaap Kont liggen. Met een vrouw naar bed gaan. Te kaap varen. Stelen. In het » kabelgat kruipen. Ergens uit angst voor wegvluchten. Er kan nog een kabeljauw onderdoor. Er is nog geld of drank genoeg. Door de kajuitsramen aan boord komen. Tot bevelhebber worden benoemd zonder eerst als ondergeschikte te hebben gevaren. Vgl. `Door het kluisgat aan boord komen.' Er zijn kapers op de kust. Er zijn mededingers. Altijd op een drijvende kiel zijn. Altijd onderweg zijn. Iemand kielhalen. Iemand doornat maken. Blijf uit zijn kielwater. Volg hem niet, want daar krijg je spijt van. Hij zeilt altijd tussen de klippen door. Hij weet de moeilijkheden altijd te omzeilen. Tegen de klippen op. Zo hard als het maar kan. Met de kloten voor het blok. Niet verder kunnen en een keuze moeten maken; patstelling (kloten: rolkralen in rijglijg voor grootzeil aan mast, ook : knopen in een lijn die niet door een blok (katrol ) kunnen). Door het » kluisgat aan boord komen. Gediend hebben als ondergeschikte. Vgl. `Door de kajuitsramen aan boord komen.' Men moet altijd zijn kluisgaten openhouden. Men moet oppassen voor smoesjes van onbetrouwbare personen. Hij is de koers kwijt. Hij weet niet meer wat hij moet doen. Hij is van de rechte koers afgedwaald. In tegenstelling tot vroeger zit hij nu vol ondeugden. Men kan niet altijd zijn koers bezeilen. Het loopt wel eens minder goed af dan men zou willen. Hij vaart op één kompas. Hij gaat recht op zijn doel af. Op zijn kompas kan men veilig zeilen. Op hetgeen hij zegt kan men zonder meer vertrouwen. Hij heeft streken op zijn kompas. Hij heeft slechte karaktertrekken. Zijn kompas is verdraaid. Hij is niet goed bij zijn hoofd. Op een anders kompas 't zeil gaan. De raad van een ander blindelings volgen. De kont tegen de krib gooien. Dwars liggen. Kont: (achterkant van het schip) tegen een strekdam (krib) zetten in een rivier en daardoor niet verder kunnen, maar ook de rest blokkeren. Naar kooi gaan. Slapen gaan. Hij heeft de kooi lek gevaren. Hij is als schipper ontslagen. Op koopvaardij zijn. In de gevangenis
zitten.
L Hij heeft geducht het land. Hij is erg verdrietig, voelt zich niet thuis. `Al waren wij sinjeurs aan wal, ons hart lei op de baren.' (J.P. Heye, Matrozenliedje.) Hij ligt in de lij. Zijn zaken gaan slecht. Iemand de loef afsteken. Hem overtreffen. Hij is losgeslagen. Hij leeft er op los, hij trekt zich niets van de regels aan. M Dat is geen man over boord. Dat is zo erg niet. Die man moet buiten boord. Die man moet uit zijn ambt gezet worden. Een man over boord, een eter minder. (1) Gezegd van een sterfgeval waarbij niemand rouwt. (2) Aan elk nadeel kleeft ook wel een voordeel. Een man zonder geld is een schip zonder zeilen. Zonder geld bereik je niets, ben je niets waard. Met man en muis vergaan. Met alle opvarenden. De mast overboord zeilen. Als gevolg van een te weelderige leefwijze bankroet gaan. Er is maar één grote mast op het schip. Er moet er maar één zijn die het voor het zeggen heeft. Van zijn mast een schoenpin maken. Iets goed bederven om een kleinigheid. Varen waar de grote mast vaart. Doen wat de meester wil. Voor de mast gediend hebben. Van gewoon matroos opgeklommen zijn tot officier. Voor de mast zitten. (1) Zijn bord niet leeg kunnen eten, omdat men verzadigd is. (2) Niet verder kunnen. Er kunnen geen twee grote masten op één schip zijn. Er kan maar één de baas zijn; geen twee kapiteins op één schip. Hoge masten vangen veel wind. Wie een hoge positie bekleedt, wordt veel gekritiseerd en vaak ook belasterd. Mer à boire. Letterlijk: zee om leeg te drinken. Omvangrijk, onbegonnen werk. `Een lexicon van het water schrijven is bijna een mer à boire.' De mosselen doen de vis afslaan. Concurrentie maakt de artikelen goedkoper. Mossels roepen eer zij aan de kant zijn.
Het loon of de buit al uitgeven of verdelen voor je het binnen hebt.
N Wie 's nachts vist, moet overdag netten drogen. Wie laat naar bed gaat, zal 's morgens uit moeten slapen. Met de nachtschuit komen. (1) Laat komen. (2) Oud nieuws vertellen. Die nood heeft, moet pompen. Wie
het moeilijk heeft, moet werken om er bovenop te komen.
O Olie op de golven gieten. Kalmerend optreden bij conflicten. Een oogje in het zeil houden. Iets of iemand in de gaten houden. Een zaak opdoeken. Een zaak opheffen. Opgescheept zitten met iets (iemand). Iets of iemand tegen zijn zin moeten dulden. Overstag gaan. (1) Een andere mening dan eerst aanhangen. (2) Uiteindelijk toegeven. Iemand overstag helpen. Iemand de voet lichten. Iemand overstag werpen. Iemand omverpraten.
P Dat staat als een paal boven water. Dat staat vast. Voor Pampus liggen. Bewusteloos of stomdronken zijn (Pampus is een zandbank voor Amsterdam). Hij zit op Pampus. Hij is in grote moeilijkheden gekomen. Peil kunnen trekken op iets (of iemand). Kunnen rekenen op iets. Iemand (of iets) in de peiling hebben. Iemand in de gaten hebben. Pompen of verzuipen. Gezegd wanneer men alles moet doen om te trachten de zaak te redden. Poolshoogte nemen. Zich op de hoogte stellen van een zaak of toestand (poolshoogte = hoogte van de poolster boven de horizon; wordt genomen om de positie van het schip te bepalen.) Achter de » puttings overboord
vallen. Reddeloos verloren zijn.
R Zijn ra is lam geslagen. Hij heeft geen moed meer. Iemand aan de hoogste ra hangen. Iemand zwaar straffen en vervolgens te kijk zetten. Het moet somtijds een rak in de wind zijn. Men moet tegenspoed kunnen verdragen. Men moet wel eens een reefje inbinden. Men moet wel eens iets toegeven. Een reef in het zeil leggen. Zijn uitgaven verminderen. Zoals het reilt en zeilt. Met alle lusten en lasten. Iemand op zijn eigen riemen laten drijven. Hem aan het werk laten gaan zonder hem te helpen. Een zaak in het riet sturen. Iets in de war laten lopen. Rietzeilen. Je boot aan de kant (in het riet) leggen om je over te geven aan het minnespel. Men moet roeien met de riemen die men heeft. Men moet zich zo goed mogelijk behelpen. Hij is lid van de roeivereniging. Hij maakt deel uit van het dievengilde. Te roer staan. Het bestuur mee uitoefenen. Zijn roer recht houden. Zijn zaken goed besturen, eerlijk te werk gaan. Zijn roer aan de scheg hangen. Zijn zaken geheel verkeerd besturen. Het roer omgooien. Van gedrag veranderen. Het roer hangt uit de pen. Op zijn gedrag is heel wat aan te merken. Er is ruimschoots genoeg. Er is
in overvloed.
S Hij schaft aan » bak nul. Hij moet altijd de smerigste karweitjes opknappen. Er is een scheepje van de helling gelopen. Er is een kindje geboren. Driemaal is scheepsrecht. Zegswijze waarmee men een tweede herhaling bespot of rechtvaardigt Een schelvis uitgooien om een kabeljauw te vangen. Iets kleins opofferen om een groot voordeel te behalen (logo Staatsloterij!) Zijn schepen achter zich verbranden. Zichzelf de mogelijkheid ontnemen om terug te keren. De duurste schepen liggen het langst aan wal. Meisjes die te veeleisend zijn, blijven (lang) ongehuwd. Oude of dure schepen blijven aan land. Oude vrijsters of te veeleisende meisjes trouwen niet. Schepen van hout, mannen van ijzer. Vroeger had je pas echte zeelui. (Sommigen zeggen: `Vroeger had je schepen van hout en mannen van ijzer, nu heb je schepen van ijzer en mannen van hout.' Deze uitspraak dateert van het pre-polyester tijdperk.) Als men een schip aftuigt, kan het niet meer varen. Wanneer men iemand zijn mogelijkheden en middelen ontneemt, kan men ook niets meer van hem verwachten. Een schip aflopen. Zich met geweld meester maken van een schip. Een schip op het strand is een baken in zee. Het ongeluk van de een is een waarschuwing voor de ander. Groot schip, grote zorg. Een groot gezin brengt veel zorgen met zich mee. Klein schip, klein zeil. Voor een klein gezin heb je niet veel nodig. Schoon schip maken. Wat niet deugt wegnemen. Als het schip zinkt, dan zinkt ook de lading. Als een zaak bankroet gaat, dan is men ook alles kwijt wat tot de zaak behoort. Een klein lek doet een groot schip zinken. Een geringe onachtzaamheid kan tot grote schade leiden. Een schip moet varen, want op een stilliggend schip met schuld blijf je maar heel kort schipper. Grootvader Addeke Boerma tegen zijn negen zonen aan boord van de tjalk Liberaal uit 1878. Schipbreuk lijden. Mislukken. Hij is schipper te voet geworden. Hij heeft betere dagen gekend en nu is hij straatarm. Een goed schipper valt wel eens overboord. Ook de beste maakt wel eens een foutje. Schippers pozen niet wanneer ze onder zeil zijn. Als eenmaal alles gereed is voor het karwei, moet men ook beginnen. Een goed schipper zeilt wel eens tegen een paal. Ook de beste kan wel eens iets verkeerds doen. Een schipper mag geen wind verleggen. Je mag de zaak niet laten versloffen. Jonge schippers, oude zuipers. Wie op te jonge leeftijd macht krijgt, raakt bedorven. Met wat schipperen zijn doel bereiken. Door wat toe te geven, te laveren, uiteindelijk toch het gewenste resultaat bereiken. Schoot gaan. Weggaan zonder zijn zaken af te doen. De » schoot vieren. Toegeven, meer vrijheid geven. Een schot voor de boeg. Een waarschuwing. De laatste schuit moet ook vracht hebben. Verontschuldiging van iemand die er op het laatste ogenblik nog aankomt. Die geen schuitje heeft, moet in zijn hoedje varen. Je moet roeien met de riemen die je hebt. In het schuitje stappen. Trouwen. In het schuitje zitten en mee moeten varen. Zich niet meer uit een onderneming terug kunnen trekken. In iemands schuitje komen. Het met iemand eens worden. In hetzelfde schuitje zitten. Hetzelfde lot moeten ondergaan. Incidit in Scyllam qui vult vitare Charybdim. Latijns gezegde. `Aan Scylla valt ten prooi die Charybdis vermijden wil.' Charybdis was een » maalstroom en Scylla is een rotspunt in de Straat van Messina. Iemand onder de sim hebben. Iemand onder de duim hebben (sim = touw waarmee een net wordt uitgespannen of dichtgetrokken). Geen slag aan de bak kunnen krijgen. Geen kans krijgen Slib vangen. Zijn doel niet bereiken. Dat is geen » smaldoek. Dat is niet gering. Men moet kunnen splitsen en knopen. Men moet zuinig kunnen zijn. Dat loopt de spuigaten uit. Dat wordt te erg, dat gaat te ver. Ergens (recht) op af stevenen. Recht op je doel af gaan De steven wenden. Iets op een andere manier aanpakken; een andere richting kiezen. Op stootgaren liggen. Gereed zijn om in actie te komen (stootgaren = korte touwen om het zeil op de ra vast te binden; deze kunnen in een oogwenk worden losgemaakt zodat het schip snel onder zeil kan gaan). Bij storm staan de zeilen best vol. In moeilijke tijden valt vaak het meest te verdienen. Tegen de stroom is het kwaad roeien. Als het tegenzit, is het moeilijk er weer bovenop te komen. Tegen de stroom oproeien. Zich niet storen aan de publieke opinie terwijl men zijn doel tracht te bereiken. 't Is dood stroom. Het is een hele stille tijd. De beste stuurlui staan aan wal.
Buitenstaanders weten altijd het best hoe iets moet gebeuren.
T Hij takelt af. Hij wordt minder. (Een schip aftakelen is het van zijn takelage of tuig ontdoen.) Als het tij verloopt, verzet men de bakens. Als de omstandigheden veranderen, moet men andere maatregelen nemen. Voor top en takel varen/liggen. Je helemaal passief laten gaan in het rumoer en geweld om je heen Met kwaad tuig is het kwaad werken. Met slecht gereedschap breng je niets goed tot stand, met onwillige mensen bereik je niets. Dat is tuig van de richel. Dat is laag volk. Hij steekt raar in het tuig. Hij
is merkwaardig gekleed.
V Het vaantje strijken. Flauwvallen of sterven. In iemands » vaarwater zitten. Iemand hinderen. Op eigen vaarwater zijn. Een thuiswedstrijd spelen. In een beker verdrinken er meer dan in zee. (Duits spreekwoord.) De vis aardt naar de zee. Zijn afkomst kan men nooit verloochenen. Die slaapt vangt geen vis. Je moet voor alles moeite doen. Hoe meer vis, hoe droever water. Hoe meer mensen iets moeten delen, hoe minder er voor ieder overschiet. Grote vissen scheuren het net. De aanzienlijken kunnen zich (ongestraft) veel veroorloven. Aan een goed visser ontglipt wel eens een aal. Iemand die kundig of bekwaam is, maakt wel eens een fout. Voor een vissers deur is het kwaad vissen. Wie zelf niet deugt, vertrouwt een ander ook niet. De vlag dekt de lading. Gezegd van iets slechts dat onder een mooie naam voor iets goeds moet doorgaan. Dat is als een vlag op een modderschuit. Iets moois bij iets lelijks, iets wat er helemaal niet bij past. De vlag strijken. Zich gewonnen geven. Hij voert er de vlag. Hij gedraagt zich als de grote baas. Met vlag en wimpel. Met glans. Dat met de vloed komt, gaat met de eb weg. Wat gemakkelijker verdiend wordt, wordt ook weer even gemakkelijk uitgegeven. Een vrouwenhaar trekt meer dan een marszeil. De invloed van een vrouw op een man mag niet worden onderschat. (Van dit gezegde bestaat ook een grovere versie, waarbij echter geen sprake van hoofdhaar is.) Vuur aan de wal, niet altijd baken. Schijn bedriegt. Aan de voet van de vuurtoren ziet men
zijn licht het slechtst. (J.V. Teunissen, Hars van de levensboom.)
W De wal keert het schip. De omstandigheden verhinderen dat een bepaalde handeling of ongewenste ontwikkeling wordt voortgezet. Hij heeft geen » want naar het schip. Zijn vrouw past absoluut niet bij hem. Zijn staand en lopend want in orde brengen. Zijn kleding fatsoeneren. Hij is vierkant onder zijn staand en lopend want. Hij weet overal raad op. Ergens te veel want overhoop halen. Ergens te veel drukte over maken. Hij is weer boven water. Hij is weer uit de nood. In troebel water is het goed vissen. Er zijn er altijd die voordeel trekken uit de onenigheid van anderen. Verdrinken eer men water heeft gezien. Slachtoffer worden van een gevaar dat men nog niet eens onderkend heeft. In zulke waters vangt men zulke vissen. Van bepaalde lieden kun je ook bepaalde dingen verwachten. Stille waters hebben diepe gronden. (1) Wie niet veel zegt, kan desondanks een diep gevoels- of gedachtenleven hebben. (2) Wie het minst spreekt is vaak het slimst. (3) Wie niets zegt, heeft vaak veel te verbergen. Mooi weer en geen haring. Het lijkt allemaal wel in orde, maar in werkelijkheid deugt het niet. Door de wind gaan. Afwijken van zijn oorspronkelijk standpunt. In de wind gaan. Aan de zwier gaan. Hij is door de wind. Hij is zijn stuur kwijt; hij is dronken. Hij heeft de wind in de zeilen. Het loopt hem mee. De wind er goed onder hebben. Zijn ondergeschikten hebben ontzag voor hem. De wind waait uit een andere hoek. De omstandigheden zijn geheel veranderd. Iemand de wind uit de zeilen nemen. Iemand overtroeven. Wind! zei Fokke en hij blies in 't zeil. Schertsend gezegd als iemand ook zijn best wil doen, terwijl zijn hulp echter van geen enkele betekenis is. Z Wie zee houdt, wint de reis. Wie volhoudt bereikt zijn doel. De aarde is wreed, maar de zee is harteloos. Nergens is er een schuilplaats; niets dan de elementen, en de elementen zijn verraderlijk. (Henry Miller, The Colossus of Marousi.) In zee steken. Van wal steken. Het was een grote dag voor de zee toen de beroemde man zich verwaardigde er zijn voeten in te spoelen. (Julien Devalckenaere, Gij, ik en de anderen.) Op een stille zee kan iedereen stuurman zijn. Pas onder moeilijke omstandigheden blijkt hoe bekwaam iemand is. Met iemand in zee gaan. Zich met iemand inlaten. We gingen bij de marine om de wereld te zien. En wat zagen we? De zee. (Irving Berlin) Dat is al in zee. Dat is al begonnen. De zee is prachtig, zei mijn pa, en keek een meid in badpak na. (Marc van den Eynde, Ondeugende gedichten.) Prijs de zee, maar blijf aan wal. Wees voorzichtig. Recht door zee gaan. Eerlijk voor zijn bedoelingen uitkomen. Als je de zee op wilt zonder het risico om om te slaan, koop dan geen boot maar een eiland. (M. Pagnol, Fanny.) Recht door zee vindt de beste ree. Eerlijk duurt het langst. Een goed zeeman bevaart de Rode Zee. Een echte vent laat zich er niet van weerhouden om de liefde met een vrouw te bedrijven wanneer zij ongesteld is. Vgl. `Een goede soldaat schiet niet op het Rode Kruis,' hetgeen het tegengestelde betekent. Een zeeman is geen man. Iemand die met een zeeman getrouwd is, is meestal alleen. Een goed zeeman wordt ook wel eens nat. Een matig mensen kan ook wel eens een glaasje te veel drinken. Een slechte zeeman blijft uit de buurt van de machinekamer. (Aartsbisschop Roberts' commentaar op zijn weigering om naar Rome te gaan.) Zeemanschap gebruiken. Doortastend beleid tonen. 't Is een lastig zeeschip. Een onhandelbare vrouw. 't Is eigenaardig, maar aan land is er nooit iemand zeeziek. (Jerome K. Jerome) Als het zeil scheurt, heeft het een gat. Maak je niet nodeloos druk om het ongeluk dat je eventueel nog zal overkomen. Met zeil en treil. Met alles wat erbij hoort. Met een nat zeil thuiskomen. Dronken thuiskomen. Met een opgestreken zeil ergens heengaan. Ergens heengaan om eens flink te zeggen waar het op staat, om genoegdoening te eisen. Onder een staand zeil is het goed roeien. Als je al een behoorlijk inkomen hebt, kun je dank zij wat extra klusjes helemaal in een financiële euforie geraken. Alle zeilen bijzetten. Alle krachten gebruiken. Zeilen is een dure manier om zich met gratis brandstof te verplaatsen. (John Vermeulen, Koraalklippen.) De zeilen strijken (voor iemand). Voor iemand wijken, onderdoen. Onder zeil gaan. Gaan slapen. Zeilers zijn mensen die andere schoten prefereren boven de schoot van hun eigen vrouw. (Eppo Doeve.) In iemands » (kiel)zog varen. Gemakshalve iemand volgen die de weg baant. De ratten verlaten het zinkende schip. (1) Er is niets meer aan te redden. (2) De lafaards gaan er snel vandoor en laten de rest met de rotzooi achter. Engelse spreekwoorden en gezegden Er zullen er zeker nog veel meer zijn, maar het is en blijft een feit dat de Engelsen minder dan wij spreekwoorden en gezegden bezigen die afgeleid zijn van het leven op en met het water. After a storm comes a calm. Na regen komt zonneschijn. All at sea. (1) Helemaal in de war. (2) Zwak, ziek en misselijk. All is fish that comes to the net. Spiering is ook vis, als er niet anders is. All piss and wind. Zegt men van een opschepper. Anchors. Remmen. Any port in a storm. Vuil water blust ook brand. At a rate of knots. Erg snel. Battle cruiser. Kroeg. The best fish swim near the bottom. De grootste vissen vangt men in diep water. Between hell and high water. Tussen twee vuren in; de keus tussen de galg of de guillotine. Big boat. Grote Amerikaanse auto. Climb the rigging. Je geduld verliezen. The coast is clear. De kust is veilig. Cross the stream where it is shallowest. Waarom moeilijk doen als het ook gemakkelijk kan. Go to Davy Jones' locker. Verdrinken. Dead marine. Lege (drank)fles. Hit the deck. Op de grond vallen. In the doldrums. In zak en as. A drowning man will clutch a straw. Een drenkeling grijpt zelfs een strohalm vast. Every flow has its ebb. Na hoge vloeden lage ebben. Feed the kippers. Overgeven overboord. Fish in troubled waters. Je in de nesten werken. Follow the river and you'll get to the sea. De aanhouder wint. In a calm sea every man is a pilot. Op een stille zee kan iedereen stuurman zijn. In dock. Werkloos. Make up leeway. De verloren tijd inhalen. Rest on one's oars. Even uitblazen. Run a tight ship. Goed kunnen organiseren; de zaken goed op orde hebben. Sail close to the wind. Risico's nemen; op het randje van het wettelijk toelaatbare balanceren. Sail under false colours. Je voordoen als iemand anders, om anderen te misleiden. Sailor's friend. De maan. Shipshape (and Bristol fashion). Piekfijn voor elkaar; goed opgeruimd en netjes. When one's ship comes in. Als het schip met geld binnenkomt. A shot across the bows. Een waarschuwing. Splice the mainbrace. Een borrel drinken om de moed erin te houden. It's water under the bridge. Het is gebeurd en er is niets maar aan te doen. Windjammer. Mannelijke homoseksueel.
|
A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M|N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z . . Email: jackvanderwyk@yahoo.co.uk